|
EEN AVONDJE FANTASIESCHAAK
Door Roel Evertse
Het werd sommigen duidelijk een beetje te veel.
Het voortdurend veranderen en zelfs omkeren van schaakregels leek ook even zijn
(desastreuze) invloed op het leven buiten het schaakbord te krijgen, want anders
valt een vraag of het de bedoeling was om na afloop achterstevoren zittend in de
auto in zijn achteruit naar huis te rijden, niet goed te begrijpen. Het was dus
een hilarisch avondje met veel oh’s en ah’s, gekreun en een enkele godver.
Het resultaat deed er niet zo veel toe, althans…dat gold voor iedereen,
behalve natuurlijk voor Henk Hamer die nog ver na sluitingstijd Benno aan een
streng verhoor onderwierp of hij alle uitslagen wel goed had ingevoerd. Het
leuke was ook dat een gevestigde reputatie als Theo Goossen er weinig van bakte,
terwijl Philip Schyns zich zeer vindingrijk toonde. Het bleek vooral de kunst
van het omschakelen: eerst een spelletje tweezet en als je dat net een beetje
begon te begrijpen, kon je weer aan de bak om te gaan cilinderschaken en wanneer
je, zoals Frans Kuggeleijn, bij het eind van dat spel net in de gaten had dat
die loper op f8 echt waar die witte dame op d2 zo maar helemaal reglementair kon
pakken, dan stond je in het daarop volgende diagonaalpionspel al weer een houtje
achter. De enige kleine smet op de avond was dat ik als organisator zelf 100%
scoorde. Dat roept natuurlijk de verdenking over mij af, dat ik vanaf september
vooral openingstheorie, middenspel en eindspel van het schiet- en
verplaatsingsschaak heb zitten doornemen. Dat heb ik eerlijk waar pas achteraf
gedaan en daarom hierbij nog wat opmerkingen over de gespeelde vormen van
fantasieschaak met wat tips. Wie weet heeft u er ooit iets aan. Wat mij betreft
is dat volgend jaar, want ik heb me zeer vermaakt, is het niet bij mij eigen
bord, dan toch vooral als toeschouwer!
Tweezet (Ieder doet steeds twee
zetten, behalve bij schaak)
Dat bleek te horen aan het regelmatig opstijgende gekreun een zeer verraderlijk
spelletje. Zelf had ik geen kind aan Theo (Lc8-g4xd1 en Lf8-a3xb2: kassa!), maar
de man van de ronde was Philip, die een mooie pionnendoorbraak in het verre
eindspel voor Ziaullah Ebadi in petto had. Openingsadvies: zorg vooral voor vrij
stukkenspel, mag best een pionnetje of wat kosten!
Schietschaak (Bij slaan blijft het
slaande stuk op het oorspronkelijke veld staan, het vijandelijke stuk wordt
slechts weggenomen, weggeschoten dus) Zelf speelde ik een vermakelijk
miniatuurtje tegen John Lutgens. 1.e2-e4, g7-g6 (met de dreiging een diagonaal
kaal te vreten) 2. Lf1-b5 (dreigt d7 eraf te schieten met een dodelijk schaak),
a7-a6 3. Lb5 schiet a6, Lf8-g7 4. d2-d4! (leuke lokzet!), L schiet d4?? 5. L
schiet d7 met schaak en opgegeven, omdat de dame eraf geschoten wordt en de
witte dame vervolgens naar d8 gaat met vernietiging. Zwart is dus eigenlijk
gedwongen om op de 1e zet c7-c6 te spelen om het heel vervelende Lb5
te voorkomen en kan vervolgens zijn eigen dame in het spel brengen. De dame is
in dit spel vaak een vreselijke moordenaar, omdat ze bijna niet aan te vallen
is.
Diagonaalpion (Gaande en
slaande functies van de pion verwisseld: pionnen gaan dus schuin en slaan
recht.) John Lutgens begreep dit spel heel goed: meteen de a- en h-lijn openen!
Als je een beetje handig “halmaat”, speel je met een ijzersterk
achtpionnencentrum.
Cilinderschaak (De a- en h-lijn zijn als het ware met elkaar verbonden.)
Hier leggen de mensen met een talenpakket het volledig af tegen de cijferaars.
Frans Kuggeleijn kwam vingers (zorgvuldig en krampachtig naast het bord geplant)
te kort om zich ervan te vergewissen, dat veld “i4” toch eigenlijk ook
gewoon a4 is en dat dat dan betekent dat een paard op h6 natuurlijk naar f5 kan,
maar hoe kan ik nou een stuk kwijt raken op b5, misschien wil je het mij nog een
keer uitleggen, ik geloof je wel hoor, maar ik zie het gewoon niet!!
Paard-/loperspel (Als een paard of een loper de middellijn overschrijdt -zowel heen als terug- verandert de
functie.)
Wat mij betreft de minst esthetische vorm, maar toch ben ik benieuwd naar het
eindspel K+L+P tegen K. Marius, wat denk je?
Terugzetpion (Pionnen mogen ook achteruit gaan en slaan.)
Dit spelletje lijkt verraderlijk veel op gewoon schaak, totdat je ineens merkt,
zoals Theo Goossen tegen Benno Thomassen, dat die witte loper op f4 gewoon –
nou ja, gewoon? – stevig gedekt staat door witte pionnen op e5 en g5. Punt
voor Benno! Eindspelen blijken heel lastig, omdat er geen achtergebleven pionnen
bestaan. Het was fraai om te zien hoe Kees Nederkoorn zijn tegenstander in het
verderf lokte: als een mot naar de lamp pakte Frans Kuggeleijn een pionnetje mee
op g2, die gedekt stond door h3 uiteraard.
Verplaatsingsschaak (Wanneer een
stuk wordt geslagen, wordt het niet van het bord gehaald, maar door de slaande
speler teruggeplaatst op een willekeurig vrij veld van zijn keuze.)
Dit spel speelde ik voor het eerst, maar is meteen om esthetische redenen mijn
favoriet, hoewel het rampzalig moeilijk is, omdat het bord vol blijft (behalve
bij Theo, die abusievelijk gewoon zat te hakken!) en steeds onoverzichtelijker
wordt. De kunst is een soort “zigeunerkamp” te bouwen met de stukken van je
tegenstander, zodat hij steeds minder kan bewegen en jij kan gaan mat zetten.
Zoiets triviaals als materiaalverlies bestaat helemaal niet, maar “offeren”
kan riskant zijn, omdat je tegenstander jouw paard graag op a1 dropt en je
lopers op b1 en a2, zodat die eigenlijk net zo goed in het doosje kunnen.
Dit allemaal opschrijvende kijk ik reikhalzend uit naar de volgende keer. Zullen
we er dan maar een Open Kampioenschap in een grote sporthal van maken?
|