De Secondant

Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem


 

Inhoud

 

3   Van de redactie

3   ‘De Bank’ ons speellokaal (herinnering)

4   Uitnodiging Algemene Ledenvergadering SV Doetinchem

  4   Uitnodiging van Kees Nederkoorn en Theo Goossen

  5   Externe competitie

  7   Roostercompetities

  8   Analysehoek

12  ‘Onvergetelijke partijen’

15   Jeugdschaakgroep Het Kleurrijk

16   Ratinglijst per 1 augustus 2005

 

 

Van de redactie

In dit tweede nummer van De Secondant eren wij Geurt Kets – recent overleden - ons prominent lid en vele malen schaakkampioen van onze club. Een mooie partij van hem met zijn eigen commentaar treft u tevens aan. 

Verder verslagen van de ongekende prestaties tot nu toe van ons 1e team. Het 2e team heeft nog niet veel gespeeld, maar dat komt de komende tijd wel goed.

Uiteraard weer de nodige analyses van partijen en een instructief eindspel, nl. dat van K+P+L tegen kale koning. De discussie die erop volgt is leerzaam en vermakelijk.

Peter Roessel

 

In memoriam Geurt Kets

Op 16 september 2005 overleed Geurt Kets, 81 jaar oud. We zullen hem altijd blijven herinneren als de rustige wedstrijdleider die ons in goede banen leidde. Hij was liefst 30 jaar wedstrijdleider en ook bestuurslid van onze vereniging. Misschien nog meer tot de verbeelding spreekt dat Geurt 14 keer clubkampioen is geworden. Voor de eerste keer was dat in 1960 en voor het laatst in 1981. Dat is een hele prestatie, want in die jaren waren er veel meer leden – en sterke – dan nu. De laatste jaren ging zijn gezondheid hem parten spelen. Lange partijen gingen langzamerhand te veel van hem vergen. Daarom zegde hij enkele jaren geleden het lidmaatschap van onze vereniging op. Maar enkelen van ons speelden nog wel eens informele partijtjes op een andere locatie met hem.

Ikzelf zal Geurt blijven herinneren als een rustige, prettige man met droge humor en als tegenstander van formaat. Zijn aanwezigheid zullen we missen.

Op de website onder de rubriek Partijen eerden wij Geurt al met de volgende partij tegen Theo Goossen. Een fraaie winstpartij die door Geurt zelf van commentaar werd voorzien in De Secondant van december 1973.

                         Peter Roessel                                                     


 

Wit: Th. Goossen      Zwart: G.H.Kets

Siciliaans

 

1. e2-e4         c7-c5

2. Pg1-f3        e7-e6

3. d2.d4         c5xd4

4. Pf3xd4       a7-a6

5. Pb1-c3       Dd8-c7

6. Lc1-e3       …..

 

Wit kan op verschillende manieren voorzetten; ook Le2, Ld3, f4 of g3 zijn mogelijk.

 

6. …..             Lf8-b4

7. Dd1-d2      Pg8-f6

8. f2-f3            0-0

9. a2-a3         Lb4-e7

 

Na 9. …., Lxc3 krijgt wit weliswaar een slechtere pionnenstelling, maar het loperpaar weegt voorlopig zwaarder.

 

10. Lf1-d3      Pb8-c6

11. 0-0           Pc6xd4

 

De inleiding tot een verkeerd plan: de bedoeling is één stel lopers te ruilen en te streven naar een eindspel van goede tegen slechte loper. Het enige wat zwart bereikt, is dat hij met een achtergebleven pion blijft zitten.

 

12. Le3xd4    e6-e5

13. Ld4-f2      Le7-c5

14. Ta1-d1     B7-b5

15. g2-g4

 

 

Wit kan reeds met aanvalsvoorbereidingen op de vijandelijke koning beginnen.

 

15. …..           Lc8-b7

16. Kg1-h1    Lc5xf2

17. Dd2xf2     97-g6

Zwart kan nog niet d5 spelen wegens: 18. Exd5, Pxd5 19. Pxd5, Lxd5 20. Lxh7† met pionwinst. Met de tekstzet beoogt zwart toch d5 door te zetten of eventueel Pf6 via e8 en g7 naar e6 om te spelen; wit zit ondertussen ook niet stil.

 

18. Df2-h4     Pf6-e8

19. Tf1-g1      Dc7-d8

 

Zwart kan zijn plannen niet doorzetten omdat na 19. …, Pg7 20. Dh6 de dreiging Tg1-g3-h3 te sterk wordt.

 

20. Dh4-g3    f7-f6

21. a3-a4

 

 

Inderdaad; de loper die “slecht” had moeten worden, wordt nu uiterst hinderlijk.

 

21. …..           b5-b4

22. Ld3-c4†   Kg-h8

23. Pc3-d5    Ta8-c8

24. Lc4-b3     a6-a5

25. Td1-d2

 

Alvorens op koningsaanval te spelen, besluit wit voorlopig zijn aanval op pion d7 te richten, zodat de zwarte stukken gebonden worden.

 

25. …..           Tc8-c5

26. Tg1-d1     d7-d6

27. h2-h4       Lb7xd5

 

Dit paard staat te sterk geposteerd om het in leven te laten, maar Lb3 staat er nog.

 

28. Td2xd5    Dd8-b6

29. Dg3-g1    Db6-c7

30. Td5-d2     Tc5-c6

31. Dg1-f1     Pe8-g7

32. Td2-h2

 

 

Wit vat zijn koningsaanval weer op. Zwart besluit nu de zaak maar open te gooien, daar hij anders langzaam maar zeker wordt ingesloten.

 

32. …..           f6-f5

33. h4-h5       f5xg4

34. h5xg6       h7-h5

35. Df1-g1     Tf8xf3

 

Na 35. ….., gxf3 36. Dg5 is de

Dubbele dreiging DH6† en Txh5† dodelijk. De bedoeling van de tekstzet is tevens de kwaliteit te offeren op b3, zodat de koning het vluchtveld g8 krijgt

 

36. Dg1xg4   Tf3xb3

37. c3xb3       Kh8-g8

38. Td1-f1      Dc7-e7

 

Natuurlijk niet hxg4, wegens Th8† en Tf8 mat.

 

39. Dg4-f3     Tc6-c8

40. Df3-d3

 

Wit wil kennelijk in de aanval winnen en niet (na Df7†) via een toreneindspel, waarin zwart met een kwaliteit minder misschien nog lang stand kan houden. Zwart op zijn beurt tracht te storen door voortdurend pion g6 of e4 aan te vallen.

 

40. …..           De7-e6

41. Dd3-h3    De6-e8

42. Th2-f2      De8-e6

43. Dh3-f3     Dc6-e8

44. Df3-f6      Pg7-e6

De zwarte stukken moeten f7 en f8 blijven bewaken, maar het paard ziet zijn kans schoon voor een bevrijdings-manoeuvre.

De bedoeling is natuurlijk Pf4, waarna de f-lijn is afgesloten. Zwart hoeft daarna niet Dxd6 te vrezen, wegens Tc6, gevolgd door Txg6, met goede vooruitzichten op remise.

