Inhoud
3
Van de redactie
4
Mag ik mij even voorstellen …
6 Het 1e
team goede middenmoter
12
Het 2e team in gevaar
13
Bekeravontuur snel voorbij
13
Een avondje fantasieschaak
16
Jeugdschakers op pad
16
Telefoonnummers voor roostercompetitie
|
Van de redactie Het eerste nummer van
2006 begint met een nieuw lid dat zich voorstelt. Bijzonder, want dat is de
eerste keer in de historie van ons clubblad, voor zover ik dat kan beoordelen.
Ik weet niet hoe dat in ‘oude tijden’ was. Gert-Jan Zonneveld – zo heet
het nieuwe lid – heeft zich tevens aangeboden als medewerker van de
redactie. Dat aanbod heb ik met graagte omarmd, vooral ook omdat hij tegelijk
met een idee kwam om De Secondant interessanter te maken. Het leek hem goed
ieder nummer een interview met een lid te maken, niet alleen over schaken,
maar ook wat die persoon zoal verder in het leven doet. Hij zal deze
interviews gaan maken. We kijken dus met belangstelling uit naar de uitkomst
van zijn eerste gesprek met een lid. Verder de gewone
‘kost’, zoals wedstrijdverslagen. Deze
keer geen analysehoek. Niemand heeft wat ingezonden. Schakers doe eens vaker
verslag van mooie triomfen en ware rampen! Ter lering en vermaak van anderen
uiteraard. Verder is er gelukkig ook
weer wat te melden over de vorderingen van onze jeugdleden. Peter Roessel |
Mag
ik mij even voorstellen …

Naam: Gerardus Johannes
Wilhelmus Zonneveld.
Roepnaam: Gert-Jan (ook
wel GéJé, Jan-Gert, Geert-Jan etc.).
Geboren: ja, op 29 juni
1964 te Kampen.
Burgerlijke staat:
samenwonend met mijn vriendin Anja sinds 1 januari van dit jaar, samen met
haar 2 kinderen en onze huiskat Bram.
Werkzaam: Bij BHS in
Doesburg ook sinds 1 januari 2006. BHS in een van oorsprong Duits bedrijf dat
gespecialiseerd is in de productie van golfkartonmachines. Ik ben werkzaam als
service-assistent voor het Nederlandse gebiedsdeel en mijn werkzaamheden
bestaan uit het verwerken van bestellingen voor reservedelen, offertes maken,
facturatie etc. Een leuk bedrijf met leuke mensen, die wat voor elkaar over
hebben, kortom prima naar mijn zin!
Ik ben afkomstig uit het
zuidwesten van Nederland, om precies te zijn vanaf het eiland
Goeree-Overflakkee. Heb jarenlang gewoond in Stellendam (bekend om zijn
garnalen, een ware delicatesse), daarna verhuisd naar het buurtdorp Goedereede
(waar koningin Beatrix een keer Koninginnedag heeft gevierd!).
Ik ben getrouwd geweest,
ben vader van 2 kinderen, te weten Mitchell, van bijna 10 jaar en een dochter,
Mégan van 6 jaar, waar ik zielsveel van hou.
Over mijn arbeidsverleden
aldaar kan ik vrij kort zijn; ik ben 16 jaar werkzaam geweest als com. Adm.
Medewerker bij een Noors bedrijf, gespecialiseerd in verf voor schepen en
industriële toepassingen.
Tsja, en dan leer je
iemand kennen in de Achterhoek, eerst als vriendin (dus kennis, zeg maar) en
sinds afgelopen 2 jaar als vaste vriendin, knetterverliefd en zo en dan moet
je keuzes gaan maken. Wie gaat waar naar toe. Zij wilde niet meer verhuizen
dus eigenlijk had ik niet zoveel keuze. Tot op de dag van vandaag heb ik daar
geen spijt van. Het bevalt me prima hier in Oost Nederland en ga ook nooit
meer weg.
Over schaken kan ik wel
het nodige vertellen, maar zal het kort houden. Ik ben op mijn 14e
gaan schaken en werd al vrij snel verslaafd aan dit spel. Begonnen bij SV
Stellendam, bestuurslid geweest, redacteur van het clubblad geweest,
wedstrijdleider geweest (voel met je mee Benno!), waarna de club door gebrek
aan leden opgeheven werd. Daarna lid geworden bij SV Ontspanning in Ouddorp -
een dam- en schaakvereniging - en ben daar 3 jaar lang met heel veel plezier
lid geweest. Ik deed daar ook de rondeverslagen elke week voor de eilandelijke
pers, en droeg mijn steentje bij als webredacteur.
Mijn speelsterkte ligt op
dit moment rond de 1600 Elo en nog steeds groeiende, maar daar zullen jullie
in de toekomst wel achter komen!! (hoop ik ten minste).
