De Secondant

Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem

 

 

Inhoud

3   Van de redactie

4   Mag ik mij even voorstellen …

  6   Het 1e team goede middenmoter

12   Het 2e team in gevaar

13   Bekeravontuur snel voorbij

13   Een avondje fantasieschaak

16   Jeugdschakers op pad

16   Telefoonnummers voor roostercompetitie

 

 

 

Van de redactie

Het eerste nummer van 2006 begint met een nieuw lid dat zich voorstelt. Bijzonder, want dat is de eerste keer in de historie van ons clubblad, voor zover ik dat kan beoordelen. Ik weet niet hoe dat in ‘oude tijden’ was. Gert-Jan Zonneveld – zo heet het nieuwe lid – heeft zich tevens aangeboden als medewerker van de redactie. Dat aanbod heb ik met graagte omarmd, vooral ook omdat hij tegelijk met een idee kwam om De Secondant interessanter te maken. Het leek hem goed ieder nummer een interview met een lid te maken, niet alleen over schaken, maar ook wat die persoon zoal verder in het leven doet. Hij zal deze interviews gaan maken. We kijken dus met belangstelling uit naar de uitkomst van zijn eerste gesprek met een lid.

Verder de gewone ‘kost’, zoals wedstrijdverslagen.  Deze keer geen analysehoek. Niemand heeft wat ingezonden. Schakers doe eens vaker verslag van mooie triomfen en ware rampen! Ter lering en vermaak van anderen uiteraard.

Verder is er gelukkig ook weer wat te melden over de vorderingen van onze jeugdleden.

Peter Roessel  

 


Mag ik mij even voorstellen …

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam: Gerardus Johannes Wilhelmus Zonneveld.

Roepnaam: Gert-Jan (ook wel GéJé, Jan-Gert, Geert-Jan etc.).

Geboren: ja, op 29 juni 1964 te Kampen.

Burgerlijke staat: samenwonend met mijn vriendin Anja sinds 1 januari van dit jaar, samen met haar 2 kinderen en onze huiskat Bram.

Werkzaam: Bij BHS in Doesburg ook sinds 1 januari 2006. BHS in een van oorsprong Duits bedrijf dat gespecialiseerd is in de productie van golfkartonmachines. Ik ben werkzaam als service-assistent voor het Nederlandse gebiedsdeel en mijn werkzaamheden bestaan uit het verwerken van bestellingen voor reservedelen, offertes maken, facturatie etc. Een leuk bedrijf met leuke mensen, die wat voor elkaar over hebben, kortom prima naar mijn zin!

 

Wat kan ik verder nog over mezelf vertellen?

 

Ik ben afkomstig uit het zuidwesten van Nederland, om precies te zijn vanaf het eiland Goeree-Overflakkee. Heb jarenlang gewoond in Stellendam (bekend om zijn garnalen, een ware delicatesse), daarna verhuisd naar het buurtdorp Goedereede (waar koningin Beatrix een keer Koninginnedag heeft gevierd!).

Ik ben getrouwd geweest, ben vader van 2 kinderen, te weten Mitchell, van bijna 10 jaar en een dochter, Mégan van 6 jaar, waar ik zielsveel van hou.

Over mijn arbeidsverleden aldaar kan ik vrij kort zijn; ik ben 16 jaar werkzaam geweest als com. Adm. Medewerker bij een Noors bedrijf, gespecialiseerd in verf voor schepen en industriële toepassingen.

 

Tsja, en dan leer je iemand kennen in de Achterhoek, eerst als vriendin (dus kennis, zeg maar) en sinds afgelopen 2 jaar als vaste vriendin, knetterverliefd en zo en dan moet je keuzes gaan maken. Wie gaat waar naar toe. Zij wilde niet meer verhuizen dus eigenlijk had ik niet zoveel keuze. Tot op de dag van vandaag heb ik daar geen spijt van. Het bevalt me prima hier in Oost Nederland en ga ook nooit meer weg.

 

Over schaken kan ik wel het nodige vertellen, maar zal het kort houden. Ik ben op mijn 14e gaan schaken en werd al vrij snel verslaafd aan dit spel. Begonnen bij SV Stellendam, bestuurslid geweest, redacteur van het clubblad geweest, wedstrijdleider geweest (voel met je mee Benno!), waarna de club door gebrek aan leden opgeheven werd. Daarna lid geworden bij SV Ontspanning in Ouddorp - een dam- en schaakvereniging - en ben daar 3 jaar lang met heel veel plezier lid geweest. Ik deed daar ook de rondeverslagen elke week voor de eilandelijke pers, en droeg mijn steentje bij als webredacteur.

