Secondant
Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem
jaargang 36 nummer 2
   
   
   
Redacteur:   Marino Küper
Adres:   Loiredal 33
  7007 HK  Doetinchem
telefoon: 0314-361599
   
   
   
Bestuur:  
Voorzitter: Kees Nederkoorn
Secretaris:  Marius van Hal
  Vancouverstraat 11
  7007 GA  Doetinchem
  0314-344623
Penningmeester: Henny Haggeman
   
   
Jeugdleiders:  Marino Küper, Theo Goossen, Frans Kuggeleijn, 
  Jaap Stuurwold, Wim Hollander
   
   
Contributie:  
Volwassenen: € 70 per jaar
Aspiranten: 30 per jaar
Junioren: € 40 per jaar
Proeftijd: 6 weken gratis
Rekeningnr: 31.43.25.719 Rabobank Doetinchem
Ten name van: Penningmeester SV Doetinchem
   
   
Speelruimte:  
Clublokaal: TAS Denksportcentrum
Adres: Industriestraat 23b
  7005 AN  Doetinchem
telefoon:  0314-344971
webpagina: www.denksportcentrum.nl
   
   
Speelavond:  
volwassenen: dinsdagavond van 20.00 tot 24.00 uur.
jeugd: dinsdagavond van 18.45 tot 19.45 uur.
   
   
Internet:  
Webpagina: home01.wxs.nl/~thoma305

 ______________________________________________________________

Inhoud:
1  Colofon
2 Inhoud
3 van de redacteur
4 Externe competitie
20 Analysehoek
25 SVD-ers op pad
27 De Hond van Hübner
34 Elsevier Science Rapid Toernooi
35 Schaakmemoriaal
37 Interne competities

 ______________________________________________________________

 

Van de redacteur

Door Marino Küper

Het is maar dat u het weet. De computer heeft de schaakmacht overgenomen! Hoewel Kasparov, Kramnik en Bareev nog net hun minimatches tegen respectievelijk Junior, Deep Fritz en Hiarcs op een gelijk spel wisten te houden, leidt het geen twijfel dat ze een match over 20 partijen kansloos zouden verliezen. Het wachten is nu nog op enkele duidelijke overwinningen in deze korte matches en de coup zal ook voor grootste leken zichtbaar zijn.

Jeroen Piket zal het als niet meer als schaakprofessional meemaken. Onlangs heeft hij een betrekking aangenomen als persoonlijk adviseur van Joop van Oosterom, de miljardair, die vanuit Monaco optreedt als een klassieke schaak mecenas. Toen hij anderhalf jaar geleden al aangaf zich op een studie te willen storten kon ik hen geen ongelijk geven. Ooit was Jeroen een groot talent. Halverwege de jaren 90 bereikte hij zelfs even de 6e plaats op de wereldranglijst. Desalniettemin bleek op beslissende momenten telkens weer dat hij niet de vereist koelbloedigheid bezat voor de grote doorbraak.

De komende jaren zullen we het als Nederlandse schaakfans dus moeten doen met een zichzelf overschreeuwende dertiger (Loek van Wely), een vijftiger die kampt met overgewicht, vrouwen en drankzucht (naam overbodig) en enkele aangespoelde oostvruchten. Waarlijk, we hadden het slechter kunnen treffen. Laten wij hier een voorbeeld nemen aan de Damsport. Met het verscheiden van volksnar Jannes van der Wal is deze denksport immers zo goed als geheel verdwenen van de sportpagina’s.

Dit nummer van de secondant geeft aanleiding tot vreugde. Gevarieerder en volumineuzer dan ooit tevoren. Henny volgt het advies van Botwinnik en Kasparov (analyseer je partijen en publiceer je analyses. Ook Kees liet zich niet onbetuigd. Hij kwam met een toernooiverslag, een verslag over het verloop van de roostercompetitie en een partij analyse. Van Sander van Vucht dit keer een verslag van zijn schaakavonturen op Sumatra. Zelf ben ik verantwoordelijk voor het interview met de even geheim- als diepzinnige Phaedrus. De bijdragen van Jelle trekken regelmatig de aandacht van de OSBODE. Maar ook de wedstrijdverslagen van Frans blijken niet onopgemerkt aan de schaakgemeenschap voorbij te trekken blijkens het volgende mailtje dat ik onlangs ontving:

Hallo Marino,

Surfend op het web onder de vrijpion Gendt, waar ik deel vanuit schijn te maken. Kwam ik je leuke stukje tegen, van jullie bezoek aan ons. Ik en met mij veel van onze leden hebben er kostelijk om gelachen. Als al je stukjes zo zijn, kan ik me voorstellen dat jullie club blad veel en met de nodige humor gelezen wordt.  

Groeten Theo Meyer

Ik wens u ook nu weer veel leesplezier.

 

 ______________________________________________________________

Externe competitie

 

Doetinchem 1

Door Marino Küper

 

  PION 2  1814 - Doetinchem 1941 3½ - 4½ 
1 J.L. Molenaar 1812 - C.A.J. Nederkoorn 2047 0-1
2 W.M. Veenstra 1869 - V. Rothuis 1975  0-1
3 M.de Jonge 1806 - T.P. Goossen 2042  1-0
4 W. Gielen 1936 - M.van Hal 1994 0-1
5 M. Auwens 1849 - M. Küper 2016 0-1
6 M.J.P.van Wettum 1804 - P.P. Roessel  1843  1-0
7 W. Reynen 1752 - H. Haggeman 1799 1-0
8 H.W.J. Ariaans 1682 - S.van Vucht 1809  ½-½

Een leuk spelertje

De wedstrijd tegen Pion 2 uit Groesbeek  werd weer eens op ouderwetse wijze door ons uit het vuur gesleept. In een spannende wedstrijd wisselden de kansen per  bord en per zet. Toen de kruitdampen optrokken na de tijdscontrole, bleken wij de gelukkigste handen te hebben gehad in de tijdnoodduels. Hoewel er hier en daar ook wat misliep hadden we bij een 3½-3½ geen twijfel meer omtrent de einduitslag. Marius van Hal speelde nog en stond totaal gewonnen.

In deze stelling had Marius geen moeite meer om de zwarte stelling tot winst te voeren, hoewel het ook nog mis kan gaan bij verregaande onvoorzichtigheid. Zo zou zwart na de zet 45 …, b5?? Waarschijnlijk de partij verliezen vanwege 46 a4. Marius is natuurlijk veel te sterk om zich met dergelijke pulp bezig te houden en maakte het koeltjes af.

45...Kg5 46.Ke3 Kf6 47.Kf3 Ke6 48.Ke3 Kd5 49.Kd3 f4 50.Kd2 Kd4 51.Ke2 Kc3 52.Kf3 Kb2 53.Ke4 Kxa2 54.Kxe5 Kxb3 55.Kxf4 c4 0–1

 

Theo Goossen had een lastige middag. Na een opportunistisch pionoffer van zijn tegenstander in de opening bleek het inderdaad niet eenvoudig om de stukken naar de goede plaatsen te brengen. Toch liet Theo zich lange tijd niet van de wijs brengen en vond hij in een netelige situatie vaak de beste zet. Maar uiteindelijk werden de stellingsdruk en de tijdnood hem teveel.

 

27.Kg2 27.Pd2 ziet er veel sterker uit, wit ontwikkelt zich verder en zwart heeft geen directe dreigingen. Waarschijnlijk onderschatte Theo hier de volgende zwarte wending die inderdaad niet makkelijk te voorzien en door te rekenen was.  27...Tae8 28.Th3 Dd1 29.Th1 Te2+! Nu staat zwart gewonnen 30.Pxe2 Dxe2+ 31.Kg3 Te8 32.Tf1 Te3+ 33.Tf3 Lc7 34.Txe3 Dxe3+ 0–1

Kees duelleerde met Vincent om de dagprijs. Beiden kregen snel na de opening een prachtige stelling en wisten deze overtuigend af te maken. Kees legt U hieronder zelf uit hoe hij te werk ging:

Nederkoorn,K - Molenaar,J [B22]

Promotieklasse Doetinchem, 12.2002

1.e4 c5 2.d4 cxd4 3.c3 d5 4.exd5 Dxd5 5.cxd4 Pc6 6.Pf3 e6 Een bekende stelling uit het geweigerd Morra-gambiet. De laatste zwarte zet is wat voorzichtig; ook Lg4 is een mogelijkheid 7.Pc3 Dd8 8.Lb5 Hier zijn zowel Ld3 als Lc4 alternatieven. De stelling na Lc4 kan overigens ook ontstaan uit het aangenomen damegambiet en uit de Caro-Kann! Ld7 9.0–0 Pf6 10.De2 10. d5 is ook een mogelijkheid Le7 11.Te1 Dit leek me tijdens de partij sterk, maar Td1 is waarschijnlijk toch iets beter. a6 12.La4 Pb4 Zwart ziet de dreiging d5 steeds boven zijn hoofd hangen en probeert daarom veld d5 in handen te krijgen. Dat geeft echter andere verzwakkingen. Beter is 12 …, Tc8 13.Lb3 Lc6 14.Pe5 Ld5 beter Pbd5 15.Pxd5 Pbxd5 Diagram  

16.Pxf7 natuurlijk! Kxf7 17.Dxe6+ Kf8 met Ke8 kan zwart iets langer tegenstand bieden; Fritz geeft hier de variant 17….Ke8, 18. Te5, Pc7 19.Df7+, Kd7 20. Lf4 18.Lg5 Dd6 19.Lxd5 1–0

  

Vincent was evenmin zachtzinnig voor zijn tegenstander. Helaas ben ik niet in het bezit van de notatie van deze partij zodat ik de lezers deze partij moet onthouden. Ik kan u echter verzekeren dat de ene krachtzet de andere opvolgde. Vincents tegenstander dwong veel respect af door niet gillend het pand te verlaten. Beheerst nam hij na afloop de partij met Vincent door. Bij deze analyse was ook de Groebeekse crack Theo Wijnhoven actief. Toen echter bleek dat Vincent ook in staat was om al zijn suggesties te weerleggen werd het erg stil. Nog nasuizend van wat hij zojuist had meegemaakt wist hij alleen nog maar uit te brengen: ‘leuk spelertje’. Volgens mij komt deze uitspraak in aanmerking voor de eerste prijs in de competitie voor  ‘understatement van het jaar’.

Zelf won ik door in een technische stelling een krachtzet op het bord te brengen.

29.d4 exd4? Zwart hield uitsluitend rekening met het antwoord 30 Pxd4 30.Nf4+! Kf7 30 Ke7 31 Pg6 31.e5

1–0

Peter Roessel bereikte niet zijn normale niveau en verloor zonder ooit uitzicht gehad te hebben op winst. Ook Henny had geen plezierige dag. Vanuit de opening kwam hij zwaar onder druk te staan, waarna een onnauwkeurigheid hem onmiddellijk fataal werd. Sander van Vucht kwam in zijn partij op geen enkel moment in gevaar, maar had evenmin zicht op voordeel. Uiteindelijk was zijn remise dan ook een logische uitkomst van de partij, waarbij tevens de stand in de wedstrijd een rol speelde. Omdat Marius duidelijk gewonnen stond was de overwinning binnen handbereik en zou het waanzin zijn geweest op een riskant winstpoging in te zetten.