Mijn keuze voor deze
schaakclub is eigenlijk vrij simpel tot stand gekomen; ik heb diverse
verenigingen aangeschreven en jullie waren de enige (tot nu toe) die hebben
gereageerd. En de eerste kennismaking smaakte naar meer, vandaar…
Ik hoop op aangename en
boeiende partijen, leuke contacten en veel schaakplezier!!
Tot dinsdag!!
Gert-Jan Zonneveld
Het 1e
team in veilige haven
Na zeven ronden in de 3e
klasse van de KNSB weten de spelers van het 1e team Dat degradatie er
niet meer in zit. Na drie overwinningen op rij volgden twee nederlagen, Maar
daarna werd weer gewonnen, zodat met 8 punten de veilige haven werd bereikt.
In de zevende ronde werd weer verloren, maar met 8 punten op zak blijft
het 1e
team een goede middenmoter.
We kunnen weer gewoon
doen. De wedstrijd tegen medekoploper ASC uit Alphen a/d Rijn eindigde in een
5-3 nederlaag en daar viel niets op af te dingen. De tactiek werkte voor een
gedeelte: de twee kopborden en de twee staartborden hadden een
“remiseopdracht” meegekregen, terwijl van het middenrif verwacht werd dat
daar de punten zouden worden gescoord. Helaas brachten kop en staart geen
enkel halfje, terwijl de vier middenborden 3 punten scoorden.
M&M
mochten als erkende taaie remisanten op de kopborden plaatsnemen tegen Dennis
Helvensteijn (weer met schaken begonnen na een sabbatical) en Dinard van der
Laan, beide met een rating van 2200+. Marius spartelde lang tegen, maar was
uiteindelijk met zijn paarden machteloos tegen toren en een rits pionnen.
Over
Marino kunnen we kort zijn. We hebben hem wel eens beter zien spelen om het
met een understatement te zeggen.
Henny
moet de Tarrasch maar eens gaan nakijken, want hij kwam met groot nadeel uit
de opening. In het middenspel knokte hij zich nog aardig terug, totdat hij een
familieschaakje over het hoofd zag.
Sander
kreeg een koekje van eigen deeg gepresenteerd: grondige openingsvoorbereiding.
Zijn tegenstander had de nicknamecode van Sander op internet gekraakt en
vervolgens toegang gekregen tot de finesses van een van de
openingsspecialiteiten van Sander. De eerste 20 zetten had hij op vrijdagavond
op het bord gehad en dat betekende de basis voor een knappe overwinning. Dat
waren dus vier nullen voor ons.
Een
vijfde nul had op bord 6 moeten vallen. Soms speelt Roel wel aardig, maar deze
keer speelde hij opening en middenspel echt dramatisch slecht met zwarte
pionwinst en overwegende stelling als treurig resultaat. Met twee vingers in
de neus, opgewekt fluitend bijna en zeer snel spelend koerste Martin van Gils
op een gewonnen toreneindspel af. In de tijdnood van de arme Roel speelde hij
alles onbekommerd snel mee en toen…bleek het pionneneindspel ineens remise.
De
remise van Theo was van een meer solide kaliber, hoewel het ook na de analyse
onduidelijk bleef wie er nu goed stond. Waarschijnlijk had Theo de zaak juist
getaxeerd, toen hij in de tijdnood van zijn tegenstander een tactisch
remiseaanbod deed. Tussenstand: 1-5!
Het
spel van Kees Nederkoorn is dit seizoen van hoog niveau en met name als hij
zwart heeft. Het recept is tot nu toe steeds hetzelfde: 1) keepen tegen een
tegenstander die vol zelfvertrouwen achter het bord zit, 2) Kees vraagt mij of
hij in voorkomende gevallen remise mag aanbieden, 3) de partij dreigt te
kantelen en de tegenstander biedt maar eens remise aan, 4) Kees lijkt het niet
eens te horen en 5) gaat er echt voor zitten en speelt het eindspel
onberispelijk naar winst.
Het
recept-Riepma lijkt hier verdacht veel op en is van een zelfde kwaliteit, ook
weer: vooral met de zwarte stukken. Waar de toeschouwers allerlei gehaaste
ideeën over een mogelijke winstvoering opperen, breit en priegelt Henk aan
zijn stelling dat het een lieve lust is. Ik verdenk hem ervan dat hij
eigenlijk liever halve dan hele zetten doet: om wanhopig van te worden als
tegenstander.
Uit
diep respect zal ik het witrepertoire van Kees en Henk op deze plaats met de
mantel der liefde bedekken, maar mag ik de heren vragen of ze er iets aan
willen doen?
Alles bij elkaar dus
een “normale” 3-5 nederlaag. We kunnen ondanks bezoek van het journaille
gewoon over straat en daar gaat het maar om.
