SVD LAAT PUNT LIGGEN IN AMSTERDAM
door Marino Küper
Het zal de aandachtige volgers van het
elitegezelschap dat onder de naam Doetinchem 1 door de schaakwereld trekt niet
ontgaan zijn dat het team de laatste jaren een transformatie heeft ondergaan.
Aangezien de samenstelling van het team nagenoeg ongewijzigd is gebleven moet
dit wel te maken hebben met de aanstelling van Roel Evertse als teamcaptain.
De wijze waarop hij invulling geeft aan deze rol lijkt sterk geïnspireerd
door Louis van Gaal.
Niet eerder traden wij zo goed
voorbereid in het strijdperk. Daarbij benut Roel (niet voor niets van beroep
psycholoog) op uitgekiende wijze gebruik de sterke punten van zijn spelers. De
zwakke punten (dit zijn mijn woorden, Roel heeft het vooral over uitdagingen,
aandachtsvelden en leermomenten) brengt hij op subtiele wijze onder de
aandacht zodat niemand in de verleiding komt te zwelgen in zelfgenoegzaamheid.
De ruimte ontbreekt alle verbeteringen op te noemen die onder Roel zijn
ingevoerd, maar de volgende zaken wil ik de lezer toch niet onthouden:
De vertrektijd voor uitwedstrijden is standaard een kwartier vervroegd,
aangezien ondergetekende standaard een kwartier te laat komt;
Aankondigingen van de wedstrijd met opstelling en kleurverdeling minimaal een week voorafgaand aan de speeldatum;
Voor belangrijke wedstrijden krijgen Theo en Sander de opdracht om van alle spelers van de tegenstander openingsrapporten op te stellen;
Het aanbieden van remise zonder de teamleider te consulteren wordt bestraft
met het verplicht aanbieden van een rondje aan alle teamgenoten (u ziet
hoe subtiel Roel met deze sanctie verwijst naar de primaire handeling van ‘aanbieden’).
Het mag dan ook duidelijk zijn dat het
bericht van Roel dat hij wegens dwingende familieverplichtingen verhinderd was
om mee te spelen tegen Tal/DCG, aankwam als een mokerslag. Niet alleen omdat
de gemiddelde rating als gevolg van zijn terugtrekken enorm terugloopt, maar
ook omdat het onmiddellijk tot gevolg had dat hij niet meer aanwezig zou zijn
om de teamdiscipline te handhaven. Het was dan ook al snel zichtbaar dat
wij weer volledig terugvielen in de ongedisciplineerde modus van vroeger.
Terugkijkend moet ik dan ook erkennen
dat ik als vervangend teamleider niet in staat was om in de schoenen van Roel
te treden. Het zoeken naar een vervanger liet ik gemakshalve maar aan hem
over, en twee dagen voor de wedstrijd had ik nog geen routebeschrijving naar
het speellokaal van de tegenstander ontvangen en doorgestuurd naar mijn
teamleden. Sander verkeerde in grote onzekerheid omtrent de vraag door wie en waar
hij zou worden opgehaald, en Kees moest als een van
de chauffeurs op vrijdag zelf het initiatief nemen voor het binnenhalen van de
routebeschrijving. Over het opstellen van openingsrapporten, of vragen van een
bevestiging aan de invaller zullen we verder maar zwijgen.
In het licht van deze bandeloosheid
mag het dan ook geen verbazing wekken dat wij op het vertrekpunt tot de
ontdekking kwamen dat we met 7 spelers tegen Amsterdam zouden aantreden. Onze
invaller was niet komen opdraven, en niemand had een telefoonnummer of adres
bij zich. Een tweede dreun, 1-0 achter en de wedstrijd moest nog beginnen.