 

  Doetinchem - De Toren  4 - 4
1 V. Rothuis - B.T.van Onzen  0 - 1
2 C.A.J. Nederkoorn - B. Beeke 1 - 0
3 M.van Hal - J.van Onzen 0 - 1
4 T.P. Goossen  - M.B.M. Tennissen 1 - 0
5 M. Küper - T.H.N.van Nispenrode ½ - ½
6 P.P. Roessel  - J.H.T. Hoedemaeckers 0 - 1
7 H. Haggeman - V. Vleeming 1 - 0
8 S.van Vucht - A.W. Karssenberg ½ - ½

Eindspel

Elke ervaren clubspeler heeft het wel eens meegemaakt. Je staat met 4-2 achter en er lopen nog 2 partijen waarin de clubgenoten beter staan. Tussen hoop en vrees kijk je naar die partijen. Elke zet opnieuw weeg je de kansen af. Maar hoe weinig komt het voor dat die partijen ook inderdaad vervolgens in winst worden omgezet. De nivellerende kracht van het spel is vaak te groot om de kleine voordeeltjes tot iets substantieels te laten uitgroeien. Vanaf de wedstrijd tegen De Toren kan ik zeggen dat ik zoiets met eigen ogen heb mogen aanschouwen. Het lukt Theo en Kees om deze krachttoer uit te halen waardoor we alsnog een wedstrijdpunt uit het vuur wisten te slepen. Kees was de eerste die zijn tegenstander op de knieën dwong.

Op het eerste gezicht is moeilijk te zien hoe wit verder moet komen. Maar Kees laat zien dat een vrijpion veel sneller en gevaarlijker indien hij door de koning wordt ondersteund. Bovendien laat hij zich niet verleiden tot het aanvallen van pion a5. Dat had uitsluitend tijdverlies opgeleverd. 51.Kb6 Td4 52.Kb5 g4 53.c5 Kf6 54.Te1 Td5 55.Kb6 Te5 56.Tc1 g3 57.c6 g2 58.c7 Te8 59.Kb7 Te7 60.Kb8    

1-0

 

Een diagram voor de slotstelling. Kijk eens naar het verschil in effectiviteit van de beide koningen.  

 

Ook Theo zat in een situatie waarin het een kwestie werd van wrikken en trekken om door de vesting van zijn tegenstander heen te breken. Helaas schaakt onze Grote Grijze Goeroe beter dan hij noteert. Uit het formulier kon ik de partij niet meer reconstrueren. Op de website van de Toren valt nog overigens op te maken dat in deze partij 3x dezelfde stelling zou zijn voorgekomen. Iets dat Theo overigens stellig ontkent. Hoe dan ook, door zijn huzarenstukje werd het wedstrijdpunt gered.

Daar was nog een andere ontsnapping aan voorafgegaan. Na een fout in een scherpe opening kwam ik twee pionnen achter. Omdat mijn tegenstander vervolgens te slap speelde kreeg ik alsnog tegenkansen. Het lukte mij geleidelijk aan door actief tegenspel de kansen weer ongeveer gelijk te maken. Net op het moment dat ik daarin geslaagd was maakte ik een enorme blunder waardoor mijn tegenstander op slag kon winnen. Gelukkig zag hij het niet en na zijn antwoord kwamen we in een theoretische remisestelling.

Marius heeft de reputatie van een zeer solide speler. Slechts zelden ontsnapt hem een grafzet. In deze wedstrijd kwam echter de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt.  

In deze totaal gewonnen stelling besloot Marius de druk nog wat meer op te voeren met 24...Td2?? Na het prozaïsche  25.Pxh4 konden de stukken in het doosje.

Peter werd in een slechter staand eindspel langzamerhand leeggezogen. Henny daarentegen heeft blijkbaar besloten dat hij dit seizoen naam gaat maken als ‘Henny de Hakker’. De verleiding is groot om deze partij hier te presenteren, maar verderop in dit nummer vindt kunt u genieten van de analyse van de meester zelf. 

Sander van Vucht speelde remise, maar deed dat in een spetterend partijtje. In de volgende geladen stelling besloot Sander de spanning op te voeren.

18.b4 exf4! Een onverwacht schijnoffer waarmee zwart het initiatief verovert. Gelukkig bleef Sander zich na deze donderslag koel verdedigen. 19.bxc5 Pxe2+ 20.Dxe2 Lxc3 21.Tb1 Ld4+ 22.Kh1 Lxc5 23.Txb7 Le3 24.Lxe3 fxe3 25.Dxe3 Tc7 26.Da7 Txb7 27.Dxb7 Da5 28.Db2

½–½

Vincent zal zijn partij niet licht vergeten. In een damepionspel kreeg zijn tegenstander een drukstelling. Vincent slaagde er niet in om zich aan deze druk te ontworstelen en uiteindelijk was het voor zijn tegenstander niet moeilijk om de partij te winnen. Het is te hopen dat Vincent deze partij nog eens goed met zijn trainers doorneemt. Het analyseren van zo’n rotpartij is vaak pijnlijk maar wel verschrikkelijk leerzaam. Het was extra zuur dat hiermee ook zijn 100% score tot een einde kwam.

 

   Zutphen 1827 - Doetinchem 1901 3½ - 4½ 
1 J.J.M. Bosch van Rosenthal 2026 - V. Rothuis 1975 0-1
2 D. Alink 1876 - M. Küper 2016 1-0
3 K. Hagendijk 2001 - T.P. Goossen 2042 0-1
4 N. Zafari  1757 - M.van Hal 1994  0-1
5 J.A. Blaak 1735 - P.P. Roessel  1843  ½-½
6 F. Posthuma 1691 - H. Haggeman 1799 1-0
7 E. Kloppers 1819 - H. Steinhauer 1733 ½-½
8 G.J. Ruegebrink 1712 - S.van Vucht  1809 ½-½

 

De jeugd heeft het heden

De witspelers aan bord 1 en 2 in deze wedstrijd kunnen gerekend worden tot de talentvolle jongeren. Ook de tegenstanders die ze troffen behoren tot een gelijk leeftijdscategorie, zij het dat er tussen die wit en zwartspelers wel een volle generatie ligt. Dat die extra ervaring niet opweegt tegen talent mag blijken uit de volgende partijfragmenten:  

 
In deze stelling bracht Vincent met de witte stukken de volgende combinatie op het bord: 23.Lc4 Dxc4 24.Dg5+ Kf7 25.Txh7+ 1–0  

Zelf werd ik ook totaal aangepakt.  

In deze stelling meende ik werkelijk dat het met de witte aanval nogal meeviel en liet mij verleiden tot 10...La6 Waarna de witspeler het snel afmaakte met 11.Pxf7! Txf7 12.Lxf7+ Kxf7 13.Pg5+ Kg8 14.Db3+ 1-0  

De stand was dus al snel 1-1. Daarna ontspon zich een thriller. Door het matige presteren van de oostelijke clubs in de 3e klasse KNSB is er dit jaar in de promotieklasse waarschijnlijk een versterkte degradatie. In die wetenschap was beide clubs er veel aan gelegen om te winnen. Aan alle borden werd dan ook hard gevochten. Marius bracht een aardige combinatie op het bord waardoor we op voorsprong kwamen.

In deze stelling liet de tegenstander van Marius zich verleiden tot: 22.Lxg7 waarna marius winnend voordeel kreeg met de tussenzet 22. …,  Pf4! 23. De3 Pxe2+ 24.Txe2 Kxg7  Hoewel de witspeler nog wat tegenstribbelde was er nooit twijfel aan de zwarte overwinning.

 

 

Theo liet weer eens zien dat hij in staat is om in elke stelling winstkansen te vinden.

Hier bracht  Theo wat extra spanning in de stelling door pion c3 te offeren 27.Pe1 Lxc3 28.Pd3 Lf6 29.Pxf4 Lxh4 30.Pxg6 Tg7 31.f4
In deze stelling heeft zwart het al niet meer makkelijk, maar na de volgende zet is het totaal uit. 31...Kd7 32.Td1+ Ke8 33.Pxh4 Tg4 34.Pf5 Txf4 35.Ke3 Tg4 36.Th1 Tg5 37.Txh5 Tg1 38.Th8+ 1–0

Helaas werd de overwinning van Theo weer ongedaan gemaakt door een blunder van Henny. Opnieuw liet onze hakker zien dat hij een ware transformatie heeft ondergaan. Met ondernemend en gedurfd spel kreeg hij voldoende initiatief om voor zijn materiele investering. Zijn tegenstander verdedigde zich echter goed en toen er uiteindelijk een moeilijke maar ongeveer gelijkwaardige stelling op het bord kwam liet onze held zijn toren ongedekt staan waardoor hij helaas verloor.

Het lot van deze wedstrijd lag daarmee in handen van Henk, Sander en Peter. Ze hadden allemaal een ingewikkeld eindspel op het bord. Zittend achter de witte stukken besloot Henk, met het oog op de stand in de wedstrijd, als eerste om alle risico’s uit de weg te gaan.
41.T5xd4 cxd4 42.Txd4 Kf5 43.Tf4+ Kg5 44.Tb4 het toreneindspel valt niet meer te winnen ½–½  

 

Ook Sander begroef zijn persoonlijk ambities in het teambelang door in een betere stelling (hij zat achter de zwarte stukken) remise aan te nemen (zie diagram). Daarmee stelde hij alvast 1 wedstrijd punt veilig.

 

Het kwam toen aan op Peter Roessel. Vanuit een stelling waarin menigeen de moed allang zou hebben opgegeven wist hij de remise haven te bereiken. Na de 53e zet van zwart werd de kritieke stelling bereikt in deze partij.

Peter gaf bij deze stelling het volgende commentaar toen hij de partij opstuurde: ‘Zwart moet proberen om met de toren de loper op d3 te slaan als de zwarte koning op c3 of d2 staat. Verder heeft hij het plan om de pion op c2 te slaan als zijn koning de loper kan pakken na terugslaan. Wit wil de pion op d4 slaan als zwart zich tegoed doet aan pion c2. Als zwart besluit om af te wikkelen met Txd3 dan moet wit de koning op d5 of c5 hebben staan. Dat geeft de witte koning de gelegenheid om pion a7 op te halen en vervolgens met de a-pion naar a7 op te rukken. Hoewel zwart dan een dame haalt blijft het remise. Ook tijdens het analyseren met Fritz wist ik de stelling steeds remise te houden’.

54.Le4 Te6 55.Ld3 Te3 56.Le4 Kc5 57.Ld3 Kb4 58.Le4 Kc3 59.Ke5 Kc4 60.Kf4 Kc3 61.Ke5 Te1 62.Kd5 Ta1 63.Ke5 Ta2 64.Ld3 Tb2 65.Ke4 Tb6 66.Kd5 Tf6 67.Ke5 Tf3 68.Le4 Tf2 69.Kd5 Tf8 70.Ke5 Td8 71.Ld3 Tc8 72.Ke4 Tc5 73.Kf4

½–½

Hiermee loodste Peter ons definitief buiten de gevarenzone.

