SV Doetinchem heeft de laatste wedstrijd van het seizoen gewonnen. Dat
gebeurde in een gemeenschappelijk gespeelde ronde van de klasse 3B in het
Denksportcentrum in Doetinchem. De happening kon in vele opzichten geslaagd
worden genoemd, met de complimenten aan Kees Nederkoorn en Gert-Jan
Zonneveld voor de organisatie. Voor de teams die nog kampioenskansen hadden,
Zevenaar en Pallas, bood deze opzet de mogelijkheid om live te bekijken wat
er bij de concurrent allemaal gebeurde en voor de andere teams, waarvoor
niets meer op het spel stond, geeft het toch meer het gevoel van deelname
aan een ‘evenement’ dan wanneer een wedstrijd om des keizers baard gespeeld
moet worden in een zaaltje met slechts 16 (sneue) heren.
Zevenaar werd overigens kampioen door Almelo gedecideerd met 6-2 te
verslaan. Grote vreugde natuurlijk bij de boys uit de Liemers. Echter niet
bij hun aanvoerder Guust Homs. Kampioenschap of niet, hij had
gewoontegetrouw weer van alles te mopperen. Zelfs de timing van het nemen
van de onvermijdelijke groepsfoto na afloop zinde hem niet…
De match tussen SV Doetinchem en het overwegend Duitse Esgoo 2 zou als
‘bloedstollend’ gekarakteriseerd kunnen worden vanwege de wisselende kansen
en de buitengewone narrow escape van de onzen. Echter, het ging nergens meer
om, en dan stolt het bloed niet zo snel. De sfeer bleef tot het eind (iets
te) ongedwongen.
Na een uur stonden we al met 1-0 voor, omdat de tegenstander van John niet
kwam opdagen. Sneu voor John, die ook weer eens een keertje mocht meedoen
met de grote jongens en niet zo handig van Esgoo om juist het laagste bord
open te laten.
Theo wou vroeg naar huis, omdat hij de dag erop met vakantie zou gaan. Met
volle medewerking van tegenstander Jorg Kucheyda werd het bord snel kaal
gegraasd. Operatie geslaagd, zou je zeggen, maar Theo zou Theo niet zijn,
als hij niet zou opmerken dat hij de winst had gemist.
Henny leek wat benauwd te staan tegen Kirsten Solberg, maar bleef goed
opletten en incasseerde na zetherhaling een verdiend halfje.
|
|
Sander lette minder goed op door een giftige pion te nemen. Tegenstander
Frank Grube had beter gerekend en goed gezien dat de witte problemen op de
diagonaal g1-a7 onoverkomelijk waren.
Mijn tegenstander deed niets met de witte stukken, maar wou ook geen remise.
Snap jij het, snap ik het. Net toen ik goed op weg was naar de winst –
tijdnood achter de rug, eindspel met een pion meer – verklootte ik de boel,
omdat ik, om met Theo te spreken, ‘iets leuks’ zag. Remise dus.
Henk is dit seizoen langs vele afgronden gegaan, maar tartte het noodlot nu
echt tot het uiterste. Een thematische aanval op de damevleugel ontaardde in
een drama vanwege een venijnig tussenzetje van tegenstander Sacha Hokamp,
dat Henk in een klap twee pionnen kostte. De wedstrijdmentaliteit en het
loerend vermogen van Henk zijn echter befaamd. Door tegenkansen te vinden
wist hij de tegenstander voldoende schrik aan te jagen, dat er uiteindelijk
een niet te winnen eindspel met ongelijke lopers overbleef.
Ook Kees moest flink zweten – wie niet trouwens in het Denksportcentrum: wat
een hitte! – voor een halfje. Hij was in gedachten met geheel andere zaken
bezig dan de toch redelijk voor de hand liggende vijandelijke zettenreeks
a7-a5-a4-a3, waarmee de witte damevleugel volledig gemold werd. Daarna moet
Menno Monsma iets gemist hebben. Waarschijnlijk heeft hij zich iets te veel
voorgesteld van de aanvalskansen van de ongelijke lopers in combinatie met
zware stukken. Hoe dan ook, remise was uiteindelijk niet meer te ontgaan.
Marino speelde een prima partij, lichtelijk ontsierd door één geweldige
ketser, die gelukkig ook Henk Bernink ontging, terwijl de opdracht niet
moeilijker was dan: sla de ongedekt staande pion! Van een dergelijke
gemeenschappelijke plotsblindheid zijn overigens krasse voorbeelden bekend,
ook op grootmeesterniveau. Nu won Marino het toreneindspel gladjes.
Eindstand: 4½-3½, een uitslag waarop we een abonnement hadden dit seizoen.
|