SECONDANT

 

Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem

Redacteur:

 

Marino Küper
Loiredal 33
7007 HK  Doetinchem
Tel.: 0314-361599

 

Jaargang 37 nummer 1

- Inhoud -

1 colofon
2 inhoud
3 van de redacteur
4 externe competitie
17 analysehoek
20 SVD-ers op pad
23 De Hond van Hübner
29 Interne competities
 
 

- Van de redacteur -

 
Door Marino Küper
Beste lezer, zwelg! Geef u over aan de belevenissen  van Frans Kuggeleijn en waan u in een aflevering van Heimat. Als redacteur prijs ik mij gelukkig met een deze schrijver van Donneriaans formaat. En hij kan ook nog eens tekenen. Natuurlijke vormde de fantastische prestatie van ons tweede team een goede bron van inspiratie.
Ook andere bijdragen mogen er wezen. Henny wordt een vaste waarde. Ditmaal opnieuw een analyse van zijn hand. Verder schreef hij ook nog een lezenswaardig verslag het open NK in Dieren. Ook Harold laat zich ditmaal niet onbetuigd met een analyse van een eigen aanvalspartij uit de interne competitie. Als ik zijn inleiding goed begrijp kunnen we dit seizoen zelfs nog meer analyses van zijn hand tegemoet zien.
Pheadrus liet lang niets van zich horen. Ik begon werkelijk te vrezen dat hij zijn toezegging niet na zou komen. Gelukkig trof ik een paar dagen voor het ter perse gaan van dit nummer een artikel in mijn mailbox aan.
Jelle de Jong zag zich helaas niet in staat om een nieuwe aflevering van Schaakmemoriaal te schrijven. Gelukkig betekent deze onderbreking niet het einde van deze serie. Vanaf het volgende zal de draad weer worden opgepakt.  
Dat het eind van de competitie van ons eerste team geen inspiratie bood voor doorwrochte analyses of literaire uitspattingen zoals die van Frans, zult u wel begrijpen. Het liefst had ik nooit meer aan deze gruwelijke episode teruggedacht. Slechts het constant herhalen van alle journalistieke codes stelde mij in staat om de fysieke weerzin te overwinnen die het beschrijven van onze twee laatste wedstrijden opriep.
Verder weer alle interne en externe competitiestanden. Helaas geen hebben we nog geen interne ratinglijst. Wellicht wordt het voor het bestuur tijd om hier eens een commissie van deskundigen op te zetten.
 
 

- EXTERNE COMPETITIE -

 
Doetinchem 1   door Marino Küper.
 
MIDDENMOTER
Het ontluisterende slot van het seizoen geeft aanleiding tot grote schaamte. Een nederlaag tegen Meppel was al tamelijk verontrustend, maar nog enigszins te dragen door de wetenschap dat het ging om een tamelijk jong en talentvol team dat het afgelopen jaar gegroeid was. De slotronde sloeg echter alles. Door ASV 3, met alle respect toch nauwelijks een sterrenteam te noemen, werden we  met boter en suiker ingemaakt. De enigen die zich enigszins aan de ellende wisten te onttrekken waren Marius, Theo en Henny. De overige teamleden (waaronder ondergetekende) zonken weg in een diepe poel van ellende.  
Pure walging weerhoudt mij van het tonen van partijfragmenten uit deze wedstrijden. Niet dat er geen leerzame of interessante fragmenten waren. De Doetinchemmers zaten echter in zo goed als alle gevallen aan de ‘verkeerde kant’ van de tafel. Het verspelen van winnend voordeel, vergooien van zekere remises, combinaties die bleken te berusten op hallucinaties, elementaire openingsfouten en blunderen in de tijdnood van de tegenstander. Ik heb het allemaal zien gebeuren. Waarom ik niet de slotronde al naar zo’n twee uur gillend verliet kan ik tot op heden nog niet verklaren.
Een en ander noopt tot bezinning. Achter ons liggen de jaren waarin we ons bij het beging van een competitie op konden maken voor een jacht op het kampioenschap, of tenminste een promotieplaats. Daarvoor in de plaats komt nu een periode waarin we als middenmoter zullen fungeren. Geen serieuze kandidaat voor een toppositie of degradatie. Het zullen emotieloze jaren worden. Niet langer het gevloek in de auto na afloop van de wedstrijd over gemiste kansen en het laten liggen van bordpunten. Ambitieuze schakers zullen onze club gaan mijden. Termen als ‘gezelligheid’, ‘Lekker potje’ zullen de plaats gaan innemen van ‘de wil om te winnen’ en ‘ambitie’. We worden het RKC van de promotieklasse.
In dat licht bezien is het onzin om de individuele prestaties van de leden van ons team het afgelopen seizoen nog eens nader onder de loep te nemen. We kunnen in het licht van het nieuwe ‘middenmoter paradigma’  volstaan met de constatering dat we ‘lekker hebben gespeeld’, dat er weer ‘geen wanklank in het team is gevallen’, dat de stemming opperbest was’ en dat we er volgend seizoen ‘weer stevig tegenaan gaan’. Ik heb nu al heimwee!
 
  Meppel 1907 - Doetinchem 1932 5½ - 2½
1 R. Berendsen 2189 - V. Rothuis 1975 1 - 0
2 R. van den Berg 1881 - C.A.J. Nederkoorn 2047 1 - 0
3 A. Pauptit 1882 - T.P. Goossen 2042 0 - 1
4 G.J. Pauptit 1978 - M. van Hal 1994 ½ - ½
5 B. Boschma 1892 - M. Küper 2016 ½ - ½
6 C.W. Hoogendijk 1810 - R.P. Roessel 1843 ½ - ½
7 R.J. de Wolde 1812 - H. Steinhauer 1733 1 - 0
8 R. Donker 1813 - S. van Vucht 1809 1 - 0
 
  ASV 3 1886 - Doetinchem 1848 6½ - 1½
1 I.v/d Gouw 1884   V. Rothuis 1975 1 - 0
2 C.J.P. Sep 1939   C.A.J. Nederkoorn 2047 1 - 0
3 F. Reulink 1916   M. Küper 2016 1 - 0
4 P. Schoenmakers 1843   M. van Hal 1994 0 - 1
5 R. Wille 1933   H. Steinhauer 1733 1 - 0
6 E. Belle 1868   H. Haggeman  1799 ½ - ½
7 G. Hendriks 1861   F.H.H. Kuggeleijn 1554 1 - 0
8 H.A. Rigter 1843   P. Friesen 1669 1 - 0

 

  Doetinchem                  1 2 3 4 5 6 7 8 9  Ap Bp Ra   TPR  RaTg W-We

1  V. Rothuis                 - 1 1 1 0 1 1 0 0  8  5  1975 2049 1961 +0,8

2  C.A.J. Nederkoorn          ½ ½ 1 1 1 - ½ 0 0  8  4½ 2047 1970 1927 -0,8

3  T.P. Goossen               1 ½ 1 0 1 1 1 1 -  8  6½ 2042 2147 1892 +0,9

4  M.van Hal                  ½ 0 1 1 0 1 ½ ½ 1  9  5½ 1994 1961 1882 -0,3

5  M. Küper                   ½ 1 1 1 ½ 0 0 ½ 0  9  4½ 2016 1871 1871 -1,8

6  P.P. Roessel               ½ ½ - 0 0 ½ - ½ -  6  2  1843 1686 1806 -1,3

7  H. Haggeman                ½ 0 1 0 1 0 1 - ½  8  4  1799 1787 1787 -0,2

8  H. Steinhauer              0 0 1 - - ½ ½ 0 0  7  2  1733 1671 1830 -0,6

9  F.H.H. Kuggeleijn          - - - - - - - - 0  1  0  1554 1517 1861 -0,1

10 S.van Vucht                0 - ½ ½ ½ ½ 1 0 -  7  3  1809 1667 1717 -1,4

11 P. Friesen                 - - - - - - - - 0  1  0  1669 1565 1843 -0,3 

 

    Promotieklasse Mp Bp 

1.  ASV 2          15 45½ K

2.  Meppel         14 46½

3.  De Toren       11 40½

4.  Lelystad       10 38

5.  Doetinchem     9  37

6.  Het Kasteel    9  35½

7.  ASV 3          9  35½

8.  SMB 4          6  26½

9.  PION 2         5  27  D

10. Zutphen        2  28  D

 