 

  Doetinchem 1927 - Het Kasteel 1813  5½-2½ 
1 V. Rothuis 1975 - W.J.H.van Berkel 1950 1-0
2 C.A.J. Nederkoorn  2047 - C. Hermeling 1854 ½-½
3 M. Küper 2016 - H.T.F.W.van Kortenhof 1901 0-1
4 T.P. Goossen 2042 - D.A.J. Derks 1840 1-0
5 M.van Hal  1994 - W.H.van Nie  1845 ½-½
6 H. Steinhauer 1733 - R.E.J. Duin 1806 ½-½
7 H. Haggeman 1799 - T. Rutjes 1710 1-0
8 S.van Vucht 1809 - J.A.H. Steinman 1598 1-0

 

Consolidatie

Na de vorige ronde waren we de beste van de middenmoot. Een positie die in de wedstrijd tegen Kasteel werd bevestigd. Over het algemeen werd er erg solide gespeeld. Een duidelijke uitzondering hierop was ik zelf. Experimenterend met een nieuwe opening sloeg ik een remiseaanbod af in mindere stelling. De ‘winstpoging’ die ik daarna lanceerde bracht inderdaad een onmiddellijke beslissing en daarmee mijn 2e opeenvolgende nederlaag.

Vincent gaf aan het eerste bod wel het goede voorbeeld. In een strakke partij won hij met krachtig spel vanuit de volgende positie:

 

Berkel, W van - Rothuis [A38]

Promotieklasse Doetinchem, 26.03.2003

1.Pf3 Pf6 2.c4 g6 3.g3 Lg7 4.Lg2 c5 5.0–0 Pc6 6.Pc3 0–0 7.a3 d5 8.cxd5 Pxd5 9.Dc2 b6 10.Pxd5 Dxd5 11.d4 Lb7 12.dxc5 Diagram  
12...Pd4! 13.Dd2 Tad8 14.Pe1? een slechte zet in een moeilijke stelling.

14...Dc4! 15.Lxb7 Pxe2+ 16.Kg2 Txd2 17.Lxd2 Lxb2 18.Tb1 Da2 19.Pf3 bxc5 20.Lh6 Tb8 21.Tbd1 Pd4 22.Pxd4 cxd4 23.Lf3 e5 24.Tfe1 f6 25.Te2 Dxa3 26.Ld5+ Kh8 27.Tc2 Lc3 28.Ta2 Dc5 29.Lf3 a5 0–1  

 

Kees trok alle registers open om door de franse muur van zijn tegenstander heen te breken. Zijn tegenstander was blijkbaar geïnspireerd door Chirac en weigerde toe te geven. Uiteindelijk werd zijn hardnekkigheid beloond met een remise.

Theo won eerst het centrum, toen de koningsvleugel en vervolgens de partij. Het slot van deze partij is het naspelen waard.

 
23.Lxg7 Pxf4 24.Df2 en de dreiging 25. Df7 mat verhinderd 24. …, Pxd3 1–0  

 

Marius slaagde er niet in om iets te bereiken tegen het damepionspel van zijn tegenstander. Na zo’n 20 zetten werd in een dode stelling de vrede getekend. Ook Henk brak niet door het verzet van zijn tegenstander en moest na zo’n 21 zetten erkennen dat remise uit de weg gaan zinloos was. Henny daarentegen won weer eens door zijn tegenstander direct naar de strot te vliegen. Met zwart dwong hij zijn tegenstander als volgt op de knieën:

 

24...Lxa3! 25.bxa3 Dc3 0–1  

Sander won zijn eerste partij voor Doetinchem in de promotieklasse. Eigenlijk won hij zelfs twee keer. De eerste overwinning was in de opening toen zijn zijn tegenstander als volgt ondersteboven combineerde:

 
14.Pd6+! Lxd6 15.Lxg7 Dc7 16.Lxh8 f6 17.Pd4 0–0–0 18.Pxe6 Lxe6 19.Dxe6+ Kb8 20.Lxf6 Pxf6 21.Dxf6 Tf8 22.Dh4 Dxc2 23.Tf1 Lc5 In deze stelling werd Sander door alle goede geesten verlaten en verspeelde hij bijna de winst.
24.Tac1?? Lxf2+ 25.Dxf2 Txf2 26.Txc2 Txc2 27.Tb1 Kc7 28.h3 Kd6 29.Kh2 h5 30.Kg3 Ke5 31.Kh4 Txg2 32.Kxh5 Kf4 33.h4 b5 34.Tf1+ Ke5 35.Te1+ Kf5 36.Tf1+ Ke5 37.Tb1 a5 38.Te1+ Kf5 39.Tb1 Ke5 40.Kh6 Kf6 41.h5 met stug doorgaan heeft wit nog wat kleine kansen gecreëerd. Echt gevaarlijk wordt het echter niet zolang zwart blijft plakken aan de witte b-pion. Het plan dat hij kiest geeft Sander echter de kans om opnieuw voor de winst te gaan.

41...Tg8? 42.Tf1+ Ke6 43.Tf2 Tg3 44.Kh7 Tg5 45. h6 Ke7 46.Te2+ Kf7? 47.Tc2 a4 48.Tc7+ Kf8 49.Tg7 Td5 50.Tb7 Tg5 51.Tg7 Td5 52.Tg2 Kf7 53.Tf2+ Ke8 54.Kg6 Td1 55.Tf5 Tg1+ 56.Tg5 Txg5+ 57.Kxg5 Kf7 58.a3 Kg8 59.Kf5

1–0

 

 

stand na de 7e ronde

Promotieklasse Mp  Bp
1.  ASV 2 14 38
2. Meppel 10 36½
3. Lelystad 10 31
4. Doetinchem 9 33
5. De Toren  7  29
6. Het Kasteel 7 27½
7. ASV 3 6 25
8. PION 2 5 23
9. SMB 4 2  17
10. Zutphen 0 20

 

Persoonlijke resultaten  
Doetinchem Ap  Bp % ra  TPR
1 C.A.J. Nederkoorn 6 75 2047 2123
2 V. Rothuis    6 5 83 1975 2215
3 T.P. Goossen 7 79 2042 2119
4 M. van Hal 7 4 57 1994 1924
5 M. Küper 7 4 57 2016 1862
6 P.P. Roessel 5 1½  30 1843 1658
7 H. Haggeman 7 50 1799 1775
8 H. Steinhauer 5 2 40 1733 1742
9 S.van Vucht  6 3 50 1809 1700
 
 __________________________________________________________________________________
 

Doetinchem 2

Door Frans Kuggeleijn

Doetinchem2 - Glazenburg - Rokade - Doesborgh2 - 't Hazenpad.

Nog tot een dag voor de wedstrijd verkeerde ik in de veronderstelling dat we het unieke plaatsje Glazenburg zouden gaan bezoeken. Een stadje, zo verscholen tussen veluwezoom en rivierenland, dat het kennelijk aan mijn toch niet geringe topografische kennis was ontsnapt.

Een waar vakantiegevoel had zich van mij meestergemaakt. Waarschijnlijk kwam er slechts eens in de zoveel jaar een schaakploegje op bezoek, waarvoor dan het hele dorp uitliep, daar dit weer het enige contact met de buitenwereld zou zijn voor de komende tien jaar.

Er zouden straatfeesten en balspelen zijn. Op het prachtige gotische plein voor de middeleeuwse kathedraal - de bisschop speelde op bord vier - aten we eerst aan lange houten tafels een uitgelezen maaltijd, rijkelijk overgoten met gerstebier. Waarna het in optocht naar de plaatselijke, laat 13e eeuwse herberg ging, waar prachtige met de hand gesneden borden en stukken op ons lagen te wachten.

Het spreekt vanzelf dat we na afloop allen een papier zouden ondertekenen, waarin we plechtig beloofden plaats en ligging van het unieke stadje voor eeuwig geheim te houden teneinde de cultuur en gebruiken van deze prachtige mensen volledig te beschermen.

Kort voor de afreis leerde mij de Osbode echter dat het hier niet ging om een stadje maar om de heer Glazenburg, die in korte tijd, gebruik makend van een voormalige gereformeerde kerk te Rheden, een heus denksportcentrum uit de grond had gestampt en gemakshalve zijn naam had geleend aan zowel het centrum als alle daarin gevestigde verenigingen.

En ik moet bekennen, toen we op een heldere vriesavond in december bij het gebouw aankwamen, het had wel wat...

Elk dorp en elke stad, van Groningen tot Zeeland, heeft wel een paar van die gebouwen. Een niet onaangename, ingetogen vroomheid straalt er vanaf. Het gemis van een toren wordt ruimschoots goedgemaakt door de enorme gevel, voornamelijk bestaand uit een scherpe driehoek, waarvan de kleinste hoek de hemel lijkt te doorklieven. Een vleugje Amsterdamsche school is onmiskenbaar.

Bij binnenkomst leek het voor sommigen onder ons alsof we voortijdig het paradijs betraden. Eén wand van de enorme kerkzaal werd grotendeels inbeslaggenomen door een enorme voorraad alcohol. We spreken hier over een stukje van 8 bij 4 meter. En hoewel de Moeder Gods nooit een prominente plaats heeft gehad in de gereformeerde cultuur, viel mijn oog onmiddellijk op twee prachtige flessen Tia Maria. Ernaast een fijne Johnny Walker, wat famous Grouse, een parmantige Bourbon, alle soorten jenever, een eenvoudige cognac en ontelbare biersoorten.

Na Jim en Henk, die meteen wilden bestellen, tot de orde te hebben geroepen, maakten we kennis met de heer Glazenburg en zijn team.

De woonvertrekken van de familie Glazenburg bleken achter de pijpen van het orgel te zijn ingericht. Het preekgestoelte was verwijderd teneinde het uitzicht van Johnny Walker en de Famous Grouse niet te belemmeren. De ietwat zoetige, muffe, maar niet onprettige geur bleek van de vloerbedekking, die van muur tot muur liep, te komen.

Het geheel ademde de vijftiger jaren. Door velen, ietsje ouder dan ik , als een saaie spruitjestijd ervaren, doch door mij verafgood.

Charlie Parker, Miles Davis, Foster Dulles, een tijd waarin er nog " voortgebracht " werd inplaats van " gegenereerd ", dingen " gemaakt " werden inplaats van " gecreëerd ", men naar muziek " luisterde " inplaats van deze te " beluisteren ", een tijd waarin men elkaar nog een eerlijke hand gaf, inplaats van wildvreemde mensen drie maal op de wang te moeten zoenen.

Kortom, je hoefde slechts de ogen te sluiten of je zag Botwinnik, Keres, een jonge Fischer,en niet te vergeten Donner - die ongetwijfeld wel raad had geweten met dat stukje van 8 bij 4 - elkaar aan één van de gezellige schaaktafeltjes bestrijden.

Maar goed, we kwamen om te schaken. Kort voor achten reikte mijnheer Glazenburg groengestreepte shirtjes, met op de rug de tekst " Denksportcentrum Glazenburg ", uit aan zijn teamgenoten. De kieltjes werden zonder morren, en als op commando over de schouders getrokken. Ze leken mij nog het meest op de hesjes die tot voor kort door hoekmannen op de Amsterdamse optiebeurs werden gedragen.

Gedurende mijn gehele partij had ik dan ook de welhaast onbedwingbare neiging einge calls en puts bij mijn tegenstander te plaatsen.

We wonnen met 4-2. Wat moet ik over deze en volgende wedstrijden vertellen? 4½-1½, 6-0 en 5-1. Op dit niveau beleeft een ieder zijn eigen partij op geheel eigen wijze. Aan " toen deed hij zijn toren zus, en ik mijn paard zo ", hebben we niets. Je zit vier uurtjes - bij ons is dat meestal korter - in een prettig, afgesloten wereldje, dat eigenlijk slechts te delen is met de directe tegenstander. Een ander heeft er niets mee te maken.