Mijn speelsterkte ligt op dit moment rond de 1600 Elo en nog steeds groeiende, maar daar zullen jullie in de toekomst wel achter komen!! (hoop ik ten minste).

 

Mijn keuze voor deze schaakclub is eigenlijk vrij simpel tot stand gekomen; ik heb diverse verenigingen aangeschreven en jullie waren de enige (tot nu toe) die hebben gereageerd. En de eerste kennismaking smaakte naar meer, vandaar…

 

Ik hoop op aangename en boeiende partijen, leuke contacten en veel schaakplezier!!

 

Tot dinsdag!!

                                                           Gert-Jan Zonneveld

 

 

Externe competitie

 

Het 1e team in veilige haven

 

Na zeven ronden in de 3e klasse van de KNSB weten de spelers van het 1e team Dat degradatie er niet meer in zit. Na drie overwinningen op rij volgden twee nederlagen, Maar daarna werd weer gewonnen, zodat met 8 punten de veilige haven werd bereikt.  In de zevende ronde werd weer verloren, maar met 8 punten op zak blijft het 1e team een goede middenmoter.

 

Eerste verlies Doetinchem

 

We kunnen weer gewoon doen. De wedstrijd tegen medekoploper ASC uit Alphen a/d Rijn eindigde in een 5-3 nederlaag en daar viel niets op af te dingen. De tactiek werkte voor een gedeelte: de twee kopborden en de twee staartborden hadden een “remiseopdracht” meegekregen, terwijl van het middenrif verwacht werd dat daar de punten zouden worden gescoord. Helaas brachten kop en staart geen enkel halfje, terwijl de vier middenborden 3 punten scoorden.

 

M&M mochten als erkende taaie remisanten op de kopborden plaatsnemen tegen Dennis Helvensteijn (weer met schaken begonnen na een sabbatical) en Dinard van der Laan, beide met een rating van 2200+. Marius spartelde lang tegen, maar was uiteindelijk met zijn paarden machteloos tegen toren en een rits pionnen.

Over Marino kunnen we kort zijn. We hebben hem wel eens beter zien spelen om het met een understatement te zeggen.

Henny moet de Tarrasch maar eens gaan nakijken, want hij kwam met groot nadeel uit de opening. In het middenspel knokte hij zich nog aardig terug, totdat hij een familieschaakje over het hoofd zag.

Sander kreeg een koekje van eigen deeg gepresenteerd: grondige openingsvoorbereiding. Zijn tegenstander had de nicknamecode van Sander op internet gekraakt en vervolgens toegang gekregen tot de finesses van een van de openingsspecialiteiten van Sander. De eerste 20 zetten had hij op vrijdagavond op het bord gehad en dat betekende de basis voor een knappe overwinning. Dat waren dus vier nullen voor ons.

Een vijfde nul had op bord 6 moeten vallen. Soms speelt Roel wel aardig, maar deze keer speelde hij opening en middenspel echt dramatisch slecht met zwarte pionwinst en overwegende stelling als treurig resultaat. Met twee vingers in de neus, opgewekt fluitend bijna en zeer snel spelend koerste Martin van Gils op een gewonnen toreneindspel af. In de tijdnood van de arme Roel speelde hij alles onbekommerd snel mee en toen…bleek het pionneneindspel ineens remise.

De remise van Theo was van een meer solide kaliber, hoewel het ook na de analyse onduidelijk bleef wie er nu goed stond. Waarschijnlijk had Theo de zaak juist getaxeerd, toen hij in de tijdnood van zijn tegenstander een tactisch remiseaanbod deed. Tussenstand: 1-5!

Het spel van Kees Nederkoorn is dit seizoen van hoog niveau en met name als hij zwart heeft. Het recept is tot nu toe steeds hetzelfde: 1) keepen tegen een tegenstander die vol zelfvertrouwen achter het bord zit, 2) Kees vraagt mij of hij in voorkomende gevallen remise mag aanbieden, 3) de partij dreigt te kantelen en de tegenstander biedt maar eens remise aan, 4) Kees lijkt het niet eens te horen en 5) gaat er echt voor zitten en speelt het eindspel onberispelijk naar winst.

