DE SECONDANT

 

Nummer 1

Jaargang 35

januari 2002

 

Van de redacteur

Eindelijk is hij er weer. Na 6 maanden onthouding ligt er voor elk clublid weer een secondant. Als nieuwbakken redacteur moet ik toegeven dat het niet meeviel om deze aflevering uit te brengen. Ondanks alle moderne hulpmiddelen blijkt er toch nogal wat ambachtelijkheid en discipline vereist om een acceptabel clubblad tot stand te laten komen. Of ik daarin geslaagd ben laat ik graag aan het oordeel van de lezer over. Het brengt overigens wel met zich mee dat ik nog meer respect heb gekregen voor al die clubleden die in het verleden vaak met behulp van typmachines, stencilapparaten en afwrijfdiagrammen het clubblad gedurende 34 jaar hebben doen uitkomen. 

De inhoud van dit nummer is gevarieerd. Toch valt er op dit gebied nog veel winst te boeken. Ik hoop in 2002 dan ook overstelpt te worden met pennenvruchten van clubgenoten.

Lof voor Henny Haggeman, Vincent Rothuis en Jelle de Jong die met hun bijdragen zorgen voor de nodige afwisseling op de teamverslagen en prestatie overzichten. Het voorstel van Jelle om van zijn bijdrage een vaste column te maken juich ik van harte toe. Ook Frans Kuggeleijn  verdient veel waardering voor de illustratie die de voorkant siert  en de bijzonder geestige wedstrijdverslagen die hij heeft ingeleverd.

De meest spectaculaire ontwikkeling is de door Benno ontwikkelde en onlangs toegankelijk gemaakte website van de vereniging. Deze site en het clubblad zullen elkaar hopelijk wederzijds bevruchten de komende jaren.

Ik wens U een prachtig schaakjaar toe!

Marino Küper.



Jeugd
Nederlands kampioenschap tot 12 jaar (door Vincent Rothuis)

Na mijn OSBO-titel gehaald te hebben mocht ik op hemelvaartsdag naar het Nederlands kampioenschap tot 12 jaar. Wij gingen van Doetinchem naar Rijswijk om te schaken!

De eerst partij was tegen Twan Burg. Na een zware Dame-indiër won ik het eindspel in de tijdnoodfase. Daarna gingen we een tijdje analyseren. Na deze overwinning moest ik met wit tegen Roeland Pruijsers. Met g2-g3!! had ik een stuk kunnen winnen. Ik deed het niet en zo werd de partij remise. De volgende partij won ik simpel. Na deze eerste dag ging ik naar de camping om te slapen.

De volgende morgen was mijn eerste opponent Robin Swinkels. Ik stond goed op de witte velden maar verloor onnodig. Daarna moest ik met zwart tegen Tobi Kooiman. De opening was een Caro-Kan met de zetten 1 e4 c6 2 d4 d5 3 pc3 dxe4 4 Pxe4 Pd7 5 Pg3 g6. Ik viel hem aan en hij mij. Na een slagenwisseling rond de 40e zet kon hij opgeven. Na de partij moest ik met de andere spelers naar buiten voor de groepsfoto. Daarna moest ik met wit tegen Fedor Los. Ik stond de hele partij beter, maar het was niet genoeg. Het eindspel eindigde in een draw.

De volgende ochtend was ik benieuwd naar mijn tegenstander. Ik had geluk want ik moest tegen Arthur Vlug. Die partij was snel klaar. Ik won al snel materiaal en Arthur gaf op de 26e zet op. Toch was dit naar mijn mening mijn slechtste partij van het toernooi. Daarna moest ik met zwart tegen Michiel Sijpkens (die het toernooi als 5e afsloot). Ik stond met zwart snel beter en offerde een loper tegen een heleboel pionnen. Vervolgens wikkelde ik af naar een eindspel met een pion meer dat ik won door de kennis uit stap 3 (sleutelvelden) toe te passen! Op deze partij was ik wel trots. Ik zette een ‘S’ op het blaadje. Dat kan betekenen dat de partij wordt ingediend voor: 1 schoonheidsprijs; 2 spektakelprijs; 3 schoonschrijfprijs. Ik ging voor de schoonheidsprijs! Aan het topbord won Roeland Pruijsers van Robin Swinkels en nam daarmee de leiding met een half punt voorsprong. Die dag kregen we ook nog een ‘split’ (ijsje) omdat Sheila Jacobs jarig was.