De huidige kracht van Doetinchem2 ligt in het feit, dat het een uitgewogen geheel is. Er zijn geen noemenswaardige krachtsverschillen. Bord zes zou net zo goed op bord één kunnen spelen.

Jim is een briljante speler, Harrold de betrouwbaarheid zelve, Philipe R. een grillig genie, Jaap de relevatie van dit seizoen met 6 uit 6, Henk een kleine grootmeester en ikzelf zet ook wel eens een stuk op de goede plaats.

Ondanks dit alles zitten we in een vreemde situatie. Alles gewonnen, 1 matchpunt en 2½ bordpunt voor op de naaste belager. Een remise in de laatste wedstrijd zou volstaan, doch een nederlaag zou betekenen dat alles voor niets is geweest. Dit zou een enorme klap voor het schaken in Doetinchem zijn. We moeten er niet aan denken. Jaren van training en opleiding weggegooid! Ikzelf zou geen stuk meer aanraken. Nooit meer.


DSC Glazenburg  1687 - Doetinchem 2 1628 2-4 
1 J. Glazenburg 1759 - J. Slager 1721 ½-½
2 M. Avramovic 1851 - H.H. Vrieling 1671 ½-½
3 R. Dekker 1665 - P. Friesen 1669 1-0
4 W.H.J.de Boer 1726 - F.H.H. Kuggeleijn 1554 0-1
5 J. Kooman 1578 - J. Stuurwold 1569 0-1
6 T. Koeweiden 1545 - H.J. Hamer 1587 0-1
 
Doetinchem 2   - Rokade   4½-1½
1 J. Slager   - B.H.P. Heinsbroek   ½-½
2 H.H. Vrieling   - M. Demkes   ½- ½
3 P. Friesen   - L.F.M.van Noord   1-0
4 F.H.H. Kuggeleijn   - W.J. Oostendorp   1-0
5 J. Stuurwold   - H.J. Duijverman   1-0
6 H.J. Hamer   - L.M. Eisink   ½- ½
 

Doesborgh 2

1525 - Doetinchem 2 1620 0-6
1 NO - - W. Lenderink 1618 0-1
2 J.G.N.R. Ravensteyn 1447 - J. Slager 1721 0- 1
3 H. Rensen 1672 - P. Friesen 1669 0- 1
4 A.J. Lebbink 1455 - F.H.H. Kuggeleijn 1554 0- 1
5 J.G. Crooy - - J. Stuurwold 1569 0- 1
6 H.van Waardenburg - - H.J. Hamer 1587 0- 1
 

Doetinchem 2

1628 - 't Hazenpad  1599 5-1
1 H.J. Hamer 1587 - NO - 1-0
2 J. Stuurwold 1569 - NO - 1-0
3 J. Slager 1721 - H. Hermsen 1625  ½-½
4 H.H. Vrieling 1671 - N. Kalezic 1600 1-0
5 P. Friesen 1669 - A.J. Verhoef 1592 ½- ½
6 F.H.H. Kuggeleijn 1554 - Th. Putman 1579 1-0

 

Persoonlijke resultaten  
Doetinchem2 Ap  Bp ra  TPR
1 W. Lenderink 1 1 1618 1809
2 J. Slager 6 1721 1748
3 H.H. Vrieling 5 1671 1846
4 P. Friesen 6 1669 1651
5 F.H.H. Kuggeleijn 6 1554 1795
6 J. Stuurwold 5 5 1569 2002
7 H.J. Hamer 5 1587 1683

Helaas gaf de internetsite van de O.S.B.O. geen tussenstand van deze competitie.

 

 ______________________________________________________________

 

 

Analysehoek

Met bijdragen van Henny Haggeman

Rijp voor het trottoir

Verwerking is een van de meest onderschatte en tevens belangrijkste aspecten van het schaakspel. Ik zie nog de broer van mijn tegenstander uit onderstaande partij, vol wroeging zitten op de trottoirband tegenover ons denksportcentrum na een volledig onnodig verloren partij tegen Theo Goossen. Nooit, nee nooit zou hij nog een schaakstuk aanraken. De trottoirband op de donkere vooravond in november werkte blijkbaar helend, want de broer (Ruud) speelt nog altijd.

Toen ik die zatermiddag in Arnhem hoorde dat ik aan bord zeven Erik Wille zou treffen – op schaakgebied nog net iets talentvoller dan zijn toch bepaald niet onbedeelde broer – wist ik dat ik niet kon verliezen. Zelfs niet als ik zou verliezen. Erik Wille is een zogenaamde 2000-plusser, wat Marino Kuiper mij tijdens de openingsfase al kwam vertellen, maar wat ik ook al wist. Een strategische opstelling van ASV 2 had mij (dik 200 ratingpunten lager) gebracht tegenover de op papier sterkste schaker (2034) van dit team. ,,Ik doe net alsof ik tegen Theo Goossen speel’’, zei ik tegen Marino. ,,Van Theo win ik ook.’’ ,,Soms’’, voegde ik er aan toe. Helemaal toevallig was de vergelijking tussen Goossen en Wille niet. Tegen de Arnhemmer was ik juist in een variant uit het Hollands verzeild geraakt, de lijfopening van Theo.

Drie uur later was Wille in gepeins verzonken en rookte ik buiten het Arnhemse clubgebouw tevreden een sigaret. ,,Ik kan niet verliezen’’, zei ik nog eens tegen mezelf, nauwelijks beseffend dat de winst voor het grijpen lag. Met een grootmeesterlijk speculatief loperoffer had ik Wille op de twaalfde zet verrast. Alles wees erop dat het offer correct was en dat mijn tegenstander in grote moeilijkheden verkeerde.

Een half uur later gaf ik op. Bepaald niet verbrijzeld, nee, nog steeds met het gevoel dat ik niet kon verliezen. Maar de nacht die volgde werd alles anders. Eeuwige roem had ik weggegooid en de 4,5-3,5 nederlaag van mijn team maakte mijn verlies er ook al niet dragelijker op. Drie keer schrok ik wakker in het besef dat het nooit wat zou worden met de schaker Haggeman.

Haggeman, die op de zeventiende zet nogmaals de grootmeester uit dacht te hangen, zijn tegenstander ongetwijfeld weer verrastte, maar dit keer blij. In een klap was alles over, ook mijn schaakcarriere. Rijp voor het trottoir. Alleen verwerk ik de tegenslagen anders. Een dag na de doorwaakte nacht, schrijf ik de ellende van me af. Speel mee en huiver…

 

(13) Haggeman,H - Wille,E [A85]

promotieklasse Doetinchem, 17.11.2002  

 

1.d4 e6 2.Pf3 f5 Verroest, Hollands. Ik speel dat graag tegen Theo, alleen kon ik nu al niet meer mijn favoriete variant (1 d4 f5 2 c4 Pf6 3 Pc3 e6 4 f3) op het bord brengen omdat ik op de 2e zet mijn paard al naar dat veld had gespeeld. 3.c4 Pf6 4.Pc3 d6 5.Lg5 Hier liet de kennis van de theorie mij al in de steek. Normaal is 5 g3, maar volgens mij is met de tekstzet niets mis. Op dit moment had ik de volgende inschatting gemaakt: Wille is van zins mij volledig op de koningsvleugel te overlopen met denderende pionnenopmars, dus ga ik lang rokeren. 5...Le7 6.e3 Pbd7 7.Ld3 c6 Geïnspireerd door Petrosjan?  8.Dc2 Da5 9.0–0 Met de vijandelijke dame op a5 trok mij de lange rokade niet meer zo. Ik vond dat ik uitstekend stond. Mijn ontwikkelingsvoorsprong was dusdanig dat een avontuur van zwart op de koningsvleugel mij volstrekt onverantwoord leek. 9...g6 Niet echt overtuigend, vond ik. 10.Tfe1 e5 11.e4 f4 Diagram  

Ik had een massale afruil in het centrum verwacht, wat me een goede stelling zou opleveren. De tekstzet had ik ook gezien en ook het offer dat daarna mogelijk was. Ik hoopte dat hij het niet zou spelen, want helemaal vertrouwde ik mijn 12e zet niet.12.Lxf4! Fritz geeft 12 c5 om zo de zwarte pionnenstelling aan te tasten. In elk geval een zekerder manier van op winst spelen dan ik deed. Ik had alleen 12 d5 als alternatief overwogen en die zet haalde het niet bij het loperoffer. Speculatief, maar volledig correct, al kwam ik daar pas een dag later achter. 12...exf4 Anders staat zwart gewoon een pion achter. 13.e5 dxe5 14.Pxe5 Pf8 Diagram  

Ik had alleen gekeken naar: 14...Pxe5 15.Txe5 Dd8 16.Tae1 en de situatie als niet geheel duidelijk in geschat. In werkelijkheid staat wit overweldigend.  16...Pg8 De enige zet die Txe7 voorkomt. 17.Lxg6+ hxg6 18.Dxg6+ Kd7 19.Dg7 Th6 20.Txe7+ Pxe7 21.Dxh6 analysediagram  

 

Met 4 pionnen voor het stuk en de zwarte stukken hopeloos gepositioneerd heeft wit overweldigende compensatie 15.d5 Dreigt d6 15...Dc7 16.Tad1 Hier had ik alle tijd een sigaret te roken, een appel te eten en eens rustig bij de andere borden te kijken. Ondertussen zag ik vergenoegd toeschouwers en andere spelers naar mijn bord kijken, waar zwart duidelijk in de problemen was. Marino Kuper zei me dat -als ik dit tot een goed einde zou brengen- ik mijn eigen onsterfelijke partij zou hebben gespeeld (ik noemde het zijn 'Immer Grüne' MK). Wille als mijn Kieserkitsky. Enfin, in plaats van al dat gewandel en gemijmer had ik mij beter op de partij kunnen concentreren, want het kwam er nu op aan. De tekstzet had ik wel gezien, maar bleek venijniger dan ik had verwacht.  16...Lg4 Na vanaf de 12e zet alles goed te hebben gedaan, raak ik hier verstrikt in de wirwar van varianten. Naderhand dachten Wille en ik dat  17.f3 het beste was. Ik speelde het niet omdat ik bang was voor Lc5+ en vervolgens Le3. Fritz geeft een nog sterker antwoord 17...Lh5! 18.d6 Dxd6 19.Lxg6+ Lxg6 20.Pxg6 Dc5+–+ analysediagram  

 

wit heeft twee alternatieven, die ik allebei heb overwogen, maar terzijde schoof omdat ik niet ver genoeg rekende:; 17.Td2 verworpen omdat ik dacht dat zwart zich zou redden met 17...0–0–0 (17...f3 is relatief het beste 18.d6 Lxd6 en ook wits koningstelling wordt uiteen gereten.) 18.Pf7 Tg8 19.dxc6 bxc6 20.Pxd8 Lxd8² Diagram  

17.Pxg4! De zet naar winst.  17...Pxg4 18.c5! (18.d6? is veel minder sterk omdat de zwarte dame zich aan de batterij kan onttrekken door na Dxd6 19 Lxg6+? de loper te slaan 18...Pe3 deze moeilijk te vinden zet is de enige zie zwart nog in de oartij houdt. 19.fxe3 Lxc5 20.dxc6 bxc6 21.Lb5! Kf7 22.Pa4 cxb5 23.Pxc5 Td8 24.Db3+± analysediagram  



 Aldus Fritz. Die oordeelt dat wit na deze doldrieste variant (die Wille noch ik ooit hadden gevonden) groot voordeel heeft. De zwarte stelling is gatenkaas (JC, de grote filosoof uit betondorp spreekt hier van geiten- of schapenkaas MK).] En wat zag ik dan wel, na een kwartier het een en ander te hebben overwogen? Veel te weinig én een tweede ‘grootmeesterlijke’ zet. Dat is de ellende met ons prutsers: doe je een fantastische zet op een middag, denk je gelijk dat je er nog een ziet. De tekstzet is in feite kamikaze. Wilde ik er toch vanaf en gewoon duidelijkheid verschaffen over die 235 ratingpunten die er tussen ons inzaten?