 

45. Tf2-f5       Pe6-g7

 

Nu heeft 45. ….., Pf4 heeft geen effect wegens 46. Dxd6, Tx6 47. Dxe5. Het paard keert dus terug, waarna ook Tf5 terug moet. Mijn tegenstander maakte op dit moment de opmerking: Pf4 mocht niet, want dan had ik Tf1xf4 gespeeld. (Kennelijk gevolgd door Txh5 met ondekbaar mat op h8). Ik had de indruk dat hij iets over het hoofd zag, maar daar ik het paard op andere gronden het teruggetrokken, gaf ik toe dat Pf4 niet had gemogen.

 

46. T5-f2        Pg7-e6

47. Tf2-h2

 

Wit probeert het van de andere kant, maar nu mag Pf4 wel (met de stille hoop dat wit nog steeds hetzelfde idée fixe heeft).

 

47. …..           Pe6-f4

48. Tf1xf4?

 

Waarachtig, hij doet het!

 

48. …..           e5xf4

49. Th2xh5

 

Inderdaad dreigt nu mat op h8 en wit moet zich hier zeker van de overwinning gevoeld hebben. Pas na mijn antwoord zag hij, wat hij over het hoofd had gezien; dit moet een nare gewaarwording zijn geweest.

49. …..           De8-e4†

50. Kh1-h2     Tc8-c2†

51. Kh2-h3     De4-g2†

52. Kh3-h4     Dg2-g3

en mat.

 


Externe competitie

Het 1e team doet het goed

Na drie ronden in de 3e klasse van de KNSB weten de spelers van het 1e team niet goed wat hen overkomt. Drie overwinningen op rij! Gedeeld op de eerste plaats, maar wel met wat minder bordpunten! Weg zijn de gedachten aan vechten tegen degradatie. Het zelfvertrouwen is tot grote hoogte gegroeid. We hebben weliswaar twee van de zwakkere teams gehad, maar toch ook een sterke, nl. DD2. Misschien blijven we wel in de bovenste regionen van de middenmoot een rol van betekenis spelen. Lees de verslagen en geniet met de spelers van het 1e team mee.

 

Verrassende en verdiende zege op DD2

De eerste wedstrijd van Doetinchem is zeer voorspoedig verlopen. Het sterke tweede achttal van DD uit Den Haag werd met 5-3 verslagen en dat, terwijl DD2 op alle acht borden een hogere rating had dan wij! Zes remises en twee overwinningen was het mooie eindresultaat. De overwinningen werden geboekt door de kersverse VUT-ters Theo en Kees.

Theo begon het seizoen voortvarend en plette zijn veel te passief spelende tegenstander in een gierende koningsaanval. Vroeg in de middag had hij de vis al op het droge.

Kees plukte subtiel en verrassend voor zijn tegenstander zo maar een centrumpionnetje van het bord en wist daarna alle dreigingen van zijn tegenstander in de kiem te smoren. Toen deze in tijdnood kwam verliep het van kwaad tot erger. De andere partijen werden dus remise. Bij Sander was de muziek er vrij snel uit: een zeer correcte remise en een goed resultaat tegen een sterke tegenstander.

De partij van Marino was moeilijk te beoordelen: wie stond er nu beter of eigenlijk het minst slecht? De spelers kwamen er zelf ook niet uit: remise.

Roel had een beetje voordeel in een complexe stelling, maar wikkelde weliswaar op een voor de hand liggende, maar toch ook onzorgvuldige manier af, zodat zijn tegenstander met eeuwig schaak kon ontsnappen.

Henny speelde een zeer goede en zo waar een echte positionele partij, won een pion, bleef in een toreneindspel uitstekend spelen, bijna tot het einde, bijna dus, tot hij namelijk op het onzalige idee kwam om er een pionneneindspel van te maken: a- en h-pion tegen a-pion. Helaas voor Henny was de witte koning bijtijds terug op c1. Marius is voor mij "the man of the match": letterlijk een hele middag lang wist hij met succes een wat minder staand eindspel te keepen tegen Jacob Kort, die ooit in de Nederlandse subtop speelde en een berucht "melker" is.

En dan was er nog de zeeslang (meer dan 100 zetten) van Peter. Zijn tegenstander speelde het allemaal heel goed, kwam in het verre eindspel akelig opzetten met twee centrale vrijpionnen, zodat Peter op een gegeven moment niets anders kon doen dan afwikkelen naar het eindspel K+L+P tegen K, met de blote K voor Peter. Alle stuurlui aan wal vonden dat natuurlijk een makkie en de arme Peter Monté kon zich ten onrechte de lul van het gezelschap voelen, omdat hij het niet wist te winnen. Ten onrechte wat mij betreft. Er zijn er maar weinigen die het na 6 uur spelen kunnen winnen, als ze het al kunnen.

De Chinees na afloop smaakte prima, zoals makkelijk te begrijpen valt. Bij de alcoholcontrole bij Vorden wist uw verslaggever ook nog een keurige P te blazen en tegen middernacht kwam ik moe, maar buitengewoon opgewekt thuis.

Roel Evertse

 

DD2 - Doetinchem 3-5

 

1. Otto Rost van Tonningen (2081) - Theo Goossens (2072)               0-1

2. Jacob Kort (2095) - Marius van Hal (2028)                                         ½-½

3. Frans Hoynck van Papendracht (2066) - Roel Evertse (2048)         ½-½

4. Wim Vink (2064) - Marino Kuper (2033)                                             ½-½

5. Peter Monté (1985) - Peter Roessel (1816)                                       ½-½

6. Remco de Waard (2004) - Kees Nederkoorn (2002)                        0-1

7. Cees Dommisse (1971) - Sander van Vucht (1832)                         ½-½

8. Wim Thieme (1888) - Henny Haggeman (1796)                                ½-½

 

 

Doetinchem wint ook tweede wedstrijd

En weer werd het 5-3 voor Doetinchem en weer verloor niemand, zodat alle spelers ook na de tweede KNSB-ronde nog ongeslagen zijn! Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen, dat de reserves van Messemaker 1847 uit Gouda tot de zwakkere teams in poule 3G gerekend moeten worden. Daarbij kwam nog dat de tegenstander door afzeggingen gedwongen was twee invallers op te stellen, die beiden inderdaad verloren, terwijl wij in de sterkste opstelling konden aantreden. We hadden dan ook op alle borden een hogere rating. De 5-3 tegen DD2 in de eerste ronde was dan ook een prestatie die veel hoger moet worden aangeslagen. Maar verder geen gezeur, want we staan gedeeld bovenaan en dat is bepaald niet slecht voor een team dat vorig jaar bijna degradeerde.

Met zes remises en twee besliste partijen lijkt het een tam middagje te zijn geweest, maar dat is slechts uiterlijke schijn. De meeste remises kwamen vaak na lang duwen en trekken tot stand.

De score werd geopend door Marius van Hal, die met licht voordeel uit de opening was gekomen, maar een venijnige gelijkmaker over het hoofd zag, zodat er daarna echt niets meer te beleven viel.