In de laatste ronde won ik met wit van Wouter Langerak in een eindspel van sterk paard tegen zwakke loper. Ik eindigde op 7 uit 9 en kwam daarmee gelijk met Robin Swinkels en Ali Bitalzadeh, die met geluk van Roeland Pruijsers won.

In de barrage won Robin de eerste partij tegen Ali. Ik kwam daarna vanuit super goede stelling niet verder dan een draw tegen Ali. In de laatste partij moest ik dus winnen van Robin. De partij ging verloren omdat ik alles op alles zette, en voor deze gok werd afgestraft.

De schoonheidsprijs ging naar Robin Swinkels, en de spektakelprijs naar Yvette Muhren en Anita Jongejan voor een offerpartij waar zelfs Sjirov het benauwd van krijgt.

Eindstand NK tm 12 jaar na barrage:

1.      Robin Swinkels

2.      Vincent Rothuis (erg goed)

3.      Ali Bitalzadeh


Externe competitie

Eerste team

De Toren I – S.V. Doetinchem 1   (door Theo Goossen)

Na een paar uur spelen leek het zo mooi voor Doetinchem. Cees was in een morra-gambiet regelrecht op weg naar winst. Marius had bij goede stelling reeds een pion te pakken. Raymond had optisch een heel leuke aanval en  John had goed spel evenals Henny. Bij Marino was nog van alles mogelijk.  Henk kwam niet goed uit de opening en ikzelf was ook reeds behoorlijk in de problemen door een onvoorzichtige voortzetting.

In de tweede fase van de wedstrijd won Cees zoals verwacht heel snel. Marius verrekende zich, hij dacht de dame te winnen, maar verloor een stuk. Gelukkig speelde de tegenstander niet alert, hij gaf nog een pion weg en liet vervolgens de twee pionnen van Marius vrij oprukken. Dus toch nog winst! Inmiddels had Marino remise gemaakt in een merkwaardige partij, h2-h4 en vervolgens de pion offeren op h5 met als idee Pf5,  is echt origineel. De aanval van Raymond dreigde te verzanden, zodat hij met een zeer fraaie combinatie eeuwig schaak forceerde. Henk verloor inderdaad zoals vanuit de opening te vrezen viel en ikzelf ging na het missen van een tegenkans kansloos van het bord af.

De laatste fase van de wedstrijd zag er voor Doetinchem nog steeds goed uit. John had in een toreneindspel 2 pionnen meer.  Henny had te maken met een tegenstander die vanaf het begin probeerde het halfje vast te houden. Helaas kreeg John een volledige blackout en verloor alsnog. Henny heeft daarna nog geprobeerd een minimaal eindspel voordeel te verzilveren, maar winst zat er helaas niet in.  Eindstand 4.5 – 3.5 voor De Toren.

 

Doetinchem 1 – ASV 3   (door Theo Goossen)

De wedstrijd tussen deze twee teams is altijd op een of andere manier spannend.Helaas was dat dit keer niet echt het geval. We liepen vanaf het begin toch min of meer achter de feiten aan. Henk Steinhauer kwam vanuit de opening vrij snel in de problemen door een wat al te voorzichtige opzet. De tegenstander voerde de aanval met verve tot winst. De partij van Jim Slager werd snel potremise, een dichte stelling en ongelijke lopers. Marius speelde remise in een merkwaardige partij. De tegenstander opende met a3, offerde later in de partij een stuk tegen 2 pionnen, maar wist toch de remisemarge vast te houden. Marino stond een fractie beter, maar winst viel niet direct te verwachten. Henny Haggeman speelde wederom een prima partij. In een Benoni kon zijn paard binnenvallen dankzij een pion op c4. De alles of niets aanval van de tegenstander werd handig weerlegd. Omdat we er rekening mee moesten houden dat het eindspel van Raymond –drie vastgelegde pionnen tegen een loper, met aan beide kanten een toren - niet te houden zou zijn weigerden Cees en ik een remiseaanbod van onze tegenstanders. Cees had de hele partij wat ongemakkelijk gestaan in een Hollandse  partij met g6, na de weigering van het remiseaanbod ging het helaas snel mis.