Doetinchem 2   door Frans Kuggeleijn
 
GLAZENBURG REVISITED IN LEUTERSDORF
Het is nu alweer vele maanden geleden dat Doetinchem2, na een verpletterende zegereeks, ongeslagen kampioen werd in de derde klasse F van de OSBO. En waar ik al die tijd bang voor ben geweest, is gebeurd.
Na het behalen van het hoogst bereikbare is het team in een enorm gat gevallen. Waar moet je nu nog verder voor leven?
De rijtoer in een open koets door Doetinchem was natuurlijk reuze aardig, en ik bedank vanaf deze plek een ieder die meegewerkt heeft aan deze onvergetelijke dag, maar aan de andere kant heeft dit het gat slechts nog dieper gemaakt.
Wat mij nog het meest raakt, is dat er van de kant van de OSBO geen enkele begeleiding is geweest. Geen enkele.
Hoe moet je met de media omgaan? Wat doe je met het prijzengeld? Moet het op een spaarrekening? Moet het belegd worden? Wanneer moet je instappen, wanneer moet je uitstappen? Waar vind je goede psychotherapeuten om de gezinnen bijeen te houden?
Vragen, en nog eens vragen. En je staat er alleen voor.
Voor Jaap Stuurwold, met zeven uit zeven, is de klap enorm geweest. Het schijnt dat hij nu al maanden met een camper doelloos door Italië zwerft in een wanhopige poging weer enige richting aan zijn leven te geven.
Wanneer ik diep in de nacht de hond uitlaat kom ik vaak Philippe R. Friesen tegen in de Grutstraat, zo langzamerhand het Sodom en Gomorra van Doetinchem, waar hij met een holle blik in de ogen van nachtlokaal naar nachtlokaal dwaalt. Op zoek naar..., ja op zoek naar wat...? Enorm zonde van zo'n jonge jongen.
Henk Hamer is nog slechts in de buurt van Zeewolde te vinden, waar hij aan de oevers van het voormalige IJsselmeer net zo lang de uitvarende vissersboten volgt tot ze van de horizon vallen. Het zou me helemaal niet verbazen indien hij binnenkort op één van die schepen aanmonstert om de rest van zijn dagen in een stille Noordse fjord te slijten.
Jim Slager is een heel triest geval. Normaal een uiterst sympathieke, levenslustige man, die per dag zo'n twintig appels tot het klokhuis doorbijt, wat mij wel eens het idee heeft gegeven, dat hij zich klaarmaakt voor een volgend leven, waarin hij, hangend in de nok van de circustent, drie bevallige ballerina's, hangend aan zijn tanden, in de rondte draait. Maar nu is het niks meer. Geen bijbelse vrucht meer gezien. Er is iets stuk. Een hoopje ellende. Hij verliest zelfs van Friesen. Kon ik maar iets doen...
En Harold Vrieling? Ja Harold...., na die gedenkwaardige dag van de slotronde heeft niemand hem meer gezien. Het spoor leidde tot Schiphol. Daarna niets meer. Sommigen zeggen Brazilië, regenwouden, anderen Nieuw Zeeland. Het zijn geruchten, je weet het niet. Enorm jammer dat alles zo gelopen is.
Ikzelf, met de op één na hoogste score, heb me als teamleider lange tijd groot weten te houden, maar toen het ook mij allemaal te machtig werd, ben ik afgereisd naar het dorpje Leutersdorf in het meest oostelijke puntje van Sachsen, waar ik nu op het terras van Hotel-café-restaurant Oberkretscham zit, in afwachting van de spelers van Schachverein 1994 Oberland, die in een zaaltje achter mij hun wekelijkse speelavond beleggen.
Ondanks de verzengende hitte slaat aan de overkant van de straat een jongetje onvermoeibaar een tennisbal tegen de muur van een garage. Zijn techniek is verbluffend. Slize, backhand, forehand, stopvolley, en nooit stuitert de bal meer dan éénmaal op het verdorde gras.
Alleen al de aanblik doet mij het zweet uitbreken, slechts gekoeld door een magere parasol en een litertje Riesling.
Wat doe ik hier? Een uithoekje van Sachsen. Meer een zakje , een bultje dat in de grenzen van Polen en Tsjechië duwt.
Gisterenavond heeft mijn gastheer in Leutersdorf, die iets buiten het dorp woont, de plaatselijke schaakvereniging onder mijn aandacht gebracht. Zelf had ik het onderwerp liever nog een tijdje vermeden om geheel tot rust te komen, maar zoals zo vaak is het dagelijkse leven sterker dan jijzelf.
In de late zwoele avond vertrouwde mijn gastheer mij toe, dat hij na zijn natuurkundestudie zich had beziggehouden met Leistungssport in de voormalige DDR. Daar ik al wist dat zijn vrouw chemie onderwees aan het regionale gymnasium , en zijn kennelijke welstand moeilijk te overzien was, - ik ken weing mensen met een inpandig zwembad en als hobby zweefvliegen - meende ik mij de vraag te kunnen veroorloven of  de schouders van die leuke DDR-zwemmeisjes nog iets opgebracht hadden.
Door de vernietigende blik die mij toegeworpen werd, en de ijzige stilte die op mijn vraag volgde, begreep ik dat ik snel een ander onderwerp moest zoeken. Ik wist dat niet zo snel. Uit armoede bezong ik eerst een minuut of veertig het, inderdaad schitterende uitzicht vanaf zijn terras op de Tsjechische heuvels, maar toen hij mij uiteindelijk afbrak met de mededeling dat tot op heden nog niemand zich had beklaagd over het uitzicht, zocht ik mijn toevlucht toch weer bij de denksporten. Iets met sport, maar toch geen opgeblazen dijen, schouders of kuiten.
Ja , er was een schaakvereniging. De SV 1994 Oberland. Zijn dochter was er als kind ook lid van geweest. Tachtig leden, vijf teams! In Leutersdorf...?
De ober, die in voorkomen, woord en gebaar precies zo is zoals ik me de brave soldaat Schwejk voorstel, komt het terras op om te informeren of alles naar wens is. Met een snelle blik op de lege karaf voor mij, beseft hij ogenblikkelijk, als een goede Schwejk, dat de situatie niet ideaal is. We komen nog ein Halbes overeen. Hij spreekt, net zoals iedereen hier, Duits met een Amerikaans accent. Zoals hoorspelacteurs in de vijftiger jaren een Amerikaan voor de microfoon plachten neer te zetten.
Eerst dacht ik nog dat al die mensen, na een jarenlang verblijf in de verenigde staten, na die Wende weer waren teruggekeerd. Maar ze schijnen die malle r al honderden jaren zo uit te spreken. In de tijd van Ulbricht moet dat grappig hebben geklonken.
Voor Schwejk weer verdwijnt informeer ik nog even voor de zekerheid naar het tijdstip waarop de SV 1994 Oberland eintreffen wird.
Acht uur! Tijd genoeg om nog even de gezamenlijke slotronde bij de sv Glazenburg de revue te laten passeren.
Waren we bij de onderlinge ontmoeting, op een heldere vriesavond in december,al blij verrast geweest met al de heerlijkheden die ons toegestopt werden, ditmaal kon men werkelijk van een vreetfestijn spreken. Natuurlijk was het ook leuk om weer allerlei oude bekenden te zien, zoals The Famous Grouse en Johnny Walker, maar het meest trok toch de uitgebreid gedekte tafel. Ik zeg tafel, maar een klein voetbalveld komt dichter bij de waarheid.
Het was ongelooflijk. Worsten, sauzen, vis, stokbrood, meloen, druiven, zuidvruchten....je moet het gezien hebben!
Voor de eerste maal maakte ik het mee, dat het gesmak, het gekauw, de boeren en de winden het anders zo gezellige tikken van de schaakklokken overstemde.  
Van de wedstrijd zelf kan ik me weinig meer herinneren. Ik weet nog vaag dat BAT Zevenaar alleen bij een overwinning op Doetinchem2 gebaat zou zijn.  Daar het door sterk spel van Henk Hamer en Philippe R. Friesen al snel 2-0 voor Doetinchem stond, was dat ook nog slechts theorie.
Zelf trof ik de best scorende speler van de tegenpartij, die wij, gezien zijn achternaam, voor een in de haast aangetrokken Joegoslaaf hadden gehouden. Het bleek een uiterst sympathieke, wat oudere Fries te zijn, die ook nog dezelfde voornaam als ikzelf bleek te hebben.
Een remise leek onvermijdelijk. Temeer daar het duidelijk was dat wij beiden aasden op een voortreffelijk stukje ganzeleverpastei, dat niet al te ver van ons vandaan, halfverscholen achter een salade en een meloen lag. Het zou erom spannen wie het eerst een remiseaanbod zou doen en het buffet als eerste zou bereiken. Het is als bij wielrennen, degene die het eerst aanzet verliest. Mijn naamgenoot bleek de zwakste zenuwen te hebben. Zijn voorstel het punt te delen nam ik snel aan, bekrachtigde een en ander met een snelle handdruk, waarna twee seconden later het pasteitje op mijn bord lag. Ik ben nu eenmaal jonger en sneller en er kan er maar één winnen. Als troost heb ik hem nog een mooi stuk camembert op een bedje van salade en druiven gebracht.
Ook Harold, die nog slechts een bescheiden tonijn en wat kersen had genuttigd, bleek grotere honger te hebben, en nam derhalve ook gretig het remiseaanbod van zijn tegenstander aan om zich eindelijk aan het grotere eetwerk te kunnen wijden.
Een 3-1 voorsprong voor Doetinchem inmiddels. Jaap Stuurwold en Jim Slager stonden goed, maar hun onrustige blikken richting het, alsmaar leger wordende buffet, deden mij vrezen voor in haast gemaakte blunders. Nadat we echter enige kazen en worsten naar hun respectievelijke tafeltjes hadden gerold, en daarbij ook nog beslag hadden weten te leggen op de laatste porties kaviaar en truffels, kwamen beiden geheel tot rust en maakten hun partijen op voortreffelijke wijze af, 5-1.
Met zeven uit zeven mocht Jaap Stuurwold uit handen van de heer en mevrouw Glazenburg nog een extra attentie in ontvangst nemen. Een mooie fles rode Bourgogne, bekend om zijn ietwat brutale, maar zeer verfijnde afdronk.
Nooit zal ik de familie Glazenburg meer verwarren met een onbekend middeleeuws stadje. Te zot voor woorden ook eigenlijk, om iemand het menszijn te ontnemen terwille van wat middeleeuwse straatjes, een laat -gotische herberg of een kathedraal.