Marino Küper speelde een zware positionele partij en leek wel wat voordeel te hebben. De remise kwam vooral tot stand “uit wederzijds respect”.

De verwikkelingen op het bord van Kees Nederkoorn waren chaotisch en dramatisch. Lang zag het ernaar uit dat onze man het loodje zou leggen, maar zijn tegenstander raakte door opkomende tijdnood ernstig over zijn theewater en begon er gezellig op los te knoeien. Toen de kruitdampen na de tijdcontrole waren opgetrokken stond Kees verschrikkelijk goed, maar de zenuwen hadden zich nu zodanig van hem meester gemaakt dat hij van schrik meteen remise aanbood, hetgeen in grote dank werd aanvaard.

Peter Roessel speelde gewoon veel beter dan zijn tegenstander: solide openingsbehandeling, mooi stukkenspel, pionnetje geplukt, dreigende vrijpion en koningsaanval: punt.

Henk Riepma had naar veler overtuiging meer uit zijn stelling kunnen halen. Je zou ook kunnen zeggen dat zijn tegenstander vakkundig verdedigde en verdiend het halfje binnenhengelde.

Sander van Vucht zorgde voor een 4-2 voorsprong door zich eerst te ontworstelen uit zijn gebrek aan ruimte en vervolgens het eindspel vakkundig naar winst te voeren. Toen Theo Goossen en zijn tegenstander na veel wederzijds wikken en wegen en om beurten remise aanbiedend en afslaand uiteindelijk toch in een puntendeling berustten, toen ging mijn tegenstander er nog eens lekker voor zitten. Dat zijn teamgenoten inmiddels meer in waren voor een hap in de stad, daar had hij natuurlijk (en terecht) maling aan; tenslotte had hij vanuit de opening een klein voordeeltje overgehouden. Na 5½ uur spelen, waarvan 4½ uur keepen door ondergetekende, was het eindspelletje volledig afgekloven en konden de stukken eindelijk in de doos.

Roel Evertse

 

Doetinchem - Messemaker 1847 2  5-3

Theo Goossen (2072) - Frans Bottenberg (2063)                      ½-½

Marino Küper (2033) - Jan Cheung (1979)                                 ½-½

Roel Evertse (2048) - Eduard van Dijk (1977)                            ½-½

Henk Riepma (2067) - Mark van Putten   (1958)                        ½-½

Marius van Hal (2028) - Henk de Kleijnen (1862)                       ½-½

Kees Nederkoorn (2002) -  Leslie Tjoo (1843)                           ½-½

Sander van Vucht (1832) -  Piet Gommers (1722)                    1 - 0

Peter Roessel (1816) - Kees Vermijn (1756)                             1 - 0

 

 

Doetinchem blijft winnen

De eerste nul is gevallen. Peter Roessel viel de twijfelachtige eer te beurt om als eerste en voorlopig enige een nul te scoren. Absoluut geen schande; het geeft juist aan in welke supervorm kennelijk bijna iedereen steekt. Met ogenschijnlijk veel gemak werden de reserves van Promotie met 6-2 opgerold. In dezelfde zaal kreeg het 1e team van Promotie overigens een geweldig pak slaag van Spijkenisse: ½-7½, zodat de Zoetermeerders met een schamele 2½ punt uit 16 partijen naar huis konden. Terug nu naar onze wedstrijd.

De score werd geopend door Marius van Hal. In zijn partij werden de dames al op de 5e zet geruild. Marius offerde een pion voor initiatief, had misschien “iets”, maar in de partij vervlakte de boel vrij snel: ½-½.

Peter Roessel beziet de zaken immer van de zonnige kant: “Ik heb maar geen remise aangeboden, want ik sta een pion voor.” Daar stond helaas tegenover dat zijn stukken elkaar op de damevleugel hopeloos in de weg liepen en zijn koning een wat eenzaam en droevig bestaan leidde aan de andere kant van het bord. Ondergetekende zorgde voor de gelijkmaker. Mooi was het allemaal niet, maar 39. La5-d8 werd met zo veel overtuiging op het bord gekwakt, dat het net leek, alsof het won. De tegenstander keek ernaar als een konijn in een koplamp en overschreed de tijd, de zoon van het opperwezen aanroepende.

Henk Riepma speelde fraai en degelijk priegelschaak. Na een afwikkeling kreeg hij steeds meer pionnetjes voor de “kleine kwal”. De pionnen raakten aan de wandel en dat betekende een vol punt. (2½-1½).

Marino Küper vroeg tweemaal toestemming aan de teamleider om remise aan te bieden, nadat hij met wit nog wel in de opening bijna onder de voet was gelopen. Die toestemming werd streng geweigerd en Marino won op zijn sloffen.

Theo Goossen speelde aanvankelijk razendsnel, terwijl zijn tegenstander bijna alle tijd investeerde in de eerste 20 zetten. Steeds leek het erop dat Theo ergens in het eindspel winnend voordeel had, maar de berichten uit de analysekamer luidden dat het evenwicht nergens echt verbroken is geweest (4-2).

Sander van Vucht had ons op de heenweg deelgenoot gemaakt van een leuk variantje dat hij op internet uitprobeert, in navolging van ons oud-lid Vincent Rothuis. Prompt kreeg Sander het op het bord en speelde, geholpen door deze mentale rugwind, de gehele partij voorbeeldig.

Ten slotte Kees Nederkoorn, die na het afgelopen, voor hem mislukte seizoen aan een prima comeback bezig is. Secuur verdedigen combineerde hij met een scherp oog voor de eigen kansen. Toen zijn tegenstander daarop wat te zorgeloos reageerde, kreeg hij daarna geen enkele kans meer. Het enige dat de Zoetermeerder toen nog kon doen was de onvermijdelijke opgave met een uurtje rekken.

Na drie ronden hebben we de maximale score van 6 matchpunten en dat is zonder meer een zeer fraai resultaat. Op het gevaar af voor een rasechte zwartkijker versleten te worden, durf ik wel te stellen dat de kans op degradatie nu wel klein is. Maar om nu van een eventueel kampioenschap te dromen is ook onzin. Daar voor is het krachtsverschil met bijvoorbeeld ASC, onze volgende tegenstander en de huidige koploper, veel te groot in ons nadeel.

                                                                                                                  Roel Evertse

Promotie 2 – Doetinchem 6-2

Sibbing (2020) - Theo Goossen (2072)                           ½-½

Blankespoor (1976) - Henk Riepma (2077)                    0-1

Huijzer (1947) - Roel Evertse (2048)                                0-1

Peerdeman (1883) - Marius van Hal (2028)                   ½-½

Tan (1838) - Marino Küper (2033)                                   0-1

Blok (1905) - Kees Nederkoorn (2002)                           0-1

Stoop (1852) - Sander van Vucht  (1820)                                    0-1

Tsai (1817) - Peter Roessel (1816)                                 1-0

 

Stand na 3 ronden

Pl

Klasse 3G

Mp

Bp

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

1.