Dat betekende dat ik hoe dan ook op winst moest spelen.  Ik had toren, loper en paard tegen een twee torens. Helaas was mijn koning afgesloten. Mijn onterechte winstpoging hield het offer in van twee pionnen. Mijn tegenstander die twee keer in grote tijdnood zat,  zag het niet meer, zodat mijn kamikazeactie een heel punt opleverde. Omdat inmiddels Raymond inderdaad verloren had, moest Marino alsnog een remisestelling proberen te winnen. Helaas dat lukte niet.  


Tweede team

Duiven 1 - Doetinchem 2   (door Frans Kuggeleijn)

Misschien lag het aan het te ernstig nemen van mijn nieuwe verantwoordelijkheden als teamleider, misschien aan het niet in de juiste verhouding brengen van afstand en tijd, in ieder geval was het voltallige team van Doetinchem 2 ruim drie kwartier voor aanvang van de wedstrijd aanwezig in het plaatselijke Cultureel Centrum te Duiven.

Eén van die gebouwen, waarvan er indertijd, waarschijnlijk op éen en dezelfde avond en door éen en dezelfde architect een paar dozijn op de tekentafel zijn gezet om de provincie voor jaren van te voorzien. Met als gevolg dat, als je eenmaal een tijdje binnen bent, je niet meer precies weet of je nu in Terborch, Gendringen, Ulft of bijvoorbeeld Duiven bent. Zo ook verging het Jim Slager, die er van overtuigd was dat we bij de verkeerde vereniging en in de verkeerde plaats waren. Van een vorig bezoek aan Duiven kon hij zich immers nog goed de prachtige, grote reproducties van Jeroen Bosch herinneren, die de wanden van de speelzaal hadden opgesierd. Nadat ik hem er van had overtuigd dat we wel degelijk in Duiven waren en dat de afbeeldingen van Jeroen Bosch waarschijnlijk waren vervangen door ander, zij het beduidend minder werk, was hij alsnog bereid te spelen.

Het Centrum droeg de naam " Onderling Genoegen ", en inderdaad, op het menselijk vlak was er die avond van geen enkele wanklank sprake. Nadat de wedstrijd klokslag 20.00 uur een aanvang had genomen, was er zelfs sprake van een soort van vliegende start voor Doetinchem.

Terwijl de andere spelers nog bezig waren met het openvouwen van hun boekjes of voorzichtig overwogen e4 dan wel d4 te spelen, had Benno Thomassen, met de zwarte stukken op bord acht spelend, al korte metten gemaakt met zijn tegenstander. " De Van Geet opening ", verklaarde deze, als had het allemaal aan de vermaarde schaaktheoreticus gelegen. Het zal nooit Van Geet´s bedoeling zijn geweest om wit vier maal met de dame in de opening te laten spelen en zwart evenzovele tempo´s voorsprong te geven. 1-0 voor Doetinchem. Er zal in de toekomst zeker rekening gehouden worden met Benno´s voorkeur voor de zwarte stukken. Al zou hij met blauwe stukken willen spelen. Daar zullen vast wel ergens regels voor zijn.

Lang konden we niet van deze voorsprong genieten. Op bord zeven was Henk Hamer zo sportief geweest om, ondanks eerdere bezwaren, de plaats in te nemen van Philip Friesen, die elders studieverplichtingen had. Hoewel Henk veel sterker geachte spelers vaak op rij verslaat en zich daarbij de naam " reuzendoder " toeeigende, was dit zijn avond niet. Vanuit de opening kwam hij al gauw in grote problemen. Toen dit ook nog resulteerde in het verlies van een toren was er, ondanks dappere tegenstand, geen houden meer aan. 1-1. Een incident, meer niet.