Hier in Sachsen kun je het allemaal nog vinden. In Bautzen, Görlitz, Zittau, en met een beetje goede wil en fantasie ook in Dresden.
Ik wenk Schwejk, die twee tafeltjes verderop bij een dame van middelbare leeftijd een literglas bier aan het afleveren is. Met een brede glimlach komt hij op mij toe, ondanks de hitte geen druppeltje zweet op zijn gezicht. Misschien komt hij echt rechtstreeks uit de roman van Hasek en is hij immuun voor de weersgesteldheden.
Sicher, sicher, die Mitglieder des SV 1994 Oberland sind bereits eingetroffen, schon eine Viertelstunde... en of ik nog ein Halbes möchte? Dit vraagt hij op licht bestraffende toon. Ik knik. Bij grote hitte moet je veel vocht tot je nemen.
Ik vraag hem of de SV Oberland al aan het spelen is. Hij kijkt mij verbaasd aan en legt een hand op mijn schouder. Aber nein! Vanavond wordt er niet gespeeld. Het is de afsluiting van het seizoen. De stukken en de borden zijn al ingeleverd. Een hapje en een drankje, dat is alles!  Aber die Spieler freuen sich schon ein Schachspieler aus Holland begrüssen zu dürfen.
Ik begin er minder zin in te krijgen. Ik houd er niet van me op te dringen aan vreemde gezelschappen. Het sociale gebeuren is zelden bevredigend. Het eeuwige "aap-wat-heb-je-mooie-jongen-spel". Ik besluit mijn laatste bestelling te annuleren, om de rekening te vragen  en hier zo snel als mogelijk te verdwijnen. Schwejk is echter al weer weg. Mij achterlatend met de vraag, hoe het in godsnaam mogelijk is dat tachtig schaakspelers het hotel zijn binnengegaan zonder dat ik daar iets van gemerkt heb. Waarschijnlijk is er een achteringang. Schakers zijn bescheiden, ze wilden de hotelgasten niet storen. Zo moet het gegaan zijn.
Het glas van de middelbare dame is al voor de helft leeg. Er zit een beetje schuim op haar kin. Terwijl ik overweeg haar hierop opmerkzaam te maken, staat Schwejk weer voor mijn neus met de gevraagde bestelling. Hij heeft er kennelijk plezier in. Ein Halbes für den Schachspieler aus Holland! Ik begin angstig te worden. Het is duidelijk dat hij mij voor een zeer sterke speler aanziet. Hoewel ik mij in werkelijkheid met de grootste pijn en moeite tussen de 1600 en 1700 staande weet te houden.
Trinken Sie nur in Ruhe aus, der Schachverein Oberland wird noch stundenlang hier sein...!  Waar ben ik aan begonnen?
Ik moet hier echt weg. Snel handelen is nu het devies. Zodra Schwejk zijn voeten heeft gelicht, werk ik de Riesling in ijltempo naar binnen. Het gaat nu om moed. Waar die vandaan komt doet er niet meer toe.
Schwejk zal nu wel in de keuken zijn. Als ik snel ben kan ik bij de dame achter de bar afrekenen en ongezien verdwijnen.
Wat maakt het uit als ik in de gedachtewereld van Schwejk verder zal leven als de Hochstapler aus Holland. Zelf is hij ook maar een romanfiguur. Over drie dagen ben ik hier weg, en in de tussentijd kan ik mijn wandelingen iets verder van het dorpscentrum verleggen.
Ik sta op. Plotseling word ik me weer bewust van het eentonige geplof van de tennisbal aan de overkant. Moet dat jongetje niet naar bed? Heeft hij geen ouders?
Het glas van de middelbare dame is leeg. Ook op haar neus zie ik een toefje schuim. Ik laat het maar zo. Ik kan niet alle lasten van de wereld dragen. Ondanks het schuim op kin en neus heeft ze een prettig gezicht.  Ik knik haar vriendelijk toe voor ik het hotel binnenstap.
Afgezien van de dame achter de bar is het cafégedeelte leeg. Schwejk is in geen velden of wegen te bekennen. Alles gaat goed, alles gaat snel. De rekening ligt klaar. Na vastgesteld te hebben dat het prijsniveau in oost en west elkaar aardig begint te naderen, betaal ik prompt, en draai me om met de bedoeling het pand zo snel als mogelijk te verlaten...
Waar hij vandaan is gekomen weet ik niet, maar ik kijk middenin het vrolijk grijnzende gelaat van Schwejk. Kommen Sie, kommen Sie, die Spieler sind gespannt! Hij neemt mij stevig bij de arm en voert me naar een deur achter de bar. Ik sputter tegen en roep vertwijfeld dat ik slechts ein ganz kleiner Spieler bin, maar Schwejk is sterk. Met een brede zwaai opent hij de deur, duwt mij naar binnen ,en met een stentorstem kondigt hij aan "der Schachspieler aus Holland" !!  Waarna hij zich terugtrekt en de deur achter mij sluit.
Het grootste gedeelte van de zaal wordt in beslag genomen door een enorme, lange tafel, die minstens plaats zou kunnen bieden aan een man of zestig. Afgezien van vier sombere heren, achter vier verschraalde biertjes, is de tafel leeg. De stemming is bedrukt. Onmiskenbaar ben ik te vrolijk na mijn uitgebreide werkbezoek aan de SV Riesling.
Op tijd weet ik de opmerking "wie is er dood?" in te slikken. De laatste maal dat ik dat op vrolijke toon, in een soortgelijke situatie, ergens vroeg, bleek zulks inderdaad het geval te zijn. Met het klimmen der jaren wordt men wijzer.
De vier heren hebben zich gegroepeerd aan het uiterste puntje van de tafel. Je weet nooit wie er allemaal nog zullen komen. Een onbestemde veertiger richt zich op en stelt zich voor als de vice-voorzitter. Ik druk hem hartelijk de hand en neem dankbaar de plaats tegenover hem in. Naast hem zit de mooiste toupet, die ik ooit heb gezien. Gitzwart. Je kunt met een gerust hart zeggen dat er eerst het haarstukje was, waarna er een gezicht en een lichaam onder geconstrueerd werd. Het gezicht is lijkbleek, en ondanks de hitte, draagt het lichaam een driedelig donker pak. Als de dood een persoon is, zit hij nu tegenover mij. Ook de Dood schudt mij de hand, waarbij hij hoofd en torso kaarsrecht houdt. Alsof hij, bij deze warmte de lijm niet geheel vertrouwd.
Naast de Dood zit een oudere man, die kennelijk in slaap is gevallen, het hoofd op de borst. De vice-voorzitter stoot hem aan. De oudere man richt het hoofd op en bekijkt mij lang en aandachtig, waarna hij mijn toegestoken hand grijpt, zich daaraan optrekkend half over de tafel buigt en mij op fluistertoon toevoegt, "Es gibt hier viele Turniere für Veteranen". Daar ik onmiddellijk begrijp dat deze mededeling vertrouwelijk is, en niet bestemd voor de anderen, verzeker ik hem, ook op fluistertoon, dat ik hier goede nota van heb genomen, en als het zover is, ik een en ander zeker in mijn wedstrijdschema zal opnemen. Een kleine 800 km mag dan geen bezwaar zijn.
Hij knikt goedkeurend en laat zich weer in zijn stoel vallen, gooit het hoofd op de borst en dommelt weer in. Daarbij nog steeds mijn hand vasthoudend, waardoor ik iets over de tafel wordt getrokken. Voorzichtig peuter ik zijn vingers los. Schaken is leuk, maar het moet niet te klef worden.
Naast mij zit een stille dertiger, die ik als laatste de hand mag drukken. Hij kijkt mij niet echt aan. Voor hem op tafel ligt een lesboekje.  Das Damengambit. 
Er valt een stilte. We weten niet wat we aan elkaar hebben.
Alle schaakspelers ter wereld, ongeacht niveau, zouden eigenlijk een badge moeten dragen waarop duidelijk hun rating staat vermeld. Je voorkomt er malle situaties mee.
Zo maakte ik het mee, dat in Dieren, tijdens de open kampioenschappen, een speler met een rating van 1267, een internationale meester aan het uitleggen was, hoe een bepaalde opening te behandelen. En beiden hadden niets in de gaten.
Zelf heb ik een kleine twee jaar geleden in Wenen, in een schaakcafé in de buurt van de opera - het heette geloof ik ook Café l´Opera. ( De oostenrijkers zijn niet van die taalpuristen. Na Mozart is momenteel commissaris Rex het grootste exportartikel ) - een schaker, die naar het partijtje van twee anderen keek, op de schouder getikt om hem te vragen of hij zin zou hebben in een partijtje met mij. Ogenblikkelijk werd ik door iemand achter mij weggetrokken, die mij toebeet  "Sind Sie Wahnsinnig! Die sind viel zu stark für Sie."
Het bleek dat ik een Tsjechische grootmeester op de schouder had getikt, die samen met twee IM´s enkele finesses van het eindspel aan het doornemen was.
Eerst was ik boos. Niemand kent mij in Wenen. Niemand kent mij in Nederland. Weet iemand hoe Tiviakov of Sokolov eruit ziet ? Er bestaat toch geen fotogallery van topschakers? Ik zou toch ook best een grootmeester kunnen zijn! Zie ik er dom uit? Hoogst onwaarschijnlijk!
Maar al gauw begreep ik het. Er hangt een soort van warm veld rond elke topspeler. Ik heb dat veld niet. Een beetje schaker heeft dat meteen door.
Toen mijn eerste ergernis verdwenen was, begreep ik waar het allemaal om ging. Door die ene korte aanraking met de Tsjechische grootmeester was er een kracht en een warmte in mij gevloeid, die sterker was dan welk genotsmiddel dan ook.
Het heeft mijn leven een geheel nieuwe wending gegeven. Als je die kracht en die warmte door middel van zo´n simpel schoudertikje eenmaal door je heen hebt voelen stromen, wil je niet anders meer.
Tegenwoordig bezoek ik alle grote toernooien en breng daar de dag door met het op de schouder tikken van grootmeesters. Je wordt er niet echt een sterkere speler van, maar die kracht..., die warmte...!
Men moet nu niet meteen gaan denken, dat lijkt me wel wat, dat ga ik ook doen. Er komt een enorme hoeveelheid techniek en ervaring bij kijken. Toen ik pas begon en nog onervaren was, is het me een keer overkomen dat ik een speler met een magere rating van 2120, die zich slinks tussen een groepje grootmeesters had gemengd, heb aangetikt. Het was walgelijk! Of je een dooie aanraakt!
Je voelt je bezoedeld, vies. Maanden van zorgvuldig aantikken vloeien weg.