Doetinchem
ASC
Marius van Hal
(2028)
- Dennis
Helvensteijn (2212)
0 - 1
Marino Küper
(2033)
- Dinard
van der Laan
(2209)
0 - 1
Kees Nederkoorn
(2002)
- Clement
van der Laar (2067)
1 - 0
Theo Goossen
(2072)
- Wouter
Hennink
(2100)
½-½
Henk Riepma
(2077)
- Paul de
Vries
(2044)
1 - 0
Roel Evertse
(2048)
-
Martin van Gils
(2011)
½-½
Sander van Vucht
(1820)
- Wouter
Dambrink
(1949)
0 - 1
Henny Haggeman
(1868)
- Eric
Fraikin
(1994)
0 - 1
Totaal
3 - 5
Roel
Evertse
Tweede
verlies Doetinchem
Natuurlijk
hadden we op papier niet zo veel kans tegen Oud Zuylen, een van de sterkste
tegenstanders uit de poule. Maar anders dan tegen ASC, toen we vrij kansloos
de boot ingingen, keerden we uit Utrecht terug met het gevoel dat we vrij
klunzig en onnodig verloren hadden. En uiteindelijk mochten we niet eens
mopperen dat het slechts een nederlaag met 5-3 werd, terwijl we lang tegen een
4½-1½ achterstand aankeken, met nog twee resterende partijen, die beide
minder voor ons stonden.
De
zaken maar even in chronologische volgorde. Ik kon mij na anderhalf uur spelen
geheel aan mijn taak van teamleider wijden. Zelf had ik een kwartier
“bedenktijd” gebruikt, voornamelijk wandeltijd, terwijl mijn tegenstander
de theorie van de Aljechin aan het herontdekken was. Dat deed hij bekwaam, zij
het dat hij afwikkelde naar een dooie stelling (½-½).
Henny
speelde een uitstekende partij tegen Ed van Eeden, die om ruzie in het team te
voorkomen op het 8e bord speelde, ver beneden zijn stand, maar zijn
100%-score ging er tegen onze man aan. Wellicht had er zelfs meer ingezeten
dan remise, maar gezien de belabberde score van Henny werd geen risico genomen
(1-1).
Onverwacht
kwamen we op achterstand. Theo had een prettige drukstelling tegen een geïsoleerde
pion, zag mooie visioenen van gewonnen eindspelen, maar deed iets onnozels en
stond tot eigen verbijstering en die van uw verslaggever ineens mat. (2-1).
Dat
Peter ging verliezen kwam niet onverwacht. Hij heeft helaas geen enkele kans
gehad. Door een schijnoffer van zijn tegenstander was hij een pion achter
gekomen, verloor er nog eentje en toen was er geen houden meer aan (3-1).
Sander
begon met een grote voorsprong in bedenktijd aan zijn partij, omdat er op het
laatste moment nog een invaller opgetrommeld moest worden door de
tegenstander. Die had de sneeuwbuien getrotseerd, was onderweg nog geslipt,
kwam klunend binnen om 13.50 uur, keek verdwaasd om zich heen, alsof hij een
controlepost zocht om zijn kaart te laten stempelen, deed in de gauwigheid een
paar zetten tegen de verbouwereerde Sander en voerde ten slotte de
psychologische druk tot immense hoogte op door aan de wijn te gaan. Het siert
Sander dat hij zich niet van de wijs liet brengen en een verdienstelijke
remise boekte (3½-1½).
En dan was er het
“drama Nederkoorn”. Er rust een vloek op zijn partijen, die hij met wit
speelt, terwijl hij met zwart de sterren van de hemel speelt. Aanvankelijk
leek er geen vuiltje aan de lucht. Gelukkig kreeg hij deze keer eens niet de
kans om na drie zetten een pion achter te komen en was hij met een pluspion en
een prachtig paard tegen een slechte loper uit de opening gekomen. Deze weelde
– zou daar de verklaring liggen? - was helaas niet aan hem besteed. Anders
dan we van hem gewend zijn knoeide hij dat het een aard had (4½-1½). Daarmee
was de wedstrijd beslist en mochten M&M proberen de score nog een
dragelijk aanzien te geven.
Marius stond 5 uur lang
minder, verloren of slecht, maar heeft de prettige eigenschap nooit te
versagen. Waar een ander uit pure frustratie maar eens een “dynamische
krachtzet” op het bord zou kwakken en dan zou kunnen opgeven, blijft Marius
rustig zijn zetjes doen, waarbij hij zijn tegenstander stiekem met zachtjes
hoofdwiegen hypnotiseert. Ineens was het remise (5-2).