ASC

6

17½

x

.

.

5

6

.

.

.

.

2.

Doetinchem 1

6

16

.

x

.

.

.

5

6

.

5

.

3.

RSR Ivoren Toren 2

5

15

.

.

x

.

.

4

.

.

4.

Oud Zuylen

4

13

3

.

.

x

.

.

.

5

.

5

5.

Stukkenjagers 2

4

12½

2

.

.

.

x

.

.

5

.

6.

DD 2

3

12½

.

3

4

.

.

x

.

.

.

7.

Promotie 2

1

.

2

.

.

.

x

4

.

.

8.

De Baronie

1

.

.

3

.

.

4

x

.

.

9.

Messemaker 1847 2

0

.

3

.

3

.

.

.

x

.

10.

Utrecht 3

0

7

.

.

3

.

.

.

.

x

 

 

Doetinchem 2 begint voorzichtig 

De eerste wedstrijd van ons 2e team zit er weer op. Tegen SMB 5 uit Nijmegen werd gelijkgespeeld: 4-4. Het zal waarschijnlijk de spelers van het 2e niet meevallen zich te handhaven in deze groep. Maar misschien krijgen ze vleugels in navolging van het 1e. Het programma begint pas goed te lopen na de tweede helft van november. We zijn benieuwd naar de volgende resultaten.

 

 

Springer Schaaktoernooi

Het jaarlijkse Schaaktoernooi van SVD om het open kampioenschap van Doetinchem werd op zaterdag 22 oktober gespeeld. De belangstelling was helaas minder dan andere jaren. Mogelijk dat de herfstvakantie hier debet aan was. De deelnemers ontvingen bij binnenkomst een presentje van Uitgeverij Springer, de sponsor van dit toernooi. Vanaf 10.00 uur werd er door 32 schakers gestreden om de prijzen, keurig verdeeld over de twee groepen.

In poule A speelde Theo Goossen tot op het laatst een belangrijke rol. In de laatste ronde verloor hij echter onnodig tegen de latere winnaar Willy Hendriks. John Lutgens won de 1e prijs in poule B.

Om ca. 16.00 uur waren de prijswinnaars bekend. Schaakvereniging Doetinchem dankt de deelnemers voor hun deelname en sportiviteit.

Uitslag poule A

Nr.

Naam

Punten

%

TPR

1

W. Hendriks

6.0

86

290

 

S. Kuipers

6.0

86

288

3

H. Karssen

4.5

64

106

4

B. v.d. Velden

4.0

57

70

5

E. Langendijk

3.5

50

14

 

F. Schleipfenbauer

3.5

50

7

 

T. Goossen

3.5

50

2

 

T. Janssen

3.5

50

0

 

A. Taal

3.5

50

0

 

J. v. Onzen

3.5

50

-17

 

J. Haker

3.5

50

-21

12

G. Kloppenburg

3.0

43

-44

 

R. Wille

3.0

43

-51

14

M. v. Mourik

2.5

36

-116

15

H. Steinhauer

1.5

21

-236

16

H. Haggeman

1.0

14

-292

 

Uitslag poule B

Nr

Naam

Punten

%

TPR

1

J. Lutgens

6.0

86

297

2

T. Bijl

5.5

79

243

3

I. Waardenburg

5.0

71

193

4

H. Ruegebrink

4.5

64

144

 

G. Rückert

4.5

64

125

6

H. Hamer

4.0

57

70

 

F. Kuggeleijn

4.0

57

49

 

M. van Ling

4.0

57

30

9

J. Ravenstein

3.5

50

-12

10

J. Peer

3.0

43

-53

 

Z. Ebadi

3.0

43

-58

 

T. Molewijk

3.0

43

-58

 

W. Lenderink

3.0

43

-79

14

H. Schoo

2.0

29

-181

15

C. Stahn

1.0

14

-297

16

J. Berentsen

0.0

0

-413

 

 

Analysehoek

Weg met de computer!

Persoonlijk verslag Henny Haggeman uit de A-groep In Dieren

Na vanaf zet 10 in de tweede ronde in Dieren tegen Johannes Kossen uit Lelystad meerdere grafzetten te hebben geproduceerd en na 23 zetten te hebben opgegeven, reed ik zwaar teleurgesteld – bijna depressief - naar huis. In 2004 had ik al gefaald tijdens hetzelfde toernooi door slecht 3 punten te halen in de A-groep, terwijl ik in 2003 nog goed was voor 5 punten. Afgelopen seizoen had ik bovendien extern dramatisch gespeeld na onze promotie naar de derde klasse en was ik goed voor 1 uit 6. En die ene winstpartij had ik nog moeten verliezen ook. Kortom, na een jaar kommer en kwel had ik gehoopt nu weer eens een beetje tot mezelf te komen en in Dieren wat oude vorm terug te vinden. En toen volgde dus dat drama tegen Kossen: 0,5 uit 2.

’s Avonds het hondje – een niet te stoppen Jack Russel – uitgelaten rond de plas van Stroombroek in Braamt. Nu nog zo’n zeperd en ik kon wel eens tijdens de eerste week al uit het toernooi stappen om nooit meer in de schaakwereld terug te keren, bedacht ik me tijdens de wandeling. Het zou toch nooit wat worden. Een prutser was ik die slechts meewarige blikken verdiende. Ik kon die woensdagavond daar op het terras met een kop koffie naast me en een koekje voor de hond niet bevroeden dat ik precies een week later (en 5,5 punt uit 6 partijen rijker) op diezelfde plek aan de plas in totale euforie zou verkeren.

Als sportverslaggever weet ik maar al te goed hoe ondefinieerbaar de term vorm is. In vorm, uit vorm, geen vorm, vertel mij wat. Achteraf was ik in topvorm in Dieren – waarschijnlijk ook al in de tweede ronde, maar (en dat is de ellende) ik wist het nog niet! – en dan ga achteraf maar eens verklaren waarom.

Goed, ik had de mazzel 5 keer wit te hebben en 4 keer zwart. 5 keer wit leverde 4,5 punt op, 4 keer zwart 50 procent. Bovendien had ik geluk in ronde 6 toen mijn tegenstander in gewonnen stand mat in 3 dacht te geven, maar overzag dat ik intussen mat in 2 gaf (zie even verderop). Toen werd ik me ineens bewust van het beroemde engeltje op de lat. Maar het belangrijkst was partij 3, toen ik in een defensieve stelling de rust bewaarde – terwijl ik allerminst een verdedigingskunstenaar ben – en toesloeg toen mijn tegenstander (Desiree Fassaert van SMB) de zaak wilde forceren.