Op bord vijf had Wim Lenderink met wit een rustige avond. Hoewel hij daar zelf, bescheiden als altijd, geheel andere gedachten over had. "Zo gemakkelijk is dit nog niet", "Er zitten nog vele haken en ogen aan" of  "Dat gaat nog niet zo één, twee, drie". Ondanks deze, hem sierende voorzichtigheid bracht hij de partij kalm en zakelijk tot een goed einde. 2-1 voor Doetinchem.

Zelf speelde ik op bord vier met zwart tegen een oude bekende, de heer Tiecken. Onze laatste ontmoeting was in een gelijk spel geëindigd en ook deze keer scheen het die kant op te gaan. Een gelijk aantal pionnen, wit een paard, zwart een loper en alles muurvast. Om een einde aan deze onwrikbare toestand te maken besloot mijn tegenstander een pion te offeren. Bij het uitvoeren van deze zet greep hij plotseling naar zijn hoofd en werd lijkbleek, daar hij zich realiseerde dat de door het offer vrijgekomen pion nooit de achtste rij zou kunnen bereiken. Enige zetten later bleek echter dat hij onbedoeld een meesterzet had uitgevoerd. Een zet van een eenvoud en een diepte zoals er waarschijnlijk nooit meer één gespeeld zal worden in de tweede klasse van de OSBO. Mijn koning kon nog slechts van afstand toezien hoe het spel zich verder ontwikkelde. Wel wist ik, evenals mijn tegenstander nog twee dames te halen, maar dit was slechts om het bord voor de eventuele voorbijganger een dragelijker aanzien te geven. Het was ons beiden duidelijk dat mijn koning in het resterende eindspel van twee pionnen tegen twee pionnen altijd te laat zou komen. 2-2.

Inmiddels had Philip Schyns op bord zes een - ook naar eigen zeggen - prachtige stelling opgebouwd. Het zou slechts een kwestie van tijd zijn of de witte stukken zouden bezwijken onder de ijzeren greep. En daar wrong de schoen. Mooie dingen ontstaan nooit in een vloek en een zucht. De schoonheid die door Philip tot stand was gebracht had oceanen van tijd gekost. Slechts een kleine drie minuten - tegen ruim een half uur voor wit - restten hem om de winnende zetten uit te voeren. Dit bleek ondoenlijk. Het leven is oneerlijk. Vaak hebben de vloeken en de zuchten de overhand. 3-2 voor Duiven.

Op bord één was Jim Slager aanbeland in het laatste stadium van zijn partij tegen de sympathieke, sterke P.de Kort. Een speler met de - voor de tweede klasse - ongekende rating van 2036. Van een noemenswaardig krachtsverschil was echter geen sprake. Je kon zelfs zeggen dat Jim zijn tegenstander in de opening geheel overvleugelde. De zwarte koning stond moederziel alleen in het midden van de achtste rij. En hoewel de dames al waren afgeruild, was dat feit ditmaal geen geruststelling. De witte torens zouden als het ware een partijtje jojo met hem hebben kunnen spelen. Om mijn plastische verslag iets af te zwakken zij gemeld dat Harold Vrieling, die er iets dichter bijzat - ernaast zelfs - geen onmiddellijk gevaar voor de zwarte koning had gezien. Een kwestie van spelopvatting. Hoe het ook zij, de toestand op het bord was in de loop van de partij veranderd. Het kan zijn dat het gemis van Jeroen Bosch zich toch heeft doen laten gelden, of dat P. de Kort zich had hervonden, in elk geval lagen de beste kansen bij de laatste. Nog niets dramatisch. Jim schatte de stelling als remise in.

Op de koningsvleugel beiden vier pionnen, op de damevleugel één ver opgerukte vrijpion aan de rand van het bord voor zwart, geflankeerd door beide koningen, die in spannende afwachting waren voor wie de zetdwang zou zijn. Dit zou slechts afhangen van het uitrekenen van de laatste pionzet. Zwart rekende het best. 4-2 voor Duiven.

