Inhoud
3
Van de redactie
3
‘De Bank’ ons speellokaal (herinnering)
4
Uitnodiging Algemene Ledenvergadering SV Doetinchem
4 Uitnodiging van Kees Nederkoorn en Theo Goossen
5 Externe competitie
7
Roostercompetities
8 Analysehoek
12
‘Onvergetelijke partijen’
15
Jeugdschaakgroep Het Kleurrijk
16
Ratinglijst per 1 augustus 2005
|
Van de redactie In dit tweede nummer van
De Secondant eren wij Geurt Kets – recent overleden - ons prominent lid en
vele malen schaakkampioen van onze club. Een mooie partij van hem met zijn
eigen commentaar treft u tevens aan. Verder verslagen van de
ongekende prestaties tot nu toe van ons 1e team. Het 2e
team heeft nog niet veel gespeeld, maar dat komt de komende tijd wel goed. Uiteraard weer de nodige
analyses van partijen en een instructief eindspel, nl. dat van K+P+L tegen
kale koning. De discussie die erop volgt is leerzaam en vermakelijk. Peter Roessel |
Op 16 september 2005
overleed Geurt Kets, 81 jaar oud. We zullen hem altijd blijven herinneren als
de rustige wedstrijdleider die ons in goede banen leidde. Hij was liefst 30
jaar wedstrijdleider en ook bestuurslid van onze vereniging. Misschien nog
meer tot de verbeelding spreekt dat Geurt 14 keer clubkampioen is geworden.
Voor de eerste keer was dat in 1960 en voor het laatst in 1981. Dat is een
hele prestatie, want in die jaren waren er veel meer leden – en sterke –
dan nu. De laatste jaren ging zijn gezondheid hem parten spelen. Lange
partijen gingen langzamerhand te veel van hem vergen. Daarom zegde hij enkele
jaren geleden het lidmaatschap van onze vereniging op. Maar enkelen van ons
speelden nog wel eens informele partijtjes op een andere locatie met hem.
Ikzelf zal Geurt blijven
herinneren als een rustige, prettige man met droge humor en als tegenstander
van formaat. Zijn aanwezigheid zullen we missen.
Op de website onder de rubriek Partijen eerden wij Geurt al met de volgende partij tegen Theo Goossen. Een fraaie winstpartij die door Geurt zelf van commentaar werd voorzien in De Secondant van december 1973.
Peter Roessel
Wit: Th. Goossen
Zwart: G.H.Kets
Siciliaans
1. e2-e4
c7-c5
2. Pg1-f3
e7-e6
3. d2.d4
c5xd4
4. Pf3xd4
a7-a6
5. Pb1-c3
Dd8-c7
6. Lc1-e3
…..
Wit kan op verschillende
manieren voorzetten; ook Le2, Ld3, f4 of g3 zijn mogelijk.
6. …..
Lf8-b4
7. Dd1-d2 Pg8-f6
8. f2-f3
0-0
9. a2-a3
Lb4-e7
Na 9. …., Lxc3 krijgt
wit weliswaar een slechtere pionnenstelling, maar het loperpaar weegt
voorlopig zwaarder.
10. Lf1-d3
Pb8-c6
11. 0-0
Pc6xd4
De inleiding tot een
verkeerd plan: de bedoeling is één stel lopers te ruilen en te streven naar
een eindspel van goede tegen slechte loper. Het enige wat zwart bereikt, is
dat hij met een achtergebleven pion blijft zitten.
12. Le3xd4 e6-e5
13. Ld4-f2 Le7-c5
14. Ta1-d1 B7-b5
15. g2-g4

Wit kan reeds met
aanvalsvoorbereidingen op de vijandelijke koning beginnen.
15. …..
Lc8-b7
16. Kg1-h1 Lc5xf2
17. Dd2xf2
97-g6
Zwart kan nog niet d5
spelen wegens: 18. Exd5, Pxd5 19. Pxd5, Lxd5 20. Lxh7† met pionwinst. Met de
tekstzet beoogt zwart toch d5 door te zetten of eventueel Pf6 via e8 en g7
naar e6 om te spelen; wit zit ondertussen ook niet stil.
18. Df2-h4 Pf6-e8
19. Tf1-g1 Dc7-d8
Zwart kan zijn plannen
niet doorzetten omdat na 19. …, Pg7 20. Dh6 de dreiging Tg1-g3-h3 te sterk
wordt.
20. Dh4-g3 f7-f6
21. a3-a4

Inderdaad; de loper die
“slecht” had moeten worden, wordt nu uiterst hinderlijk.
21. …..
b5-b4
22. Ld3-c4†
Kg-h8
23. Pc3-d5 Ta8-c8
24. Lc4-b3 a6-a5
25. Td1-d2
Alvorens op koningsaanval
te spelen, besluit wit voorlopig zijn aanval op pion d7 te richten, zodat de
zwarte stukken gebonden worden.
25. …..
Tc8-c5
26. Tg1-d1 d7-d6
27. h2-h4
Lb7xd5
Dit paard staat te sterk
geposteerd om het in leven te laten, maar Lb3 staat er nog.
28. Td2xd5 Dd8-b6
29. Dg3-g1
Db6-c7
30. Td5-d2 Tc5-c6
31. Dg1-f1 Pe8-g7
32. Td2-h2

Wit vat zijn
koningsaanval weer op. Zwart besluit nu de zaak maar open te gooien, daar hij
anders langzaam maar zeker wordt ingesloten.
32. …..
f6-f5
33. h4-h5
f5xg4
34. h5xg6
h7-h5
35. Df1-g1 Tf8xf3

Na 35. ….., gxf3 36.
Dg5 is de
Dubbele dreiging DH6†
en Txh5† dodelijk. De bedoeling van de tekstzet is tevens de kwaliteit te
offeren op b3, zodat de koning het vluchtveld g8 krijgt
36. Dg1xg4
Tf3xb3
37. c3xb3
Kh8-g8
38. Td1-f1 Dc7-e7
Natuurlijk niet hxg4,
wegens Th8† en Tf8 mat.
39. Dg4-f3 Tc6-c8
40. Df3-d3
Wit wil kennelijk in de
aanval winnen en niet (na Df7†) via een toreneindspel, waarin zwart met een
kwaliteit minder misschien nog lang stand kan houden. Zwart op zijn beurt
tracht te storen door voortdurend pion g6 of e4 aan te vallen.
40. …..
De7-e6
41. Dd3-h3
De6-e8
42. Th2-f2 De8-e6
43. Dh3-f3 Dc6-e8
44. Df3-f6 Pg7-e6