Het recept-Riepma lijkt hier verdacht veel op en is van een zelfde kwaliteit, ook weer: vooral met de zwarte stukken. Waar de toeschouwers allerlei gehaaste ideeën over een mogelijke winstvoering opperen, breit en priegelt Henk aan zijn stelling dat het een lieve lust is. Ik verdenk hem ervan dat hij eigenlijk liever halve dan hele zetten doet: om wanhopig van te worden als tegenstander.

Uit diep respect zal ik het witrepertoire van Kees en Henk op deze plaats met de mantel der liefde bedekken, maar mag ik de heren vragen of ze er iets aan willen doen?

Alles bij elkaar dus een “normale” 3-5 nederlaag. We kunnen ondanks bezoek van het journaille gewoon over straat en daar gaat het maar om.

 

Doetinchem                                                     ASC

Marius van Hal              (2028)               -           Dennis Helvensteijn       (2212)               0 - 1

Marino Küper                (2033)               -           Dinard van der Laan       (2209)               0 - 1

Kees Nederkoorn          (2002)               -           Clement van der Laar     (2067)               1 - 0

Theo Goossen              (2072)               -           Wouter Hennink            (2100)               ½-½

Henk Riepma                (2077)               -           Paul de Vries                (2044)               1 - 0

Roel Evertse                (2048)               -           Martin van Gils              (2011)               ½-½

Sander van Vucht          (1820)               -           Wouter Dambrink          (1949)               0 - 1

Henny Haggeman          (1868)               -           Eric Fraikin                   (1994)               0 - 1

 

                                                                       Totaal                                                  3 - 5

 

Roel Evertse

 

Tweede verlies Doetinchem

Natuurlijk hadden we op papier niet zo veel kans tegen Oud Zuylen, een van de sterkste tegenstanders uit de poule. Maar anders dan tegen ASC, toen we vrij kansloos de boot ingingen, keerden we uit Utrecht terug met het gevoel dat we vrij klunzig en onnodig verloren hadden. En uiteindelijk mochten we niet eens mopperen dat het slechts een nederlaag met 5-3 werd, terwijl we lang tegen een 4½-1½ achterstand aankeken, met nog twee resterende partijen, die beide minder voor ons stonden.

De zaken maar even in chronologische volgorde. Ik kon mij na anderhalf uur spelen geheel aan mijn taak van teamleider wijden. Zelf had ik een kwartier “bedenktijd” gebruikt, voornamelijk wandeltijd, terwijl mijn tegenstander de theorie van de Aljechin aan het herontdekken was. Dat deed hij bekwaam, zij het dat hij afwikkelde naar een dooie stelling (½-½).

Henny speelde een uitstekende partij tegen Ed van Eeden, die om ruzie in het team te voorkomen op het 8e bord speelde, ver beneden zijn stand, maar zijn 100%-score ging er tegen onze man aan. Wellicht had er zelfs meer ingezeten dan remise, maar gezien de belabberde score van Henny werd geen risico genomen (1-1).

Onverwacht kwamen we op achterstand. Theo had een prettige drukstelling tegen een geïsoleerde pion, zag mooie visioenen van gewonnen eindspelen, maar deed iets onnozels en stond tot eigen verbijstering en die van uw verslaggever ineens mat. (2-1).

Dat Peter ging verliezen kwam niet onverwacht. Hij heeft helaas geen enkele kans gehad. Door een schijnoffer van zijn tegenstander was hij een pion achter gekomen, verloor er nog eentje en toen was er geen houden meer aan (3-1).

Sander begon met een grote voorsprong in bedenktijd aan zijn partij, omdat er op het laatste moment nog een invaller opgetrommeld moest worden door de tegenstander. Die had de sneeuwbuien getrotseerd, was onderweg nog geslipt, kwam klunend binnen om 13.50 uur, keek verdwaasd om zich heen, alsof hij een controlepost zocht om zijn kaart te laten stempelen, deed in de gauwigheid een paar zetten tegen de verbouwereerde Sander en voerde ten slotte de psychologische druk tot immense hoogte op door aan de wijn te gaan. Het siert Sander dat hij zich niet van de wijs liet brengen en een verdienstelijke remise boekte (3½-1½).