Op bord twee speelde Harold Vrieling een ijzersterke partij met zwart, waarbij het grootste gedeelte van de strijd bepaald werd door de voorsprong van een licht stuk tegen enkele pluspionnen. De structuur van deze pionnen was echter zo verbrokkeld, dat ze moeilijk een vuist konden maken. Toen Harold dan ook een vage promotiedreiging van één dezer pionnen, geëscorteerd door een toren op de zevende rij, terecht als volstrekt ongevaarlijk beoordeelde en resoluut zijn eigen toren met schaak tussen de vijandelijke koning en ongedekte loper plaatste, was de strijd snel beslist. 4-3 voor Duiven.

Restte nog slechts onze sterke nieuwe aanwinst Sander van Vucht op bord drie. Hij speelde een sterke, gedegen partij en had eigenlijk alleen het ongeluk aan de andere kant van het bord een even gedegen speler te treffen. Beiden hadden zich al uren ervoor verzoend met het idee van een remise. In afwachting van de uitslagen op de andere borden was Sander echter bereid gevonden om nog wat door te spelen en te hopen op een eventuele blunder van de tegenstander. Die was uitgebleven, en nu bleef voor hem de ondankbare taak in een volstrekt gelijke stelling iets te moeten forceren teneinde de stand nog om te buigen. Toen dit uitliep op een eindspel met twee gelijke lopers en een gelijk aantal pionnen, waarbij elke verdere poging ogenblikkelijk beantwoord zou worden met een herhaling van zetten, besloot men alsnog tot deling van het punt. 4½ -3½ voor Duiven.

De kleinst mogelijke nederlaag, én 3½ bordpunten zijn 3½ bordpunten. Gezien het vertoonde spel en het feit dat enige partijen voor hetzelfde geld in overwinningen voor Doetinchem hadden kunnen eindigen, zie ik nog grote mogelijkheden voor dit team. Eerste klasse, promotieklasse, KNSB, Europa..., het zijn allemaal maar kleine stapjes.

Doetinchem 2 – Variant 1 ( Huissen )   (door Frans Kuggeleijn)

Het begint er op te lijken dat beide Doetinchemse teams een abonnement op 3½ - 4½ - nederlagen hebben. Ditmaal mocht de Variant met de kleinst mogelijke overwinning op zak naar Huissen terugkeren. Een vriendelijk, doch rommelig team.

Was de oorspronkelijk geplande ontmoeting afgezegd wegens een nog steeds niet geheel duidelijk geworden geval van overmacht, nu kwam men een kwartier te laat in Doetinchem aan met de mededeling dat de eerste bordspeler zoek was. Of hij ooit Huissen verlaten had óf nog zou komen opdagen, liet men in het midden.

Een en ander hield in dat Jim Slager na een uurtje klok kijken het eerste punt voor Doetinchem kon bijschrijven. 1 - 0.

Waarschijnlijk bij het vooruitzicht ooit met blauwe stukken te mogen spelen, was er een zekere verkramping opgetreden in het spel van Benno Thomassen op bord zeven. Al gauw kwam hij enige stukken achter en was de zaak reddeloos verloren. 1- 1.

Henk Hamer, nu invallend voor Philip Schijns, was met zijn hoofd nog in Elst bij de persoonlijke kampioenschappen, waar hij na vier ronden aan kop gaat in de tweede klasse. Een onbesuisd stukoffer, met de bedoeling zijn pluspion snel naar het promotieveld te loodsen, werd terecht door zijn tegenstander meteen als gift ingeschat. 1 - 2.

Daar mijn eigen partij het langst duurde, heb ik de ontwikkelingen op de andere borden niet in detail kunnen volgen. Zo kan het dan ook komen dat ik niet weet hoe de fraaie, en enige reguliere overwinning van Philip Friesen op bord zes tot stand is gebracht. Maar ook als ik er met mijn neus boven op had gestaan, zou ik het waarschijnlijk niet hebben geweten. Hoe hij het doet heb ik nooit begrepen..., hij doet het. En daarbij spaart hij ook nog wonderlijke autosleuteltjes. 2 -2.

Op bord vijf schatte Wim Lenderink zijn kansen na enige tijd spelen als fiftyfifty in, en bood derhalve remise aan. Na ampel beraad besloot zijn tegenstander om door te spelen. En met succes. 2 - 3.

