|
SECONDANT |
|
|
Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem |
|
|
Redacteur:
|
Marino Küper |
| Loiredal 33 | |
| 7007 HK Doetinchem | |
| Tel.: 0314-361599 | |
|
Jaargang 37 nummer 1 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Doetinchem
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Ap Bp Ra
TPR
RaTg W-We 1
V. Rothuis
- 1 1 1 0 1 1 0 0
8
5
1975 2049 1961 +0,8 2
C.A.J. Nederkoorn
½ ½ 1 1 1 - ½ 0 0
8
4½ 2047 1970 1927 -0,8 3
T.P. Goossen
1 ½ 1 0 1 1 1 1 -
8
6½ 2042 2147 1892 +0,9 4
M.van Hal
½ 0 1 1 0 1 ½ ½ 1
9
5½ 1994 1961 1882 -0,3 5
M. Küper
½ 1 1 1 ½ 0 0 ½ 0
9
4½ 2016 1871 1871 -1,8 6
P.P. Roessel
½ ½ - 0 0 ½ - ½ -
6
2
1843 1686 1806 -1,3 7
H. Haggeman
½ 0 1 0 1 0 1 - ½
8
4
1799 1787 1787 -0,2 8
H. Steinhauer
0 0 1 - - ½ ½ 0 0
7
2
1733 1671 1830 -0,6 9
F.H.H. Kuggeleijn
- - - - - - - - 0
1
0
1554 1517 1861 -0,1 10
S.van Vucht
0 - ½ ½ ½ ½ 1 0 -
7
3 1809 1667 1717 -1,4 11 P. Friesen - - - - - - - - 0 1 0 1669 1565 1843 -0,3
Promotieklasse Mp Bp
1.
ASV 2
15 45½ K 2. Meppel 14 46½ 3. De Toren 11 40½ 4. Lelystad 10 38
5. Doetinchem 9 37 6. Het Kasteel 9 35½ 7. ASV 3 9 35½ 8. SMB 4 6 26½ 9.
PION 2
5
27
D 10. Zutphen 2 28 D
Doetinchem 2 1628 - BAT Zevenaar 4
1629 5 - 1
1.
J. Slager 1721 - D. Meiboom
1790 1
- 0
2.
H.H. Vrieling 1671 - M. Groen
1627 ½
- ½
3.
F.H.H. Kuggeleijn 1554
- F. Yska
1582 ½
- ½
4.
P. Friesen 1669 - A. Arents
1602 1
- 0
5.
J. Stuurwold 1569 - H. Morsch
1565 1
- 0
6. H.J. Hamer 1587 - P.van der Poel 1607 1 - 0
Doetinchem 2
1 2 3 4 5 6
7
Ap Bp Ra
TPR W-We 1
W. Lenderink
- - - - 1 -
-
1
1 1618 1809
2
J. Slager
1 0 ½ ½ 1 ½
1
7
4½ 1721 1806 +0,9 3
H.H. Vrieling
½ 1 ½ ½ - 1
½
6
4 1671 1807 +1,1 4
P. Friesen
0 1 0 1 1 ½
1
7
4½ 1669 1696 +0,3 5
F.H.H. Kuggeleijn
0 ½ 1 1 1 1
½
7
5 1554 1760 +1,9 6
J. Stuurwold
1 1 1 1 1 1r 1
6
6
1569 2028 +2,6 7
H.J. Hamer
1 0 1 ½ 1 1r 1
6
4½ 1587 1744 +0,8
Klasse
3F
Mp Bp 1.
Doetinchem 2
14 31½ K 2.
BAT Zevenaar 4 11 25 3.
Gendringen
7
21½ 4.
DSC Glazenburg 6
20½ 5.
Kameleon
5
22 6.
Rokade
5
21 7.
't Hazenpad
4
18 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De hond van HübnerInterview met Pheadrus Door Marino Kuper Wat
goed is Phaedrus, En
wat niet goed is – Moeten
wij iemand vragen ons dat te vertellen? InleidingZoals
ik in het interview
in de vorige secondant al uitvoering
heb aangegeven, is tactiek de grote bepalende
factor bij het vergroten van speelsterkte.
Voor een ieder met een gezond stel hersens is
een rating van 2000 of meer punten bereikbaar
indien hij op een goede manier zijn tactische
vaardigheden op peil brengt. Daarmee is
natuurlijk nog niet gezegd hoe zo’n training
dient te worden aangepakt. Om de lezer daarbij
op weg te helpen zal ik in dit stuk duidelijk
maken wat hij moet doen om een sterk tacticus
te worden. Het
traject van beginnend tot gevorderd tacticus,
bestaat uit een aantal stappen. Het begint met
het leren (kennismaken met) alle tactische
motieven van het schaakspel. Na die
kennismaking dient de nieuw verworven kennis
te worden ingeslepen, zodat ze oproepbaar is
tijdens de partij. Daarnaast dient het denken
tijdens de partij zodanig te worden
gestructureerd dat optimaal gebruik gemaakt
wordt van de
verworven slagvaardigheid. De
eerste stap die de schaker dient te doorlopen
is het leren van alle tactische
motieven die regelmatig in partijen opduiken.