Vorm is vertrouwen. En gaandeweg barstte ik van het vertrouwen, want ik kreeg het gevoel sinds het drama tegen Kossen geen slechte zet meer te doen en juiste beslissingen te nemen. En nu komt het belangrijkste: omdat mijn computer dienst weigerde kon ik mijn partijen ’s avonds niet door Fritz aan een grondig onderzoek onderwerpen. Achteraf een zegen, want hoe vaak gebeurt het ons ieder niet dat we een mooie partij door dat ellendige programma laten analyseren en er vervolgens allerlei gaten in de zo zorgvuldig gekozen strategie worden geschoten (in ronde 5 gaf ik met zwart met een pion voor remise omdat het eindspel – dacht ik – niet meer te winnen was. Het computerprogramma liet zien dat ik wel heel makkelijk een vol punt had kunnen verdienen). Fritz trapte dus geen deukjes in mijn zelfvertrouwen en zie het resultaat: gedeeld derde in de A-groep met 6,5 punt. Ik verbaasde vriend, vijand en mezelf en nam me een ding voor: nooit meer Fritz ter hand nemen tijdens het toernooi.

 

Wouter Roggeveen – Henny Haggeman

Zesde ronde A-groep Dieren

 

 

Behalve dat de situatie op het bord vrij ernstig is voor zwart, had ik hier ook al mijn tijd al verbruikt. Nou ja, er stond nog welgeteld 92 seconden voor mij op de klok, maar ik had pas 26 zetten gedaan. Ik vreesde dus de naaste toekomst en zag bovendien ineens dat mijn tegenstander (een jeugdspeler met nog minstens een kwartier op de klok) met een dameoffer mat in drie kon geven. Tegelijkertijd bijna – wat er allemaal niet in die luttele seconden gebeurt – zag ik ineens mijn redding. Over het bord hangend voerde wit de dramatische zet uit:

27. Dxe8??

Dat lijkt afdoende in combinatie met de toreninval op f8. Ik noteerde rustig want ik had ineens tijd zat en speelde:

27. …, Dg4 +

en mat op de volgende zet.

Na mijn tegenstander enigszins tot bedaren te hebben gebracht, ben ik juichend huiswaarts gereden. 4 uit 6 en dit toernooi kon nu echt niet meer kapot.

 

In ronde 7 won ik in 23 zetten van Olger van Dijk die in verloren stelling een dame weggaf.

In ronde 8 trof ik Ruud Wille, mijn Arnhemse maatje tijdens dit toernooi. Wederzijdse sympathie is mooi, maar hoe moet dat tijdens de wellicht cruciale 8ste ronde? Hij had 5,5 punt en ik stond op 5. Waarschijnlijk was hij tevreden met een snelle remise met zwart. Ik besloot de opening af te wachten en me nader te beraden in het vroege middenspel.

 

Henny Haggeman – Ruud Wille

Achtste ronde, A-groep Dieren

 

1.      d4,            c6

2.      c4,            d5

3.      Pf3,          Pf6

4.      Pc3,         g6

5.      e3,            Lg7

6.      Ld3,         0-0

7.      0-0,           Pbd7

8.      b3,            e6?

9.      La3!

 

Niet helemaal de consequenties overziend van 8. …, c5 schoot mijn loper door naar a3.

Volgens Fritz (hij mag weer) is c5 niet goed voor zwart: 9. Pa4!, Da5 10. dxc5 en b4.

 

9.  …,             Te8

10.  Ld6,        dxc4

11.  bxc4,      Pb6

12.  c5,           Pbd5

 

Hier bood Ruud remise aan, maar daar kon ik met een loper op d6 niet meer aan beginnen. Het zou een echt gevecht worden.

 

Ruud en Fritz gaven me gelijk. Na de volgende zet sta ik volgens het programma 0.47 in de plus.

 

13. Db3,        Lf8

14, Lxf8,        Kxf8

15. Pe5

 

Het paard kan omgespeeld worden naar d6 maar blijkt prima te staan op e5. Zwart is voorlopig aan handen en voeten gebonden.

 

15. …..,          Dc7

16. Pe4,         Pxe4

17. Lxe4,       Te7

18. Lf3,          Pf6

19. Db2,        Kg8

20. g4 !?

 

 

Verstandiger (zeker volgens Fritz, 0.44 in de plus voor wit) is Tab1 en rustig verder drukken. Op zet 15 zag ik echter al de aanval op de koningsvleugel in combinatie met de opstoot van de d-pion. De tekstzet is meer mijn stijl dan het positionele alternatief, maar de aanval slaat niet door als zwart goed speelt.

20. …..,          Pd7

21. Pc4,         Pf6?

 

Hier had zwart de kans zich te bevrijden met 21. …, e5!. Na 22. Pd6, exd4 23. exd4, Pf6 24. h3, Tb8 blijkt de opzet met g4 eerder een verzwakking en is er al niet meer zoveel aan de hand (0.13 in het voordeel voor wit, aldus Fritz).

 

22. g5,           Pe8

23. Pe5,         f6

24. Pg4!

 

 

Deze zet wilde wit al sinds de 16de zet spelen. Nu is het dan zover. 24. …, fxg5 is fout. 25. d5, exd5 26. Ph6 en mat.

Zwart vindt de beste oplossing.

24. …..,          e5

 

Hier raak ik het spoor bijster. Het best is 25. Pxf6, Pxf6 26. exf6 maar ik was (ten onrechte) bang dat ik die pion weer kwijt zou raken. Bovendien dacht ik dat er een directere winst in de stelling zat, wat niet zo is.

25. Db3?

 

Oftewel vissen in troebel water. Na 25. …, Le6 is de stelling vrijwel gelijk omdat zwart na d5 tussendoor Pg4 eraf slaat.

25. …..,          Kg7

Maar nu is alles weer naar wens voor wit.

26. gxf6,        Pxf6

27. Pxe5

De oogst is binnen. Nu nog zien ongeschonden de tijdcontrole te halen met allebei nog een kwartier op de klok.

27. …..,          Lh3

28. Lg2,         Le6

29. Db2,        Tf8

30 Tae1,        Kg8

31. f4,             Ph5

32. Le4,         Tg7

33. Kh1,        De7

34. Tg1,         De8

35. Lf3,          Pf6

36. e4

Achteraf had ik hier liever even tot na de tijdcontrole mee gewacht. De pionnen d4 en f4 hebben nu extra zorg nodig. Het loopt allemaal net goed af voor wit.

36. ….,           Pd7

37. Pxd7,      Dxd7

38. Dd2,        Df7

39. Lg4!,        Lxa2

40. d5!

Ik had de dubbele aanval op a2 overzien, dus dit zetje was de reddende engel. De loper sneuvelt omdat Le6 dreigt.

Zwart rotzooit nog wat.

40. ….,           Dxf4

41. Le6†,       Kh8

42. Dxa2,      Dh4

43. Dg2         1-0

De koffie smaakte uitstekend op Braamt en tijdens de laatste ronde speelde ik met zwart een salonremise tegen jeugdspeler Mark Brussen van de Schaakmaat, al stond ik in de slotstelling al iets beter.

In de A-groep had ik verder gezelschap van Bert Lenderink (wanneer word je weer lid van SVD?) en Henk Steinhauer. Bert kende een superstart met 2,5 uit 3 maar moest uiteindelijk genoegen nemen van 4,5 punt. Niet slecht voor een thuisschaker! Henk maakte na twee jaar B-groep weer zijn rentree in de A-groep. Met wisselend succes sloot hij af met 3 punten.