En dan was er het “drama Nederkoorn”. Er rust een vloek op zijn partijen, die hij met wit speelt, terwijl hij met zwart de sterren van de hemel speelt. Aanvankelijk leek er geen vuiltje aan de lucht. Gelukkig kreeg hij deze keer eens niet de kans om na drie zetten een pion achter te komen en was hij met een pluspion en een prachtig paard tegen een slechte loper uit de opening gekomen. Deze weelde – zou daar de verklaring liggen? - was helaas niet aan hem besteed. Anders dan we van hem gewend zijn knoeide hij dat het een aard had (4½-1½). Daarmee was de wedstrijd beslist en mochten M&M proberen de score nog een dragelijk aanzien te geven.

Marius stond 5 uur lang minder, verloren of slecht, maar heeft de prettige eigenschap nooit te versagen. Waar een ander uit pure frustratie maar eens een “dynamische krachtzet” op het bord zou kwakken en dan zou kunnen opgeven, blijft Marius rustig zijn zetjes doen, waarbij hij zijn tegenstander stiekem met zachtjes hoofdwiegen hypnotiseert. Ineens was het remise (5-2).

En toen was er nog Marino. Er wordt wel eens beweerd dat men in de 3e klasse altijd nog een kans krijgt, hoe slecht je ook staat. Deze partij kan voor die stelling model staan. Marino won in diepste benauwenis en inmiddels verbannen naar de kegelbaan, omdat de schakers onder de voet gelopen dreigden te worden gelopen door line-dansende 50+-ers. Wat had ik dat graag gezien! Brrr! (5-3).

 

Oud Zuylen                                                       Doetinchem

Jaap van der Tuuk         (2127)               -           Theo Goossen              (2072)               1 - 0

Wilbert Surewaard         (2130)               -           Roel Evertse                 (2048)               ½-½

Huib Olij                       (1998)               -           Kees Nederkoorn          (2002)               1 - 0

Matthias Oomens          (2133)               -           Marius van Hal              (2028)               ½-½

Ruud Hoogenboom        (2110)               -           Peter Roessel               (1816)               1 - 0

Hans de Lange              (1800)               -           Sander van Vucht          (1820)               ½-½

Rob van de Walle          (1961)               -           Marino Küper                (2033)               0 - 1

Ed van Eeden              (2086)                -          Henny Haggeman           (1868)               ½-½

Totaal                                                 5 - 3

Roel Evertse


 

Doetinchem in jubelstemming!

Tot laat in de nacht is het onrustig gebleven in Doetinchem. Een uitzinnige en meest stomdronken menigte verwelkomde de schaakhelden in het stadscentrum, waarna de burgervader (of kennen we ook zoiets als een burgermoeder?) met enige welgekozen woorden het team overlaadde met complimenten voor de fantastische prestatie…enz.

Welnee, een treurig zaaltje op een bedrijventerrein – de “Theemsweg van de Achterhoek” – vormde het sobere decor voor een toch wel aardig mijlpaaltje in de beperkte KNSB-historie van SV Doetinchem: na 6 wedstrijden maar liefst 8 matchpunten, dus geen degradatiezorgen en al meer matchpunten dan we in het hele vorige seizoen bij elkaar geschoven hebben en een hele sloot bordpunten, terwijl 3G tot de sterkere poules van de 3e klasse behoort. Hoe het te verklaren is? We spelen met hetzelfde team als vorig jaar, zijn dus nog ouder geworden, hebben nog steeds een even grote hekel aan elkaar, zijn nooit in training geweest, kortom, dat kan het allemaal niet zijn. Wat dan wel? Waarschijnlijk gewoon geluk, zoals Donner al eens uitlegde. Deze wedstrijd was daar een goed voorbeeld van. Een paar uitslagen kwamen min of meer logisch tot stand, maar op de meeste borden is elke uitslag mogelijk geweest.

Of dat laatste ook voor het 1e bord gold, vind ik moeilijk te beoordelen. Theo Goossen, rasoptimist, meende natuurlijk van wel, maar feit is dat hij na slechts twee uur spelen weer naar huis kon bellen met de vraag of zijn eerste kleinkind geboren was (0-1 en nog geen kind). Dat Marino Küper zijn erbarmelijk slechte stelling heeft weten te keepen mocht een klein wonder heten: een volle pion achter in een eindspel, slechtere pionnenstructuur en minder ruimte. De belangrijkste compensatie: meer tijd (½-1½).