De paniek sloeg toe, en in een
vergeefse poging mijn gezicht als leidsman te redden besloot ik tot een
rigoureuze maatregel over te gaan. De niet opgekomen invaller werd op bord 1
geplaatst. Dit was echter niet bevorderlijk voor de rust onder mijn
teamgenoten, want opeens had elk van hen een andere kleur dan die waarop ze
gerekend hadden. Daarop besloot ik de invaller maar aan bord twee te plaatsen,
waarmee de ergste commotie wel werd gesust, maar de vraag zich aandiende of er
dan zou worden doorgeschoven of dat ik (als bord twee speler) aan bord 8 zou
plaatsnemen. Ik besloot tot het laatste, roepend dat de opstelling daarmee
definitief vaststond. Bijna leek er rust te ontstaan, totdat Henny opeens
aangaf dat hij gezien het feit dat de kleur van de zwarte stukken beter bij
zijn lichamelijke en gemoedstoestand paste hij er de voorkeur aan gaf aan bord
8 plaats te nemen, hetgeen mij opnieuw deed
besluiten de opstelling opnieuw definitief aan te passen. Omdat er geen
protesten meer volgende meende ik een gedragen besluit genomen te hebben, maar
in werkelijkheid was er een sfeer van gelatenheid en onverschilligheid
ontstaan waarin mijn woorden slechts nog voor kennisgeving werden aangenomen.
De wedstrijd was nog niet begonnen of er ontstond al rumoer rond bord twee. Kees had
(sportief als altijd) aan bord twee speelster van Tal/DCG
aangegeven dat zij geen rekening hoefde te houden met het alsnog verschijnen
van onze invaller. In die fase werd ik nog wel even door Kees geconsulteerd of
het wel gepast was om haar een uur in onzekerheid te houden. Ik gaf aan dat we
inderdaad maar beter deze partij onmiddellijk konden opgeven. Daardoor zouden
we niet iemand een uur lang voor spek en bonen aan het bord gekluisterd zouden
houden. Vervolgens kwam ik een kwartier na aanvang tot mijn stomme verbazing
tot de ontdekking dat dit voor onze tegenstander aanleiding was geweest om aan
Kees voor te stellen de opstelling aan te passen, waardoor bord 2 aan bord 3
werd geplaatst. Een begrijpelijk verzoek, maar het feit dat niemand enige
aanleiding had gezien om mij hierbij te betrekken deed mij beseffen dat mijn
rol zich verder zou beperken tot het ondertekenen van het wedstrijdformulier
na afloop. Daarmee zat ik er niet ver naast. In de regen van remises die in
het laatste speeluur over ons neerdaalde (terwijl we achterstonden), nam
alleen Sander de moeite om bij mij te informeren of er gezien de stand in de
wedstrijd enige aanleiding was om door te spelen. En dat waarschijnlijk alleen
nog maar omdat ik naast hem zat het en het aanbod van zijn tegenstander had
gehoord. Omdat ik mij bij de feiten had neergelegd, zei ik onmiddellijk tegen
Sander dat hij op zijn eigen oordeel moest afgaan, waarop hij na ampele
overwegingen inderdaad op het aanbod inging.
In het licht van de bovengenoemde
staat van ontreddering en gebrek aan leiderschap, is het nog een wonder dat
het team überhaupt nog in staat bleek om een acceptabel spelniveau te halen. Want dat mag wel
gezegd worden, iedereen trotseerde de chaos en de 1-0 achterstand bij aanvang
en gooide zich vol in de partij.
Marius speelde weer een van zijn
geliefde gambietjes, waarbij hij ondanks dameruil toch voldoende initiatief
hield om de koning van zijn tegenstander ernstig in verlegenheid te brengen.
Helaas wist deze echter te ontsnappen door een stelling op het bord te brengen
waarin eeuwig schaak voor Marius het hoogst haalbare was.
De volgende remise was voor Sander.
Zijn tegenstander had een kwaliteit geofferd voor lange termijn compensatie.
Dit dwong Sander tot nauwkeurig verdedigen, hetgeen hem zeer goed afging.
Echter net op het moment dat hij in staat leek het
initiatief van zijn tegenstander te neutraliseren, bood deze remise aan. Een
goed moment, want Sander had nog slechts 12 minuten voor 17 zetten. Aangezien
de stelling nog te ingewikkeld was om zeker te zijn van het foutloos
afraffelen van de resterende zetten, nam Sander een
wijs besluit door de remise aan te nemen.