In de B-groep behoorde Philippe Friesen tot de mannen met de hoogste rating, maar hij startte dramatisch: 0,5 uit 3. Dat hij toch op 6 punten eindigde en in de prijzen viel toont veerkracht. Ook ons inmiddels ontvallen lid Orgibald Suhbat haalde 6 punten. Frans Kuggeleijn (3,5 punt) en Henk Hamer (2,5 punt) stelden teleur en eindigden onder de vijftig procent. 

Wim  Lenderink speelde in de C-groep en haalde 50 procent.

Verder was er nog SVD-succes in de 6-rondige A groep. Henk Riepma, vorig jaar winnaar, werd dit jaar tweede met 4,5 punt. Jaap Stuurwold haalde 2,5 punt.

 

Mooi verliezen is niet erg

Stel, je komt in een scherpe stelling terecht die je tegenstander tot een zet of 25 blijkt te hebben bestudeerd. Met fraaie krachtzetten word je van het bord gespeeld.

Dit overkwam me tegen Roel Evertse, ik heb genoten.                  

 Sander van Vucht


Wit: Sander van Vucht

Zwart:  Roel Evertse

 

Aljechin verdediging

 

1. e4,              Pf6

2. e5,              Pd5

3. c4,              Pb6

4. d4,              d6

5. exd6,         cxd6

6. Pc3,           g6

7. Le3,           Lg7

8. Tc1,           0-0

9. b3,              e5

10. dxe5,       dxe5

11. Dxd8,      Txd8

12. c5

Nu mag vooral niet 12...Pd5? gespeeld worden vanwege 13.Td1 Le6  14.Lc4 en stukwinst. Hier ongeveer hield mijn kennis op.

 

 

 

12. …..,          P6d7

13. Lc4,         Pc6

14. Pf3

Zwart moet nu rekening houden met Pg5 en Pe4-d6.

 

14. …..,          h6

15. Pe4,         Pd4

16. Lxd4

 

Beter lijkt 16.Pd6. Wit hoeft de afruil op f3 niet te vrezen: 16. .. Pxf3+  17.gxf3 Tf8  18.Tg1!

 

16. …..,          exd4

17. 0-0,          Pe5

18. Pxe5,       Lxe5

19. f4 !

De kritieke stelling. Mijn gedachten waren zoiets als:

 “Die loper moet naar c7 of b8, anders is  20.Pd6 lastig. Op 19. ..Lc7  komt 20.Pf6+ Kg7  21.Pd5 waarna de loper alsnog naar b8 moet, immers 21. ..La5?  22.b4 kost een stuk. Kortom, de beste zet is 19. ..Lb8 waarna ik de pion kan belagen door middel van 20.Tcd1”. Achteraf mailde Roel:

Overigens had ik de stelling na 19. f4 inderdaad een keer eerder gehad, januari 2001 tegen L. Torn van Wageningen. Die verloor ik na 19. .. Lb8  20.Tcd1 Le6  21.Lxe6 fxe6  22.Td3 e5??  (wat een knoeizet!) 23.f5 g5  24.Th3  en nog een paar zetten die ik je zal besparen. Ik had mijn lesje geleerd en jij had gewoon pech”.

 

19. …., Lc7

Vreemd. Heeft zwart de tempowinst overzien? Ik had nog steeds geen vermoeden.

20. Pf6†,        Kg7

21. Pd5,         La5!!

22.b4  wint dus geen stuk, maar leidt na 22. ..Le6! tot een ogenschijnlijk weinig aantrekkelijke afruil. En opeens dreigt het paard te worden gevangen door 22. ….., Le6  23.Pe7 Kf6.

 

22. Tcd1?

 

Toch was 22.b4 Le6 wits beste mogelijkheid. Objectief gezien valt het wel mee na  23.bxa5 Lxd5  24.Tfd1 Lc6  (of  24...Lxc4  25.Txc4 Tac8  26.Kf2) 25.a6. Ook 22.Tfd1 ware minder fataal, al komt zwart heel goed te staan.

 

22. …,            Le6

23. Txd4,       Lb4!

 

Dodelijk.

 

24. Td3,         Lxc5†

25. Kh1,        b5!

26. f5

 

Even wachten met opgeven, want er zit een grapje in de stelling.

 

26. …..,          bxc4

27. fxe6

Opzichtig, maar geinig: 27. …., cxd3??  28. Txf7†, Kh8  29. Pf6 en wint.

 

27. ….,           fxe6

28. Tdf3

Of 28. Pc7 cxd3  29. Pxe6+ Kg8  30. Pxc5 d2.

 

28. …..,          exd5

29. Tf7†,        Kg8

 

Wit geeft op.

 

Droomstelling

 

Mat zetten met Koning, Loper en Paard

 

Eenmaal in de zoveel tijd kom je het eindspel: Koning, Loper en Paard tegen de kale Koning tegen. Een theoretisch gewonnen stelling, maar niet gemakkelijk tot winst te voeren als je niet precies weet hoe je dat moet doen. In mijn jeugdjaren heb ik zo’n eindspel eens een keer gewonnen, dat weet ik nog wel. Ik had toen net met veel vlijt heel wat schaaktheorie bestudeerd en natuurlijk ook dit beruchte eindspel.

Ik dacht aan dit eindspel, toen ik in een taaie partij tegen DD2 steeds slechter kwam te staan en een kans zag om zo af te ruilen dat mijn tegenstander met genoemde stukken maar moest proberen mij mat te zetten. Ik speculeerde erop dat hij – misschien nog wat ouder dan ik – het ook niet meer zo goed paraat had. Dat bleek zo te zijn. Op een gegeven moment gaf hij moedeloos remise. We waren al dichtbij de grens van 50 zetten waarin niets geslagen was en dan is het remise. Het is dus zaak iemand binnen 50 zetten mat te zetten. Mijn tegenstander had ook in vroeger jaren zo’n eindspel onberispelijk tot winst gevoerd, zo verzuchtte hij, maar nu waren de finesses hem ontgaan.

Dit eindspel heeft tot een levendige discussie gevoerd via e-mail en op onze website tussen enkele leden van het 1e team. Marius van Hal vindt het eigenlijk niet kunnen dat iemand niet weet hoe je zo’n eindspel tot winst voert. Anderen zijn het daar niet of maar ten dele mee eens.

Voor degenen die nog eens even hun kennis willen ophalen en willen meegenieten, hier het eindspelfragment en de interessante discussie waarin niemand wordt gespaard.

Ik begin de partij iets eerder dan de cruciale stelling. Dat ter lering en vermaak van eenieder die misschien ook eens in deze situatie is terechtgekomen of er misschien nog eens in verzeild raakt.                                                              Peter Roessel


Wit: Peter Roessel

Zwart: Peter Monté

Stelling na: 51. Kc1

Hier zag ik het hopeloze van mijn situatie in. De beide centrumpionnen van zwart zijn ijzersterk en de loper en het paard van zwart zijn sterker dan mijn twee paarden. Met zijn vorige zetten had mijn tegenstander trouwens het gevaar van mij vrijpionnen vakkundig geëlimineerd.