En toen was er nog
Marino. Er wordt wel eens beweerd dat men in de 3e klasse altijd
nog een kans krijgt, hoe slecht je ook staat. Deze partij kan voor die
stelling model staan. Marino won in diepste benauwenis en inmiddels verbannen
naar de kegelbaan, omdat de schakers onder de voet gelopen dreigden te worden
gelopen door line-dansende 50+-ers. Wat had ik dat graag gezien! Brrr! (5-3).
Oud
Zuylen
Doetinchem
Jaap
van der Tuuk
(2127)
- Theo Goossen
(2072)
1 - 0
Wilbert
Surewaard
(2130)
- Roel Evertse
(2048)
½-½
Huib
Olij
(1998)
- Kees Nederkoorn
(2002)
1 - 0
Matthias
Oomens
(2133)
- Marius van Hal
(2028)
½-½
Ruud
Hoogenboom
(2110)
-
Peter Roessel
(1816)
1 - 0
Hans
de Lange
(1800)
-
Sander van Vucht
(1820)
½-½
Rob
van de Walle
(1961)
- Marino Küper
(2033)
0 - 1
Ed van Eeden (2086) - Henny Haggeman (1868) ½-½
Totaal 5 - 3
Roel Evertse
Doetinchem
in jubelstemming!
Tot
laat in de nacht is het onrustig gebleven in Doetinchem. Een uitzinnige en
meest stomdronken menigte verwelkomde de schaakhelden in het stadscentrum,
waarna de burgervader (of kennen we ook zoiets als een burgermoeder?) met
enige welgekozen woorden het team overlaadde met complimenten voor de
fantastische prestatie…enz.
Welnee,
een treurig zaaltje op een bedrijventerrein – de “Theemsweg van de
Achterhoek” – vormde het sobere decor voor een toch wel aardig mijlpaaltje
in de beperkte KNSB-historie van SV Doetinchem: na 6 wedstrijden maar liefst 8
matchpunten, dus geen degradatiezorgen en al meer matchpunten dan we in het
hele vorige seizoen bij elkaar geschoven hebben en een hele sloot bordpunten,
terwijl 3G tot de sterkere poules van de 3e klasse behoort. Hoe het
te verklaren is? We spelen met hetzelfde team als vorig jaar, zijn dus nog
ouder geworden, hebben nog steeds een even grote hekel aan elkaar, zijn nooit
in training geweest, kortom, dat kan het allemaal niet zijn. Wat dan wel?
Waarschijnlijk gewoon geluk, zoals Donner al eens uitlegde. Deze wedstrijd was
daar een goed voorbeeld van. Een paar uitslagen kwamen min of meer logisch tot
stand, maar op de meeste borden is elke uitslag mogelijk geweest.
Of
dat laatste ook voor het 1e bord gold, vind ik moeilijk te
beoordelen. Theo Goossen, rasoptimist, meende natuurlijk van wel, maar feit is
dat hij na slechts twee uur spelen weer naar huis kon bellen met de vraag of
zijn eerste kleinkind geboren was (0-1 en nog geen kind). Dat Marino Küper
zijn erbarmelijk slechte stelling heeft weten te keepen mocht een klein wonder
heten: een volle pion achter in een eindspel, slechtere pionnenstructuur en
minder ruimte. De belangrijkste compensatie: meer tijd (½-1½).
Zelf
mocht ik de gelijkmaker erin schieten. Het zag er wel aardig uit –
loperoffer op h6 en na nog een knal: mat – maar vlak daarvoor had mijn
tegenstander een gemakkelijke kans op voordeel gemist.
Sander
van Vucht speelde een degelijke partij. Dat kon ook van zijn tegenstander
gezegd worden en remise was een terechte uitslag.
Henk
Riepma speelde met wit een lijfvariant, maar moest hard knokken voor een
halfje (2½-2½). Dat zat dus bepaald niet tegen, zo alles bij elkaar, en ook
over het vervolg hadden we zeker geen klagen.
Marius
heeft beroerd, zo niet verloren gestaan, maar om echt van hem te winnen moet
je van goeden huize komen. Daar kwam zijn tegenstander niet vandaan: vrij
geruisloos verliep het van kwaad tot erger.
Kees
Nederkoorn speelde een vlekkeloze partij, helemaal niets op aan te merken,
maar zijn tegenstander zou van mij een straftraining krijgen, vanwege ernstige
verwaarlozing van de kennis van elementaire openingstheorie.
En
toen mocht Peter Roessel zijn kunsten nog vertonen. Gewoontegetrouw was de
opening een gezellig rommeltje, gelukkig van beide kanten en lange tijd was de
strijd ongeveer in evenwicht. Twee keer werd een remiseaanbod van Peter
beleefd geweigerd. Tot in het verre eindspel zijn er steeds drie uitslagen
mogelijk geweest, maar uiteindelijk was het Peter, die na een gedurfde actie
het volle punt binnenhengelde.
Na
afloop wensten we elkaar een prettig weekend en “tot dinsdag!”, want
feestgedruis is meer iets voor anderen.