De zwarte stukken moeten
f7 en f8 blijven bewaken, maar het paard ziet zijn kans schoon voor een
bevrijdings-manoeuvre.
De bedoeling is
natuurlijk Pf4, waarna de f-lijn is afgesloten. Zwart hoeft daarna niet Dxd6
te vrezen, wegens Tc6, gevolgd door Txg6, met goede vooruitzichten op remise.
45. Tf2-f5
Pe6-g7
Nu heeft 45. ….., Pf4
heeft geen effect wegens 46. Dxd6, Tx6 47. Dxe5. Het paard keert dus terug,
waarna ook Tf5 terug moet. Mijn tegenstander maakte op dit moment de
opmerking: Pf4 mocht niet, want dan had ik Tf1xf4 gespeeld. (Kennelijk gevolgd
door Txh5 met ondekbaar mat op h8). Ik had de indruk dat hij iets over het
hoofd zag, maar daar ik het paard op andere gronden het teruggetrokken, gaf ik
toe dat Pf4 niet had gemogen.
46. T5-f2
Pg7-e6
47. Tf2-h2
Wit probeert het van de
andere kant, maar nu mag Pf4 wel (met de stille hoop dat wit nog steeds
hetzelfde idée fixe heeft).
47. …..
Pe6-f4
48. Tf1xf4?
Waarachtig, hij doet het!
48. …..
e5xf4
49. Th2xh5