En dan de techniek! Velen denken dat een tikje met het eerste kootje van de wijsvinger volstaat. Niets is minder waar. Hoe groter het oppervlak, des te meer warmte en kracht...
Maar er gaan jaren overheen voor je ook het tweede kootje ten volle weet te benutten. Ikzelf gebruik nu ook een kwart van het derde kootje.
Het spreekt vanzelf dat dit slechts voor de zeer sterken is weggelegd.
Nog steeds neemt geen van de spelers van de SV Oberland het woord. Ongemakkelijk kijken we elkaar aan. Ik kan niet meer terug en besluit frontaal in de aanval te gaan. Ik wil het ratingprobleem nu achter de rug hebben. Ik informeer bij de vice-voorzitter naar de sterkte van de vereniging. Kome wat kome.
Uit een aktetas naast zijn stoel haalt hij een computeruitdraai en schuift die over de tafel naar mij toe. Ik kijk, en het zweet breekt mij uit. Tachtig spelers! En allen een rating tussen de 1900 en 2000! En niet één onder de 1932!
Ik voel dat mijn stem trilt als ik hem complimenteer met die prachtige, gelijkmatige opbouw van de vereniging. Hij kijkt mij eerst niet begrijpend aan, en verwijst mij dan met zijn vinger naar het rijtje naast de geboortedata. De avond kan niet meer stuk. Ik wil hier weg. Die verdomde Schwejk ook!
De vinger van de vice-voorzitter ligt nog steeds op het juiste rijtje. Hij kijkt mij vragend aan. Ik moet wel kijken. Goed, even dan. Ik werp een blik en meteen wordt mijn adem afgesneden. Ein Wahnsinns  Angebot! Ik tril nu over mijn gehele lichaam. Op het papiertje voor mij zie ik een team, dat veel te sterk zou zijn voor welke OSBO-selectie dan ook.
Horak - 2475, Meijers-2464 IM, Kaminski- 2315 IM, Wokurka- 2280, Bindrich-2300, Rössler-2315 WIM, en dan nog een twaalfjarige Sachsische Jugendmeister- 2055.... Ik durf niet verder te kijken. Mijn god waar ben ik terechtgekomen. Ik heb hier niets te zoeken. Is de slapende veteraan misschien Kaminski? De vice-voorzitter Wokurka? De Dood Horak? De stille dertiger naast me Meijers? Het tennisspelende jongetje de Jugendmeister? De bierdrinkende vrouw op het terras de WIM?
Ik durf mij niet meer te bewegen en kijk strak voor mij uit. Ik dank de goden dat het spelmateriaal ingeleverd is. Waar en bij wie interesseert me niet meer. Als het maar ver weg is. Ergens diep onder de grond, met een flinke laag bruinkool eroverheen. Maar ja, misschien zijn ze wel gewend om blind te spelen.
Ik transpireer hevig. Mijn kleren zijn nat. Ik begin mijzelf te ruiken. De Rieslingstemming heeft plaats gemaakt voor een alles verterende, diepe angst. Als ik nu zou proberen te spreken, zou er niets uitkomen. De lippen willen niet, mijn mond is droog. Ik voel een tik in mijn linker oog. Toch probeer ik het. Langzaam draai ik me om naar de stille dertiger naast me en vraag hem met een stem die van iemand anders lijkt te komen, "Meijers"?
De vice-voorzitter breekt in lachen uit. Ik wist niet dat hij dat in zich had. Um Gottes willen, nein...dat is Hermann Brotfinger,1284. Ik kijk mijn buurman verbaasd aan en begin me iets minder angstig te voelen. Ik ben hier kennelijk niet de grootste nul.
Ik richt mijn blik weer op de vice-voorzitter en kijk hem vragend aan. Mijn stem trilt en lijkt nog steeds van een ander te komen. " Wokurka? "Aber nein ! Hij wijst met zijn vinger op zijn borst. " Matthias Sleiffbauer, 1365".
Ik begin nu echt in verwarring te geraken. Met open mond staar ik naar de Dood en de slapende veteraan. Het kan toch niet zijn dat...?
Sleiffbauer is mij voor. Hij draait zich naar zijn twee buurmannen en stelt voor. "Rainer Totschlager, 1301 en Uwe Schlaupilzer, 1104".
Bij het horen van zijn naam schrikt de veteraan wakker. Hij richt zich iets op, en is duidelijk blij dat ik nog steeds tegenover hem zit. Hij buigt zich weer over de tafel en wenkt mij met een kort armgebaar. Ik kom iets uit mijn stoel en breng mijn gezicht zo dicht als mogelijk bij het zijne. "Es gibt hier auch viele Turniere für über sechzig", fluistert hij mij toe. Ik knik en probeer blij te kijken. Voor ik de kans krijg iets aardigs terug te zeggen, heeft hij zich in zijn stoel laten terugzakken. Hij laat zijn hoofd op de borst vallen en slaapt weer in.
De hele setting begint meer en meer op de theevisite bij de hoedenmaker uit Alice in Wonderland te lijken.
Ik voel me een stuk beter. Als ik het goed begrijp ben ik hier in dit zaaltje veruit de sterkste schaker. Een beetje God eigenlijk. Maar ik wil zekerheid. Ik tik met mijn vinger op de computeruitdraai voor me en kijk Sleiffbauer vragend aan. "Aber diese Liste"?
Het gezicht van de vice-voorzitter versombert weer. Het kan aan het licht liggen, maar ik ben er bijna zeker van dat zijn ogen nat worden.
" Ach ja, diese Liste...". Het verhaal is treurig.
Enige jaren geleden hadden ze met behulp van de plaatselijke Sparkasse, die ze bereid hadden gevonden als sponsor op te treden, een aantal sterke Oost-Europese schakers weten in te kopen. "Es ist sehr einfach, im Osten kun je ze zo van de straat afplukken. Ze hebben allemaal honger. Ze zijn sterk, maar in het westen gaan ze ten onder in het geweld van de Tiviakovs, van Wely´s, Timmannen en Pikets, en kwamen daarom nooit toe aan een aanvaardbaar prijzengeld".
Maar ja, in Görlitz, Bautzen, Zittau, noem maar op, waren ze op hetzelfde idee gekomen. Zodoende veranderde er eigenlijk niets en bleven de resultaten uit.
Vorig jaar had de Sparkasse het welletjes gevonden en zich als sponsor teruggetrokken. Horak was weer terug naar Tsjechië, waar hij nu in tweedehands auto´s en westerse nummerplaten handelde, Kaminski weer terug in Polen, Meijers naar een van de Baltische staten, Wokurka in Wit-Rusland en de Jugendmeister speelde nu bij een grote club in Dortmund. Waar Bindrich uithing wist niemand. Alleen Sabine, de WIM, was blijven hangen.
"Nu, dat is toch prachtig", probeer ik hem op te vrolijken, "wij hebben in onze vereniging geen spelers van 2315". Hij haalt zijn schouders op en lacht schamper. Die Sabine is zwaar aan de drank, ze zal wel weer hiervoor op het terras zitten. Ze kan geen Laufer meer van een Springer onderscheiden. Hierbinnen willen we haar niet meer hebben.
"Maar u heeft toch nòg zeventig spelers?", wijs ik op de lijst. Hij kijkt me vermoeid aan. "Kinder, nur Kinder".
Ik bekijk de lijst nogmaals, en inderdaad, allen ver na 1990 geboren.
"Maar dat is toch schitterend! De jeugd is de toekomst. Ik ken mensen, die ogenblikkelijk een cursus voor jeugdleider zouden gaan volgen".
Sleiffbauer zucht en kijkt de anderen vragend aan of hij zijn verhaal mag doen. Totschlager knikt berustend. Sleiffbauer vertelt.
Die Kinder, dat was een constructie van Schlaupilzer, die was vroeger boekhouder geweest. Ze hadden een deal met de scholen in de omgeving gesloten. Elk kind dat bij een school werd aangemeld, werd automatisch lid van de SV Oberland. Als tegenprestatie knapten ze wat klusjes op. Een beetje onkruid wegschoffelen rond het gymlokaal, een deur een likje verf geven, een dakgootje. Klein werk.
Voor elk kind vingen ze een mooie subsidie. Elk jaar gingen ze met z´n vieren van dat geld een weekje naar de Harz.
O ja, in het begin was er daadwerkelijk een groepje kinderen naar de schaakvereniging gekomen, meestal door de ouders gestuurd, maar dat was vreselijk geweest. Dat geblèr, dat geren, ruzies, huilpartijen..., vreselijk. Nee, daar waren ze gauw mee opgehouden. Ze hadden gewoon de deur op slot gedaan en na een tijdje kwam er niemand meer. Afgezien dan van één jongetje, zo'n Klugscheisser die meende rechten te hebben. Ze hadden hem een racket en een tennisbal gegeven, waarna ze geen kind meer aan hem hadden gehad. Een sterke speler, mooie forehand.
Er valt een stilte. We kijken elkaar aan. Even overweeg ik nog om te vragen of het graven in bruinkool zwaar werk is, maar ik hoef eigenlijk niet meer te spelen. Het is al laat. Ik sta op en geef mijn stille linkerbuurman een hand. 1284! Ik zou zelf de deur niet meer uitkomen. Hij ontwijkt mijn blik. Ik tik met mijn vinger op het boekje met het Damegambiet dat voor hem ligt. En hoewel ikzelf al na 2. c4 in opperste verwarring ben, zeg ik, "mooie opening, speel ik graag".
Ik schud de handen van Totschlager en Sleiffbauer. Wanneer de vice-voorzitter aanstalten maakt om de veteraan wakker te stoten, breng ik snel een vinger naar mijn lippen en fluister, "Lass nur".
Buiten is het nog licht. De middelbare dame ligt naast haar stoel op de grond. Ik tel vijf lege literglazen. In het haar nu ook wat schuim. Een WIM laat je niet liggen. Ik hijs haar in het rieten stoeltje, haar hoofd valt op de tafel. Voorzichtig veeg ik het schuim van haar hoofd en fluister haar toe, "U moet nooit meer spelen, géén wedstrijd meer..., niemand kan die 2315 van u afnemen". Ze hoort mij niet.
Pok, pok, pok, pok, pok, pok......Het jongetje aan de overkant is nog steeds aan het spelen. Staccato nu, hij oefent de volley.
Pas als ik het bruggetje over de beek ben gepasseerd, sterft het geluid weg. Ik begin in de zwoele avond aan de lange wandeling naar het huis van mijn gastheer. Duizenden krekels zingen in het veld. Ik schreeuw ze toe dat ze van de winter niets van de mieren hoeven te verwachten. Ze kennen het verhaal niet en zingen door.
Een bruine koe loopt een eindje met me op, slechts van mij gescheiden door een lang, houten hek. Ik stop en lok het beest naar mij toe. Nieuwsgierig komt zij nader. De grote ruwe tong schuurt over mijn uitgestoken hand. In het linkeroor draagt ze een plastic driehoek. Ik kan het nummer duidelijk lezen. DWZ 1889. Zij komt er wel.
 