In mijn overpeinzingen dacht ik ineens aan de mogelijkheid van een eindspel zonder pionnen, ik met een kale koning en mijn tegenstander met koning, Loper en Paard. Moeilijk te winnen, wist ik. Hoe dat aan te pakken? Laat mijn tegenstander mijn g- en h-pion maar inpikken en dan een paard offeren tegen de beide centrumpionnen. Dan blijft nog de b-pion over. Die moet ik pakken door mijn laatste paard te offeren.

 

51. …..,          Ph5

52. Pe5,         Pf6

53. Pc6,         Ld7

54. Pd4†,      Kc3

55. Pe2†,      

 

Op weg naar het geplande offer. Ik was ervan overtuigd dat mijn opponent nog niets vermoedde. Het plan vereist ook een grote omzichtigheid.

55. …..,          Kb4

56. Pf4,          Lg4

 

Natuurlijk niet de loper slaan, want dan gaat het mooie plannetje niet op.

 

57. Pg6,         d4

58. Pe5,         Le6

59. Pc6†,       Kc5

60. Pe5,         d3

61. Kd2,        Pg4

62. Pexd3†

 

Daar gaat ie dan! Ik had zo’n idee dat zwart nog niets vermoedde.

 

62. …..,          exd3

63. Pxd3†,    Kd4

64. Pb4,         Ld7

65. Pc2†,       Ke4

 

Heel goed! Loop maar naar de andere vleugel.

 

66. Kc3,         Lxa4

67. Pa3,         Pe3

68. Kb4,        Le8

69. Pb5,         Pd5†

 

Hij krijgt het door! Maar pion b6 is niet meer te redden. Als zwart het paard op b5 slaat moet hij met de koning de witte vrijpionnen stoppen, waarna de pion op b6 valt. De dekking kan alleen nog maar worden gegeven door Pd5, maar als de witte koning naar c6 gaat moet zwart de dekking opgeven. Bijvoorbeeld: 69. ….., Lxb5  70. Kxb5, Pd5  71. Kc6, Ke5  72. h5, Ke6  73. h6 en zwart moet met de koning of met het paard de witte h-pion ophalen. In beide gevallen valt dus de b-pion en is het remise.

 

70. Kc4,         Lh5

71. Pd6†,      Ke5

72. Pc8,         Le2†

73. Kb3,        b5

74. Pa7,         Kf5

75. Pxb5,      Lxb5

 

 

Deze stand had ik voor ogen. Wit moet nog even de beide witte pionnen onschadelijk maken en dan kan het mat zetten beginnen. Toch moest ik nog even goed nadenken. Hoe was het toch alweer! Mat moet mijn tegenstander natuurlijk zetten met de loper in de hoek en dat is in dit geval h1. Dus: zo lang mogelijk op het midden van het bord blijven en als je toch naar de hoek moet, dan de zwarte hoek: a1 dus. Dan moet er nog gezwoegd worden om de witte koning naar de andere hoek te drijven. Dat lukte dus niet. Na nog wat zwoegen – de zetten zal ik de lezer besparen – was het kennelijk wel genoeg voor mijn tegenstander. Hij zei: “Ik zie het niet meer”.

 

Hoe het wel moet

 

Marius van Hal kan weinig begrip opbrengen voor schakers die niet weten hoe je met koning, loper en paard een kale koning mat zet. Toch was hij bereid het kunstje nog voor één keer uit te leggen! Hij geeft een uitvoerig commentaar. Ik raad iedereen aan dat nog maar eens goed te lezen. Wee degene die van ons dit eindspel niet tot een goed einde brengt.

Marius begint met de volgende stelling.

 

 

Dit is de stelling die wit moet zien te bereiken. De zwarte koning

is naar de hoek gedreven, de witte koning staat op c6, de loper

staat op de diagonaal a7-g1en het paard kan naar c7.

 

1...Ka8 2.Nc7+ Kb8 3.Le3

 

Tempozetje.

 

3...Kc8 4.La7

 

De koning kan niet meer terug naar de verkeerde hoek. Wit heeft nu een paar nauwkeurige zetten nodig om de zwarte koning niet te laten ontsnappen.

 

4...Kd8 5.Nd5

 

Dekt het ontsnappingsveld e7.

 

5...Ke8

 

[5...Kc8 6.Ne7+ Kd8 7.Kd6 Ke8 8.Ke6 Kd8 9.Lb6+ Ke8 10.Lc7 Geeft dezelfde stelling als straks na de 12e zet.]

 

6.Kd6 Kf7 7.Ne7

 

Dekt de witte velden.

 

7...Kf6 8.Le3

Dekt de zwarte velden.

 

8...Kf7

 

Probeert de koning af te houden.

[8...Kg7 9.Ke6]

 

9.Ld4

 

Trekt het net nog wat strakker aan. Vanaf hier is het weer

eenvoudig.

 

9...Ke8 10.Ke6 Kd8 11.Lb6+ Ke8 12.Lc7

 

Dit tempozetje geeft dezelfde stelling als na de 4e zet, maar alles een stukje

opgeschoven naar de goede hoek.

 

12...Kf8 13.Nf5

 

Weer dezelfde manier om het paard naar een beter veld te krijgen.

 

13...Ke8 14.Ng7+ Kf8 15.Kf6 Kg8 16.Kg6 Kf8 17.Ld6+ Kg8 18.Le7

 

De stelling is op meerdere manieren te winnen, maar dit is wel een aardige zet omdat het weer dezelfde stelling geeft als bij de 4e en de 12e zet.

 

18...Kh8 19.Nf5 Kg8 20.Nh6+ Kh8 21.Lf6# mat.

 

Commentaren op het eindspel K+L+P

 

Teamgenoten,

 

Zaterdag probeerden jullie mij wijs te maken dat het eindspel van K+L+P

vrijwel nooit op het bord komt en dat je het dus ook niet hoeft te kennen.

Het tegendeel blijkt echter waar (zie het nieuwsbericht onderaan). Daarom

heb ik met hulp van Benno (dank) een korte analyse op onze website gezet

(onder partijen). De analyse begint op het moment dat de koning in de

verkeerde hoek is gedreven. Daar heb je 30 zetten de tijd voor, dus dat

mag voor een echte 3e-klasser geen probleem zijn. Vervolgens heb je 20 zetten

nodig om de koning mat te krijgen, maar er zijn slechts een paar zetten

die niet meteen voor de hand liggen. Als je die weet dan kom je er achter het

bord wel uit. De volgende keer dat iemand dit op het bord krijgt

(waarschijnlijk over een jaar of 7) wil ik dus geen "ich habe es nicht

gewusst" horen!