Inderdaad dreigt nu mat
op h8 en wit moet zich hier zeker van de overwinning gevoeld hebben. Pas na
mijn antwoord zag hij, wat hij over het hoofd had gezien; dit moet een nare
gewaarwording zijn geweest.
49. …..
De8-e4†
50. Kh1-h2 Tc8-c2†
51. Kh2-h3
De4-g2†
52. Kh3-h4
Dg2-g3
en
mat.
Het 1e
team doet het goed
Na drie ronden in de 3e
klasse van de KNSB weten de spelers van het 1e team niet goed wat hen
overkomt. Drie overwinningen op rij! Gedeeld op de eerste plaats, maar wel met
wat minder bordpunten! Weg zijn de gedachten aan vechten tegen degradatie. Het
zelfvertrouwen is tot grote hoogte gegroeid. We hebben weliswaar twee van de
zwakkere teams gehad, maar toch ook een sterke, nl. DD2. Misschien blijven we
wel in de bovenste regionen van de middenmoot een rol van betekenis spelen.
Lees de verslagen en geniet met de spelers van het 1e
team mee.
De
eerste wedstrijd van Doetinchem is zeer voorspoedig verlopen. Het sterke
tweede achttal van DD uit Den Haag werd met 5-3 verslagen en dat, terwijl DD2
op alle acht borden een hogere rating had dan wij! Zes remises en twee
overwinningen was het mooie eindresultaat. De overwinningen werden geboekt
door de kersverse VUT-ters Theo en Kees.
Theo
begon het seizoen voortvarend en plette zijn veel te passief spelende
tegenstander in een gierende koningsaanval. Vroeg in de middag had hij de
vis al op het droge.
Kees
plukte subtiel en verrassend voor zijn tegenstander zo maar een
centrumpionnetje van het bord en wist daarna alle dreigingen van zijn
tegenstander in de kiem te smoren. Toen deze in tijdnood kwam verliep het van
kwaad tot erger. De andere partijen werden dus remise. Bij Sander was de
muziek er vrij snel uit: een zeer correcte remise en een goed resultaat tegen
een sterke tegenstander.
De partij
van Marino was moeilijk te beoordelen: wie stond er nu beter of eigenlijk het
minst slecht? De spelers kwamen er zelf ook niet uit: remise.
Roel
had een beetje voordeel in een complexe stelling, maar wikkelde weliswaar op
een voor de hand liggende, maar toch ook onzorgvuldige manier af, zodat zijn
tegenstander met eeuwig schaak kon ontsnappen.
Henny
speelde een zeer goede en zo waar een echte positionele partij, won een
pion, bleef in een toreneindspel uitstekend spelen, bijna tot het einde, bijna
dus, tot hij namelijk op het onzalige idee kwam om er een
pionneneindspel van te maken: a- en h-pion tegen a-pion. Helaas voor Henny was
de witte koning bijtijds terug op c1. Marius is voor mij "the man of the
match": letterlijk een hele middag lang wist hij met succes een wat
minder staand eindspel te keepen tegen Jacob Kort, die ooit in de Nederlandse
subtop speelde en een berucht "melker" is.
En dan was er nog de zeeslang (meer dan 100 zetten) van Peter. Zijn tegenstander speelde het allemaal heel goed, kwam in het verre eindspel akelig opzetten met twee centrale vrijpionnen, zodat Peter op een gegeven moment niets anders kon doen dan afwikkelen naar het eindspel K+L+P tegen K, met de blote K voor Peter. Alle stuurlui aan wal vonden dat natuurlijk een makkie en de arme Peter Monté kon zich ten onrechte de lul van het gezelschap voelen, omdat hij het niet wist te winnen. Ten onrechte wat mij betreft. Er zijn er maar weinigen die het na 6 uur spelen kunnen winnen, als ze het al kunnen.
De
Chinees na afloop smaakte prima, zoals makkelijk te begrijpen valt. Bij
de alcoholcontrole bij Vorden wist uw verslaggever ook nog een keurige P
te blazen en tegen middernacht kwam ik moe, maar buitengewoon opgewekt thuis.
Roel Evertse
1. Otto Rost van Tonningen (2081) - Theo Goossens (2072) 0-1
2. Jacob Kort (2095) - Marius van Hal (2028) ½-½
3. Frans Hoynck van Papendracht (2066) - Roel Evertse (2048) ½-½
4. Wim Vink (2064) - Marino
Kuper (2033)
½-½
5. Peter Monté (1985) - Peter Roessel (1816) ½-½
6. Remco de Waard (2004) - Kees Nederkoorn (2002) 0-1
7. Cees Dommisse (1971) - Sander van Vucht (1832) ½-½
8. Wim Thieme (1888) - Henny
Haggeman (1796)
½-½
En
weer werd het 5-3 voor Doetinchem en weer verloor niemand, zodat alle spelers
ook na de tweede KNSB-ronde nog ongeslagen zijn! Nu gebiedt de eerlijkheid te
zeggen, dat de reserves van Messemaker 1847 uit Gouda tot de zwakkere teams in
poule 3G gerekend moeten worden. Daarbij kwam nog dat de tegenstander door
afzeggingen gedwongen was twee invallers op te stellen, die beiden inderdaad
verloren, terwijl wij in de sterkste opstelling konden aantreden. We hadden
dan ook op alle borden een hogere rating. De 5-3 tegen DD2 in de eerste ronde
was dan ook een prestatie die veel hoger moet worden aangeslagen. Maar verder
geen gezeur, want we staan gedeeld bovenaan en dat is bepaald niet slecht voor
een team dat vorig jaar bijna degradeerde.
Met
zes remises en twee besliste partijen lijkt het een tam middagje te zijn
geweest, maar dat is slechts uiterlijke schijn. De meeste remises kwamen vaak
na lang duwen en trekken tot stand.
De
score werd geopend door Marius van Hal, die met licht voordeel uit de opening
was gekomen, maar een venijnige gelijkmaker over het hoofd zag, zodat er
daarna echt niets meer te beleven viel.
Marino
Küper speelde een zware positionele partij en leek wel wat voordeel te
hebben. De remise kwam vooral tot stand “uit wederzijds respect”.
De
verwikkelingen op het bord van Kees Nederkoorn waren chaotisch en dramatisch.
Lang zag het ernaar uit dat onze man het loodje zou leggen, maar zijn
tegenstander raakte door opkomende tijdnood ernstig over zijn theewater en
begon er gezellig op los te knoeien. Toen de kruitdampen na de tijdcontrole
waren opgetrokken stond Kees verschrikkelijk goed, maar de zenuwen hadden zich
nu zodanig van hem meester gemaakt dat hij van schrik meteen remise aanbood,
hetgeen in grote dank werd aanvaard.
Peter
Roessel speelde gewoon veel beter dan zijn tegenstander: solide
openingsbehandeling, mooi stukkenspel, pionnetje geplukt, dreigende vrijpion
en koningsaanval: punt.
Henk
Riepma had naar veler overtuiging meer uit zijn stelling kunnen halen. Je zou
ook kunnen zeggen dat zijn tegenstander vakkundig verdedigde en verdiend het
halfje binnenhengelde.
Sander
van Vucht zorgde voor een 4-2 voorsprong door zich eerst te ontworstelen uit
zijn gebrek aan ruimte en vervolgens het eindspel vakkundig naar winst te
voeren. Toen Theo Goossen en zijn tegenstander na veel wederzijds wikken en
wegen en om beurten remise aanbiedend en afslaand uiteindelijk toch in een
puntendeling berustten, toen ging mijn tegenstander er nog eens lekker voor
zitten. Dat zijn teamgenoten inmiddels meer in waren voor een hap in de stad,
daar had hij natuurlijk (en terecht) maling aan; tenslotte had hij vanuit de
opening een klein voordeeltje overgehouden. Na 5½ uur spelen, waarvan 4½ uur
keepen door ondergetekende, was het eindspelletje volledig afgekloven en
konden de stukken eindelijk in de doos.
Roel
Evertse
Doetinchem -
Messemaker 1847 2 5-3
Theo
Goossen (2072) - Frans Bottenberg (2063)
½-½
Marino
Küper (2033) - Jan Cheung (1979)
½-½
Roel
Evertse (2048) - Eduard van Dijk (1977)
½-½
Henk
Riepma (2067) - Mark van Putten (1958)
½-½
Marius
van Hal (2028) - Henk de Kleijnen (1862)
½-½
Kees
Nederkoorn (2002) - Leslie Tjoo (1843)
½-½
Sander
van Vucht (1832) - Piet Gommers (1722)
1 - 0
Peter Roessel (1816) -
Kees Vermijn (1756)
1 - 0
De
eerste nul is gevallen. Peter Roessel viel de twijfelachtige eer te beurt om
als eerste en voorlopig enige een nul te scoren. Absoluut geen schande; het
geeft juist aan in welke supervorm kennelijk bijna iedereen steekt. Met
ogenschijnlijk veel gemak werden de reserves van Promotie met 6-2 opgerold. In
dezelfde zaal kreeg het 1e team van Promotie overigens een geweldig
pak slaag van Spijkenisse: ½-7½, zodat de Zoetermeerders met een schamele 2½
punt uit 16 partijen naar huis konden. Terug nu naar onze wedstrijd.
De
score werd geopend door Marius van Hal. In zijn partij werden de dames al op
de 5e zet geruild. Marius offerde een pion voor initiatief, had
misschien “iets”, maar in de partij vervlakte de boel vrij snel: ½-½.
Peter
Roessel beziet de zaken immer van de zonnige kant: “Ik heb maar geen remise
aangeboden, want ik sta een pion voor.” Daar stond helaas tegenover dat zijn
stukken elkaar op de damevleugel hopeloos in de weg liepen en zijn koning een
wat eenzaam en droevig bestaan leidde aan de andere kant van het bord.
Ondergetekende zorgde voor de gelijkmaker. Mooi was het allemaal niet, maar
39. La5-d8 werd met zo veel overtuiging op het bord gekwakt, dat het net leek,
alsof het won. De tegenstander keek ernaar als een konijn in een koplamp en
overschreed de tijd, de zoon van het opperwezen aanroepende.
Henk
Riepma speelde fraai en degelijk priegelschaak. Na een afwikkeling kreeg hij
steeds meer pionnetjes voor de “kleine kwal”. De pionnen raakten aan de
wandel en dat betekende een vol punt. (2½-1½).
Marino
Küper vroeg tweemaal toestemming aan de teamleider om remise aan te bieden,
nadat hij met wit nog wel in de opening bijna onder de voet was gelopen. Die
toestemming werd streng geweigerd en Marino won op zijn sloffen.
Theo
Goossen speelde aanvankelijk razendsnel, terwijl zijn tegenstander bijna alle
tijd investeerde in de eerste 20 zetten. Steeds leek het erop dat Theo ergens
in het eindspel winnend voordeel had, maar de berichten uit de analysekamer
luidden dat het evenwicht nergens echt verbroken is geweest (4-2).
Sander
van Vucht had ons op de heenweg deelgenoot gemaakt van een leuk variantje dat
hij op internet uitprobeert, in navolging van ons oud-lid Vincent Rothuis.
Prompt kreeg Sander het op het bord en speelde, geholpen door deze mentale
rugwind, de gehele partij voorbeeldig.
Ten
slotte Kees Nederkoorn, die na het afgelopen, voor hem mislukte seizoen aan
een prima comeback bezig is. Secuur verdedigen combineerde hij met een scherp
oog voor de eigen kansen. Toen zijn tegenstander daarop wat te zorgeloos
reageerde, kreeg hij daarna geen enkele kans meer. Het enige dat de
Zoetermeerder toen nog kon doen was de onvermijdelijke opgave met een uurtje
rekken.
Promotie 2 –
Doetinchem 6-2
Sibbing
(2020) - Theo Goossen (2072)
½-½
Blankespoor
(1976) - Henk Riepma (2077)
0-1
Huijzer
(1947) - Roel Evertse (2048)
0-1
Peerdeman
(1883) - Marius van Hal (2028)
½-½
Tan
(1838) - Marino Küper (2033)
0-1
Blok
(1905) - Kees Nederkoorn (2002)
0-1
Stoop
(1852) - Sander van Vucht (1820)
0-1
Tsai (1817) -
Peter Roessel (1816)
1-0
|
Pl |
Klasse 3G |
Mp |
Bp |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
1. |
ASC |
6 |
17½ |
x |
. |
. |
5 |
6 |
. |
. |
6½ |
. |
. |
|
2. |
Doetinchem 1
|
6 |
16 |
. |
x |
. |
. |
. |
5 |
6 |
. |
5 |
. |
|
3. |
RSR Ivoren Toren 2 |
5 |
15 |
. |
. |
x |
. |
. |
4 |
. |
. |
4½ |
6½ |
|
4. |
Oud Zuylen |
4 |
13 |
3 |
. |
. |
x |
. |
. |
. |
5 |
. |
5 |
|
5. |
Stukkenjagers 2 |
4 |
12½ |
2 |
. |
. |
. |
x |
. |
5½ |
. |
5 |
. |
|
6. |
DD 2 |
3 |
12½ |
. |
3 |
4 |
. |
. |
x |
. |
. |
. |
5½ |
|
7. |
Promotie 2 |
1 |
8½ |
. |
2 |
. |
. |
2½ |
. |
x |
4 |
. |
. |
|
8. |
De Baronie |
1 |
8½ |
1½ |
. |
. |
3 |
. |
. |
4 |
x |
. |
. |
|
9. |
Messemaker 1847 2 |
0 |
9½ |
. |
3 |
3½ |
. |
3 |
. |
. |
. |
x |
. |
|
10. |
Utrecht 3 |
0 |
7 |
. |
. |
1½ |
3 |
. |
2½ |
. |
. |
. |
x |
Doetinchem 2 begint voorzichtig
De eerste wedstrijd van
ons 2e team zit er weer op. Tegen SMB 5 uit Nijmegen werd
gelijkgespeeld: 4-4. Het zal waarschijnlijk de spelers van het 2e
niet meevallen zich te handhaven in deze groep. Maar misschien krijgen ze
vleugels in navolging van het 1e. Het programma begint pas goed te
lopen na de tweede helft van november. We zijn benieuwd naar de volgende
resultaten.
Het jaarlijkse
Schaaktoernooi van SVD om het open kampioenschap van Doetinchem werd op
zaterdag 22 oktober gespeeld. De belangstelling was helaas minder dan andere
jaren. Mogelijk dat de herfstvakantie hier debet aan was. De deelnemers
ontvingen bij binnenkomst een presentje van Uitgeverij Springer, de sponsor
van dit toernooi. Vanaf 10.00 uur werd er door 32 schakers gestreden om de
prijzen, keurig verdeeld over de twee groepen.
In poule A speelde Theo
Goossen tot op het laatst een belangrijke rol. In de laatste ronde verloor hij
echter onnodig tegen de latere winnaar Willy Hendriks. John Lutgens won de 1e
prijs in poule B.
Om ca. 16.00 uur waren de
prijswinnaars bekend. Schaakvereniging Doetinchem dankt de deelnemers voor hun
deelname en sportiviteit.
|
Nr. |
Naam |
Punten |
% |
TPR |
|
1 |
W. Hendriks |
6.0 |
86 |
290 |
|
|
S. Kuipers |
6.0 |
86 |
288 |
|
3 |
H. Karssen |
4.5 |
64 |
106 |
|
4 |
B. v.d. Velden |
4.0 |
57 |
70 |
|
5 |
E. Langendijk |
3.5 |
50 |
14 |
|
|
F. Schleipfenbauer |
3.5 |
50 |
7 |
|
|
T. Goossen |
3.5 |
50 |
2 |
|
|
T. Janssen |
3.5 |
50 |
0 |
|
|
A. Taal |
3.5 |
50 |
0 |
|
|
J. v. Onzen |
3.5 |
50 |
-17 |
|
|
J. Haker |
3.5 |
50 |
-21 |
|
12 |
G. Kloppenburg |
3.0 |
43 |
-44 |
|
|
R. Wille |
3.0 |
43 |
-51 |
|
14 |
M. v. Mourik |
2.5 |
36 |
-116 |
|
15 |
H. Steinhauer |
1.5 |
21 |
-236 |
|
16 |
H. Haggeman |
1.0 |
14 |
-292 |
|
Nr |
Naam |
Punten |
% |
TPR |
|
1 |
J. Lutgens |
6.0 |
86 |
297 |
|
2 |
T. Bijl |
5.5 |
79 |
243 |
|
3 |
I. Waardenburg |
5.0 |
71 |
193 |
|
4 |
H. Ruegebrink |
4.5 |
64 |
144 |
|
|
G. Rückert |
4.5 |
64 |
125 |
|
6 |
H. Hamer |
4.0 |
57 |
70 |
|
|
F. Kuggeleijn |
4.0 |
57 |
49 |
|
|
M. van Ling |
4.0 |
57 |
30 |
|
9 |
J. Ravenstein |
3.5 |
50 |
-12 |
|
10 |
J. Peer |
3.0 |
43 |
-53 |
|
|
Z. Ebadi |
3.0 |
43 |
-58 |
|
|
T. Molewijk |
3.0 |
43 |
-58 |
|
|
W. Lenderink |
3.0 |
43 |
-79 |
|
14 |
H. Schoo |
2.0 |
29 |
-181 |
|
15 |
C. Stahn |
1.0 |
14 |
-297 |
|
16 |
J. Berentsen |
0.0 |
0 |
-413 |
Na
vanaf zet 10 in de tweede ronde in Dieren tegen Johannes Kossen uit Lelystad
meerdere grafzetten te hebben geproduceerd en na 23 zetten te hebben
opgegeven, reed ik zwaar teleurgesteld – bijna depressief - naar huis. In
2004 had ik al gefaald tijdens hetzelfde toernooi door slecht 3 punten te
halen in de A-groep, terwijl ik in 2003 nog goed was voor 5 punten. Afgelopen
seizoen had ik bovendien extern dramatisch gespeeld na onze promotie naar de
derde klasse en was ik goed voor 1 uit 6. En die ene winstpartij had ik nog
moeten verliezen ook. Kortom, na een jaar kommer en kwel had ik gehoopt nu
weer eens een beetje tot mezelf te komen en in Dieren wat oude vorm terug te
vinden. En toen volgde dus dat drama tegen Kossen: 0,5 uit 2.
’s
Avonds het hondje – een niet te stoppen Jack Russel – uitgelaten rond de
plas van Stroombroek in Braamt. Nu nog zo’n zeperd en ik kon wel eens
tijdens de eerste week al uit het toernooi stappen om nooit meer in de
schaakwereld terug te keren, bedacht ik me tijdens de wandeling. Het zou toch
nooit wat worden. Een prutser was ik die slechts meewarige blikken verdiende.
Ik kon die woensdagavond daar op het terras met een kop koffie naast me en een
koekje voor de hond niet bevroeden dat ik precies een week later (en 5,5 punt
uit 6 partijen rijker) op diezelfde plek aan de plas in totale euforie zou
verkeren.
Als
sportverslaggever weet ik maar al te goed hoe ondefinieerbaar de term vorm is.
In vorm, uit vorm, geen vorm, vertel mij wat. Achteraf was ik in topvorm in
Dieren – waarschijnlijk ook al in de tweede ronde, maar (en dat is de
ellende) ik wist het nog niet! – en dan ga achteraf maar eens verklaren
waarom.
Goed,
ik had de mazzel 5 keer wit te hebben en 4 keer zwart. 5 keer wit leverde 4,5
punt op, 4 keer zwart 50 procent. Bovendien had ik geluk in ronde 6 toen mijn
tegenstander in gewonnen stand mat in 3 dacht te geven, maar overzag dat ik
intussen mat in 2 gaf (zie even verderop). Toen werd ik me ineens bewust van
het beroemde engeltje op de lat. Maar het belangrijkst was partij 3, toen ik
in een defensieve stelling de rust bewaarde – terwijl ik allerminst een
verdedigingskunstenaar ben – en toesloeg toen mijn tegenstander (Desiree
Fassaert van SMB) de zaak wilde forceren.
Vorm
is vertrouwen. En gaandeweg barstte ik van het vertrouwen, want ik kreeg het
gevoel sinds het drama tegen Kossen geen slechte zet meer te doen en juiste
beslissingen te nemen. En nu komt het belangrijkste: omdat mijn computer
dienst weigerde kon ik mijn partijen ’s avonds niet door Fritz aan een
grondig onderzoek onderwerpen. Achteraf een zegen, want hoe vaak gebeurt het
ons ieder niet dat we een mooie partij door dat ellendige programma laten
analyseren en er vervolgens allerlei gaten in de zo zorgvuldig gekozen
strategie worden geschoten (in ronde 5 gaf ik met zwart met een pion voor
remise omdat het eindspel – dacht ik – niet meer te winnen was. Het
computerprogramma liet zien dat ik wel heel makkelijk een vol punt had kunnen
verdienen). Fritz trapte dus geen deukjes in mijn zelfvertrouwen en zie het
resultaat: gedeeld derde in de A-groep met 6,5 punt. Ik verbaasde vriend,
vijand en mezelf en nam me een ding voor: nooit meer Fritz ter hand nemen
tijdens het toernooi.
Wouter
Roggeveen – Henny Haggeman
Zesde
ronde A-groep Dieren