Doetinchem 2          1628 - BAT Zevenaar 4             1629 5  - 1       

1. J. Slager          1721 - D. Meiboom                 1790 1  - 0       

2. H.H. Vrieling      1671 - M. Groen                   1627 ½  - ½       

3. F.H.H. Kuggeleijn  1554 - F. Yska                    1582 ½  - ½       

4. P. Friesen         1669 - A. Arents                  1602 1  - 0       

5. J. Stuurwold       1569 - H. Morsch                  1565 1  - 0       

6. H.J. Hamer         1587 - P.van der Poel             1607 1  - 0

 

   Doetinchem 2               1 2 3 4 5 6  7  Ap Bp Ra   TPR  W-We

1  W. Lenderink               - - - - 1 -  -  1  1  1618 1809     

2  J. Slager                  1 0 ½ ½ 1 ½  1  7  4½ 1721 1806 +0,9

3  H.H. Vrieling              ½ 1 ½ ½ - 1  ½  6  4  1671 1807 +1,1

4  P. Friesen                 0 1 0 1 1 ½  1  7  4½ 1669 1696 +0,3

5  F.H.H. Kuggeleijn          0 ½ 1 1 1 1  ½  7  5  1554 1760 +1,9

6  J. Stuurwold               1 1 1 1 1 1r 1  6  6  1569 2028 +2,6

7  H.J. Hamer                 1 0 1 ½ 1 1r 1  6  4½ 1587 1744 +0,8

 

 

Klasse 3F      Mp Bp 

1. Doetinchem 2   14 31½ K

2. BAT Zevenaar 4 11 25 

3. Gendringen     7  21½

4. DSC Glazenburg 6  20½

5. Kameleon       5  22 

6. Rokade         5  21 

7. 't Hazenpad    4  18 

8. Doesborgh 2    2    D

Analysehoek

Met bijdragen van Henny Haggeman en Harold Vrieling.

Een partij maar weer en natuurlijk eentje van mezelf, alhoewel die van Vincent een stuk instructiever zijn. Nadat de slotpartij was afgevallen (zie boven) rest mij de keus uit een drietal partijen uit de eerste drie ronden. Drie partijen die alles in zich hadden en niet alleen winst, verlies en winst. Onderstaande zege was misschien wel mijn beste (alhoewel ook hier de chaos overheerst en de kansen voortdurend wisselen) en niet toevallig gespeeld in de eerste ronde. In ieder geval was het de origineelste zege.

Legemaat,G (1900)- Haggeman,H (1800)  Dieren 2003 Doetinchem, 2003

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 c5 4.d5 exd5 5.cxd5 d6 6.e4 g6 7.Ld3 Ik had 7 Pf3 verwacht en ook 7 f4 voorbereid. Deze variant ken ik niet, maar desondanks blijken we de theorie te volgen totdat wit op de 15e zet afwijkt. 7...Lg7 8.Pge2 0–0 9.0–0 Pbd7 10.h3 a6 11.a4 Te8 12.Pg3 Dc7 13.f4 c4 14.Lc2 Tb8 15.Df3 De theorie geeft Le3. 15...b5 16.axb5 axb5 17.Le3 Pc5?

Menig Benoni-speler likt bij deze stelling zijn vingers af. Zwart heeft namelijk b5 kunnen spelen en heeft volop mogelijkheden op de damevleugel. De ellende van de Benoni (en eigenlijk van het hele schaakspel) is dat je het zo makkelijk fout kunt doen, omdat er zoveel mogelijkheden zijn. Het best had zwart zich kunnen inlaten op de volgende variant 17 ..., b4 18 Ta7 Tb7. Het bezwaar van de tekstzet is dat wit nu de sterke opstoot 18 e5 kan spelen, de thematische wending in deze variant.  Na deze zet kan zwart natuurlijk niet nemen op e5 vanwege 18 ..., dxe5 19 fxe5 Txe5 20 Lf4. Ook na 18 ..., Pfd7 19 exd6 Dxd6 20 Tfd1 heeft wit alles onder controle. Wits volgende zet roept slechts raadsels op.18.Kh1? Pfd7 19.Tae1 b4 20.Pd1 La6 21.Tf2

Wat wil zwart nog meer? Er is hier nog maar een partij die schaakt, en dat is zwart. Hij heeft echter een probleem; het aantal aantrekkelijke mogelijkheden is legio. Moet de dame naar a5 met de dreiging b3? Moet b3 onmiddellijk? Of juist c3? Het zal duidelijk zijn dat ik hier in de varianten verstrikt raakte en een even originele als foutieve oplossing vond.21...c3? [21...Da5 22.Tg1 b3 23.Lb1 Da1 24.Pc3 Lxc3 25.Lxc5 Lxb2 26.Lxd6 Ld4 27.Lxb8 Txb8 28.Pe2 Lxf2 29.Dxf2 Da5 30.Dd4³] 22.bxc3 b3 23.Lb1 Ld3 24.Lxc5 Een tussenzetje dat de zaak compliceert. Zwart heeft nog steeds mooie kansen en een ver opgerukte vrijpion. Maar wit lijkt te kunnen keepen. Fritz geeft zelfs aan dat wit voordeel heeft. 24...Lxb1 25.Ld4 Pc5 26.Pb2 Lc2 27.Lxg7 Kxg7 28.c4?