Zelf mocht ik de gelijkmaker erin schieten. Het zag er wel aardig uit – loperoffer op h6 en na nog een knal: mat – maar vlak daarvoor had mijn tegenstander een gemakkelijke kans op voordeel gemist.

Sander van Vucht speelde een degelijke partij. Dat kon ook van zijn tegenstander gezegd worden en remise was een terechte uitslag.

Henk Riepma speelde met wit een lijfvariant, maar moest hard knokken voor een halfje (2½-2½). Dat zat dus bepaald niet tegen, zo alles bij elkaar, en ook over het vervolg hadden we zeker geen klagen.

Marius heeft beroerd, zo niet verloren gestaan, maar om echt van hem te winnen moet je van goeden huize komen. Daar kwam zijn tegenstander niet vandaan: vrij geruisloos verliep het van kwaad tot erger.

Kees Nederkoorn speelde een vlekkeloze partij, helemaal niets op aan te merken, maar zijn tegenstander zou van mij een straftraining krijgen, vanwege ernstige verwaarlozing van de kennis van elementaire openingstheorie.

En toen mocht Peter Roessel zijn kunsten nog vertonen. Gewoontegetrouw was de opening een gezellig rommeltje, gelukkig van beide kanten en lange tijd was de strijd ongeveer in evenwicht. Twee keer werd een remiseaanbod van Peter beleefd geweigerd. Tot in het verre eindspel zijn er steeds drie uitslagen mogelijk geweest, maar uiteindelijk was het Peter, die na een gedurfde actie het volle punt binnenhengelde.

Na afloop wensten we elkaar een prettig weekend en “tot dinsdag!”, want feestgedruis is meer iets voor anderen.

 

Doetinchem                                                     De Baronie

Theo Goossen              (2072)               -           R. van Berkel               (2106)                 0 - 1

Henk Riepma                (2067)               -           Carlos Hemmers           (1955)               ½-½

Marino Küper                (2033)               -           Michiel Antonissen        (2002)               ½-½

Roel Evertse                 (2048)               -           Frans Smits                 (2009)               1 - 0

Marius van Hal              (2028)               -           Kees Ooms                 (1952)               1 – 0

Kees Nederkoorn          (2002)               -           Dick Straathof               (1938)               1 – 0

Peter Roessel               (1816)               -           Jan van Roestel (1823)                          1 - 0

Sander van Vucht          (1820)               -           Adri Maakenschijn         (1945)               ½-½

 

                                                                       Totaal                                              5½ - 2½

 

Roel Evertse

 

Onregelmatigheden onder verkiezingsklanken

Het parkeren in Tilburg is een ramp en duur, maar daar stond op onze wedstrijddag op 4 maart jl. een zonnige wandeling tegenover. Onze tegenstander – Stukkenjagers – bood ons een leuke speelzaal in een aardig café. Zoals gebruikelijk hanteerden de Tilburgers een fantasie-opstelling. Philip moest aan het laatste bord spelen tegen zo ongeveer de sterkste man van het team.

Het carnaval was voorbij, maar waar kwamen die muziekjes – meestal in rap-stijl – vandaan. Jawel, van het plein voor het café, waar politieke partijen carnaval nog even wilden voortzetten.

Verbazingwekkend genoeg klaagde niemand echt over deze muzikale omlijsting, hoewel de meeste schakers toch bij het minste zuchtje al ssst!!!! roepen. Op mij had de muziek een stimulerende invloed. Toen de muziek ophield, hield ik ook tegelijk op met geïnspireerd schaken. In de duffe stilte die toen inviel besloot ik mijn toren die ik meer had maar terug te geven. Na het wegvallen van de inspiratie dacht ik dat ik maar beter een toren en paard kon inleveren tegen een enkel paard. Een hersenschim natuurlijk! Mijn tegenstander speelde het vervolgens voortreffelijk uit. Tot zijn eigen verbazing overigens. Dat was dan ons eerste verliespunt.

Inmiddels hadden Theo en Gerard remise gemaakt. Theo speelde geruisloos naar een remisestelling, maar Gerard speelde gemakkelijk naar een iets betere stelling. Nog niet helemaal zeker of hij de missie tot een goed einde zou brengen bood hij remise aan. Dat werd in dank aanvaard.