Behalve dat de situatie
op het bord vrij ernstig is voor zwart, had ik hier ook al mijn tijd al
verbruikt. Nou ja, er stond nog welgeteld 92 seconden voor mij op de klok,
maar ik had pas 26 zetten gedaan. Ik vreesde dus de naaste toekomst en zag
bovendien ineens dat mijn tegenstander (een jeugdspeler met nog minstens een
kwartier op de klok) met een dameoffer mat in drie kon geven. Tegelijkertijd
bijna – wat er allemaal niet in die luttele seconden gebeurt – zag ik
ineens mijn redding. Over het bord hangend voerde wit de dramatische zet uit:
27.
Dxe8??
Dat lijkt afdoende in
combinatie met de toreninval op f8. Ik noteerde rustig want ik had ineens tijd
zat en speelde:
27.
…, Dg4 +
en mat op de volgende
zet.
Na mijn tegenstander
enigszins tot bedaren te hebben gebracht, ben ik juichend huiswaarts gereden.
4 uit 6 en dit toernooi kon nu echt niet meer kapot.
In ronde 7 won ik in 23
zetten van Olger van Dijk die in verloren stelling een dame weggaf.
In ronde 8 trof ik Ruud
Wille, mijn Arnhemse maatje tijdens dit toernooi. Wederzijdse sympathie is
mooi, maar hoe moet dat tijdens de wellicht cruciale 8ste ronde?
Hij had 5,5 punt en ik stond op 5. Waarschijnlijk was hij tevreden met een
snelle remise met zwart. Ik besloot de opening af te wachten en me nader te
beraden in het vroege middenspel.
Henny
Haggeman – Ruud Wille
Achtste
ronde, A-groep Dieren
1.
d4,
c6
2.
c4,
d5
3.
Pf3,
Pf6
4.
Pc3,
g6
5.
e3,
Lg7
6.
Ld3,
0-0
7.
0-0,
Pbd7
8.
b3,
e6?
9.
La3!
Niet
helemaal de consequenties overziend van 8. …, c5 schoot mijn loper door naar
a3.
Volgens
Fritz (hij mag weer) is c5 niet goed voor zwart: 9. Pa4!,
Da5 10. dxc5 en b4.
9.
…,
Te8
10.
Ld6,
dxc4
11.
bxc4,
Pb6
12. c5,
Pbd5
Hier
bood Ruud remise aan, maar daar kon ik met een loper op d6 niet meer aan
beginnen. Het zou een echt gevecht worden.
Ruud
en Fritz gaven me gelijk. Na de volgende zet sta ik volgens het programma 0.47
in de plus.