In de eerste OSBO-ronde had ik een fraaie winstvariant niet gespeeld, omdat er een lek in zat en ik dacht dat de tegenstander die wel zou zien. Mooi niet dus, zo bleek tijdens de analyse. Het idee er achter was in een stelling met wederzijds aangevallen dames, mijn dame op behendige wijze aan de aanval ontrekken door schaak, dan wel een mataanval. Zo’n ingeving kreeg ik in deze stelling ook en wel met een offer op g6. Ondertussen meende ik zoveel aanvalsmogelijkheden te zien dat ik het speelde. Met desastreuze gevolgen. 17.d6?? 17...Lxd1 Ineens zag ik dat er niets van klopte. Zweet op het voorhoofd. 18.Lxg6+ hxg6 19.Dxd1 Dxd6 20.Dxd6 Lxd6 21.Pxg6+ Kf7 0–1

De clubavond op dinsdag heb ik maar even aan me voorbij laten gaan. Niettemin besef ik dat het verwerkingsproces pas definitief wordt afgesloten door een volgende partij. Dat zal bij het verschijnen van deze Secondant inmiddels wel zijn gebeurd.


 ______________________________________________________________

   

Op het moment zelf ontging de diepzinnigheid mij grotendeels

Het is maar goed dat ik zelf de eindredactie voer bij de krant, anders was er een lyrisch verslag over onderstaande partij in de kolommen beland. Daarin werd gewag gemaakt van achtereenvolgens een dameoffer en een torenoffer van zwart, resulterend in mat. Theo Goossen had tegen schaakmedewerker Bob de Jong zelf het woord ‘briljant’laten vallen. De Jong kent mij goed genoeg om te weten dat dat woord zelden op iets dat uit mijn vingers komt van toepassing kan zijn. En zeker niet op de schaker Haggeman.

Achteraf speelde ik die zaterdag tegen Vincent Vleeming van De Toren uit Arnhem aan bord zeven een bijna perfecte schaakpartij, met prachtige offers. Helaas ontging de diepzinnigheid op het moment zelf mij grotendeels. De eerlijkheid gebied mij zelfs te zeggen dat ik – toen ik zag dat ik mijn dame ging verliezen – op het punt stond mijn tegenstander de hand te schudden. Zeker ik kon niet bevroeden dat ik mijn tegenstander drie zetten later geforceerd mat zou zetten.

Hieronder de flagrante ontluistering.

 

(51) Vincent Vleeming - Henny Haggeman [B86]

Promotieklasse, 2003  

 

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lc4 e6 7.Le3 Le7 8.Lb3 Dc7 9.De2 Ld7 10.0–0–0 b5 Mijn tactiek was op een ding gebasseerd: mijn tegenstander zo lang mogelijk in het ongewisse laten over naar welke kant ik zou rokeren. Want natuurlijk wilde hij niets liever dan een stormloop beginnen over de g-lijn. Ik besloot hem voorlopig geen aanknopingspunt te geven. 11.f3 Pc6 12.g4 Pxd4 13.Txd4 Ik had alleen gekeken naar 13. Lxd4. Daarop had ik 13. …, Lc6 14. g5, Pd7 klaarliggen. Maar ik was bevreesd voor 15. h4. Fritz geeft zonder angst b4 en daarna 0-0. Ik zat sterk te denken aan Tg8, wat er natuurlijk niet al te best uitziet. De witte tekstzet stelde me gerust.  Lc6 14.g5 Pd7 Ik was heel tevreden over de stelling. Terecht aldus Fritz, die voor het eerst licht voordeel voor zwart geeft. De komende zetten leverden mij het bewijs dat wit de weg wat kwijt was 15.Tf1? Pc5 16.h4 Db7 17.Te1 Diagram

Fritz geeft de computerzet Tb4. Een mens verzint zoiets niet. De toren moet weg van f1 want er dreigt 17. …, b4 en 18. …, Lb5 met kwaliteitswinst.17...b4 18.Pd1 Pxb3+ 19.cxb3 Terugslaan met de a-pion is evenmin aantrekkelijk omdat zwart dan kansen krijgt over de a-lijn. Lb5 20.Df2 Tc8+ 21.Kb1 0–0 Hier heeft wit dan zijn lang gehoopte aanknopingspunt. De korte rokade was een principieel besluit. Ik wist dat ik nu een gruwelijke aanval over me heen kreeg maar tevens dat dit de enig serieus te nemen zet is. Tot hier ging alles naar wens alleen begon ik knap moe te worden. Ik had slecht geslapen. Eigenlijk had ik vooraf getekend voor een remise, maar nu was er geen weg meer terug. 22.Dg1 Tc7 Ook principieel. Bovendien wilde ik nog helemaal niet nadenken over wat er allemaal met mijn koningsstelling kon gebeuren. Fritz geeft 22. …, f5 wat wit inderdaad behoorlijk de wint uit de zeilen neemt. 23.Pf2 a5? Pion b4 stond in maar dit kost zwart een tempo. Gelijk Tfc8 is sterker. 24.h5 Tfc8 25.Pg4 Tc2 26.g6 Diagram.

   

 

Tijdnood begint nu ook een rol te spelen. Na zwarts volgende zet hebben beide spelers nog een kwartiertje om de veertig zetten vol te maken. Nu gooi ik de knuppel – voor zover dat al niet was gebeurd – in het hoenderhok. Fritz geeft 26. …, fxg6  27. hxg6, h6 en zwart heeft nog steeds 0,78 punt voordeel (Fritz-taal). Na de tekstzet (zwart wil Pg4 wegjagen om Lf6 te kunnen spelen) zijn de kansen gelijk. 26...f5? 27.gxh7+? Beter is exf5. Kxh7 28.Pf2 f4!? Diagram  

 

Beter was Lf6 met 1.13 voordeel voor zwart. De tekszet komt niet op bij Fritz en is ook levensgevaarlijk. Mijn simpele plan – in steeds groter wordende tijdnood – was na 29. Lxf4 met e5 een stuk te winnen. Wit kan zich echter in elk geval redden met Td2. Het is duidelijk dat zwarts radertjes metaalmoeheid beginnen te vertonen. De volgende variant is winnend voor wit: 29. Lxf4, e5 30. Dg6, kh8 31. h6, Lh4 32. Td2. Wit denkt – begrijpelijk – veel beter te hebben en grijpt onmiddellijk het initiatief. Het blijkt de weg tot geforceerd verlies, maar dat kon zelfs Fritz op dit moment niet bevroeden. Na de tekstzet geeft hij 0,25 voordeel voor wit. 29.Dg6+? Kh8 30.h6 Lf6 31.Th1 Kg8 32.Pg4 Lxd4 Diagram

 

Allemaal geforceerd. Ik maakte me hier ernstige zorgen, zeker omdat ik de volgende zet van wit helemaal had gemist. Fritz zelf ziet hier ineens dat wit het verkeerde pad bewandeld en geeft de volgende variant die ook op fantastische wijze verliest voor wit: 33. Lxd4, Tc1 34. Txc1, Ld3 + 35. Tc2,  Lxc2 36. Kc1, Lxe4. Deze variant kwam na afloop op het bord dankzij wat omstanders. Ik had de mogelijkheid Tc1 in combinatie met Ld3 niet eens gezien. 33.Dxe6+ Df7 Ik zou hier een vrachtwagen aan uitroeptekens achter deze zet kunnen plaatsen, maar zwart heeft niets anders. Bovendien had ik op dit moment geen idee de ‘briljantste’ zet uit mijn schaakloopbaan te doen en evenmin dat ik mijn dame maar zo inzette.  34.h7+ Een enorme klap. Het was dat ik nog wat vaags op b2 zag anders had ik hier onmiddellijk opgegeven. Mentaal berustte ik hier in de nederlaag. Kh8 35.Dxf7 Txb2+ 36.Ka1 Diagram  

Maar nu niet meer. Hier restte mij nog twee minuten en ineens zag ik de matcombinatie die zo uit het vermaarde stappenplan van Cor van Wijgerden lijkt te zijn weggelopen. 36...Tb1+! Nu wel een uitroepteken natuurlijk. Omstanders hadden naar Th2 gekeken en misschien had zelfs fxe3 nog wel gewonnen. Want verloren staat zwart allerminst ondanks het dameverlies. Maar dit is gewoon simpel mat. De blik van mijn tegenstander die me vol ongeloof aankeek, zal ik niet glad vergeten. 37.Kxb1Ld3#

 ______________________________________________________________

SVD-ers op pad

Door Sander van Vucht  

SCHAKEN OP SUMATRA

Januari 1992. Brastagi ligt op enkele uren rijden van de hoofdstad Medan op Suma­tra, Indonesië. Het is een vermoeiende rit. Het busje, een kruising tussen jeep en bestelbus, klimt 1400 meter omhoog over een weg die, nu het regensei­zoen is aange­broken, ontelbare kuilen afwisselt met noodbruggen over modderige bergbeken. Maar als beloning wacht een alleraardige verblijfplaats die populair is bij rugzaktoeristen. Dichtbij zijn twee vulkanen die zonder moeite beklom­men kunnen worden en de bevolking is erg vriendelijk.

Dit is het land van de Karo-Bataks. Door de eeuwen heen golden de Bataks als een strijdlustig en ruig volk. De dorpen lagen voortdurend met elkaar overhoop, en nog geen 100 jaar geleden werden misdadigers gestraft met kannibalisme door mededorpelingen. Voor veel Indonesiërs staat Batak ook nu nog voor barbaar maar dat is allang achterhaald. De 20e eeuw is er veel veranderd, en het land van de Bataks maakt een vreedzame en relatief ontwik­kelde indruk. Dankzij de bemoeie­nissen van Noord-Europeanen mag twee derde van de Karo-Bataks zich christelijk noe­men, wat ongewoon is in deze overwegend islamitische republiek.

Ondanks de veranderingen zijn veel eigen tradities behouden gebleven. De belang­stelling voor magie is onveranderd groot, wat opgevat kan worden als een overblijfsel van de oude natuurgodsdiensten. Het Indonesia Handbook noemt nog een andere traditie van de streek: er wordt ‘op grote schaal’ schaak gespeeld. Ik neem het niet zo serieus. Dezelfde schrijver zou in een Holland Handbook ongetwijfeld zeggen dat men in Holland ‘op grote schaal’ sjoelt en ‘regelmatig’ op klompen loopt.

Maar de tweede middag in Brastagi vertelt een Amerikaanse reiziger dat er ’s avonds in cafeetjes druk om geld wordt geschaakt en hij verzekert me: “Ze zijn écht goed!”. Dat is voldoende om de interesse te prik­kelen en ’s avonds eens op onderzoek uit te gaan. Het centrum is niet veel meer dan een brede stoffige weg met winkeltjes en cafeetjes. En inderdaad, in een van de eerste barretjes zitten twee scholieren in een walm van kruidnagelsigaretten over het schaakbord gebogen. Een tafel verder wordt een ingewikkeld toreneindspel geanalyseerd door twee oude mannen met verweerde gezichten onder versleten honkbalpetten. Terug op de hoofdstraat gekomen kijk ik naar binnen in het kale, met TL verlichte politiekantoortje. De twee dienstdoende agenten zijn aan het schaken.