Inmiddels had Marino een fraai offer gebracht voor een koningsaanval. Die zag er zeer goed uit, maar op het beslissende moment pakte hij niet echt door. Toen hij ook besloot de dames te ruilen was zijn voordeel verdwenen en werd hij vervolgens langzaam maar zeker weggedrukt. Jammer, het had zo mooi kunnen zijn!

Een verloren wedstrijd was zich aan het aftekenen, want niemand van ons – behalve Gerard – had echt beter gestaan. Integendeel.

Henk had zich met zwart ontworstelt uit de omklemming van de ruilvariant van de Caro Kann met een doorgeschoven witte pion op c5. Gelukkig wist zijn tegenstander zijn voordeel niet uit te buiten. Toen Henk eenmaal met een dame tegen twee torens en ieder nog twee lichte stukken de gehavende koningsstelling van wit binnenviel, was de overwinning nog slechts een kwestie van tijd.

Marius kwam met zwart wat minder te staan, maar wist – zoals gewoonlijk – het hoofd koel te houden. Zijn precieze verdediging voerde wel tot een eindspel met een pion minder, maar zijn inmiddels geactiveerde toren kon de vijandige koning goed lastig vallen. In tijdnood werd toen maar tot remise besloten.

Dan Sander. Dat zag er eigenlijk niet zo slecht uit na de opening, maar misschien speelde hij wat te passief. Een remiseaanbod in een stelling die licht in zijn nadeel kon verkeren hielp hem niet. Zijn tegenstander zag het aanbod eerder als een uitnodiging om er nog eens goed voor te gaan zitten en wist Sander steeds verder terug te dringen en wat pionnen te veroveren. Na nog wat spartelen in tijdnood was er geen redden meer aan.

Philip stond de hele partij zeer passief. Hij kon niet het juiste antwoord vinden op de opening van zijn tegenstander met b3. (Overigens speelden vele Stukkenjagers onregelmatige openingen – toch lastig). Toch wist Philip zich keurig staande te houden omdat zijn stelling geen echte gaten vertoonde. In tijdnood kwam hij routine tekort. Zijn tegenstander had voor 10 zetten nog minder dan 1 minuut en Philip nog zo’n 9. Gewoon wat lastige voorspelbare zetten spelen had zijn tegenstander in grote problemen gebracht. Uiteindelijk was het Philip die nog met één zet te gaan door zijn klok ging. Jammer!

Een wat onregelmatige en minder gelukkige wedstrijd dus die uiteindelijk eindigde in 5 ½ - 2 ½.

 

Stukkenjagers                                                Doetinchem

 

Gerard van Otten           (1972)               -           Theo Goossen              (2072)               ½ - ½

Peter Huibers                (2133)               -           Henk Riepma                (2067)               0 - 1   

Steff Helsen                  (1929)               -           Marino Kuper                (2033)               1 – 0

Fré Hoogendoorn           (2085)               -           Marius van Hal              (2028)               ½ - ½

Ivar Heine                     (2035)               -           Sander van Vucht          (1832)               ½ - ½

Wiebe Cnossen            (2110)               -           Peter Roessel               (1816)               1 – 0

Reinier Jaquet               (   -   )               -           Gerard Rückert             (    -   )              ½ - ½

Mark Huizer                  (2200)               -           Philip Friesen                (1818)               1 – 0

                                                                       Totaal                                                  5 ½ - 2 ½  

     Peter Roessel

Stand Klasse 3G KNSB na 7 ronden

Pl

Klasse 3G

Mp

Bp

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

1.

ASC

14

38½

x

6

5

5

6

.

.

2.

RSR Ivoren Toren 2

11

34½

x

.

.

4

6

3.

Stukkenjagers 2

10

31½

2

.

x

5

.

4.

Oud Zuylen

10

30

3

x

5

.

5

.

5

5

5.

Doetinchem

8

30

3

.

3

x

5

5

6

.

6.

Messemaker 1847 2

6

26

3

.

3

x

5

.

7.

DD 2

4

25

2

4

.

3

3

x

4

.

8.

Promotie 2

4

22

.

2

.

2

3

4

x

4

9.

Utrecht 3

2

23

.

3

.

x

10.

De Baronie

1

19½

3

.

.