13.
Db3, Lf8
14,
Lxf8, Kxf8
15.
Pe5
Het
paard kan omgespeeld worden naar d6 maar blijkt prima te staan op e5. Zwart is
voorlopig aan handen en voeten gebonden.
15.
…..,
Dc7
16.
Pe4,
Pxe4
17.
Lxe4, Te7
18.
Lf3,
Pf6
19.
Db2, Kg8
20.
g4 !?

Verstandiger (zeker
volgens Fritz, 0.44 in de plus voor wit) is Tab1 en rustig verder drukken. Op
zet 15 zag ik echter al de aanval op de koningsvleugel in combinatie met de
opstoot van de d-pion. De tekstzet is meer mijn stijl dan het positionele
alternatief, maar de aanval slaat niet door als zwart goed speelt.
20.
…..,
Pd7
21.
Pc4,
Pf6?
Hier
had zwart de kans zich te bevrijden met 21. …, e5!. Na 22. Pd6, exd4 23.
exd4, Pf6 24. h3, Tb8 blijkt de opzet met g4 eerder een verzwakking en is er
al niet meer zoveel aan de hand (0.13 in het voordeel voor wit, aldus Fritz).
22.
g5,
Pe8
23.
Pe5,
f6
24.
Pg4!

Deze
zet wilde wit al sinds de 16de zet spelen. Nu is het dan zover. 24. …, fxg5 is fout. 25. d5, exd5 26. Ph6 en mat.
Zwart vindt de beste
oplossing.
24.
…..,
e5
Hier raak ik het spoor
bijster. Het best is 25. Pxf6, Pxf6 26. exf6 maar ik was (ten onrechte) bang
dat ik die pion weer kwijt zou raken. Bovendien dacht ik dat er een directere
winst in de stelling zat, wat niet zo is.
25.
Db3?
Oftewel vissen in
troebel water. Na 25. …, Le6 is de stelling vrijwel gelijk omdat zwart na d5
tussendoor Pg4 eraf slaat.
25. …..,
Kg7
Maar nu is alles weer
naar wens voor wit.
26. gxf6,
Pxf6
27. Pxe5
De oogst is binnen. Nu
nog zien ongeschonden de tijdcontrole te halen met allebei nog een kwartier op
de klok.
27. …..,
Lh3
28. Lg2,
Le6
29. Db2,
Tf8
30 Tae1,
Kg8
31. f4,
Ph5
32. Le4,
Tg7
33. Kh1,
De7
34. Tg1,
De8
35. Lf3,
Pf6
36. e4

Achteraf had ik hier
liever even tot na de tijdcontrole mee gewacht. De pionnen d4 en
f4 hebben nu extra zorg nodig. Het
loopt allemaal net goed af voor wit.
36. ….,
Pd7
37. Pxd7,
Dxd7
38. Dd2,
Df7
39. Lg4!,
Lxa2
40. d5!