Op de stoep voor een kroeg zitten twee veertigers. De witspeler schuift op dat moment een gewonnen stelling met fijne positionele zetjes uit. “Me Karpov!” grijnst hij vro­lijk. “But me Kasparov” antwoord ik, waarop hij lachend een biljet van 10.000 Rupiah, ongeveer 10 gulden, onder het bord van­daan schuift. “Wil je spelen?”. Daarop reageer ik misschien iets te gretig, want er gebeurt iets vreemds. Geschrokken roept hij: “Nee, nee. Niet nu, morgen! We gaan nu sluiten!” In een an­dere kroeg herhaalt zich ongeveer hetzelfde tafereel. “Morgen, morgen moet je terugkomen”.

Een jongeman van 25, Ula Lolou genaamd, wil wel spelen mits het niet om geld gaat. Hij speelt immers ‘nog om te leren’. De partij, helaas niet genoteerd, gaat ongeveer als volgt. Hij opent met 1.e3 en 2.g3 (Zou hem afgeraden zijn om tegen reizigers 1.e4 of 1.d4 te spelen omdat die de theorie ken­nen?) Zwart krijgt een aanval tegen de witte koning die in het midden is geble­ven, maar die vangt wit soepel op. Even later vliegen de witte pionnen naar voren en komt ook het zwaardere geschut het zwarte kamp binnen. Het lijkt allemaal te pareren totdat hij een schitterend torenoffer op het bord tovert. Het levert slechts twee pionnen op, en ik kan mijn ogen niet geloven als even later een van zijn pionnen onvermijdelijk promoveert. Opgegeven, stomverbaasd maar ook verrukt van zijn spel, terwijl ik me afvraag hoe ik dit thuis ga vertellen.

En alsof het al niet genoeg is vertelt Ula dat hij slechts een 'gemiddelde' speler is. Een handvol schakers in het dorp is ‘bedui­dend sterker’ dan hij. Hij legt uit dat de broodschakers goed verdienen aan de achteloze backpackers die altijd wel in dit plaatsje te vinden zijn, maar voor de zekerheid passen ze een soort 'back-up systeem' toe. De eerste partij komt de reiziger tegenover een schaker van gemiddelde sterkte te zitten. Voordat die partij begint zorgt een van de plaatselijke toppers ervoor dat hij onder de toeschouwers aanwezig is. Mocht het met zijn zwakkere dorpsgenoot mis gaan, dan daagt de topper de reiziger uit. Tegen een verdubbelde inzet dan wel te verstaan. Zo wordt bijna altijd het financiële verlies meer dan gecompen­seerd waarna de buit kan worden verdeeld.

Mocht een buitenlander om geld willen spelen terwijl niemand van de kanjers in de buurt is, dan wordt de partij gewoon uitgesteld. Vandaar dus het weiger­achtige gedrag van ‘Karpov’ en zijn metge­zellen eerder deze avond!

 

 ______________________________________________________________

 

De hond van Hübner

Interview met Pheadrus

Door Marino Kuper

 

Wat goed is Phaedrus,

En wat niet goed is –

Moeten wij iemand vragen ons dat te vertellen?

Het is nu al enige maanden geleden dat Phaedrus zich bij mij meldde op een van de internetschaakclubs die ik frequenteer. Hij had mijn ‘notes’ gelezen en gaf te kennen dat hij vroeger lid was geweest van onze schaakvereniging. Dit was de opmaat tot een intensief contact waarin wij al chattend veel onderwerpen, die direct of indirect met schaken te maken hadden, de revue passeerden. Phaedrus bleek een originele geest met uitgesproken opvattingen over schaken en de beste wijze om vorderingen te maken in dit spel.

Hoewel hij 20 jaar geleden voor het laatst een serieuze partij speelde, bleek zijn schaakkracht nog altijd imponerend. In een serie partijen met wisselende speeltempo’s werd ik keer op keer verslagen. Uiteindelijk bleef de teller staan op 18½- 3½. Zijn ware identiteit weigert hij te onthullen. Wel kwam ik te weten dat hij is gepromoveerd op het onderwerp hoogbegaafdheid. Het is vanuit de combinatie van pedagogisch/didactische kennis en belangstelling voor het schaakspel, dat hij de behoefte voelt om zijn opvattingen wereldkundig te maken. Op mijn voorstel om ‘De secondant’ als podium te gebruiken reageerde hij aanvankelijk gereserveerd. De oplage vond hij niet bepaald indrukwekkend. Mijn verzekering dat al zijn bijdragen eveneens op onze website zouden verschijnen gaf tenslotte de doorslag. Vanaf dit nummer zal Phaedrus U helpen om uw schaakkracht verder te ontwikkelen. De technieken die hij daarbij aanbiedt zijn vanuit de traditionele schaakpedagogiek ongebruikelijk. Maar als we Phaedrus mogen geloven zijn ze ongekend efficiënt en effectief.

Als inleiding op zijn artikelenreeks geef ik u een aantal passages uit onze chatsessies. Ter wille van de leesbaarheid heb ik deze sessies omgewerkt tot een interview dat Phaedrus voorafgaand aan deze publicatie onder ogen heeft gehad en gefiatteerd.

Waarom voelt u zich geroepen om nog wat toe te voegen aan de duizenden pagina’s schaakliteratuur die jaarlijks het licht zien?  

Dat is een vraag met een provocatief karakter. Ik laat me echter graag uitdagen! Het moet nu maar eens eerlijk gezegd worden: ongeveer 98% van alle schaakliteratuur is volslagen nutteloos. De gemiddelde schaakamateur die sterker wil worden heeft er helemaal niets aan. Dat zou op zich nog niet zo bezwaarlijk zijn als dit ook aan de argeloze lezer duidelijk werd gemaakt. Maar het tegendeel is het geval! Het merendeel van de auteurs claimt impliciet of expliciet in de titel of in het voorwoord dat de lezer met dit boek een forse ratingsprong zal maken. Het is niet moeilijk om aan te tonen dat de meeste boeken deze belofte bij lange na niet waarmaken. Gaat u voor uzelf maar na: welk schaakboek hebt u als laatste serieus doorgenomen en hoeveel is uw rating daarna gestegen?

Indien u mocht denken uw eigen gebrek aan resultaat toeval is, moet u uw clubgenoten dezelfde vraag voorleggen. Ik garandeer u dat het overgrote deel van de reacties overeen zal komen met uw eigen ervaring. Namelijk: het bestuderen van het overgrote deel van de schaakliteratuur heeft geen meetbaar effect op uw schaakkracht.

Zijn schaakboeken dan ongeschikt als trainingsinstrument?

Meestal wel! Zoals gezegd 98% van alle boeken sorteert geen effect en helpt de gemiddelde speler niet verder in zijn ontwikkeling. Maar een enkel boek is inderdaad geschikt om de ijverige student verder te helpen.

Doelt u op de klassiekers uit de schaakliteratuur. ‘My 60 memorable games’ van Fischer, ‘The test of time’ van Kasparov, ‘Common sense in chess’ van Lasker, etc.

Grote werken, dat zonder enige twijfel! Soms onderhoudend, altijd interessant en vaak ook getuigend van een diep inzicht in het spel. Wellicht dat deze boeken inderdaad geschikt zijn om de schaker die tegen het niveau van Internationaal Meester aanzit verder te helpen. Het staat voor mij echter vast dat het bestuderen van deze boeken voor spelers onder een rating van 2200 weinig invloed zal hebben op hun speelsterkte. Met andere woorden. Als je het leuk vind om kennis te nemen van de diepzinnigheid van het spel in de wereldtop, dan is het doornemen van zo’n boek aan te bevelen. Maar als u uw tijd wenst te gebruiken om sterker te worden, doet u er goed aan deze boeken links te laten liggen.

Waarom worden deze boeken dan gezien als klassiekers en worden ze alom geprezen?

Dat komt omdat de vakpers vaak bestaat uit (voormalige) topschakers. Zij zijn uitstekend in staat om de kwaliteit te bepalen van analyses. Hoe beter de analyse hoe beter het boek, denken ze. Als die kwaliteitsanalyses dan ook nog eens vergezeld gaan van onderhoudend proza, dan kwalificeren deze experts het boek al snel als een topper. Zij houden echter absoluut geen rekening met de kenmerken van de gemiddelde clubschaker. Deze is vaak allerminst gebaat bij het uitbenen van uitermate complexe stellingen, waarbij de analyses tot ver achter zijn visualisatiegrens worden uitgewerkt. Ook de ‘algemene beschouwingen’ waarmee deze analyses vaak worden doorspekt, onttrekken zich vaak aan het bevattingsvermogen van clubspelers.

Laten we eerlijk zijn. Welke clubspeler heeft nu werkelijk baat gehad bij het internationaal unaniem geprezen ‘groot analyseboek’ van Timman?

Uit dit soort boeken doe je toch veel kennis op?

Dat mag zo zijn! Maar het probleem is dat u schaakkennis niet gelijk mag stellen met schaakkracht . Dat kennis en kracht (ook wel vaardigheid) van elkaar verschillen is in elke sport gemeengoed, maar in het schaken worden deze twee begrippen erg vaak met elkaar verward. Daarnaast is niet alle kennis op elk niveau even belangrijk. Een enorme kennis van de wetten van het positiespel is voor een speler onder de 2000 ratingpunten eigenlijk nauwelijks te gebruiken. Op dat niveau worden partijen beslist door tactische wendingen, niet door positiespel.

Versimpelt u niet ontzettend?

Beslist niet! Ik daag elke speler met een betrouwbare rating onder of rond de 2000 uit om zijn partijen te laten analyseren door een computer. Uit deze analyses zal duidelijk blijken dat in al deze partijen ernstige tactische missers zitten. Vaak zijn dit zetten die de stellingsevaluatie om laten slaan van ‘iets beter’ naar ‘beslissend voor- of nadeel’, dan wel een ‘gewonnen stelling’ veranderen in een ‘gelijke’ of zelfs ‘verloren’ stand. Zelfs in de spaarzame partijen waarin dit niet het geval is zult u merken dat er regelmatig sprake is van zetten die het stellingsoordeel op slag met meer dan 1 punt veranderen. Ook deze zetten zijn in feite tactische missers, zij het dat ze ontoereikend zijn om de uitslag van de partij te beïnvloeden. Maar dat is dan natuurlijk meer geluk dan wijsheid.

Dus gebrek aan tactische vaardigheid onderscheidt de gemiddelde clubspeler van sterke spelers?

Zo is het! Spelers die het overgrote deel van zijn partijen kunnen spelen zonder zetten die het stellingsoordeel in één zet met een vol punt of meer beïnvloeden, vind je niet of nauwelijks onder de 2200 grens. 

Laten we eens een gedachtenexperiment doen om het belang van tactiek in het schaakspel verder te onderbouwen! Stel u voor dat u gevraagd wordt om de winnaar aan te wijzen in een match tussen een twee identieke  computers. De ene draait een schaakprogramma met het meest verfijnde openingenboek, alle programeerbare positionele kennis maar zonder enig vermogen tot het uitrekenen van tactische wendingen. De andere heeft een programma zonder enige kennis van positiespel en openingen maar met een maximaal tactisch vermogen. Welke computer zal winnen? Het lijdt geen twijfel dat de tactische machine alle partijen wint!