Doetinchem
De Baronie
Theo Goossen
(2072)
- R. van
Berkel
(2106)
0 - 1
Henk Riepma
(2067)
- Carlos
Hemmers
(1955)
½-½
Marino Küper
(2033)
- Michiel
Antonissen
(2002)
½-½
Roel Evertse
(2048)
- Frans
Smits
(2009)
1 - 0
Marius van Hal
(2028)
- Kees Ooms
(1952)
1 – 0
Kees Nederkoorn
(2002)
- Dick
Straathof
(1938)
1 – 0
Peter Roessel
(1816)
- Jan van
Roestel (1823)
1 - 0
Sander van Vucht
(1820)
- Adri
Maakenschijn
(1945)
½-½
Totaal
5½ - 2½
Roel
Evertse
Het
parkeren in Tilburg is een ramp en duur, maar daar stond op onze wedstrijddag
op 4 maart jl. een zonnige wandeling tegenover. Onze tegenstander –
Stukkenjagers – bood ons een leuke speelzaal in een aardig café. Zoals
gebruikelijk hanteerden de Tilburgers een fantasie-opstelling. Philip moest
aan het laatste bord spelen tegen zo ongeveer de sterkste man van het team.
Het
carnaval was voorbij, maar waar kwamen die muziekjes – meestal in rap-stijl
– vandaan. Jawel, van het plein voor het café, waar politieke partijen
carnaval nog even wilden voortzetten.
Verbazingwekkend
genoeg klaagde niemand echt over deze muzikale omlijsting, hoewel de meeste
schakers toch bij het minste zuchtje al ssst!!!! roepen. Op mij had de muziek
een stimulerende invloed. Toen de muziek ophield, hield ik ook tegelijk op met
geïnspireerd schaken. In de duffe stilte die toen inviel besloot ik mijn
toren die ik meer had maar terug te geven. Na het wegvallen van de inspiratie
dacht ik dat ik maar beter een toren en paard kon inleveren tegen een enkel
paard. Een hersenschim natuurlijk! Mijn tegenstander speelde het vervolgens
voortreffelijk uit. Tot zijn eigen verbazing overigens. Dat was dan ons eerste
verliespunt.
Inmiddels
hadden Theo en Gerard remise gemaakt. Theo speelde geruisloos naar een
remisestelling, maar Gerard speelde gemakkelijk naar een iets betere stelling.
Nog niet helemaal zeker of hij de missie tot een goed einde zou brengen bood
hij remise aan. Dat werd in dank aanvaard.
Inmiddels
had Marino een fraai offer gebracht voor een koningsaanval. Die zag er zeer
goed uit, maar op het beslissende moment pakte hij niet echt door. Toen hij
ook besloot de dames te ruilen was zijn voordeel verdwenen en werd hij
vervolgens langzaam maar zeker weggedrukt. Jammer, het had zo mooi kunnen
zijn!
Een
verloren wedstrijd was zich aan het aftekenen, want niemand van ons –
behalve Gerard – had echt beter gestaan. Integendeel.
Henk
had zich met zwart ontworstelt uit de omklemming van de ruilvariant van de
Caro Kann met een doorgeschoven witte pion op c5. Gelukkig wist zijn
tegenstander zijn voordeel niet uit te buiten. Toen Henk eenmaal met een dame
tegen twee torens en ieder nog twee lichte stukken de gehavende
koningsstelling van wit binnenviel, was de overwinning nog slechts een kwestie
van tijd.
Marius
kwam met zwart wat minder te staan, maar wist – zoals gewoonlijk – het
hoofd koel te houden. Zijn precieze verdediging voerde wel tot een eindspel
met een pion minder, maar zijn inmiddels geactiveerde toren kon de vijandige
koning goed lastig vallen. In tijdnood werd toen maar tot remise besloten.
Dan
Sander. Dat zag er eigenlijk niet zo slecht uit na de opening, maar misschien
speelde hij wat te passief. Een remiseaanbod in een stelling die licht in zijn
nadeel kon verkeren hielp hem niet. Zijn tegenstander zag het aanbod eerder
als een uitnodiging om er nog eens goed voor te gaan zitten en wist Sander
steeds verder terug te dringen en wat pionnen te veroveren. Na nog wat
spartelen in tijdnood was er geen redden meer aan.
Philip
stond de hele partij zeer passief. Hij kon niet het juiste antwoord vinden op
de opening van zijn tegenstander met b3. (Overigens speelden vele
Stukkenjagers onregelmatige openingen – toch lastig). Toch wist Philip zich
keurig staande te houden omdat zijn stelling geen echte gaten vertoonde. In
tijdnood kwam hij routine tekort. Zijn tegenstander had voor 10 zetten nog
minder dan 1 minuut en Philip nog zo’n 9. Gewoon wat lastige voorspelbare
zetten spelen had zijn tegenstander in grote problemen gebracht. Uiteindelijk
was het Philip die nog met één zet te gaan door zijn klok ging. Jammer!
