Er zijn van die wedstrijden, waarbij men zich afvraagt wat een aantal heren, dat bij oppervlakkige aanblik toch redelijk bij hun verstand lijkt, in vredesnaam bezielt om zowat
een hele vrije zaterdag te besteden aan een potje schaak. “Heb je weer fijn met de poppetjes gespeeld?”, pleegt mijn vrouw in zo’n geval te vragen. Dit was zo’n wedstrijd.
Om er definitief een punt achter te zetten. Wat een niveau! Thuisgekomen meteen maar die akelige Veenis gebeld, kan je maar beter gehad hebben: “Ja, we hebben verloren.
Nee, het was niet best. Nee, we hadden geen invallers. Nee, het is waar, zo sterk zijn die Enschedé-ers niet. Ja, wij zijn een stelletje prutsers. Nee, dat zei ík.” Vervolgens aan
de alcohol en “Erbarme dich” opgezet. Was het inderdaad zo erg? Ja, dat was het, maar om er geen zeurverslag van te maken zal ik vooral de positieve aspecten van de partijen
belichten. Volgens de cognitieve psychologie ga je je dan ook beter voelen. Je reinste flauwekul natuurlijk, maar een drenkeling klampt zich nu eenmaal met graagte aan wat
wrakhout vast.
Henk deed het goed tot en met de 3e zet. Jammer dat hij bij de 4e zet niet meer wist hoe het verder moest. Zijn glunderende tegenstander was snel met hem klaar.
Voor het donker was Henk weer thuis.
Kees kende de openingstheorie tot de 5e zet, niet slecht voor onze nestor. We schreven het echter al eerder dit seizoen over Kees: zijn wedstrijdmentaliteit is dik in orde.
Hij ging, zoals sommigen dat uitdrukken, ‘in de partij hangen’ met een verdiende remise als resultaat.
Vorige keer voelde Sander zich opgelucht, omdat hij na een heleboel partijen ongeslagen te zijn gebleven eindelijk weer eens verloor. Vandaag moet zijn opluchting nog
aanzienlijk verder toegenomen zijn. Hij kwam er niet aan te pas.
Henny zette een hele hoop stukken op de koningsvleugel. Het zag er dreigend uit. Jammer dat het aan de andere kant van het bord eerst lichtjes en daarna ernstig begon te lekken.
Marius pielde op de vierkante millimeter dat het een lieve lust was. Veel meer ruimte om wat te ondernemen kreeg hij niet. Zoals het cliché dan luidt: ondanks taai verzet…
Theo won! Vraag niet hoe, maar dat zouden we inderdaad niet doen. Punt is punt, zei de boer.
Marino begon goed te spelen toen hij al bijna in het graf lag. Zo waar leek hij ook nog winstkansen te krijgen, maar net op tijd realiseerde zijn tegenstander zich dat het tijd
was om de stormbal te hijsen.
Zelf speelde ik tot de 39e zet een prima partij: ‘blockieren, hemmen und vernichten’ van een geïsoleerde d-pion. Met de aldus zo verdiend verkregen pluspion wist ik niet goed
om te gaan. Nou ja, je kunt niet alles hebben!
Het was dus inderdaad héél erg…
|