Het gaat hierbij om matbeelden, alle vormen
van de dubbele of meervoudige aanval, de
penning, de batterij, et cetera. Deze kennis
valt te halen uit diverse bronnen. De meest
aangewezen methoden hiervoor zijn de stappen
methode van Brunia/van Wijgerden of het boek
‘the art of combination’ van Blokh. Maar
ook andere boeken die op een systematische
wijze alle combinatiemotieven behandelen zijn
geschikt. De lezer dient die boeken hoofdstuk
voor hoofdstuk door te nemen. Hierbij staat
niet het oplossen van de opgaven centraal,
maar voorla het leren herkennen van de
karakteristieken van de behandelde
voorbeelden. Bij elke opgave dient de lezer,
nadat hij de opgaven heeft opgelost of het
antwoord heeft opgezocht, zich af te vragen
welke motieven aan bod zijn gekomen. Het doorwerken van de stappenmethode (stap 1 tot en met 5) of een vergelijkbaar boekwerk kost, afhankelijk van de discipline en beschikbare tijd, ongeveer enkele weken tot enkele maanden. Besteed daarbij niet teveel tijd aan het vruchteloos zoeken naar de oplossing. Het maximum dat in het zoeken van een antwoord gestoken mag worden is 10 minuten. Is de oplossing dan nog niet gevonden, speel haar dan op je gemak na en vraag je af welke motieven er in de stelling zaten en waarom je de oplossing niet kon vinden. Verder
is het van groot belang dat het werken aan de
opgaven met concentratie gebeurd. Het oplossen
van opgaven op ‘de bank’ terwijl
bijvoorbeeld tegelijkertijd de televisie
aanstaat, is sterk af te raden omdat de stof
dan niet of nauwelijks beklijft. Een
dergelijke studiemethode lijkt op de
afhaalchinees, ‘it doesn’t stick to the
ribs’, zoals de Amerikanen zeggen. Het
is van belang dat er een grote regelmaat in de
studie te zit.
Liever 10 opgaven per avond, gedurende
een week, dan 100 op een vrije dag. Al is de
tijd nog zo beperkt (20 minuten tot een half
uur bijvoorbeeld), probeer toch dagelijks te
oefenen. Nadat deze stof is bestudeerd is de eerste stap afgerond. De meeste schakers die dit doen denken dan dat het studieproces is afgerond. Maar niets is minder waar. Het is slechts de eerste stap naar het verwerven van tactisch meesterschap. Weliswaar is de schaker die alle wendingen heeft bestudeert op de hoogte van alle tactische motieven, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ze ook in de partij kan toepassen. Deze stap (van kennis opdoen naar kennis toepassen in de praktijk) wordt ook wel ‘transfer’ genoemd. Voor
die transfer is vaak meer nodig dan het
bestuderen van combinaties. Er is namelijk een
groot verschil tussen het spelen van een
partij en het oplossen van opgaven. Dat
verschil verklaart waarom dat de meeste
schakers combinaties die ze missen in een
partij, wel onmiddellijk zien als ze deze als
opgave gepresenteerd krijgen. De oorzaken voor
het verschil zijn: ‘ruis’ en het
‘zoekproces. Met
‘ruis’ wordt aangegeven dat combinaties
moeilijker te vinden zodra er meerdere
motieven in de stelling zitten. In veel
partijstellingen kijken we naar allerlei
varianten, zetten en wendingen. Deze leiden
ons vaak af van de beslissende wending. Daarom
is het vaak ook relatief makkelijk om opgaven
op te lossen met weinig stukken (ook al
bestaat de oplossing uit een groot aantal
zetten) . Er zijn dan dus weinig afleiders. Ons ‘zoekproces’ is een stuk efficiënter zodra we weten waarnaar we moeten zoeken. Bij een opgave weten we dat er een geforceerde oplossing in moet zitten. Een dergelijke waarschuwing krijg je natuurlijk niet tijdens de partij. Het gaat er dan ook om ervoor te zorgen dat we ons zoekproces richten op het vinden van tactische wendingen in een partij. Zodra we die stap maken komt het niveau dat we bereiken in een partij dicht in de buurt van het niveau dat we behalen bij het oplossen van opgaven. 2.