Een
wat onregelmatige en minder gelukkige wedstrijd dus die uiteindelijk eindigde
in 5 ½ - 2 ½.
Stukkenjagers
Doetinchem
Gerard
van Otten
(1972)
-
Theo Goossen
(2072)
½ - ½
Peter
Huibers
(2133)
-
Henk Riepma
(2067)
0 - 1
Steff
Helsen
(1929)
-
Marino Kuper
(2033)
1 – 0
Fré Hoogendoorn
(2085)
-
Marius van Hal
(2028)
½ - ½
Ivar Heine
(2035)
-
Sander van Vucht
(1832)
½ - ½
Wiebe Cnossen
(2110)
- Peter Roessel
(1816)
1 – 0
Reinier Jaquet
( -
)
-
Gerard Rückert (
- )
½ - ½
Mark Huizer
(2200)
-
Philip Friesen
(1818)
1 – 0
Totaal
5 ½ - 2 ½
Peter Roessel
|
Pl |
Klasse 3G |
Mp |
Bp |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
1. |
ASC |
14 |
38½ |
x |
4½ |
6 |
5 |
5 |
5½ |
6 |
. |
. |
6½ |
|
2. |
RSR Ivoren Toren 2 |
11 |
34½ |
3½ |
x |
. |
5½ |
. |
4½ |
4 |
6 |
6½ |
4½ |
|
3. |
Stukkenjagers 2 |
10 |
31½ |
2 |
. |
x |
3½ |
5½ |
5 |
. |
5½ |
4½ |
5½ |
|
4. |
Oud Zuylen |
10 |
30 |
3 |
2½ |
4½ |
x |
5 |
. |
5 |
. |
5 |
5 |
|
5. |
Doetinchem |
8 |
30 |
3 |
. |
2½ |
3 |
x |
5 |
5 |
6 |
. |
5½ |
|
6. |
Messemaker
1847 2 |
6 |
26 |
2½ |
3½ |
3 |
. |
3 |
x |
4½ |
5 |
4½ |
. |
|
7. |
DD 2 |
4 |
25 |
2 |
4 |
. |
3 |
3 |
3½ |
x |
4 |
5½ |
. |
|
8. |
Promotie 2 |
4 |
22 |
. |
2 |
2½ |
. |
2 |
3 |
4 |
x |
4½ |
4 |
|
9. |
Utrecht 3 |
2 |
23 |
. |
1½ |
3½ |
3 |
. |
3½ |
2½ |
3½ |
x |
5½ |
|
10. |
De Baronie |
1 |
19½ |
1½ |
3½ |
2½ |
3 |
2½ |
. |
. |
4 |
2½ |
x |
Kritieke
stand voor Doetinchem 2
Het gaat niet goed met
ons 2e team. Na een gelijkspel tegen SMB 5 in de eerste ronde van
de 2e Klasse D van de Osbo volgden twee kansloze nederlagen tegen
ASV 6 en Variant. Gelukkig werd inde 4e ronde gewonnen van Pallas
2. Maar tegen UVS 3 ging het weer mis. Het gevolg is dat Doetinchem 2 op de
voorlaatste plaats staat. Het zal nog een hele toer worden om niet te
degraderen. Om het vege lijf te redden moet worden gewonnen van De Toren 3 en
De Pion 3. Beide clubs staan slechts 1 punt hoger dan ons team. Dus dat moet
lukken!
Frans Kuggeleijn
beschrijft de gevoelens die hem en de andere teamleden bekropen tijdens en na
de strijd tegen Variant.
Vorig jaar konden we nog
berichten over een glorieuze overwinning in het barre Hardenberg en een zeer
eervolle nederlaag na 2-2 regulier en 2-2 snelschaken tegen Zwolle. Dit jaar
strandde ons KNSB-bekerviertal op lullige wijze in en tegen Zevenaar. Op maandag
12 januari om 21.00 uur stond het al 1-0 voor Zevenaar, omdat Marino glad
vergeten was dat hij die avond moest spelen. Over een passende straf wordt nog
nagedacht…
Aan het wel spelende
drietal (Theo, Peter en ondergetekende) toen de taak om 2½ punt bij elkaar te
harken en dat heeft er nooit echt ingezeten.
Theo speelde tegen de zeer
sterke Guust Homs. Voor een pion kreeg Theo aanvalskansen tegen de verzwakte
witte koningsstelling. Die compensatie had remise moeten opleveren, maar een
onnauwkeurigheid deed Theo in een verloren toreneindspel belanden.