Ik had de dubbele
aanval op a2 overzien, dus dit zetje was de reddende engel. De loper sneuvelt
omdat Le6 dreigt.
Zwart rotzooit nog wat.
40. ….,
Dxf4
41. Le6†,
Kh8
42. Dxa2,
Dh4
43. Dg2
1-0
De koffie smaakte
uitstekend op Braamt en tijdens de laatste ronde speelde ik met zwart een
salonremise tegen jeugdspeler Mark Brussen van de Schaakmaat, al stond ik in
de slotstelling al iets beter.
In
de A-groep had ik verder gezelschap van Bert Lenderink (wanneer word je weer
lid van SVD?) en Henk Steinhauer. Bert kende een superstart met 2,5 uit 3 maar
moest uiteindelijk genoegen nemen van 4,5 punt. Niet slecht voor een
thuisschaker! Henk maakte na twee jaar B-groep weer zijn rentree in de A-groep.
Met wisselend succes sloot hij af met 3 punten.
In
de B-groep behoorde Philippe Friesen tot de mannen met de hoogste rating, maar
hij startte dramatisch: 0,5 uit 3. Dat hij toch op 6 punten eindigde en in de
prijzen viel toont veerkracht. Ook ons inmiddels ontvallen lid Orgibald Suhbat
haalde 6 punten. Frans Kuggeleijn (3,5 punt) en Henk Hamer (2,5 punt) stelden
teleur en eindigden onder de vijftig procent.
Wim
Lenderink speelde in de C-groep en haalde 50 procent.
Verder
was er nog SVD-succes in de 6-rondige A groep. Henk Riepma, vorig jaar
winnaar, werd dit jaar tweede met 4,5 punt. Jaap Stuurwold haalde 2,5 punt.
Stel, je komt in een
scherpe stelling terecht die je tegenstander tot een zet of 25 blijkt te
hebben bestudeerd. Met fraaie krachtzetten word je van het bord gespeeld.
Dit overkwam me tegen
Roel Evertse, ik heb genoten.
Sander
van Vucht
Wit: Sander van Vucht
Zwart:
Roel Evertse
Aljechin verdediging
1. e4,
Pf6
2. e5,
Pd5
3. c4,
Pb6
4. d4,
d6
5. exd6,
cxd6
6. Pc3,
g6
7. Le3,
Lg7
8. Tc1,
0-0
9. b3,
e5
10. dxe5, dxe5
11. Dxd8,
Txd8
12.
c5
Nu mag vooral niet
12...Pd5? gespeeld worden vanwege 13.Td1 Le6
14.Lc4 en stukwinst. Hier ongeveer hield mijn kennis op.

12. …..,
P6d7
13. Lc4,
Pc6
14. Pf3
Zwart moet nu rekening
houden met Pg5 en Pe4-d6.
14. …..,
h6
15. Pe4,
Pd4
16. Lxd4
Beter lijkt 16.Pd6. Wit
hoeft de afruil op f3 niet te vrezen: 16. .. Pxf3+
17.gxf3 Tf8 18.Tg1!
16. …..,
exd4
17. 0-0,
Pe5
18. Pxe5, Lxe5
19. f4 !

De kritieke stelling.
Mijn gedachten waren zoiets als:
“Die loper moet naar c7 of b8, anders is 20.Pd6 lastig. Op 19. ..Lc7
komt 20.Pf6+ Kg7 21.Pd5
waarna de loper alsnog naar b8 moet, immers 21. ..La5? 22.b4 kost een stuk. Kortom, de beste zet is 19. ..Lb8 waarna
ik de pion kan belagen door middel van 20.Tcd1”. Achteraf mailde Roel:
“Overigens
had ik de stelling na 19. f4 inderdaad een keer eerder gehad, januari 2001
tegen L. Torn van Wageningen. Die verloor ik na 19. .. Lb8
20.Tcd1 Le6 21.Lxe6 fxe6
22.Td3 e5?? (wat een knoeizet!) 23.f5 g5
24.Th3 en nog een paar
zetten die ik je zal besparen. Ik had mijn lesje geleerd en jij had gewoon
pech”.
19. …., Lc7
Vreemd. Heeft zwart de
tempowinst overzien? Ik had nog steeds geen vermoeden.
20. Pf6†,
Kg7
21. Pd5,
La5!!

22.b4
wint dus geen stuk, maar leidt na 22. ..Le6! tot een ogenschijnlijk
weinig aantrekkelijke afruil. En opeens dreigt het paard te worden gevangen
door 22. ….., Le6 23.Pe7 Kf6.
22. Tcd1?
Toch
was 22.b4 Le6 wits beste mogelijkheid. Objectief gezien valt het wel mee na
23.bxa5 Lxd5 24.Tfd1 Lc6
(of 24...Lxc4
25.Txc4 Tac8 26.Kf2)
25.a6. Ook 22.Tfd1 ware minder fataal, al komt zwart heel goed te staan.
26. …..,
bxc4
27. fxe6
Opzichtig, maar geinig:
27. …., cxd3?? 28. Txf7†, Kh8
29. Pf6 en wint.

27. ….,
fxe6
28. Tdf3
Of 28. Pc7 cxd3 29. Pxe6+
Kg8 30. Pxc5 d2.
28.
…..,
exd5
29.
Tf7†,
Kg8
Wit geeft op.
Droomstelling
Mat zetten met Koning, Loper en Paard
Eenmaal in de zoveel
tijd kom je het eindspel: Koning, Loper en Paard tegen de kale Koning tegen.
Een theoretisch gewonnen stelling, maar niet gemakkelijk tot winst te voeren
als je niet precies weet hoe je dat moet doen. In mijn jeugdjaren heb ik
zo’n eindspel eens een keer gewonnen, dat weet ik nog wel. Ik had toen net
met veel vlijt heel wat schaaktheorie bestudeerd en natuurlijk ook dit
beruchte eindspel.
Ik dacht aan dit
eindspel, toen ik in een taaie partij tegen DD2 steeds slechter kwam te staan
en een kans zag om zo af te ruilen dat mijn tegenstander met genoemde stukken
maar moest proberen mij mat te zetten. Ik speculeerde erop dat hij –
misschien nog wat ouder dan ik – het ook niet meer zo goed paraat had. Dat
bleek zo te zijn. Op een gegeven moment gaf hij moedeloos remise. We waren al
dichtbij de grens van 50 zetten waarin niets geslagen was en dan is het
remise. Het is dus zaak iemand binnen 50 zetten mat te zetten. Mijn
tegenstander had ook in vroeger jaren zo’n eindspel onberispelijk tot winst
gevoerd, zo verzuchtte hij, maar nu waren de finesses hem ontgaan.
Dit eindspel heeft tot
een levendige discussie gevoerd via e-mail en op onze website tussen enkele
leden van het 1e
team. Marius van Hal vindt het eigenlijk niet kunnen dat iemand niet weet hoe
je zo’n eindspel tot winst voert. Anderen zijn het daar niet of maar ten
dele mee eens.
Voor degenen die nog
eens even hun kennis willen ophalen en willen meegenieten, hier het
eindspelfragment en de interessante discussie waarin niemand wordt gespaard.
Ik begin de partij iets
eerder dan de cruciale stelling. Dat ter lering en vermaak van eenieder die
misschien ook eens in deze situatie is terechtgekomen of er misschien nog eens
in verzeild raakt.
Peter Roessel
Wit: Peter Roessel
Zwart: Peter Monté

