HET GROTE LACHEN
door Gert-Jan Zonneveld
 

De mens en de bananenschil zijn volgens mij in het scheppingsplan voor elkaar bestemd, al moest de bananenschil lang wachten voor de eerste mens er over uitgleed. Samen produceren zij de kosmische lach, de bevrijdende lach die de absurditeit van al het bestaande omhelst.


Kosmische lach

De kosmische lach was er ooit op het gezicht van Tal na zijn absurde partij tegen Portisch in het interzonale toernooi van 1964 in Amsterdam, waarin hij een half bord achter had gestaan en toch remise had gemaakt. Het was zo absurd geweest dat zelfs op het gezicht van Portisch, beslist geen lachebekje, een glimlach te zien was. Viktor Kortchnoi moest in 1966 op de Olympiade in Havana een zuil in de speelzaal omarmen om niet om te vallen van het lachen vanwege zijn miraculeuze ontsnapping tegen de Bulgaar Georgi Tringov.

Ik wil niet zeggen dat er daarna minder gelachen is, maar deze twee gevallen zijn het bekends in de schaakhistorie.

De partij tussen Herman Grooten en Friso Nijboer uit de open groep van het Univé toernooi in Hoogeveen enkele jaren geleden, werd ooit door commentator Gert Ligterink ‘een hartverwarmend slechte partij’ genoemd. Natuurlijk is een slechte partij alleen hartverwarmend als hij gespeeld wordt door sterke spelers die eerst fier en kaarsrecht lopen voor ze over de bananenschillen struikelen.

Ligterink had gelijk. Noem het een foutenfestival, een blunderfeest of een komedie van dwalingen, dit was schaken voor de kosmische lach, met een dolle toren als daverend slotnummer.

Herman Grooten -  Friso Nijboer (Univé Open Hoogeveen 2de ronde)

1.d4 Pf6   2. c4 g6   3. Pc3 Lg7   4. e4 d6   5. Pf3 0 0   6. h3

Carlsen doet het, Karpov doet het (al was het maar in een simultaan), dus laten we 6. h3 spelen.

6. …e5   7. d5 a5   8. Lg5 Pa6   9. Pd2 h6   10. Le3 Ph7   11. g4 Ld7    12. Le2 Pc5   13. h4 a4

Zwart wil op de damevleugel spelen. De standaard zet 13…f5 leidt na 14.Lxc5 dxc5 15.gxf5 gxf5 16.Dc2 tot een iets betere stelling voor wit en misschien is 16.exf5 Lxf5 17.Lg4 nog sterker.
 
14.Pf1 c6 15.Dd2 cxd5 16.cxd5 Da5 17.Pg3 a3 18.b3 Tfc8 19.Tc1 Pf6 20.f3 Lxg4
Een ernstige vergissing. Zwarts stelling was overigens niet gezond, want na bijvoorbeeld 20…Pe8 21.0 0 moet wit het initiatief op de damevleugel op den duur over kunnen nemen.
 
21. b4  De weerlegging. Zwarts bedoeling was 21.fxg4 Pcxe4 22.Pgxe4 Pxe4 23.Pxe4 Txc1+ en zwart wint, en 21.Lxc5 Txc5 22.fxg4 Tac8 23.Lc4 b5 lijkt ook wel speelbaar voor zwart, maar wat wit in de partij doet kost zwart een stuk.
 
21. … Dxb4   22. Tb1 Pd3+   23. Lxd3 Dxc3   24. fxg4 Pxg4   25. Dxc3 Txc3   26. Kd2 Tac8   27. Pe2 T3c7
 
Zwart heeft drie pionnen voor het stuk, maar ze zijn niet veel waard. Wit staat gewonnen.
 
28. h5 Pxe3   29. Kxe3 Lf6   30. Tb3 Lg5+   31. Kf3 f5   32. hxg6 fxe4+   33. Lxe4 Tf8+   34. Kg2 Tc4   35. Lf3 e4   36. Lg4 e3   37. Le6+ Kg7   38. Lf7 Tc2   39. Kf3 Txa2   40. Tf1 Ta8   41. Txb7 h5
 
Hierna had het snel afgelopen moeten zijn. In de vorige fase had zwart meer tegenkansen gekregen dan nodig was en na 41…Tb2 was het nog een hele strijd geweest.
 
42. Le8+ Kg8   43. Ld7 Kg7   44. Lb5+
 
Met 44.Lf5+ Kf6 45.Lb1 had wit een toren gewonnen, omdat hij in de eerste plaats mat dreigt. Na 45…Txe2 46.Kxe2+ Ke5 47.Tb4 zou zwart op kunnen geven.
 
44. …Kg8   45. Lc4 Tc2   46. Ld3 Tf8+   47. Tf7 Td2   48. Ke4
 
Veel beter was 48.Txf8+ Kxf8 49.Pg3 waarna wit nog steeds goed zou staan.
 
48. … Te8+   49. Kd4 Lh6
 
Zwart was zo langzamerhand wel gered.
 
50. Pg3
 
En nu komt zwart zelfs in het voordeel, omdat hij zijn stuk terugwint.
 
50. … e2   51. Pxh5
 
Wit is totaal de kluts kwijt. Hij had 51.Pxe2 moeten doen, ook al wint zwart na 51…Le3+ 52.Kc3 Tc8+ 53.Lc4 Txe2 het verloren stuk terug.
 
51. … exf1D
 
Er valt te vermoeden wat wit over het hoofd zag toen hij zijn toren in liet staan. Hij zal gedacht hebben dat hij met Pf6+ mat kon geven en ziet nu pas dat de nieuwe dame op f1 dat verhindert.
 
52. Txf1 Tf8   53. Th1 Tf3   54. Pf6+ Txf6   55. Txh6 Tf3   56. Ke4
 
Het ging van kwaad tot erger met wit, maar hij heeft nog een valstrik.





56. … Tdxd3
 
En ja, zwart loopt er in. Na 56…Tfxd3 had wit opgegeven.
 
57. Th8+
 
De dolle toren.
 
57. … Kg7
 
Na 57…Kxh8 58.g7+ zet wit zichzelf pat.
 
58. Th7+ Kxg6
 
Aan het nemen van de pion valt niet te ontkomen, bijvoorbeeld 58. … Kf6   59. Tf7+  en nu moet zwart de pion wel pakken.
 
59.Th6+ Kg5
 
Zwart probeert nog lang met de koning te ontsnappen, maar het lukt niet.
 
60. Th5+ Kg4   61. Th4+ Kg3   62. Th3+ Kf2   63. Th2+ Ke1   64. Te2+ Kd1   65. Te1+ Kc2   66. Tc1+ Kb3   67. Tb1+ Kc4   68. Tb4+ Kc3   69. Tc4+ Kb2   70. Tc2+ Kb3   71. Tb2+ axb2
 
Hij legt zich bij het onvermijdelijke neer. Remise door pat.