Peter heeft ondanks de
witte stukken nooit lekker in de partij gezeten. In een Sveshnikov werd hij
langzaam maar uiterst zeker over het randje van het ravijn geduwd.
Mijn tegenstander leek meer
geïnteresseerd in zijn eigen plannen dan die van mij. Soms is dat bezwaarlijk
bij schaken. Het leverde me na 10 zetten een pion en na weer 10 zetten een stuk
op. Het duurde nog een tijd voordat het punt binnen was, maar de uitslag stond
al lang vast. Goed, volgend jaar beter. Doe mij maar een biertje, Marino, en
neem er zelf ook een!
Guust Homs
(2221)
-
Theo Goossen (2072)
1-0
Dennis Arts
(2073)
-
Roel Evertse (2048) 0-1
Arie Huysman
(1983)
-
n.o.
1-0
Karel Verbeek
(2005)
-
Peter Roessel (1816)
1-0
Roel
Evertse
Het werd sommigen duidelijk
een beetje te veel. Het voortdurend veranderen en zelfs omkeren van schaakregels
leek ook even zijn (desastreuze) invloed op het leven buiten het schaakbord te
krijgen, want anders valt een vraag of het de bedoeling was om na afloop
achterstevoren zittend in de auto in zijn achteruit naar huis te rijden, niet
goed te begrijpen. Het was dus een hilarisch avondje met veel oh’s en ah’s,
gekreun en een enkele godver. Het resultaat deed er niet zo veel toe,
althans…dat gold voor iedereen, behalve natuurlijk voor Henk Hamer die nog ver
na sluitingstijd Benno aan een streng verhoor onderwierp of hij alle uitslagen
wel goed had ingevoerd.
Het leuke was ook dat een
gevestigde reputatie als Theo Goossen er weinig van bakte, terwijl Philip Schyns
zich zeer vindingrijk toonde. Het bleek vooral de kunst van het omschakelen:
eerst een spelletje tweezet en als je dat net een beetje begon te begrijpen, kon
je weer aan de bak om te gaan cilinderschaken en wanneer je, zoals Frans
Kuggeleijn, bij het eind van dat spel net in de gaten had dat die loper op f8
echt waar die witte dame op d2 zo maar helemaal reglementair kon pakken, dan
stond je in het daarop volgende diagonaalpionspel al weer een houtje achter. De
enige kleine smet op de avond was dat ik als organisator zelf 100% scoorde. Dat
roept natuurlijk de verdenking over mij af, dat ik vanaf september vooral
openingstheorie, middenspel en eindspel van het schiet- en verplaatsingsschaak
heb zitten doornemen. Dat heb ik eerlijk waar pas achteraf gedaan en daarom
hierbij nog wat opmerkingen over de gespeelde vormen van fantasieschaak met wat
tips. Wie weet heeft u er ooit iets aan. Wat mij betreft is dat volgend jaar,
want ik heb me zeer vermaakt, is het niet bij mijn eigen bord, dan toch vooral
als toeschouwer!
Tweezet
(Ieder doet
steeds twee zetten, behalve bij schaak)
Dat bleek te horen aan het
regelmatig opstijgende gekreun een zeer verraderlijk spelletje. Zelf had ik geen
kind aan Theo (Lc8-g4xd1 en Lf8-a3xb2: kassa!), maar de man van de ronde was
Philip, die een mooie pionnendoorbraak in het verre eindspel voor Ziaullah Ebadi
in petto had. Openingsadvies: zorg vooral voor vrij stukkenspel, mag best een
pionnetje of wat kosten!
Schietschaak
(Bij
slaan blijft het slaande stuk op het oorspronkelijke veld staan, het
vijandelijke stuk wordt slechts weggenomen, weggeschoten dus)
Zelf speelde ik een
vermakelijk miniatuurtje tegen John Lutgens. 1.e2-e4, g7-g6 (met de dreiging een
diagonaal kaal te vreten) 2. Lf1-b5 (dreigt d7 eraf te schieten met een dodelijk
schaak), a7-a6 3. Lb5 schiet a6, Lf8-g7 4. d2-d4! (leuke
lokzet!), L schiet d4?? 5. L schiet d7 met schaak en opgegeven, omdat de dame
eraf geschoten wordt en de witte dame vervolgens naar d8 gaat met vernietiging.
Zwart is dus eigenlijk gedwongen om op de 1e zet c7-c6 te spelen om
het heel vervelende Lb5 te voorkomen en kan vervolgens zijn eigen dame in het
spel brengen. De dame is in dit spel vaak een vreselijke moordenaar, omdat ze
bijna niet aan te vallen is.
Diagonaalpion
(Gaande
en slaande functies van de pion verwisseld: pionnen gaan dus schuin en slaan
recht)
John Lutgens begreep dit
spel heel goed: meteen de a- en h-lijn openen! Als je een beetje handig “halmaat”,
speel je met een ijzersterk achtpionnencentrum.