Op bord twee en drie hadden Harold Vrieling en Sander van Vucht te maken met twee onbuigzame spelers. Waardoor dan ook op beide borden tot deling van het punt werd besloten. Waarmee Harold in de persoonlijke score met 1½ uit twee op kop gaat. 3 - 4.

Ikzelf stond inmiddels volledig verloren en was al van plan mijn koning om te leggen, toen ik gered werd door een opmerkelijk staaltje van mental-coaching.

In de stroom van woorden en raadgevingen die Henk Hamer over mij placht uit te storten kun je soms, als je er oog en oor voor hebt, kleine juweeltjes vinden waar je voordeel mee kunt doen. Zo ook nu. " De rug rechten "..." De mouwen opstropen "..." Er voor gaan "..." De beuk er in ". Het is slechts een kleine greep en zelf zou ik er nooit op zijn gekomen, maar verdraaid..., ik was nog nauwelijks begonnen dit alles tot mijn geestelijk eigendom te maken, of mijn toch niet geringe tegenstander ( alles boven een rating van 1700 is niet gering ) begon te knoeien. Waar een eenvoudige dameruil de winst had gebracht, begon hij op uithoeken van het bord pionnen op te halen. Hetgeen mij in de gelegenheid stelde een - in alle bescheidenheid - briljant torenoffer te brengen, dat bij weigering nog winstkansen had gebracht en bij aanname tot een zekere remise zou leiden. Tot het laatste werd besloten. 3½ - 4½.

Ook na deze kleine nederlaag zie ik nog grote mogelijkheden voor dit team. Die zeven bordpunten moeten een betekenis hebben.

Deze eerste twee wedstrijden waren slechts een test. Hoewel enige realiteitszin mij gebiedt Europa even te laten voor wat het is en ons allereerst voorzichtig te concentreren op klassebehoud.


 

SCHAAKMEMORIAAL

(Door Jelle de Jong)

Milan Vidmar, na Euwe de sterkste amateurschaker ter wereld tijdens het interbellum, schreef aan het eind van zijn schaakcarrière een boek met zijn herinneringen dat hij Goldene Schachzeiten noemde. Een prachtige titel voor de herinneringen van de professor uit Joego-Slavië; de man waar de broodschakers van voor de oorlog verschrikkelijk de schurft aan hadden. Er werd hem door zijn schaakbroeders verweten dat hij met zijn ruime inkomen hun het brood uit de mond stal.

Nu ik langer dan 66 jaar schaak wil ik ook wel eens iets van mijn herinneringen ophalen; het waren wel geen gouden tijden maar wel belevenissen waar ik nog met genoegen aan terugdenk. Stuivers tussen de centen.

Begin maart 1935 logeerde mijn grootmoeder bij ons ter gelegenheid van de verjaardag van mijn moeder. Toen eens ter sprake kwam dat ik kennis gemaakt had met schaken en graag een schaakspel zou willen hebben, beloofde mijn grootmoeder die een zwak voor mij had (ik was naar haar man genoemd) me een spel op mijn verjaardag. Mijn moeder kocht het toen ze eens boodschappen ging doen in de stad ( Sneek) bij V&D. Het kostte zes gulden en was een mooi spel. Op mijn verjaardag was het er, maar wie het betaald heeft zal ik nooit te weten komen.

Maar ’t schaken werd niet veel, we wisten maar van twee mensen dat ze konden schaken: de bakker en een wat oudere buurjongen die ik eerder had zien schaken. 

In het najaar van 1935 schaakte Euwe om het wereldkampioenschap tegen Aljechin.De partijen stonden uitgebreid in de krant en ik probeerde ze na te spelen maar dat lukte niet goed, want ik wist niet wat 0-0 en 0-0-0 betekende. Op Sinterklaas kreeg ik toen een schaakboekje waarin alle geheimen van het schaakspel stonden.