Wil wit nu niet of wat is dit? Opnieuw verzuimt hij om e4-e5 te spelen. Duidelijk is de situatie dan overigens allerminst. Zie de volgende variant van Fritz: [28.e5 Da7 29.Td2 Da2 30.Pc4 b2 31.Pxd6 b1D 32.Pxe8+ Txe8 33.Txb1 Dxb1+÷] 28...Da5! 29.Tff1 Tfe2 had de volgende zwarte zet voorkomen. Zwart had dan f6 moeten spelen om e4-e5 tegen te gaan. Nu behoud wit echter druk over de f-lijn. Fritz beoordeelt de stelling als gelijk, ook na de volgende zet 29...Dd2 30.f5 Tb7? Nu had wit het roer over kunnen nemen met 31. fxg6 fxg6 32. Df6. Het armlastige paard op b2 staat gedekt en de cruciale diagonaal a1–h8 is bezet. De enige zet die zwart in de partij houdt is het verdacht uitziende 30. ..., g5. Fritz geeft: 31. Ph5+ Kh8 32. Pf6 Lxe4! 33. Txe4 Pxe4 34. Pxe8 Txe8 35. Dxb3 g4=.   31.f6+? Kg8? Beter was Kh8, met voordeel voor zwart. Kg8 kan wit dreigen met de dame op h6 binnen te vallen met mat. Als de koning op h8 staat, is de verdedigingszet Tg8 mogelijk. Zie de variant bij de 35e zet. 32.Dg4 Tbb8 33.Pf5? Diagram

De beslissende fout. Wit had licht voordeel kunnen krijgen met:[33.Te2 Dd4 34.Df4 Kh8 35.Dxd6 Tbd8 36.Dc7 Pd7 37.e5 Dxb2 (37...Pxe5 38.Tfe1±) 38.e6 Pxf6 39.exf7 Tf8÷ Met de tekstzet verliest wit de controle over pion e4.] 33...h5! 34.Dg3 Pxe4 35.Txe4 Er is geen houden meer aan voor wit. bijvoorbeeld:  [35.Df3 Te5 36.Pxd6 Pf2+ 37.Dxf2 Dxf2 38.Txf2 Txe1+ 39.Kh2 Tb1± wit vist met de partijzet nog wat in troebel water.] 35...Txe4 36.Dxd6 Tbe8 37.Pe7+ Kh7 38.Dc6 Tf8 39.Dd6 Te6! 40.Dg3 Te2 41.Tg1 Le4 42.c5 Dxb2 43.c6 Lxg2+ 0–1

(Henny Haggeman)

 

 

 

Ondanks een chronisch gebrek aan schrijftalent ben ik toch maar begonnen aan een stukje dat misschien resulteert in een rubriek. Dinsdag 16 september heb ik mijn eerste partij van het nieuwe seizoen gespeeld en aangezien ik voornemens ben om elke partij die ik dit seizoen speel te analyseren, dacht ik bij mezelf dan kan ik er ook wel een stukje over schrijven. Ik moest die dinsdag om zeven uur ‘s ochtends in Dwingeloo zijn om mijn broer te helpen met een verbouwing en was om vijf uur ‘s middags weer thuis. Geen ideale voorbereiding dus, maar gelukkig was Wim Lenderink bereid om bij mij thuis te spelen. Ik moest ‘s avonds namelijk ook op de kleine passen. Zo rond kwart over acht ‘s avonds begonnen we aan de volgende partij:

Harold Vrieling - Wim Lenderink  [C02] 120'/40+60'/20+30' Doetinchem, 2003

20MB 1.e4 e6 2.d4 d5 3.e5 c5 4.c3 Pc6 5.Pf3 Db6 6.Ld3 Ld7 7.0–0 cxd4 8.cxd4 Pxd4 9.Pxd4 Dxd4 10.Pc3 Lb4 Tot deze zet was het voor mij bekende kost. Naast de tekstzet speelt zwart ook geregeld Dxe5 of a6. Ik had niet eerder meegemaakt dat een tegenstander Lb4 tegen mij speelde.  11.Pb5 Diagram

11...Db6 [11...Lxb5? 12.Lxb5+ en de dame gaat verloren.; 11...Dxe5 is een wel een alternatief. illustratief voor de witte kansen is de volgende variant. 12.Dg4 La5 13.Lf4 Ph6 14.Dg3 Dh5 15.Dxg7 Tg8 16.Dxh6+-] 12.Dg4 Lf8 [12...Lxb5 13.Lxb5+ Dxb5 14.Dxg7 taxeerden Wim en ik beide als slecht voor zwart.] 13.Le3 Dd8 Diagram
[13...Da5 14.b4 Dd8 (14...Lxb4 15.Dxg7+-; 14...Dxb4 15.Dxb4 Lxb4 16.Pc7+±) ] 14.Tfc1 Lxb5? [14...Lc6 15.Pxa7± En duidelijk wordt waarom wit de f-toren naar c1 heeft gespeeld.] 15.Lxb5+ met dameverlies of mat. 1–0

Onnodig te vermelden dat ik tevreden ben over deze seizoensopening. Het is me vaker gebeurd dat ik goede partijen speel terwijl ik bepaald niet uitgerust achter het bord zit en omgekeerd ook.

(Harold Vrieling)

 

 
SVD-ERS OP PAD     door Henny Haggeman
 
EEN SLIJTAGESLAG, OFTEWEL HET OPEN NK 2003 DIEREN
Dat zo’n Open Nederlands kampioenschap je niet in de koude kleren gaat zitten, blijkt altijd weer na de laatste speeldag als je tevreden naar huis bent gereden met een zege op zak – zelfs in de analyse naderhand waren we er van overtuigd dat het toch wel een heel aardige aanvalspartij was geweest - en de zetten nog eens op je gemak door Fritz laat bekijken. Van de 28 zetten waren er toch zeker vier fout; niet ik (zwart) had de hele partij beter gestaan maar wit; zwart won niet op eigen kracht maar door een beste blunder – oké, tijdnood – van wit. Kortom, toch maar niet voor de Secondant.
Nee, zo’n laatste partij loopt doorgaans niet over van kwaliteit. Waarom?, zullen onze leden die niet deelnamen in Dieren, zich afvragen. Welnu, het Open NK is een slijtageslag. Partijen speel je elke nacht weer na in de slaap, die je maar nauwelijks kunt vatten. Je ziet alleen nog maar schaakstukken, je vriendin verandert in een dame en de kinderen in pionnen. Tijdens het boodschappen doen vraag je je af of er nog meer gaten in je Najdorf zitten. Na drie ronden slaat de vermoeidheid toe en – ondanks de rustdag – word je tijdens het toernooi nooit meer fit.
351 zetten in negen partijen. Salonremises kennen slechts enkelen van ons (vaak de beteren). Ondergetekende won vijf partijen en verloor er vier. Tijdens die negen partijen is er niet een – door geen van beide partijen – remiseaanbod gedaan! Die strijdlust maakt het Open NK er eigenlijk alleen nog maar vermoeiender op. En dan heb je nog vakantie ook.
Acht Doetinchemse helden trotseerden de aanslagen op hun gesteldheid. Bijna net zoveel als het jaar ervoor, alleen had Jim Slager dit keer andere bezigheden. Nadat twee jaar terug (2001) Marino Küper nog met vlag en wimpel gedeeld de A-groep had gewonnen, hadden we dit keer onze hoop gevestigd op Vincent Rothuis. Eigenlijk was het wel verassend dat Vincent mee deed in de A-groep, want met zijn rating (inmiddels 2091) was hij eigenlijk wel in de hoofdgroep (oftewel achter d’n droad) verwacht. ,,Ik ga voor het geld’’, legde Rothuis uit waarom hij toch ingetekend had voor de A-groep. 
Ons 13-jarige talent (Nederlands kampioen tot veertien jaar) had zeker met de hoofdprijs aan de haal kunnen gaan, ware het niet dat hij zich in de eerste ronde liet foppen door een middelmatige speler. Hoewel er daarna drie winstpartijen volgden, was de grote vorm er niet. Toen hij op zaterdag verloor van een van de latere toernooiwinnaars (Van Heeten) was de kans op de hoofdprijs verkeken. In de tweede week was de vorm er echter wel degelijk en eindigde hij met drie zeges en een remise. De een na de ander werd positioneel naar de slachtbank gezonden en op de slotdag was er de salonremise met Lui, die daarmee zijn gedeelde eerste plek veilig stelde. De 6,5 punt die Vincent haalde waren genoeg voor een fikse geldprijs en betekende met afstand de beste prestatie van onze clubgenoten daar aan de rand van de Veluwe.
Zelf was ik na Vincent de enige andere Doetinchemmer in de A-groep. Nadat ik vorig jaar was begonnen met drie verliespartijen, vloog ik dit keer uit de startblokken mezelf zo’n beetje voorbij. Op zaterdag zat ik met drie uit vier aan bord zes (zeg maar Vincents regionen, die toen net zoveel punten had) te spelen tegen Gerard van Otten. Gekend sterk, rating 2060 en acterend in de eerste klasse. Dat laatste had ik ’s morgens vroeg op internet nog even snel uitgevist. De Hardenberger kwam 20 minuten te laat en treuzelde vervolgens zoveel dat hij pas na 25 minuten zijn eerste zet deed. ,,Hij probeert je te intimideren’’, fluisterde Vincent me toe. En met succes. Bij zet zeven de fout in, bij zet elf geprakt, bij zet achttien opgegeven. Pas twee nederlagen later was ik over deze klap heen en sloot het toernooi af met twee gelukkige zeges. Voldoende voor vijf punten en een keurige TPR van 1901 (rating 1800).
In de B-groep maakte Henk Steinhauer – jaren spelend in de A-groep - voor het eerst zijn rentree. Na twee matige jaren was zijn rating (1718) dusdanig in elkaar gedonderd, dat hij het wijs vond in de B-groep (tot 1800) te spelen. ,,Het is inderdaad wat makkelijker’’, concludeerde Henk toen hij na zeven ronden 5,5 punt had. Daar kwam nog een halfje bij in de achtste ronde, zodat Steinhauer de tweede Doetinchemmer was die met een prijs naar huis ging. In de negende ronde leed Henk zijn  enige nederlaag. Daarbij bleef hij Jaap Stuurwold en John Lutgens 1,5 punt voor. Jaap – inmiddels qua rating (1725) een rising star – speelde een vrij anoniem toernooi, waarbij hij voortdurend in de middenmoot vertoefde. John (vorig jaar nog goed voor een prijs met 6 punten) trof te veel lastige spelers op zijn weg en zocht het hele toernooi naar zijn vorm. Verlies in het Morra gambiet tegen jeugdspeelster Melissa Muhren (zevende ronde) deed John de das om, waarna hij een goede eindklassering kon vergeten.
Philip Friesen eindige op 3,5 punt. Wat is er toch aan de hand met dit jonge lid van onze club? Wij dachten toch met z’n allen dat Friesen in no time de A-groep binnen zou vliegen. De 1700 grens werd inderdaad gepasseerd, maar sindsdien is het kwakkelen met de jongeling (rating 1681). Dat bleek ook in Dieren. Winst in de slotpartij maakte nog iets goed van een mislukt toernooi – al was het ongetwijfeld gezellig. Frans Kuggeleijn hield ondertussen de moed erin, maar bleef steken op drie armzalige punten. Geen vorm blijkbaar, want met zijn rating (1653) moet er toch wat meer in zitten. Blijft een goede schrijver, natuurlijk.
Traditiegetrouw maakte ook dit jaar Henk Hamer zijn opwachting weer in de C-groep. Wij verdenken Henk er ondertussen van dat hij bewust zijn rating (1587) onder de 1600 houdt, zodat ook hij voor het geld kan gaan (grapje, Henk). Helaas zat een prijs er voor Henk (5,5 punt) net niet in.
 