 

Groet, Marius

 

 

Bericht opgesnord op Internet door Marius

 

Gouden droom Wouter Spoelman spat uiteen op EK-jeugd

 

Met een overwinning in de achtste ronde van het EK-jeugd tot 18 jaar in

Montenegro kon Wouter (meespelend in de categorie tot 16 jaar) aan kop

komen. Hij speelde Siciliaans en kwam beter te staan. Wouter zag daarom af

van een afwikkeling naar een dame-eindspel met een pluspion. Daarna ging

het helaas bergafwaarts en moest Wouter knokken voor remise. Hij kwam in een

beroerd eindspel dat na vijf uur en meer dan 100 zetten uitmondde in K+L+P

tegen K.

Z'n tegenstander liet Wouter twee keer uit het matnet ontsnappen, en de 50

zetten regel gaf een beetje hoop. Met enig geluk slaagde wit er na 47

zetten helaas in om Wouter mat te zetten. Soms zit het tegen.

 

 

Roel bedankt Marius en komt met eigen ervaringen

 

Dag Marius,

 

Dank je wel voor de zeer instructieve bijdrage. Ik had ook al wat gegoogled en ben een ware verzameling lief en leed van dit eindspel tegengekomen. Het komt inderdaad relatief vaak voor in de praktijk. Zelf heb ik het een keer gehad met de kale K: remise tegen Oei (ha,ha,ha!). Ik ben benieuwd wie van ons ooit de klos wordt om het onder 28 toeziende ogen na ruim 6 uur spelen met een tussenstand van 3½-3½ en 4 minuten op de klok naar winst te voeren. Leon Konings (LSG) kan zoiets, las ik op internet.

Ooit heb ik hetzelfde kunststukje zien uitvoeren door de toen ruim 80-jarige Belinfante (DD) in een rapidpartijtje. Ovationeel applaus van de toeschouwers, waarop Belinfante reageerde met: "Ik begrijp niet goed waarom u klapt. Toch niet

omdat ik zo oud ben? En overigens, dat mat zetten behoort gewoon basiskennis

te zijn!"

 

Groet, Roel

 

 

Marino Kuper zet toch vraagtekens

 

Beste Marius, beste Roel,

 

Ik gun iedereen zijn pleziertjes. Zo staat voor Tim Krabbé de babson-task gelijk aan een schaakorgasme en heeft Donner zich lange tijd verdiept in de geheimen van het eindspel K+2P versus K+pi. Dat plezier zegt echter niets over het rendement van een dergelijke activiteit.

Ik beheers het eindspel K+P+L versus K niet, hoewel ik bekend ben met het enige principe dat de verdediger in dit eindspel paraat moet hebben (koning naar de hoeken die niet door de loper wordt bestreken). Ik zou echter niet weten hoe het gewonnen moet worden. Als ik het goed begrijp zou het leren van de methodiek mij ongeveer een uur kosten. Ik neem aan dat het daarna nog wel eens zo nu en dan herhaald moet worden om het echt te laten beklijven. Laat dit dan in totaal 2 uur van mijn leven vergen. Dat is toch een klein offer voor het verwerven van een

vaardigheid die relatief vaak in de praktijk voorkomt.

Maar dat laatste is totaal niet waar. Marius onderbouwt die these met n=1. Hij komt met een enkele (zij het recente) partij, en heeft voor zover ik kan nagaan zijn vaardigheid in dit eindspel nog nooit in een serieuze partij kunnen demonstreren. Roel vult dit weliswaar aan met 2 andere praktijkvoorbeelden, maar in de partij waarbij hij zelf betrokken was had hij genoeg aan de kennis over de goede en de verkeerde hoek, omdat hij de verdedigende partij was. Bij de andere partij was hij slechts toeschouwer.

Wat zijn nu de feiten. Het eindspel komt in de grote database van Chessbase voor in 0,02% van de partijen, oftewel in 1 op de 5.000 partijen. De kans dat je de kennis over de matvoering nodig hebt is dus 1 op de 10.000 partijen, omdat je theoretisch slechts in de helft van die 5.000 partijen de partij bent met L+P.

 

Als ik uitga van een gemiddelde schaakcarrière van 30 jaar waarin zo'n 30 serieuze partijen per jaar gespeeld worden (totaal 1200), dan betekent dit dus dat van de 10 schakers er 9 zijn die deze kennis nooit van hun leven nodig zullen hebben.

Kortom, ik zal de winstvoering niet bestuderen, neem met een gerust hart het risico om door jullie met hoon overladen te worden mocht ik er in de praktijk mee geconfronteerd te worden. Ik neem aan dat ik nog wel wat van Roel hoor indien dit nog consequenties heeft voor de bordvolgorde tegen Messemaker 1847 2 volgende week.

 

Marino

 

 

Marius vindt dat het allemaal niet zo moeilijk is

 

Hoi Marino,

Ik zou je direct gelijk hebben gegeven als het om een lastig eindspel ging.  Echter, dat is hier niet het geval.

Op de eerste plaats staan er geen pionnen meer op het bord, zodat de uitkomst en de strategie niet afhankelijk zijn van de toevallige positie van de stukken.

Op de tweede plaats speel je tegen een kale koning, zodat de mogelijkheden van de verdediging heel beperkt zijn. Als gevolg daarvan hoef je er maar 1 of 2 keer even naar te kijken om het te beheersen, zeker als een welwillende teamgenoot het uitzoekwerk voor je doet.

Het enige dat je moet onthouden is dat je de ontsnappingspoging van de koning moet opvangen met Pc7-d5, Kc6-d6 en Pd5-e7. Als 3e klasser kun je (behoudens tijdnood) de rest achter het bord verzinnen. Het kost je dan ongeveer evenveel tijd als het nazoeken van de statistieken en het schrijven van een wat langere email.


Tot zaterdag,

Marius

 

 

Slotwoord Marino

 

Beste Marius,

Het nazoeken van de statistieken is reeds gebeurd door Howell. Maar je hebt gelijk. Zoals zo vaak kost het beargumenteren van de stelling dat een bepaalde klus niet rendeert net zoveel tijd als het uitvoeren van die klus. Als de voorzienigheid ons gunstig gezind is krijg jij de kans om je vaardigheid in dit eindspel ooit nog eens te demonstreren en wordt ik er nooit mee lastiggevallen. In dat geval kunnen we ons blijven wentelen in ons gelijk.

Marino

 

 

Ratinglijst per 1 november 2005

Hieronder staan de nieuwe ratings per 1 november 2005. Als de rating gewijzigd is staat de oude rating tussen haakjes.

 

  1. Riepma                2077 (2067)

  2. Goossen              2072

  3. Evertse                2048

  4. Kuper                   2033

  5. Van Hal               2028

  6. Nederkoorn         2002

  7. Haggeman          1868 (1796)

  8. Friesen                1835 (1813)

  9. Van Vucht           1820 (1832)

10. Roessel               1816

11. Lutgens               1751 (1761)

12. Stuurwold            1740 (1756)

13. Kuggeleijn           1653 (1646)

14. Hoek                    1646

15. Brink                    1639

16. Jong                    1635

17. Hamer                 1573 (1597)

18. Lenderink            1569 (1600)

19. Schyns                 1529

20. Thomassen         1453