Waarom houden de meeste clubspelers en de meeste boeken zich dan niet met dit aspect bezig?

Daar heb ik veel over nagedacht. Ik zie verschillende redenen. Clubspelers worden om de volgende redenen weerhouden om datgene te doen waar ze het meest profijt van hebben:

  1. Ze beseffen niet hoe belangrijk tactiek is. Slechts weinig spelers analyseren hun verloren partijen. Blijkbaar maken zelfs de mogelijkheden die de computer biedt, het proces van nabeschouwen en grondig onderzoeken wat er allemaal mis is gegaan niet minder pijnlijk.  
  2. Clubspelers bedotten zichzelf. Veel schakers die een tactische wending overzien, wijten dit aan onoplettendheid, vermoeidheid en gebrek aan concentratie. Nu kan het best zijn dat deze factoren soms een rol spelen, maar daar staat tegenover dat op zo’n moment de zwakke punten in van een speler het eerst naar voren treden. Je kunt het vergelijken met een wielrenner die moeite heeft met het beklimmen van bergen. Op sterke dagen kan hij die zwakte wellicht maskeren of overwinnen, maar op slechte dagen zakt hij door het ijs. Door te verwijzen naar externe factoren of toeval maakt menig clubspeler zichzelf wijs dat het echt wel meevalt met zijn tactische vaardigheid.
  3. Men verwart het inzicht dat ontstaat na het moment dat de tegenstander de wending op het bord brengt, met het vermogen om de wending tijdig te onderkennen. Het maakt een groot verschil of je al dan niet geattendeerd bent op een tactische wending. Wie herkent niet het gevoel dat de schaker bekruipt die verrast wordt door een offer. Allereerst is er de shock en de verwondering. Vervolgens de vraag: ‘wat heb ik overzien’? Daarna begint het zoekproces waarbij men de wending meestal snel op het spoor komt. De meeste spelers vervallen dan na de partij weer in bovengenoemde fout en maken zichzelf wijs dat ze pech hadden en de wending simpelweg hebben overzien. Slechts weinigen stellen zich serieus de vraag: waarom heb ik deze wending overzien? Degenen die dat wel doen zullen vaak merken dat er sprake van onvoldoende gevoeligheid voor een bepaald tactisch motief. Een belangrijk aanknopingspunt als er een keuze gemaakt moet worden voor trainings- en oefenvormen .
  4. De meeste spelers vinden het oefenen van tactiek niet bijzonder leuk. Daar hebben ze in zekere zin gelijk in. Schaakboeken met veel goed geschreven tekst en relatief weinig diagrammen en varianten is makkelijker en aangenamer dan het doorwerken van boeken met tactische opgaven.
  5. De kosten/batenanalyse van de oefeningen valt niet altijd positief uit. Een deel van de spelers die wel de moeite nam om eens een boek met tactische oefeningen door te werken ziet onvoldoende rendement en raakt gedemotiveerd.

Schrijvers van schaakboeken hebben weer andere redenen om tactiek te verwaarlozen:

  1. Veel grootmeesters hebben van nature een groot tactisch talent. Zij onderschatten de moeite die de gemiddelde schaker heeft met, in hun ogen, simpele tactische wendingen;
  2. Op het niveau van Internationaal Meester en hoger worden veel minder partijen beslist door tactische wendingen en neemt het relatieve belang van techniek en strategie sterk toe. Daardoor wordt hun denken en oordeel beïnvloed. Ze beschrijven dan ook vaak de trainingsmethoden die ze zelf gebruiken.
  3. Het aantal tactische motieven en wendingen is relatief beperkt en al redelijk in kaart gebracht. Dat maakt het moeilijk om nog nieuwe invalshoeken te verzinnen die een eigen boek of methode rechtvaardigen. Het gaat bij zo’n nieuwe invalshoek namelijk niet meer alleen om schaakvaardigheden maar evenzeer om didactische vaardigheden. Slechts weinig schaakauteurs zijn op beide terreinen bedreven.
  4. Boeken met tactische opgaven verkopen relatief slecht omdat de meeste clubspelers zich laten afschrikken door de grote hoeveelheid diagrammen en analyses en de geringe hoeveelheid tekst.

Het gevolg van dit alles is dat veel schakers om de goede reden (het verhogen van het eigen spelpeil) de verkeerde boeken kopen (over openingen, schaakstrategie en in mindere mate eindspel) die voor het verkeerde publiek (niveau IM en hoger) zijn geschreven.

Waarom volharden clubspelers dan in het kopen van die verkeerde boeken?

Dat laat zich licht raden. Allereerst is er op de markt van openingsboeken sprake van boerenbedrog. We worden overspoeld met boeken die beginnen met ‘winning with the …..’. Wie wil er niet een opening spelen die winst garandeert? Overbodig te zeggen dat dergelijke claims op drijfzand berusten. Openingen die winst garanderen bestaan niet. Daar komt bij dat het bestuderen van openingen een vals gevoel van controle en veiligheid geeft. In de studeerkamer heeft de clubschaker het idee dat hij al voor de partij bezig is de tegenstander af te troeven. De veel optredende ervaring dat die hele voorbereiding voor niets was, is blijkbaar onvoldoende om de meeste schakers vervolgens weer te weerhouden van deze betrekkelijk nutteloze activiteit.

Ten aanzien van middenspel geldt dat de meeste boeken vooral gericht zijn op strategie en veel minder op techniek. Daarbij worden vooral partijen tussen grootmeester als referentiemateriaal gebruikt. Lezers lijken vooral af te gaan op reputatie van de auteur. Voorzover boeken aandacht schenken aan de behoefte van clubspelers zie je dat ze vaak vervallen in methodieken en denkschema’s die de clubspeler weliswaar geen jota verder helpen, maar die er op het eerste gezicht wel heel aantrekkelijk en toegankelijk uitzien. Voorbeelden daarvan zijn de middenspel boeken van Silman en Euwe.

Op het gebied van het eindspel is de situatie nog veel dramatischer. Hier is nauwelijks een boek te vinden dat ook maar enigszins tegemoet komt aan de behoefte van de gemiddelde clubschaker. Ik herinner mij nog levendig hoe ik in de zeventiger jaren dagen bezig was met een boekje van Awerbach met de titel: wat elke schaker van het eindspel weten moet.

Een ware verschrikking was het. Eindspelen, waarvan de kans dat ze bij mij op het bord kwamen kleiner was dan op het winnen van de jackpot van de Staatsloterij, werden volledig uitgebeend. Daarbij werden er ook nog eens ‘algemene regels’ gegeven die op zich al genoeg waren op menigeen tot wanhoop te drijven. Ik overdrijf hier niet! Wat dacht u van de volgende regels die volgens de auteur dus onderdeel moesten zijn van de schaakbagage van elke schaker:

  • ‘In een eindspel van koning en 2 pionnen tegen koning waarbij de partij met de pluspion de pionnen op de F- en de G-lijn heeft, zal deze gewoonlijk winnen als de tegenstander zijn pion op de G-lijn heeft, maar zal het meestal remise worden met de pion op de F-lijn.’
  • ‘Met 3 verbonden pionnen tegen een loper lukt het de pionnenpartij alleen om te winnen als hij er in slaagt met alle pionnen de 4e rij te passeren (met uitzondering van speciale gevallen).’

Gelukkig worden deze boeken weinig verkocht omdat de meeste clubspelers sowieso weinig affiniteit hebben met het eindspel.

Wat ziet u als uw opdracht?

De taak die ik mij stel is clubspelers aan te zetten ‘de goede dingen laten doen’ en hem ‘die dingen goed te laten doen’.

Veel auteurs en trainers lijken nauwelijks te beseffen dat tijd een schaars goed is. De tijd die de amateur in training steekt is relatief schaars en dient dan ook welbesteed te zijn. Goede training is efficiënt (doelmatig) en effectief (doelgericht). Gelukkig is het niet meer nodig om voor dat doel nog nieuw oefenmateriaal te ontwikkelen. Geschikt materiaal is weliswaar moeilijk te vinden, maar niet schaars. De lezer van uw onvolprezen periodiek en uw website krijgt van mij dan ook te horen welk materiaal het meest geschikt is voor het verhogen van zijn speelsterkte en op welke wijze dit materiaal het best gebruikt kan worden. 

Wat mogen schakers verwachten als zij uw adviezen opvolgen?

Dat hangt af van het startniveau! Maar het is mijn overtuiging dat elke clubschaker met een rating tussen 1400 en 1800 die mijn adviezen opvolgt en er voldoende tijd in steekt (3 tot 5 uren geconcentreerde arbeid per week) binnen een jaar een ratingsprong kan maken van tenminste 100 punten. Daarbij ga ik er wel vanuit dat zo’n speler voldoende partijen speelt (minimaal 10 ratingpartijen per jaar). Bij het doorzetten van deze inspanning moet een eindniveau tussen 2000 en 2100 voor de meeste van hen haalbaar zijn.

Hoe maakt men de volgende sprong?

Vanaf een niveau van 2100/2200 gaan aspecten een rol spelen die minder makkelijk te beïnvloeden zijn door training. Hübner heeft ooit eens gezegd dat hij zijn hond op het niveau van Internationaal Meester zou kunnen krijgen. Alhoewel we hier natuurlijk te maken hebben met een metafoor, is deze claim onzinnig. Ik denk dat schakers op IM-niveau van nature een zodanige  voorsprong hebben, dat normale stervelingen deze kloof niet door extra training kunnen overbruggen. Het is overigens wel een mooi beeld. Dit moet u maar gebruiken als titel voor mijn rubriek: De hond van Hübner. Het is overigens tijd om met deze chat te stoppen. Mij lief serveert op dit moment met veel toewijding de lamskoteletjes uit. Vanaf de volgende secondant kunt u mijn bijdragen tegemoet zien.

 

 ______________________________________________________________

 

Het Elsevier Science Rapidtoernooi.

Door kees Nederkoorn

Op 18 november vond het eerste Elsevier Science Rapidtoernooi plaats, de opvolger van het Gelders Dagblad Toernooi. Er waren dit jaar 60 deelnemers, een flinke groei ten opzichte van het vorig jaar. Een trend die we hopen vast te houden.

Het deelnemersveld bevatte dit jaar geen echte toppers zoals vorige jaren, maar was vooral sterker in de breedte.

De hoofdgroep bestond uit 22 spelers. Evenals vorig jaar eindigde er een trio bovenaan: Alexander van Beek en Thomas Willemze uit Utrecht en Wouter van Rijn uit Nijmegen behaalden 5,5 uit 7. Zij hadden de laatste ronde afgerekend met respectievelijk Otto Wilgenhof, Guust Homs en de 13-jarige Roeland Pruijssers, die in de slotstand samen met Kees Nederkoorn op 4,5 uit 7 eindigden.

Onze Vincent Rothuis begon sterk, maar moest helaas na de vierde ronde afhaken wegens ziekte.

In de B-groep was er een afgetekende winnaar: Mathieu Roskam uit Westervoort won deze groep – net als het vorig jaar – met 6,5 uit 7. Tweede werd M. Demkes en op de gedeelde derde plaats stonden maar liefst 6 spelers, waaronder Jaap Stuurwold.