SCHAKER FRIESEN VERRAST IN DUIVEN

bron: De Gelderlander, 7-10-2003.

Philippe Friesen, schaker van SV Doetinchem, heeft afgelopen vrijdag voor een enorme verrassing gezorgd door in de hoofdgroep van de eerste ronde van het Ferox-toernooi titelverdediger Peter de Kort (rating 2008) uit Duiven te verslaan. De Doetinchemmer, die een rating heeft van 1681 zag eerst een remiseaanbod afgeslagen, waarna de Duivenaar in de problemen kwam. Friesen won na een fraai offer.

In de tweede ronde van het toernooi op zaterdag verloor Friesen van de sterke Nijmegenaar Bram van de Berg (2216). In de derde ronde wist Friesen wel weer te winnen, zodat hij in de subtop staat. Volgende week vrijdag en zaterdag worden de resterende drie ronden gespeeld.

In groep twee (voor spelers met een rating van maximaal 1650) nam het jeugdig talent Orgilbold Suhbat van SV Doetinchem brutaal de leiding. Met drie zeges duldt hij alleen Arnhemmer J. Reiding naast zich.

 

De hond van Hübner

Interview met Pheadrus

Door Marino Kuper

 

Wat goed is Phaedrus,

En wat niet goed is –

Moeten wij iemand vragen ons dat te vertellen?

 

Inleiding

Zoals ik in het interview  in de vorige secondant al uitvoering heb aangegeven, is tactiek de grote bepalende factor bij het vergroten van speelsterkte. Voor een ieder met een gezond stel hersens is een rating van 2000 of meer punten bereikbaar indien hij op een goede manier zijn tactische vaardigheden op peil brengt. Daarmee is natuurlijk nog niet gezegd hoe zo’n training dient te worden aangepakt. Om de lezer daarbij op weg te helpen zal ik in dit stuk duidelijk maken wat hij moet doen om een sterk tacticus te worden.

Het traject van beginnend tot gevorderd tacticus, bestaat uit een aantal stappen. Het begint met het leren (kennismaken met) alle tactische motieven van het schaakspel. Na die kennismaking dient de nieuw verworven kennis te worden ingeslepen, zodat ze oproepbaar is tijdens de partij. Daarnaast dient het denken tijdens de partij zodanig te worden gestructureerd dat optimaal gebruik gemaakt wordt van de  verworven slagvaardigheid.

1. Het leren van tactische motieven

De eerste stap die de schaker dient te doorlopen is het leren van alle tactische motieven die regelmatig in partijen opduiken. Het gaat hierbij om matbeelden, alle vormen van de dubbele of meervoudige aanval, de penning, de batterij, et cetera. Deze kennis valt te halen uit diverse bronnen. De meest aangewezen methoden hiervoor zijn de stappen methode van Brunia/van Wijgerden of het boek ‘the art of combination’ van Blokh. Maar ook andere boeken die op een systematische wijze alle combinatiemotieven behandelen zijn geschikt. De lezer dient die boeken hoofdstuk voor hoofdstuk door te nemen. Hierbij staat niet het oplossen van de opgaven centraal, maar voorla het leren herkennen van de karakteristieken van de behandelde voorbeelden. Bij elke opgave dient de lezer, nadat hij de opgaven heeft opgelost of het antwoord heeft opgezocht, zich af te vragen welke motieven aan bod zijn gekomen.

Het doorwerken van de stappenmethode (stap 1 tot en met 5) of een vergelijkbaar boekwerk kost, afhankelijk van de discipline en beschikbare tijd, ongeveer enkele weken tot enkele maanden. Besteed daarbij niet teveel tijd aan het vruchteloos zoeken naar de oplossing. Het maximum dat in het zoeken van een antwoord gestoken mag worden is 10 minuten. Is de oplossing dan nog niet gevonden, speel haar dan op je gemak na en vraag je af welke motieven er in de stelling zaten en waarom je de oplossing niet kon vinden.

Verder is het van groot belang dat het werken aan de opgaven met concentratie gebeurd. Het oplossen van opgaven op ‘de bank’ terwijl bijvoorbeeld tegelijkertijd de televisie aanstaat, is sterk af te raden omdat de stof dan niet of nauwelijks beklijft. Een dergelijke studiemethode lijkt op de afhaalchinees, ‘it doesn’t stick to the ribs’, zoals de Amerikanen zeggen.

Het is van belang dat er een grote regelmaat in de studie te zit.  Liever 10 opgaven per avond, gedurende een week, dan 100 op een vrije dag. Al is de tijd nog zo beperkt (20 minuten tot een half uur bijvoorbeeld), probeer toch dagelijks te oefenen.

Nadat deze stof is bestudeerd is de eerste stap afgerond. De meeste schakers die dit doen denken dan dat het studieproces is afgerond. Maar niets is minder waar. Het is slechts de eerste stap naar het verwerven van tactisch meesterschap. Weliswaar is de schaker die alle wendingen heeft bestudeert op de hoogte van alle tactische motieven, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ze ook in de partij kan toepassen. Deze stap (van kennis opdoen naar kennis toepassen in de praktijk) wordt ook wel ‘transfer’ genoemd.

Voor die transfer is vaak meer nodig dan het bestuderen van combinaties. Er is namelijk een groot verschil tussen het spelen van een partij en het oplossen van opgaven. Dat verschil verklaart waarom dat de meeste schakers combinaties die ze missen in een partij, wel onmiddellijk zien als ze deze als opgave gepresenteerd krijgen. De oorzaken voor het verschil zijn: ‘ruis’ en het ‘zoekproces.

Met ‘ruis’ wordt aangegeven dat combinaties moeilijker te vinden zodra er meerdere motieven in de stelling zitten. In veel partijstellingen kijken we naar allerlei varianten, zetten en wendingen. Deze leiden ons vaak af van de beslissende wending. Daarom is het vaak ook relatief makkelijk om opgaven op te lossen met weinig stukken (ook al bestaat de oplossing uit een groot aantal zetten) . Er zijn dan dus weinig afleiders.

Ons ‘zoekproces’ is een stuk efficiënter zodra we weten waarnaar we moeten zoeken. Bij een opgave weten we dat er een geforceerde oplossing in moet zitten. Een dergelijke waarschuwing krijg je natuurlijk niet tijdens de partij.  Het gaat er dan ook om ervoor te zorgen dat we ons zoekproces richten op het vinden van tactische wendingen in een partij. Zodra we die stap maken komt het niveau dat we bereiken in een partij dicht in de buurt van het niveau dat we behalen bij het oplossen van opgaven.

2. het inslijpen van tactische kennis

Na de tactische wendingen zijn bestudeerd is het zaak om ervoor te zorgen dat de kennis beklijft. Daarvoor is het noodzakelijk dat tactische wendingen intensief worden geoefend c.q. herhaald. Een verzameling van zo’n 1.000 opgaven (boek of software) is toereikend om een oefenprogramma te doorlopen waarin de stof zodanig wordt ingeslepen dat ze direct inzetbaar is tijdens partijen.

Het gaat er om dat de opgaven niet gerangschikt zijn op thema. Het is wel toegestaan, en zelfs gewenst de opgaven te ordenen op moeilijkheidsgraad. Deze opgaven dienen vervolgens een voor een te worden opgelost. Daarbij geldt weer als regel dat maximaal 10 minuten besteed mag worden aan het zoeken naar oplossing, en als die niet wordt gevonden, maximaal 10 minuten aan het naspelen en bestuderen ervan. Bij het naspelen van niet gevonden oplossingen dient men zich af te vragen waarom de oplossing niet is gevonden. Indien het motief onbekend was, dan is het raadzaam de stelling nog eens zorgvuldig te bekijken en het motief in je geheugen op te slaan. Als het motief je wel bekend was, maar je kwam er niet op dan dien je hetzelfde te doen. Wellicht kom je hier ook tot de ontdekking dat je je teveel hebt beziggehouden met de afleiders. Een signaal dat je te weinig gevoeligheid hebt voor het motief van de combinatie.