Stelling na: 51. Kc1
Hier
zag ik het hopeloze van mijn situatie in. De beide centrumpionnen van zwart
zijn ijzersterk en de loper en het paard van zwart zijn sterker dan mijn twee
paarden. Met zijn vorige zetten had mijn tegenstander trouwens het gevaar van
mij vrijpionnen vakkundig geëlimineerd.
In
mijn overpeinzingen dacht ik ineens aan de mogelijkheid van een eindspel
zonder pionnen, ik met een kale koning en mijn tegenstander met koning, Loper
en Paard. Moeilijk te winnen, wist ik. Hoe dat aan te pakken? Laat mijn
tegenstander mijn g- en h-pion maar inpikken en dan een paard offeren tegen de
beide centrumpionnen. Dan blijft nog de b-pion over. Die moet ik pakken door
mijn laatste paard te offeren.
51.
…..,
Ph5
52.
Pe5,
Pf6
53.
Pc6,
Ld7
54.
Pd4†, Kc3
55.
Pe2†,
Op
weg naar het geplande offer. Ik was ervan overtuigd dat mijn opponent nog
niets vermoedde. Het plan vereist ook een grote omzichtigheid.
55.
…..,
Kb4
56.
Pf4,
Lg4
Natuurlijk
niet de loper slaan, want dan gaat het mooie plannetje niet op.
57.
Pg6,
d4
58.
Pe5,
Le6
59.
Pc6†, Kc5
60.
Pe5, d3
61.
Kd2, Pg4
62.
Pexd3†
Daar
gaat ie dan! Ik had zo’n idee dat zwart nog niets vermoedde.
62.
…..,
exd3
63.
Pxd3†, Kd4
64.
Pb4,
Ld7
65.
Pc2†, Ke4
Heel
goed! Loop maar naar de andere vleugel.
66.
Kc3,
Lxa4
67.
Pa3,
Pe3
68.
Kb4, Le8
69.
Pb5,
Pd5†
Hij
krijgt het door! Maar pion b6 is niet meer te redden. Als zwart het paard op
b5 slaat moet hij met de koning de witte vrijpionnen stoppen, waarna de pion
op b6 valt. De dekking kan alleen nog maar worden gegeven door Pd5, maar als
de witte koning naar c6 gaat moet zwart de dekking opgeven. Bijvoorbeeld: 69.
….., Lxb5 70. Kxb5, Pd5
71. Kc6, Ke5 72. h5, Ke6
73. h6 en zwart moet met de koning of met het paard de witte h-pion
ophalen. In beide gevallen valt dus de b-pion en is het remise.
70.
Kc4,
Lh5
71.
Pd6†, Ke5
72.
Pc8,
Le2†
73.
Kb3, b5
74.
Pa7,
Kf5
75.
Pxb5, Lxb5

Deze
stand had ik voor ogen. Wit moet nog even de beide witte pionnen onschadelijk
maken en dan kan het mat zetten beginnen. Toch moest ik nog even goed
nadenken. Hoe was het toch alweer! Mat moet mijn tegenstander natuurlijk
zetten met de loper in de hoek en dat is in dit geval h1. Dus: zo lang
mogelijk op het midden van het bord blijven en als je toch naar de hoek moet,
dan de zwarte hoek: a1 dus. Dan moet er nog gezwoegd worden om de witte koning
naar de andere hoek te drijven. Dat lukte dus niet. Na nog wat zwoegen – de
zetten zal ik de lezer besparen – was het kennelijk wel genoeg voor mijn
tegenstander. Hij zei: “Ik zie het niet meer”.
Hoe
het wel moet
Marius
van Hal kan weinig begrip opbrengen voor schakers die niet weten hoe je met
koning, loper en paard een kale koning mat zet. Toch was hij bereid het
kunstje nog voor één keer uit te leggen! Hij geeft een uitvoerig commentaar.
Ik raad iedereen aan dat nog maar eens goed te lezen. Wee degene die van ons
dit eindspel niet tot een goed einde brengt.
Marius
begint met de volgende stelling.