4

x

 

 

Kritieke stand voor Doetinchem 2

Het gaat niet goed met ons 2e team. Na een gelijkspel tegen SMB 5 in de eerste ronde van de 2e Klasse D van de Osbo volgden twee kansloze nederlagen tegen ASV 6 en Variant. Gelukkig werd inde 4e ronde gewonnen van Pallas 2. Maar tegen UVS 3 ging het weer mis. Het gevolg is dat Doetinchem 2 op de voorlaatste plaats staat. Het zal nog een hele toer worden om niet te degraderen. Om het vege lijf te redden moet worden gewonnen van De Toren 3 en De Pion 3. Beide clubs staan slechts 1 punt hoger dan ons team. Dus dat moet lukken!

 

Frans Kuggeleijn beschrijft de gevoelens die hem en de andere teamleden bekropen tijdens en na de strijd tegen Variant.

 

Gauw vergeten …?

Zo'n avond die ik het liefst zou willen vergeten, maar die me waarschijnlijk de rest van mijn leven zal blijven achtervolgen.
Eigenlijk zou ik op dit moment mijn lidmaatschap willen opzeggen en geheel willen stoppen met schaken, om de rest van mijn dagen te slijten met stille boswandelingen zonder ooit nog iemand te hoeven zien of spreken.
`t Begon al met het briefje dat Wim Lenderink me vlak voor aanvang in de hand stopte. Hij had daar keurig de ratings van onze tegenstanders opgeschreven. Het loog er niet om. De eerste vijf borden kenden ratings van 1956, 1799, 1866, 1770 en 1728. Ik besloot dit voor de anderen stil te houden. Temeer daar we uitstekend uit de startblokken kwamen.
In vijftien zetten veegde Gerard Rückert zijn tegenstander, met behulp van een van Sander Vucht geleerde variant, van het bord. 
Kort daarop kwam Thomas Bijl een keurige remise overeen 1½ - ½.
Èn, volgens het briefje van Wim, was John Lutgens bezig over een 1866er heen te denderen. Deze spartelde nog even wat tegen, om vervolgens het nutteloze van verder spelen in te zien 2½ - ½.
De resterende borden stonden voor Doetinchem goed tot uitstekend.
En daar er op het bord van Henny Haggeman nog niets aan de hand was, vertrouwde ik hem tijdens één van de rookpauzes de rating van zijn opponent toe. Hij was me daar dankbaar voor. 1956 is niet niks, en je kunt maar beter voorzichtig zijn. " Tot de 1950 kan ik er goed tegen spelen, maar daarboven wordt het zwaar ", kanten bedreigd door penningen, aftrekschaak en matnetten.
Nadat Wim een onafwendbaar mat over het hoofd zag en Henk zijn dame kwijtraakte gaven beiden op 2½ - 2½.
Op bord één begonnen de zes punten bóven de 1950 nu toch ook hun tol te eisen. Hoewel Henny een toren van zijn tegenstander had weten te bemachtigen, had hij daar ook een paard en een loper voor moeten inleveren. De dreigingen waren niet meer af te wenden. 3½ - 2½ voor de Variant.
Er was echter nog niets aan de hand. Zowel ik als Philippe Friesen stonden volledig gewonnen. Beiden sloegen we dan ook glimlachend een remiseaanbod van de hand. Beiden waren we heer en meester op het bord. Beiden genoten we van de macht die zoiets geeft. Beiden zijn we geweldige mensen. Beiden blunderden we in de laatste zeven minuten de partij weg. 5½ - 2½ voor de Variant.
Bij thuiskomst heb ik nog even op internet de KNSB rating van de Variant nagekeken. Slapen doe ik de komende dagen toch niet meer.
Het blijkt allemaal nog veel vreselijker te zijn. Er moet iets mis zijn geweest met het briefje van Wim. De werkelijke rating van onze tegenstander was, in bordvolgorde : 1819, 1799, 1742, 1680, 1687, 1621, 1452 en 1375. Ik bedoel maar...
Wanneer ik over een paar jaar misschien weer ga schaken zal iedereen ratingloos voor mij zijn. Of ze nu Kees, Theo of Roel heten, het doet er niet meer toe.

                                                                                                                      Frans Kuggeleijn


 

Bekeravontuur snel voorbij in KNSB

Vorig jaar konden we nog berichten over een glorieuze overwinning in het barre Hardenberg en een zeer eervolle nederlaag na 2-2 regulier en 2-2 snelschaken tegen Zwolle. Dit jaar strandde ons KNSB-bekerviertal op lullige wijze in en tegen Zevenaar. Op maandag 12 januari om 21.00 uur stond het al 1-0 voor Zevenaar, omdat Marino glad vergeten was dat hij die avond moest spelen. Over een passende straf wordt nog nagedacht…

Aan het wel spelende drietal (Theo, Peter en ondergetekende) toen de taak om 2½ punt bij elkaar te harken en dat heeft er nooit echt ingezeten.