het inslijpen van tactische kennis Na de tactische wendingen zijn bestudeerd is het zaak om ervoor te zorgen dat de kennis beklijft. Daarvoor is het noodzakelijk dat tactische wendingen intensief worden geoefend c.q. herhaald. Een verzameling van zo’n 1.000 opgaven (boek of software) is toereikend om een oefenprogramma te doorlopen waarin de stof zodanig wordt ingeslepen dat ze direct inzetbaar is tijdens partijen. Het gaat er om dat de opgaven niet gerangschikt zijn op thema. Het is wel toegestaan, en zelfs gewenst de opgaven te ordenen op moeilijkheidsgraad. Deze opgaven dienen vervolgens een voor een te worden opgelost. Daarbij geldt weer als regel dat maximaal 10 minuten besteed mag worden aan het zoeken naar oplossing, en als die niet wordt gevonden, maximaal 10 minuten aan het naspelen en bestuderen ervan. Bij het naspelen van niet gevonden oplossingen dient men zich af te vragen waarom de oplossing niet is gevonden. Indien het motief onbekend was, dan is het raadzaam de stelling nog eens zorgvuldig te bekijken en het motief in je geheugen op te slaan. Als het motief je wel bekend was, maar je kwam er niet op dan dien je hetzelfde te doen. Wellicht kom je hier ook tot de ontdekking dat je je teveel hebt beziggehouden met de afleiders. Een signaal dat je te weinig gevoeligheid hebt voor het motief van de combinatie. Als
echter de oplossing te ingewikkeld was omdat
je niet in staat bent om diep genoeg te
rekenen, dan ligt het probleem niet bij je
tactische kennis maar bij je
visualisatievermogen. Daar zullen we in de
toekomst nog nader aandacht aan schenken, maar
voor het programma dat je nu doorloopt
betekent het eigenlijk dat de opgave voor jou
in deze fase niet geschikt is als
studiemateriaal. Besteed er dus verder geen
aandacht aan. Op
deze werk je de volledige verzameling opgaven
door. Opgaven die je niet zelf wist op te
lossen, maar die wel liggen binnen je
visualisatiehorizon. Dien je te markeren. Dit
zijn namelijk de opgaven die je na het
voltooien van de cyclus gaat herhalen. Je zult
merken dat je een deel van de opgaven nu wel
kunt oplossen, en dat dat niet uitsluitend
gebeurt op basis van het geheugen, maar veel
meer omdat je de motieven hebt leren hanteren.
Vervolgens ga je weer aan de slag met de
opgaven die je weer niet kon oplossen. Het
valt te verwachten dat je nu hoog scoort en
bijna alle opgaven goed oplost. Daarna werk je de cyclus weer in zijn geheel van voor naar achteren door. Als je minder dan 90 a 95% scoort, herhaal dan weer de niet opgeloste opgaven. Daarna
volgt de derde cyclus, waarbij je jezelf
maximaal 5 geeft voor het oplossen van de
opgaven. Ook hier geldt dan weer dat je de
niet opgeloste opgaven herhaalt. Reeds
tijdens het doorlopen van deze cycli zul je
merken dat je slagvaardigheid en daarmee je
schaakkracht enorm toenemen. In vluggertjes en
partijen met een normaal speeltempo zul je
veel meer combinatiemotieven herkennen. Toch
valt er daarnaast nog wat ander werk te
verzetten waardoor je optimaal in staat wordt
gesteld de vaardigheden nog meer te benutten.
Het gaat hierbij om het aanleren van de juiste
denkmethode. Het is een bekend fenomeen dat een schaker die aan zet is onmiddellijk een of meer zetten kiest waarvan hij de consequenties begint uit te rekenen. Dat is eigenlijk niet een erg efficiënte methode. Voorafgaand aan het kiezen van zetten dient hij zich eigenlijk eerst eens goed te oriënteren op het bord. Welke stukken staan ongedekt, welke stukken staan aangevallen, welke stukken staan gepend, is er een schaak, et cetera. Pas nadat deze verkenning is uitgevoerd, en alle mogelijke combinatiemotieven zijn geïnventariseerd, zou de schaker zetten moeten gaan zoeken waarmee hij optimaal gebruik kan maken van die motieven. De neiging om eerst zetten te gaan doorrekenen is echter sterk. Zo sterk dat het bijna onbegonnen werk is om deze te willen onderdrukken. Een praktische tip hierbij is dan ook dat je eerst eens een halve minuut uittrekt om de consequenties te bekijken van de zet die je het meest aanspreekt, om dan vervolgens (indien de zet niet onmiddellijk winnend is) de stellingskenmerken op een rijtje te zetten en te zoeken naar de zet die het meest aan die kenmerken tegemoet komt. In de docentenhandleidingen die horen bij stap 1 tot en met 5 vind je een groot aantal vragen die een schaker zichzelf kan stellen als hij een stelling verkent. Een consequentie toepassing van zo’n zoekstrategie sluit bijna uit dat je combinaties mist die liggen binnen je visualisatiegrens. 4. samenvatting
De volgend aflevering zal ik uitgebreid stil staan bij het materiaal (software en boeken) die het meest geschikt zijn om dit programma te doorlopen. Ik wens u veel succes bij uw eerste stappen op weg naar tactisch meesterschap.