Cilinderschaak
(De a-
en h-lijn zijn als het ware met elkaar verbonden)
Hier leggen de mensen met
een talenpakket het volledig af tegen de cijferaars. Frans Kuggeleijn kwam
vingers (zorgvuldig en krampachtig naast het bord geplant) te kort om zich ervan
te vergewissen, dat veld “i4” toch eigenlijk ook gewoon a4 is en dat dat dan
betekent dat een paard op h6 natuurlijk naar f5 kan, maar hoe kan ik nou een
stuk kwijt raken op b5, misschien wil je het mij nog een keer uitleggen, ik
geloof je wel hoor, maar ik zie het gewoon niet!!
Paard-/loperspel
(Als een
paard of een loper de middellijn overschrijdt (zowel heen als terug) verandert
de functie)
Wat mij betreft de minst
esthetische vorm, maar toch ben ik benieuwd naar het eindspel K+L+P tegen K.
Marius, wat denk je?
Terugzetpion
(Pionnen
mogen ook achteruit gaan en slaan)
Dit spelletje lijkt
verraderlijk veel op gewoon schaak, totdat je ineens merkt, zoals Theo Goossen
tegen Benno Thomassen, dat die witte loper op f4 gewoon – nou ja, gewoon? –
stevig gedekt staat door witte pionnen op e5 en g5. Punt voor Benno! Eindspelen
blijken heel lastig, omdat er geen achtergebleven pionnen bestaan. Het was fraai
om te zien hoe Kees Nederkoorn zijn tegenstander in het verderf lokte: als een
mot naar de lamp pakte Frans Kuggeleijn een pionnetje mee op g2, die gedekt
stond door h3 uiteraard.
Verplaatsingsschaak
(Wanneer
een stuk wordt geslagen, wordt het niet van het bord gehaald, maar door de
slaande speler teruggeplaatst op een willekeurig vrij veld van zijn keuze)
Dit spel speelde ik voor
het eerst, maar is meteen om esthetische redenen mijn favoriet, hoewel het
rampzalig moeilijk is, omdat het bord vol blijft (behalve bij Theo, die
abusievelijk gewoon zat te hakken!) en steeds onoverzichtelijker wordt. De kunst
is een soort “zigeunerkamp” te bouwen met de stukken van je tegenstander,
zodat hij steeds minder kan bewegen en jij kan gaan mat zetten. Zoiets triviaals
als materiaalverlies bestaat helemaal niet, maar “offeren” kan riskant zijn,
omdat je tegenstander jouw paard graag op a1 dropt en je lopers op b1 en a2,
zodat die eigenlijk net zo goed in het doosje kunnen.
Dit allemaal opschrijvende
kijk ik reikhalzend uit naar de volgende keer. Zullen we er dan maar een Open
Kampioenschap in een grote sporthal van maken?
Roel
Evertse
Ranglijst
Fantasieschaak na ronde 7
Nr Voornaam
Naam
Partij
Punten Percentage
01 Roel
Evertse
7
7.0
100
02 Kees
Nederkoorn 7
5.5
79
03 Philip
Schyns
6
4.5
75
04 John
Lutgens
7
3.5
50
05 Henk
Hamer
7
3.0
43
06 Theo
Goossen 7
2.5
36
07 Benno
Thomassen 6
2.0
33
08 Frans
Kuggeleijn
7
2.0
29
09 Ziaullah
Ebadi
2
1.0
50
Jeugdschakers
op pad
Op
vrijdag 2 december 2005 hebben twee jeugdleden van SVD meegespeeld in het
Sinterklaastoernooi van Zutphen (snelschaken). Brian en Timuchin hebben het er
uitstekend van afgebracht, beide met 3 uit 5. De laatste ronde kregen ze allebei
een tegenstander die al met stap 4 bezig is, dat was iets te zwaar voor ze.
Overigens, wat een goede jeugdafdeling daar! Ongeveer 15 pupillen, en een stuk
of 4 begeleiders. Het was een leuke ervaring voor ons tweetal, die beide snel
vooruitgaan.
De moeder van Timuchin ging ook mee en komt misschien ook eens op de clubavond
langs.
Op
zaterdag 11 februari 2006 ben ik met 3 jeugdspelers naar Epe getogen voor een
toernooitje. Het was aardig opgezet en goed georganiseerd. Deelnemers bijna
allen uit de direte omgeving van Epe. Onze spelers hebben zich kranig geweerd.
Aangezien de ronden meestal veel korter duurden dan 2 keer 20 minuten, werden er
bij de jeugd liefst negen ronden gespeeld!
Timuchin behaalde 5 punten, Brian 4,5 en Robin 4 punten. Voor alle deelnemers
was er een prijsje. Het is voor herhaling vatbaar!
Kees Nederkoorn