Als echter de oplossing te ingewikkeld was omdat je niet in staat bent om diep genoeg te rekenen, dan ligt het probleem niet bij je tactische kennis maar bij je visualisatievermogen. Daar zullen we in de toekomst nog nader aandacht aan schenken, maar voor het programma dat je nu doorloopt betekent het eigenlijk dat de opgave voor jou in deze fase niet geschikt is als studiemateriaal. Besteed er dus verder geen aandacht aan.

Op deze werk je de volledige verzameling opgaven door. Opgaven die je niet zelf wist op te lossen, maar die wel liggen binnen je visualisatiehorizon. Dien je te markeren. Dit zijn namelijk de opgaven die je na het voltooien van de cyclus gaat herhalen. Je zult merken dat je een deel van de opgaven nu wel kunt oplossen, en dat dat niet uitsluitend gebeurt op basis van het geheugen, maar veel meer omdat je de motieven hebt leren hanteren. Vervolgens ga je weer aan de slag met de opgaven die je weer niet kon oplossen. Het valt te verwachten dat je nu hoog scoort en bijna alle opgaven goed oplost.

Daarna werk je de cyclus weer in zijn geheel van voor naar achteren door. Als je minder dan 90 a 95% scoort, herhaal dan weer de niet opgeloste opgaven.

Daarna volgt de derde cyclus, waarbij je jezelf maximaal 5 geeft voor het oplossen van de opgaven. Ook hier geldt dan weer dat je de niet opgeloste opgaven herhaalt.

3. verbeteren van het zoekproces

Reeds tijdens het doorlopen van deze cycli zul je merken dat je slagvaardigheid en daarmee je schaakkracht enorm toenemen. In vluggertjes en partijen met een normaal speeltempo zul je veel meer combinatiemotieven herkennen. Toch valt er daarnaast nog wat ander werk te verzetten waardoor je optimaal in staat wordt gesteld de vaardigheden nog meer te benutten. Het gaat hierbij om het aanleren van de juiste denkmethode.

Het is een bekend fenomeen dat een schaker die aan zet is onmiddellijk een of meer zetten kiest waarvan hij de consequenties begint uit te rekenen. Dat is eigenlijk niet een erg efficiënte methode. Voorafgaand aan het kiezen van zetten dient hij zich eigenlijk eerst eens goed te oriënteren op het bord. Welke stukken staan ongedekt, welke stukken staan aangevallen, welke stukken staan gepend, is er een schaak, et cetera. Pas nadat deze verkenning is uitgevoerd, en alle mogelijke combinatiemotieven zijn geïnventariseerd, zou de schaker zetten moeten gaan zoeken waarmee hij optimaal gebruik kan maken van die motieven.

De neiging om eerst zetten te gaan doorrekenen is echter sterk. Zo sterk dat het bijna onbegonnen werk is om deze te willen onderdrukken. Een praktische tip hierbij is dan ook dat je eerst eens een halve minuut uittrekt om de consequenties te bekijken van de zet die je het meest aanspreekt, om dan vervolgens (indien de zet niet onmiddellijk winnend is) de stellingskenmerken op een rijtje te zetten en te zoeken naar de zet die het meest aan die kenmerken tegemoet komt. In de docentenhandleidingen die horen bij stap 1 tot en met 5 vind je een groot aantal vragen die een schaker zichzelf kan stellen als hij een stelling verkent. Een consequentie toepassing van zo’n zoekstrategie sluit bijna uit dat je combinaties mist die liggen binnen je visualisatiegrens.

4. samenvatting

  • werk een leerboek door waarin alle tactische motieven aan bod komen;
  • let na het oplossen vooral op de kenmerken van de stelling (aanvalsdoelen en motieven) en probeer deze te onthouden;
  • zoek een verzameling van zo’n 1.000 combinaties, die niet thematisch zijn gerangschikt;
  • werk deze verzameling door;
  • besteed niet meer dan 10 minuten aan het zoeken van een oplossing;
  • speel alle oplossingen van opgaven die je niet kon oplossen zorgvuldig na
  • vraag je af waarom je de oplossing niet kon vinden (stellingskenmerken gemist, motief onbekend, combinatie te diep);
  • besteed niet meer dan 10 minuten aan het naspelen van de oplossing;
  • herhaal eerst de opgaven die je niet kon oplossen;
  • herhaal vervolgens alle opgaven;
  • besteed nu niet meer dan 5 minuten aan oplossen, en niet meer dan 5 minuten aan naspelen;
  • ga hier mee door tot je meer dan 90% van de opgaven kunt oplossen;
  • vergeet niet om af en toe je lief een kus te geven en eens gezamenlijk een maaltijd te nuttigen.

De volgend aflevering zal ik uitgebreid stil staan bij het materiaal (software en boeken) die het meest geschikt zijn om dit programma te doorlopen. Ik wens u veel succes bij uw eerste stappen op weg naar tactisch meesterschap.

 


Interne competities  

Over het afgelopen seizoen is de wedstrijdleider zeer tevreden. Er was veel animo voor de verschillende competities. Ook zijn alle partijen sportief verlopen en de sfeer was over het algemeen prima, zeer gezellige avonden. Natuurlijk streven we naar nog meer actieve schakers.

De diverse competities zijn ten einde. Vanaf dinsdag 1 juli spelen we 'de Zomercompetitie'. Dit is een competitie met het speeltempo van 45 minuten per persoon per partij. Hierdoor kunnen we twee ronden per avond spelen. Ook niet leden zijn van harte welkom. De laatste speelronde voor de zomercompetitie wordt gespeeld op dinsdag 19 augustus. Op dinsdag 26 augustus staat de Algemene Ledenvergadering gepland met aansluitend Rapid. Dinsdag 2 september starten we met de Laddercompetitie en op 9 september starten we met de Roostercompetitie.

Er is veel gebruik gemaakt van de Laddercompetitie. Het aantal gespeelde partijen per spelers verschillen nogal omdat deze competitie geen verplicht karakter heeft. Daardoor wordt deze competitie dan ook minder spannend. De eindstand wordt bepaald door het percentage van de behaalde resultaten. Wel bied deze competitie een mooie gelegenheid om varianten uit te proberen.

De rapidcompetitie werd wat minder bezocht. Wel werden er mooie en spannende partijen gespeeld. De vorm van de dag is meestal bepalend want bij Rapid kan eigenlijk iedereen van iedereen winnen en dat heeft ook weer iets bijzonders.

De roostercompetitie is afgelopen. De winnaar is Kees Nederkoorn 11½ uit 14, score van 82.1%, tweede Vincent Rothuis met 11 uit 14, score van 78.6%, derde Marino Küper 10½ uit 14, score van 75%. Drie spelers delen de 4e plaats Peter Roessel, Marius van Hal en Henk Hamer, allen met 9½ uit 14, score van 67.9%. Met name voor Henk Hamer is dit een geweldige prestatie. Hij heeft zich als tweede teamspeler mooi genesteld tussen de eerste team spelers. Helaas voor Henk liet hij zich 20 mei verrassen door Benno Thomassen anders had er een nog hogere eindklassering ingezeten. Bij dit drietal kan Sander van Vucht zich eventueel aansluiten mits hij dan de inhaalpartij van Henk Steinhauer weet te winnen. 

Jammer voor Harold Vrieling dat hij de laatste partij heeft verloren. Sinds de komst van de baby presteerde Harold  erg goed  en leek hij niet te lijden aan onrustige nachten. Hem vinden we terug op de gedeelde 8e plaats, samen met Henny Haggeman. Henk Steinhauer kan zich bij dit koppel voegen mits hij de inhaalpartij wint van Sander van Vucht. Theo Goossen is al vroeg afgehaakt voor de titel en bezet de 11e plaats. Dit is niet echt de plaats waar Theo (mits in goede doen) behoort. In de middenmoot staan Sander van Vucht (de baby kwam voor betere prestatie voor Sander te laat), Henk Steinhauer, Henny Haggeman en Jim Slager. Daar onder staan Jaap Stuurwold en Benno Thomassen (7 uit 14, 50%), Wim Lenderink & Philippe Friesen, (beiden 6½ uit 14, 46.4%). Frans Kuggeleijn eindigt als 17e (5½ uit 14, 39.3%),  18e is Philip Schyns (3½ uit 14, 25%).

Otto Hietkamp werd (in het eerste jaar als lid) 19e (2½ uit 14, 17,9%). Hij heeft echter partijen nipt verloren en had zelfs tegen de toppers tot het eind toe prachtige stellingen op het bord. Otto kon dit seizoen nog niet voor een verrassing zorgen maar wie weet wat het komend seizoen hem brengt. Gert Bilderbeek (2 uit 13, 14.3%) kwam regelmatig "stukken te kort" en eindigt als rode lantaarndrager.

TUSSENSTAND ROOSTER 2003-2004: klik hier
TUSSENSTAND LADDER 2003-2004: klik hier
TUSSENSTAND RAPID 2003-2004: klik hier
EINDSTAND ROOSTER 2002-2003: klik hier
EINDSTAND LADDER 2002-2003: klik hier
EINDSTAND RAPID 2002-2003: klik hier
EINDSTAND ZOMER 2002-2003: klik hier