Over
het afgelopen seizoen is de wedstrijdleider
zeer tevreden. Er was veel animo voor de
verschillende competities. Ook zijn alle
partijen sportief verlopen en de sfeer was
over het algemeen prima, zeer gezellige
avonden. Natuurlijk streven we naar nog meer
actieve schakers. De
diverse competities zijn ten einde. Vanaf
dinsdag 1 juli spelen we 'de Zomercompetitie'.
Dit is een competitie met het speeltempo van
45 minuten per persoon per partij. Hierdoor
kunnen we twee ronden per avond spelen. Ook
niet leden zijn van harte welkom. De laatste
speelronde voor de zomercompetitie wordt
gespeeld op dinsdag 19 augustus. Op dinsdag 26
augustus staat de Algemene Ledenvergadering
gepland met aansluitend Rapid. Dinsdag 2
september starten we met de Laddercompetitie
en op 9 september starten we met de
Roostercompetitie. Er is
veel gebruik gemaakt van de Laddercompetitie.
Het aantal gespeelde partijen per spelers
verschillen nogal omdat deze competitie geen
verplicht karakter heeft. Daardoor wordt deze
competitie dan ook minder spannend. De
eindstand wordt bepaald door het percentage
van de behaalde resultaten. Wel bied deze
competitie een mooie gelegenheid om varianten
uit te proberen. De
rapidcompetitie werd wat minder bezocht. Wel
werden er mooie en spannende partijen
gespeeld. De vorm van de dag is meestal
bepalend want bij Rapid kan eigenlijk iedereen
van iedereen winnen en dat heeft ook weer iets
bijzonders. De
roostercompetitie is afgelopen. De winnaar is
Kees Nederkoorn 11½ uit 14, score van 82.1%,
tweede Vincent Rothuis met 11 uit 14, score
van 78.6%, derde Marino Küper 10½ uit 14,
score van 75%. Drie spelers delen de 4e plaats
Peter Roessel, Marius van Hal en Henk Hamer,
allen met 9½ uit 14, score van 67.9%. Met
name voor Henk Hamer is dit een geweldige
prestatie. Hij heeft zich als tweede
teamspeler mooi genesteld tussen de eerste
team spelers. Helaas voor Henk liet hij zich
20 mei verrassen door Benno Thomassen anders
had er een nog hogere eindklassering
ingezeten.
Bij dit drietal kan Sander van Vucht
zich eventueel aansluiten mits hij dan de
inhaalpartij van Henk Steinhauer weet te
winnen. Jammer
voor Harold Vrieling dat hij de laatste partij
heeft verloren. Sinds de komst van de baby
presteerde Harold erg goed en leek
hij niet te lijden aan onrustige nachten. Hem
vinden we terug op de gedeelde 8e plaats,
samen met Henny Haggeman. Henk Steinhauer kan
zich bij dit koppel voegen mits hij de
inhaalpartij wint van Sander van Vucht. Theo
Goossen is al vroeg afgehaakt voor de titel en
bezet de 11e plaats. Dit is niet echt de
plaats waar Theo (mits in goede doen) behoort.
In de middenmoot staan Sander van Vucht (de
baby kwam voor betere prestatie voor Sander te
laat), Henk Steinhauer, Henny Haggeman en Jim
Slager. Daar onder staan Jaap Stuurwold en
Benno Thomassen (7 uit 14, 50%), Wim Lenderink
& Philippe Friesen, (beiden 6½ uit 14,
46.4%). Frans Kuggeleijn eindigt als 17e (5½
uit 14, 39.3%), 18e is Philip Schyns (3½
uit 14, 25%).
Otto Hietkamp werd (in het eerste jaar als lid) 19e (2½ uit 14, 17,9%). Hij heeft echter partijen nipt verloren en had zelfs tegen de toppers tot het eind toe prachtige stellingen op het bord. Otto kon dit seizoen nog niet voor een verrassing zorgen maar wie weet wat het komend seizoen hem brengt. Gert Bilderbeek (2 uit 13, 14.3%) kwam regelmatig "stukken te kort" en eindigt als rode lantaarndrager. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| TUSSENSTAND ROOSTER 2003-2004: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| TUSSENSTAND LADDER 2003-2004: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| TUSSENSTAND RAPID 2003-2004: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| EINDSTAND ROOSTER 2002-2003: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| EINDSTAND LADDER 2002-2003: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| EINDSTAND RAPID 2002-2003: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| EINDSTAND ZOMER 2002-2003: klik hier | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||