Toen mijn buurjongen ziek werd en graag wou schaken kon het gaan gebeuren. Door de week met de buurjongen en zaterdagsavonds met de bakker. Maar al gauw was ik mijn partners te slim af en kregen ze er genoeg van. Er werd toen ontdekt dat een boer in ons dorp ook kon schaken. Met hem speelde ik toen een avond in de week en we waren aardig tegen elkaar opgewassen. In het naburige Workum was een schaakclub en wij daarheen. Ik herinner me nog dat ik bedeesd aan de voorzitter vroeg of ik lid mocht worden. De voorzitter vond het goed maar zei er bij dat er niet teveel jongens moesten komen. M.a.w. het was, net als bij de andere schaakverenigingen een oude-heren-vereniging; ik was toen dertien.

 De voorzitter, een oud hoofd van een school, nodigde me ook eens uit om bij hem thuis te komen spelen, hij vond het kennelijk wel leuk om tegen zo’n jongetje te spelen maar wou liever niet het risico lopen op de club tegen een kind te verliezen. Ik vond het een hele gebeurtenis. In een groot herenhuis aan de markt liet de huishoudster me binnen en bracht me in de huiskamer waar de voorzitter, die met zijn snor sprekend op Clemenceau leek, met bord en stukken voor zich, me op zat te wachten. Wie won weet ik niet meer.

Op de club speelden we zonder klokken en notatie een onderlinge competitie. Een of twee partijen per avond, net zoals het uitkwam. Je zocht zelf een tegenstander en de uitslagen werden in een diagram ingevuld. De competitie werd nooit helemaal uitgespeeld maar dat was geen punt. Er werden genoeg partijen gespeeld om er de pikorde uit op te maken. Prijzen werden niet uitgereikt en de sterkste was wel bekend maar werd nooit gelauwerd. Het eerste jaar eindigde ik in de middenmoot, het tweede jaar zat ik in de wat we nu noemen de subtop.

De vereniging, die ODI heette (ontspanning door inspanning), was niet aangesloten bij de Friese schaakbond maar eens per jaar speelden we tegen de club uit het naburige Koudum. Daar gingen we op de fiets naar toe, behalve het bestuur. De direkteur van de zuivelfabriek had een auto en hij nam de bestuursleden mee. Ieder die wou deed mee. Ik weet nog dat ik won tegen een leraar die May heette. Het jaar daarop kwamen ze bij ons.

De club telde zo’n 20 à 30 leden van alle rang en stand. Ik herinner me twee boeren,  een veekoopman, een direkteur van een pottenbakkerij, de direkteur , de assistent en de boekhouder van de zuivelfabriek, de gemeentesecretaris en de gemeente architekt, een zoon en een schilder  van de pottenbakker, de direkteur en twee leraren van de ulo-school, twee broers van een van de leraren, waarvan een nog op de ulo zat, nog een pottenbakker, een Duitser die voor zichzelf begonnen was (hij moest in het Duitse leger en we hebben hem nooit meer teruggezien), een smid en een boerenzoon die later boer geworden is.

De pottenbakker was een aparte, Eens per jaar speelde Davidson, ik meen de eerste Nederlandse beroepsschaker, simultaan. Hij was met een Workumse getrouwd. De pottenbakker zat op een gegeven moment met de handen vol stukken toen Davidson weer langs kwam. Niemand wist meer hoe de stand was. Waarschijnlijk stond de pottenbakker glad verloren. Er werd tot remise besloten.

Inmiddels was ik naar de ulo in Workum gegaan waarvan een leraar een van de twee sterkste schakers was. Hij was toen zo’n negentien jaar, ik veertien. Hij kwam pas van de kweekschool, had de akten Frans en wiskunde l.o. en werkte als volontair voor een rijksdaalder per week. Van hem heb ik een keer gewonnen in een sigarenwedstrijd, mijn grootste triomf. Met Sinterklaas werden groepjes van vier gevormd, de winnaar kreeg een doos sigaren. Op een reünie van de ulo niet zo lang geleden, vertelde een klasgenoot dat ik tijdens de les een partijtje blind geschaakt had met die leraar. Kennelijk had het op hem meer indruk gemaakt dan op mij.

Dit was mijn eerste schaakclub. Zo heb ik er nog een stuk of zes gehad. Als de redacteur ruimte heeft en het op wil nemen kan ik zo nog wel even doorgaan. Ik ben mijn hele leven blijven schaken en denk er nog met genoegen aan terug.