|
door Roel Evertse
In de tweede ronde van de KNSB heeft SV Doetinchem zijn valse start goedgemaakt door een overwinning op het sterke Staunton uit
Haren. Staunton, op papier een van de favorieten voor het kampioenschap, had in de eerste ronde ook een geweldige zeperd behaald en staat nu
raar maar waar moederziel alleen onderaan.
De overwinning in het hoge noorden werd overigens niet geboekt door fraai spel, maar vooral door vasthoudendheid en hier en daar dom geluk.
Kees Nederkoorn kon het weer eens niet laten om zijn favoriete, maar eigenlijk inferieure opening van stal te halen. We moeten vrezen dat hij daar
de eerstkomende 20 jaar mee door zal gaan, want na een stief kwartiertje spelen stond hij door een vreselijke blunder van zijn tegenstander al een
stuk voor. Hans Polee wreef vervolgens de slaap uit de ogen en wist het Kees nog bar moeilijk te maken. Het pleit voor Kees dat hij opgewekt
doorspeelde en zich niet te zeer ergerde aan het feit dat hij een straalgewonnen stelling behoorlijk dreigde te verkloten. Hij was uiteindelijk als
laatste klaar, maar wel met een vol punt.
De vormcrisis van Theo Goossen begint in ieder geval hemzelf zorgen te baren. Helaas zit er ook een duidelijke lijn in zijn nederlagen: de partij wordt
goed opgezet, resulterend in duidelijk voordeel en dan - je kunt er op wachten - begint het grote knoeien. Dit keer was hij vergeten op de tijd te
letten en in tijdnood ging het helemaal mis.
Henk Riepma speelde dit keer een beroerde pot: opening niks, in het middenspel helemaal zoek gespeeld, pion kwijt, moeite om het zootje bij elkaar
te houden, overgang naar een verloren dame-eindspel en ineens: punt voor Henk! Voor Henk?? Ja, voor Henk, want hij kreeg ineens de kans om met
een schaakje de dames te ruilen en in het resterende pionneneindpel kon zijn koning de vijandelijke vrijpionnen blokkeren, terwijl hij zelf nog ‘een
lief klein ding’ (Donner) op a7 had en met een witte koning op h2, dus buiten het vierkant, was dat kassa. Voor de schaakcarrière van John Riksten
moet gevreesd worden, want op een dergelijke manier verliezen kan een mens tot diepe wanhoop drijven.
Aan de ongeslagen reeks (15 partijen!) van Sander van Vucht kwam een eind en dat ging langs lijnen van geleidelijkheid. Hij ervoer het als een bevrijding.
We geloven hem op zijn woord. Hoewel…
Marius van Hal kwam wat minder uit de opening, maar hield de boel goed bij elkaar. Toen zijn tegenstander wat al te optimistisch voortzette, wist Marius
het eindspel keurig naar zijn hand te zetten.
Marino Küper speelde naar mijn mening de beste partij van deze wedstrijd. Een goed voorbereide koningsaanval werd mooi langzaam uitgevoerd. Na afloop
werden allerlei offers voorgesteld, maar Marino speelt zoiets Karpoviaans: ”Hoezo offeren, ik sta toch gewoon goed?”
Henny Haggeman speelde een rommelpartij met een happy end. Die opening moet hij nog maar eens nakijken, want daar klopte niet veel van, maar het
keepen ging hem goed af. Hij had goed gezien dat het kwaliteitsoffer van zijn tegenstander onvoldoende spel opleverde en wikkelde keurig af naar winst.
Dat ik mijn eigen verrichting voor het laatst bewaar heeft met diepe schaamte te maken. Op zich een prima partij, van beide kanten zeer scherp opgezet,
eindspelvoering niets op aan te merken, mooie pluspion, maar dat ik nou die kinderlijk eenvoudige winst niet heb gezien, zo tegen de 60e zet, dat stemt tot
bezinning. En de vraag is of dat nog helpt.
We doen nog goed mee in de competitie en met een gedeelde 2e stek kunnen we nog best kampioen worden. Maar…Sneek is nog ver!
|