VERLIES SVD 2
Door Frans Kuggeleijn
Zo'n avond die ik het liefst zou willen vergeten,
maar die me waarschijnlijk de rest van mijn leven zal blijven achtervolgen.
Eigenlijk zou ik op dit moment mijn lidmaatschap willen opzeggen en geheel
willen stoppen met schaken, om de rest van mijn dagen te slijten met stille
boswandelingen zonder ooit nog iemand te hoeven zien of spreken.
`t Begon al met het briefje dat Wim Lenderink me vlak voor aanvang in de hand
stopte. Hij had daar keurig de ratings van onze tegenstanders opgeschreven. Het
loog er niet om. De eerste vijf borden kenden ratings van 1956, 1799, 1866, 1770
en 1728. Ik besloot dit voor de anderen stil te houden. Temeer daar we
uitstekend uit de startblokken kwamen.
In vijftien zetten veegde Gerard Rückert zijn tegenstander, met behulp van een
van Sander Vucht geleerde variant, van het bord.
Kort daarop kwam Thomas Bijl een keurige remise overeen. 1½ - ½
Èn, volgens het briefje van Wim, was John Lutgens bezig over een 1866er heen te
denderen. Deze spartelde nog even wat tegen, om vervolgens het nutteloze van
verder spelen in te zien. 2½ - ½
De resterende borden stonden voor Doetinchem goed tot uitstekend.
En daar er op het bord van Henny Haggeman nog niets aan de hand was, vertrouwde
ik hem tijdens één van de rookpauzes de rating van zijn opponent toe. Hij was
me daar dankbaar voor. 1956 is niet niks, en je kunt maar beter voorzichtig
zijn. " Tot de 1950 kan ik er goed tegen spelen, maar daarboven wordt het
zwaar ", wist hij me te vertellen.
Bij terugkomst in de speelzaal zag ik dat de veelbelovende stellingen van zowel
Wim Lenderink als Henk Hamer er plotseling bedroevend uitzagen. Wim had te maken
met een lastige penning op de onderste rij waardoor koning en loper geen kant
meer opkonden. Henk`s koning had het nog zwaarder te verduren. Het arme stuk
werd van alle kanten bedreigd door penningen, aftrekschaak en matnetten.
Nadat Wim een onafwendbaar mat over het hoofd zag en Henk zijn dame kwijtraakte
gaven beiden op. 2½ - 2½
Op bord één begonnen de zes punten bóven de 1950 nu toch ook hun tol te
eisen. Hoewel Henny een toren van zijn tegenstander had weten te bemachtigen,
had hij daar ook een paard en een loper voor moeten inleveren. De dreigingen
waren niet meer af te wenden en dus 3½ - 2½ voor de Variant.
Er was echter nog niets aan de hand. Zowel ik als Philippe Friesen stonden
volledig gewonnen. Beiden sloegen we dan ook glimlachend een remiseaanbod van de
hand. Beiden waren we heer en meester op het bord. Beiden genoten we van de
macht die zoiets geeft. Beiden zijn we geweldige mensen. Beiden blunderden we in
de laatste zeven minuten de partij weg. 5½ - 2½ voor de Variant.
Bij thuiskomst heb ik nog even op internet de KNSB rating van de Variant
nagekeken. Slapen doe ik de komende dagen toch niet meer.
Het blijkt allemaal nog veel vreselijker te zijn. Er moet iets mis zijn geweest
met het briefje van Wim. De werkelijke rating van onze tegenstander was, in
bordvolgorde : 1819, 1799, 1742, 1680, 1687, 1621, 1452 en 1375. Ik bedoel
maar...
Wanneer ik over een paar jaar misschien weer ga schaken zal iedereen ratingloos
voor mij zijn. Of ze nu Kees, Theo of Roel heten, het doet er niet meer toe.