Wedstrijdleider Benno Thomassen hield de teugels goed in handen en had slechts eenmaal een probleem, toen twee spelers in de B-groep in vliegende tijdnood opeens beide schaak bleken te staan. Met assistentie van internationaal arbiter Guust Homs kon dit probleem gelukkig opgelost worden.

Een heel geslaagd toernooi; de sponsor heeft al toegezegd om ons het volgend jaar weer te steunen, zodat de traditie voorgezet kan worden.

 ______________________________________________________________

   

Schaakmemoriaal

Door Jelle de Jong

   

Mijn schaakleven, deel vier.

Mijn eerste baan was in den Haag. Aanvankelijk was ik daar van maandag tot zaterdag om dan het weekeinde te delen met vrouw en kind. Ik had alle tijd voor een avondje schaken en deed dat bij D.D., een van de bekendste en oudste schaakverenigingen van Nederland. Het leek me interessant om daar eens rond te kijken.

Het ging er Haags toe. Het begon met een ballotage. Er was een ballotage-commissie, maar het stelde niks voor. Ze, of we, hadden een eigen zaal met een bestuurskamer. Ik werd ingedeeld in een zomergroepje met o.a. mej. De Clerck, in die dagen een van de landelijk bekende damesschaaksters.

De vereniging telde ruim honderd leden en men vroeg zich af waarom de vereniging niet groter werd, in de nieuwe wijken zoals Morgenstond ontstonden nieuwe verenigingen die snel groeiden in ledental.

Toen we een woning konden krijgen in Rijswijk werd ik lid van de plaatselijke vereniging en daar begreep ik waarom DD niet groeide. Bij VIOD (vooruitgang is ons doel) was het veel gezelliger. De onderlinge competitie kwam, net als overal, nooit rond. Als je op een clubavond verscheen zorgde de wedstrijdleider voor een tegenstander wanneer je er zelf niet een vond; jongere spelers vormden soms spontaan een groepje om samen te vluggeren. Ik werd direct ingedeeld in het tweede tiental om aan een van de eerste borden te spelen. We speelden tegen b.v. NVSG 1, Westerkwartier, GONA 1, Shell 2, DD 4 en HSV 1, allemaal Haagse verenigingen.

Van de schaakverenigingen waarvan ik lid ben geweest was dit de prettigste. Er kwam ook een kamerlid die later minister werd zijn partijtje spelen, als hij tijd had; als er gevluggerd werd deed hij steevast mee en ik hoor hem nog kreunen “het gaat mis met het meisje”, een vaste uitdrukking van hem.  De uitslagen van de competitie met andere tientallen kwam in de plaatselijke krant, het kamerlid speelde in het eerste team onder een schuilnaam, de partijleden mochten niet weten dat hij die avond aan het schaken geweest was in plaats van de belangen van partij en land te behartigen.

Het heeft maar een paar jaar geduurd, ik werd in sept. 1958 benoemd als leraar in Doetinchem. Dit bracht met zich mee dat ik van maandag tot vrijdag in Doetinchem was en alleen in het weekeinde in Rijswijk. Het duurde zo’n anderhalf jaar voordat ik een woning in Doetinchem kreeg. In die periode had ik ruimschoots de tijd om kennis te maken met de Doetinchemse schaak en Damvereniging. De vereniging speelde toen in restaurant Vinkenborg. De eerste avond was een propaganda avond waarop een lid van de vereniging simultaan speelde tegen een aantal spelers waaronder nieuwelingen. Toen ik gewonnen stond bood ik remise aan omdat ik naar huis wilde om op tijd naar mijn bed te kunnen gaan. Het leraarsberoep was nieuw voor mij en ik moest er veel tijd en energie in steken. De simultaanspeler  trachtte me te overtuigen dat ik met door te spelen zou kunnen winnen; dat had ik ook wel gezien.

Bladerend ik het notatieboekje uit die tijd, viel me een briefkaart in handen die ik hier wil weergeven:

 

Doetinchem, 15 sep. 1958

 

Aan de leden van D.S.D.V.

Programma selectiewedstrijd:

1e ronde : 17 sep. 1958

2e          : 24         

3e          :  1 okt.    

vr. schaakgr.,

(w.g.) Wille

Wedstr. leider

 

H.A. Wille was een van de organisators van de bondswedstrijden in Doetinchem die in de zomer van 1959 werden gehouden. Hij verhuisde spoedig daarop naar Arnhem en kreeg landelijke bekendheid als voorzitter van de KNSB.

Van de selectiewedstrijd herinner ik me helemaal niets. Ik vermoed  dat ze geen doorgang vonden of dat ik geen geregelde bezoeker van de schaakavonden was in die tijd. De jaarverslagen die jaarlijks uitgebracht werden kunnen uitwijzen wat er plaats gevonden heeft. Ik herinner mij Wille niet als wedstrijdleider, dat was Kets al toen ik ging spelen.

Wel herinner ik me  een avond waarop we gelijktijdig met de dammers speelden. Ik verbaasde me er over dat er dammers waren die bier dronken terwijl de schakers allen uitsluitend koffie dronken. Korte tijd later is de afdeling dammen een zelfstandige vereniging geworden terwijl de schaakafdeling voortging als D.S.V.

De eerste Doetinchemse partij die ik kan vinden in mijn notatieboekje  dateert van 30-4-1958 tegenstander is Jansen en er staat ”6-kamp” bij. In diezelfde 6-kamp speelde ik 21-5-58 tegen Stein. Stein herinner ik me nog heel goed. Hij heeft gespeeld zolang hij kon. Op ’t laatst van zijn leven in Schavenweide. Kets heeft me eens verteld dat hij daar nog tegen hem gespeeld heeft, hij zat toen tijdens de partij een hele tijd rustig het raam uit te staren wat Kets tenslotte de opmerking ontlokte: weet u wel dat u aan zet bent? De derde tegenstander waarvan de partij nog in mijn boekje zit was Horstmeijer. Een enthousiaste schaker die kort daarop naar Velp verhuisde. Als speler in Velp 1 ontmoetten we hem nog wel eens.


 ______________________________________________________________

 

Interne competities

Door Kees Nederkoorn met dank aan Benno Thomassen.

Onze roostercompetitie is op dit moment (eind maart) een eind op streek. Er is nog een ronde waarin spelers uit verschillende “boxen” tegen elkaar spelen, daarna spelen de diverse boxen onderling, wat betekent dat spelers van ongeveer gelijke sterkte elkaar gaan treffen. Er kan dus nog heel wat veranderen in de stand.

Over die stand zijn wel wat opmerkelijke dingen op te merken. Zo zien we dat John Lutgens formidabel van start is gegaan met 4 uit 4. Hij moet nog wel enige partijen inhalen. Verder heeft Vincent Rothuis in het begin vreselijk huisgehouden onder zijn tegenstanders, maar de laatste twee partijen wisten Sander van Vucht en Wim Lenderink hem op remise te houden. Hij staat nu op 6 uit 7, maar zoals gezegd, de sterkste tegenstanders komen voor hem nog. Echter, we zijn gewaarschuwd, want Vincent blaakt van zelfvertrouwen!

Ondergetekende stond een remise af, tegen Henk Steinhauer. Maar als Henk in de slotstelling doorgespeeld had…… Ik sta nu op 8,5 uit 9.

Marius van Hal draait ook goed mee in de top van het klassement met 5 uit 7.

De grote afwezige in de bovenste regionen is Theo Goossen. We weten dat Theo zijn partijen altijd scherp opzet en zijn tegenstanders daarmee overrompelt, maar dit keer wisten Frans Kuggeleijn, Harold Vrieling en Philip Friesen de agressie te keren en een vol punt tegen hem te scoren. Zoiets is Theo nog niet vaak overkomen. We zijn benieuwd hoe sterk hij de laatste ronden terugkomt.

Wedstrijdleider Benno is tot nu toe tevreden over het verloop; wel zijn er enige spelers met een achterstand in partijen, maar we hebben goede hoop dat deze snel wordt ingelopen.

 

STAND ROOSTER

1 K. Nederkoorn 9.5 uit 10 95 %
2 V. Rothuis 8 uit 9 88.9 %
3 M. van Hal 7 uit 9 77.8 %
4 H. Vrieling 6 uit 8 75 %
5 M. Küper 6.5 uit 9 72.2 %
6 P. Roessel 7 uit 10 70 %
7 T. Goossen 6.5 uit 10 65 %
8 H. Hamer 5.5 uit 9 61.1 %
9 H. Haggeman 6 uit 10 60 %
  S. van Vucht 6 uit 10 60 %
11 H. Steinhauer 5 uit 9 55.6 %
12 F. Kuggeleijn 4.5 uit 9 50 %
13 J. Slager 5.5 uit 11 50 %
14 W. Lenderink 4.5 uit 10 45 %
15 J. Stuurwold 5 uit 12 41.7 %
16 P. Friesen 4.5 uit 11 40.9 %
17 B. Thomassen 3 uit 10 30 %
18 G. Bilderbeek 2 uit 10 20 %
  P. Schyns 2 uit 10 20 %
20 O. Hietkamp 1 uit 10 10 %

 

 

STAND LADDER

 
1 K. Nederkoorn 6,5 uit 7 92.9 %  
2 T. Goossen 8,5 uit 10 85 %  
3 M. van Hal 1.5 uit 2 75 %  
4 H. Steinhauer 4 uit 6 66.7 % (+ 1 afg.)
5 H. Haggeman 4,5 uit 7 64.3 % (+ 1 afg.)
6 W. Lenderink 7 uit 12 58.3 %  
7 F. Kuggeleijn

6

uit 11 54.5 %  
8 J. Stuurwold 4 uit 8 50 %  
9 P. Friesen 5 uit 10 50 %  
  J. Slager 5 uit 10 50 %  
11 W. Hollander 7,5 uit 15 50 %  
12 H. Hamer 3 uit 9 33.3 %  
13 B. Thomassen 1 uit 3 33.3 %  
14 G. Bilderbeek 3 uit 10 30 %  
15 J. van de Brink 0.5 uit 2 25 %  
16 O. Hietkamp 0 uit 1 0 %  
  P. Schyns 0 uit 1 0 %  

 

STAND RAPID

1

K. Nederkoorn 10.5 uit 13 80.8%
2 Th. Goossen 16.5 uit 22 75%
3 J. Slager

16

uit

23

69.6%
4 H. Steinhauer 11.5

uit

17 67.6%
5 S. van Vucht 9 uit 14 64.3%
6 J. Stuurwold 11 uit 18 61.1%
7 P. Roessel 3 uit 5 60%
8 H. Haggeman 15.5

uit

26 59.6%
9 J. Lutgens 4 uit 7 57.1%
10 H. Hamer 14.5 uit 27 53.7%
11 P. Friesen 9 uit 17 52.9%
12 W. Hollander 12.5 uit 24 52.1%
13 W. Lenderink 8 uit 16 50%
14 S. Vrieze 1 uit 2 50%
15 M. van Hal 1.5 uit 4 37.5%
16 O. Hietkamp 4.5

uit

12 37.5%
17 B. Thomassen 8.5 uit 23 37%
18 F. Kuggeleijn 8 uit 24 33.3%
19 P. Schyns 2 uit 6 33.3%
20 E. Muller 1 uit 3 33.3%
21 J. van de Brink 2.5 uit 8 31.3%
22 H. Steenmeyer 2 uit 14 14.3%
23 G. Bilderbeek 1 uit 11 9.1%

______________________________________________________________