Dit
is de stelling die wit moet zien te bereiken. De zwarte koning
is
naar de hoek gedreven, de witte koning staat op c6, de loper
staat
op de diagonaal a7-g1en het paard kan naar c7.
1...Ka8
2.Nc7+ Kb8 3.Le3
Tempozetje.
3...Kc8
4.La7
De
koning kan niet meer terug naar de verkeerde hoek. Wit heeft nu een paar
nauwkeurige zetten nodig om de zwarte koning niet te laten ontsnappen.
4...Kd8
5.Nd5
Dekt
het ontsnappingsveld e7.
5...Ke8
[5...Kc8
6.Ne7+ Kd8 7.Kd6 Ke8 8.Ke6 Kd8 9.Lb6+ Ke8 10.Lc7 Geeft dezelfde stelling als
straks na de 12e zet.]
6.Kd6
Kf7 7.Ne7
Dekt
de witte velden.
7...Kf6
8.Le3
Dekt
de zwarte velden.
8...Kf7
Probeert
de koning af te houden.
[8...Kg7
9.Ke6]
9.Ld4
Trekt
het net nog wat strakker aan. Vanaf hier is het weer
eenvoudig.
9...Ke8
10.Ke6 Kd8 11.Lb6+ Ke8 12.Lc7
Dit
tempozetje geeft dezelfde stelling als na de 4e zet, maar alles een stukje
opgeschoven
naar de goede hoek.
12...Kf8
13.Nf5
Weer
dezelfde manier om het paard naar een beter veld te krijgen.
13...Ke8
14.Ng7+ Kf8 15.Kf6 Kg8 16.Kg6 Kf8 17.Ld6+ Kg8 18.Le7
De
stelling is op meerdere manieren te winnen, maar dit is wel een aardige zet
omdat het weer dezelfde stelling geeft als bij de 4e en de 12e zet.
18...Kh8
19.Nf5 Kg8 20.Nh6+ Kh8 21.Lf6# mat.
Commentaren
op het eindspel K+L+P
Teamgenoten,
Zaterdag
probeerden jullie mij wijs te maken dat het eindspel van K+L+P
vrijwel
nooit op het bord komt en dat je het dus ook niet hoeft te kennen.
Het
tegendeel blijkt echter waar (zie het nieuwsbericht onderaan). Daarom
heb
ik met hulp van Benno (dank) een korte analyse op onze website gezet
(onder
partijen). De analyse begint op het moment dat de koning in de
verkeerde
hoek is gedreven. Daar heb je 30 zetten de tijd voor, dus dat
mag
voor een echte 3e-klasser geen probleem zijn. Vervolgens heb je 20 zetten
nodig
om de koning mat te krijgen, maar er zijn slechts een paar zetten
die
niet meteen voor de hand liggen. Als je die weet dan kom je er achter het
bord
wel uit. De volgende keer dat iemand dit op het bord krijgt
(waarschijnlijk
over een jaar of 7) wil ik dus geen "ich habe es nicht
gewusst"
horen!
Groet,
Marius
Bericht
opgesnord op Internet door Marius
Gouden
droom Wouter Spoelman spat uiteen op EK-jeugd
Met
een overwinning in de achtste ronde van het EK-jeugd tot 18 jaar in
Montenegro
kon Wouter (meespelend in de categorie tot 16 jaar) aan kop
komen.
Hij speelde Siciliaans en kwam beter te staan. Wouter zag daarom af
van
een afwikkeling naar een dame-eindspel met een pluspion. Daarna ging
het
helaas bergafwaarts en moest Wouter knokken voor remise. Hij kwam in een
beroerd
eindspel dat na vijf uur en meer dan 100 zetten uitmondde in K+L+P
tegen
K.
Z'n
tegenstander liet Wouter twee keer uit het matnet ontsnappen, en de 50
zetten
regel gaf een beetje hoop. Met enig geluk slaagde wit er na 47
zetten
helaas in om Wouter mat te zetten. Soms zit het tegen.
Roel bedankt
Marius en komt met eigen ervaringen
Dag
Marius,
Dank
je wel voor de zeer instructieve bijdrage. Ik had ook al wat gegoogled en ben
een ware verzameling lief en leed van dit eindspel tegengekomen. Het komt
inderdaad relatief vaak voor in de praktijk. Zelf heb ik het een keer gehad met
de kale K: remise tegen Oei (ha,ha,ha!). Ik ben benieuwd wie van ons ooit de
klos wordt om het onder 28 toeziende ogen na ruim 6 uur spelen met een
tussenstand van 3½-3½ en 4 minuten op de klok naar winst te voeren. Leon
Konings (LSG) kan zoiets, las ik op internet.
Ooit
heb ik hetzelfde kunststukje zien uitvoeren door de toen ruim 80-jarige
Belinfante (DD) in een rapidpartijtje. Ovationeel applaus van de toeschouwers,
waarop Belinfante reageerde met: "Ik begrijp niet goed waarom u klapt. Toch
niet
omdat
ik zo oud ben? En overigens, dat mat zetten behoort gewoon basiskennis
te
zijn!"
Groet,
Roel
Marino
Kuper zet toch vraagtekens
Beste
Marius, beste Roel,
Ik
gun iedereen zijn pleziertjes. Zo staat voor Tim Krabbé de babson-task
gelijk aan een schaakorgasme en heeft Donner zich lange tijd verdiept
in de geheimen van het eindspel K+2P versus K+pi. Dat plezier zegt echter niets
over het rendement van een dergelijke activiteit.
Ik
beheers het eindspel K+P+L versus K niet, hoewel ik bekend ben met het enige
principe dat de verdediger in dit eindspel paraat moet hebben (koning naar de
hoeken die niet door de loper wordt bestreken). Ik zou echter niet weten hoe het
gewonnen moet worden. Als ik het goed begrijp zou het leren van de methodiek mij
ongeveer een uur kosten. Ik neem aan dat het daarna nog wel eens zo nu en dan
herhaald moet worden om het echt te laten beklijven. Laat dit dan in totaal 2
uur van mijn leven vergen. Dat is toch een klein offer voor het verwerven van
een
vaardigheid
die relatief vaak in de praktijk voorkomt.
Maar
dat laatste is totaal niet waar. Marius onderbouwt die these met n=1. Hij komt
met een enkele (zij het recente) partij, en heeft voor zover ik kan nagaan zijn
vaardigheid in dit eindspel nog nooit in een serieuze partij kunnen
demonstreren. Roel vult dit weliswaar aan met 2 andere praktijkvoorbeelden, maar
in de partij waarbij hij zelf betrokken was had hij genoeg aan de kennis over de
goede en de verkeerde hoek, omdat hij de verdedigende partij was. Bij de andere
partij was hij
Wat
zijn nu de feiten. Het eindspel komt in de grote database van Chessbase voor in
0,02% van de partijen, oftewel in 1 op de 5.000 partijen. De kans dat je de
kennis over de matvoering nodig hebt is dus 1 op de 10.000 partijen, omdat je
theoretisch slechts in de helft van die 5.000 partijen de partij bent met L+P.
Als
ik uitga van een gemiddelde schaakcarrière van 30 jaar waarin zo'n 30 serieuze
partijen per jaar gespeeld worden (totaal 1200), dan betekent dit dus dat van de
10 schakers er 9 zijn die deze kennis nooit van hun leven nodig zullen hebben.
Kortom,
ik zal de winstvoering niet bestuderen, neem met een gerust hart het risico om
door jullie met hoon overladen te worden mocht ik er in de praktijk mee
geconfronteerd te worden. Ik neem aan dat ik nog wel wat van Roel hoor indien
dit nog consequenties heeft voor de bordvolgorde tegen Messemaker 1847 2
volgende week.
Marino
Marius
vindt dat het allemaal niet zo moeilijk is
Hoi
Marino,
Ik zou je direct gelijk hebben gegeven als het om een lastig eindspel ging.
Echter, dat is hier niet het geval.
Op
de eerste plaats staan er geen pionnen meer op het bord, zodat de uitkomst en de
strategie niet afhankelijk zijn van de toevallige positie van de stukken.
Op
de tweede plaats speel je tegen een kale koning, zodat de mogelijkheden van de
verdediging heel beperkt zijn. Als gevolg daarvan hoef je er maar 1 of 2 keer
even naar te kijken om het te beheersen, zeker als een welwillende teamgenoot
het uitzoekwerk voor je doet.
Het
enige dat je moet onthouden is dat je de ontsnappingspoging van de koning moet
opvangen met Pc7-d5, Kc6-d6 en Pd5-e7. Als 3e klasser kun je (behoudens
tijdnood) de rest achter het bord verzinnen. Het kost je dan ongeveer evenveel
tijd als het nazoeken van de statistieken en het schrijven van een wat langere
email.
Tot zaterdag,
Marius
Slotwoord
Marino
Beste
Marius,
Het nazoeken van de statistieken is reeds gebeurd door Howell. Maar je hebt
gelijk. Zoals zo vaak kost het beargumenteren van de stelling dat een bepaalde
klus niet rendeert net zoveel tijd als het uitvoeren van die klus. Als de
voorzienigheid ons gunstig gezind is krijg jij de kans om je vaardigheid in dit
eindspel ooit nog eens te demonstreren en wordt ik er nooit mee lastiggevallen.
In dat geval kunnen we ons blijven wentelen in ons gelijk.
Marino
Ratinglijst
per 1 november 2005
Hieronder staan
de nieuwe ratings per 1 november 2005. Als de rating gewijzigd is staat de oude
rating tussen haakjes.
1. Riepma
2077
(2067)
2. Goossen
2072
3. Evertse
2048
4. Kuper
2033
5. Van Hal
2028
6. Nederkoorn 2002
7. Haggeman
1868 (1796)
8. Friesen
1835 (1813)
9. Van Vucht 1820 (1832)
10. Roessel
1816
11. Lutgens
1751 (1761)
12. Stuurwold
1740 (1756)
13. Kuggeleijn
1653 (1646)
14. Hoek
1646
15. Brink
1639
16. Jong
1635
17. Hamer
1573 (1597)
18. Lenderink
1569 (1600)
19. Schyns
1529
20. Thomassen
1453