Theo speelde eveneens remise. Hij
probeerde het lang in een lopereindspel waarin hij meer ruimte had dan zijn
tegenstander, maar waarin de oppervlakkige toeschouwer zou denken dat Theo de
pionnen op de verkeerde kleur had staan (namelijk op de kleur van de loper van
de tegenstander). Theo is dit sjablonenmatige denken echter ontstegen, omdat
hij weet (en ook regelmatig aantoont) dat een stevige pionnenformatie de
bewegingsvrijheid van de vijandige loper ook ernstig kan beperken. Helaas
bleek zijn initiatief niet voldoende om de stelling te winnen. Remise dus.
Henny kwam zeer slecht uit de opening.
Zijn tegenstander speelde een systeem dat hem in staat stelde om een standaard
aanvalstelling op het bord te brengen waarbij het koningsfianchetto van Henny
werd bestreden met zetten als Lh6, Dh4 en eventueel Pg5. Aangezien ik deze
fantasieloze en brute methode ook zelf met enige regelmaat toepas, weet ik hoe
gevaarlijk deze aanval kan zijn, en omdat ik ook op de hoogte was van de
wankele gesteldheid van Henny, durfde ik slechts te hopen dat hij het langer
dan 20 zetten uit zou houden. Maar Henny deed veel meer dan dat. Zijn laatste
reserves mobiliserend, geholpen door liters koffie en een regelmatige peuk,
wist Henny alle dreigingen op te vangen. Toen zijn tegenstander een laatste
aanvalsgolf inzette met g2-g4 brak Henny het centrum open, en wist hij zoveel
tegenkansen te creëren dat hij een half punt kon binnenhalen door eeuwig schaak.
Kees bevestigde zijn goede vorm door
werkelijk goddelijk spel waarmee hij zijn tegenstandster volledig insnoerde.
Die verdient overigens wel een compliment voor haar enorme taaiheid in een
schijnbaar uitzichtloze stelling. Die taaiheid was echter niet voldoende om de
orkaan Kees te weerstaan, en met een serie precieze en krachtige zetten, kwam
Kees totaal gewonnen te staan. Echter juist op het moment dat hij op het punt
stond de vis op het droge te halen met enkele voor de hand liggende zetten,
zag hij een mogelijkheid om het nog beter te doen. Een fatale ingeving, want
het bleek de enige (en onmiddellijk) verliezende zet. Gelukkig werd Kees
getroost door de echtgenoot van zijn tegenstandster (grootmeester Yasser
Seirawan), die zei dat ‘elke speler tenminste 1 keer in zijn leven ten prooi
valt aan deze wending’ hetgeen hij illustreerde
met een partijfragment waarin voormalig fide-wereldkampioen Aronian inderdaad
op soortgelijke wijze de dame verloor. Al met al echter wel een dramatische
wending waardoor we opeens met 4-2 achterstonden.
Gelukkig bulldozerde Henk (the tank)
Riepma zijn tegenstander ondersteboven. In een stellingstype dat Henk als geen
ander beheerst werd de koningsstelling van zijn tegenstander geleidelijk aan
volledige ontmanteld waarna de blote koning niet meer te verdedigen viel.
Daarmee kwam de verantwoordelijkheid
voor het binnenhalen van een gelijkspel bij mij te liggen. Gelukkig schoot
mijn tegenstander mij de helpende hand toe. In een stelling waarin ik een
paard had voor 2 pionnen maakte mijn tegenstander een fatale fout. De stelling
die daarna ontstond was zo gewonnen dat deze zelfs resistent
was tegen mijn spreekwoordelijke onnauwkeurigheid. Daarmee werd een 4-4
eindstand bereikt.
Met een zucht van verlichting
ontvluchtte ik de zaal om mij te ontdoen van de zware verantwoordelijkheid van
teamleider. Niets had ik er van terechtgebracht. Gelukkig was Sander er nog om
mijn laatste blunder recht te strijken. In de haast was ik vergeten een
handtekening onder het wedstrijdformulier te zetten!
Tijdens de terugreis keken we terug op
een bewogen dag. De teleurstelling over het verloren punt won het licht van de
opluchting over het gewonnen punt. Maar alles overheersend was de opluchting
over het einde van mijn interim-teamlijderschap.
Individuele uitslagen (vetgedrukte namen speelden met zwart)
|