Theo speelde tegen de zeer sterke Guust Homs. Voor een pion kreeg Theo aanvalskansen tegen de verzwakte witte koningsstelling. Die compensatie had remise moeten opleveren, maar een onnauwkeurigheid deed Theo in een verloren toreneindspel belanden.

Peter heeft ondanks de witte stukken nooit lekker in de partij gezeten. In een Sveshnikov werd hij langzaam maar uiterst zeker over het randje van het ravijn geduwd.

Mijn tegenstander leek meer geïnteresseerd in zijn eigen plannen dan die van mij. Soms is dat bezwaarlijk bij schaken. Het leverde me na 10 zetten een pion en na weer 10 zetten een stuk op. Het duurde nog een tijd voordat het punt binnen was, maar de uitslag stond al lang vast. Goed, volgend jaar beter. Doe mij maar een biertje, Marino, en neem er zelf ook een!

 

BAT Zevenaar – SV Doetinchem          3-1

 

Guust Homs              (2221)                        -           Theo Goossen (2072)         1-0

Dennis Arts               (2073)                        -           Roel Evertse (2048) 0-1

Arie Huysman           (1983)                        -           n.o.                                         1-0

Karel Verbeek          (2005)                        -           Peter Roessel (1816)          1-0

 

Roel Evertse

 

Een avondje fantasieschaak

Het werd sommigen duidelijk een beetje te veel. Het voortdurend veranderen en zelfs omkeren van schaakregels leek ook even zijn (desastreuze) invloed op het leven buiten het schaakbord te krijgen, want anders valt een vraag of het de bedoeling was om na afloop achterstevoren zittend in de auto in zijn achteruit naar huis te rijden, niet goed te begrijpen. Het was dus een hilarisch avondje met veel oh’s en ah’s, gekreun en een enkele godver. Het resultaat deed er niet zo veel toe, althans…dat gold voor iedereen, behalve natuurlijk voor Henk Hamer die nog ver na sluitingstijd Benno aan een streng verhoor onderwierp of hij alle uitslagen wel goed had ingevoerd.

Het leuke was ook dat een gevestigde reputatie als Theo Goossen er weinig van bakte, terwijl Philip Schyns zich zeer vindingrijk toonde. Het bleek vooral de kunst van het omschakelen: eerst een spelletje tweezet en als je dat net een beetje begon te begrijpen, kon je weer aan de bak om te gaan cilinderschaken en wanneer je, zoals Frans Kuggeleijn, bij het eind van dat spel net in de gaten had dat die loper op f8 echt waar die witte dame op d2 zo maar helemaal reglementair kon pakken, dan stond je in het daarop volgende diagonaalpionspel al weer een houtje achter. De enige kleine smet op de avond was dat ik als organisator zelf 100% scoorde. Dat roept natuurlijk de verdenking over mij af, dat ik vanaf september vooral openingstheorie, middenspel en eindspel van het schiet- en verplaatsingsschaak heb zitten doornemen. Dat heb ik eerlijk waar pas achteraf gedaan en daarom hierbij nog wat opmerkingen over de gespeelde vormen van fantasieschaak met wat tips. Wie weet heeft u er ooit iets aan. Wat mij betreft is dat volgend jaar, want ik heb me zeer vermaakt, is het niet bij mijn eigen bord, dan toch vooral als toeschouwer!

 

Tweezet (Ieder doet steeds twee zetten, behalve bij schaak)

 

Dat bleek te horen aan het regelmatig opstijgende gekreun een zeer verraderlijk spelletje. Zelf had ik geen kind aan Theo (Lc8-g4xd1 en Lf8-a3xb2: kassa!), maar de man van de ronde was Philip, die een mooie pionnendoorbraak in het verre eindspel voor Ziaullah Ebadi in petto had. Openingsadvies: zorg vooral voor vrij stukkenspel, mag best een pionnetje of wat kosten!

 

Schietschaak (Bij slaan blijft het slaande stuk op het oorspronkelijke veld staan, het vijandelijke stuk wordt slechts weggenomen, weggeschoten dus)

 

Zelf speelde ik een vermakelijk miniatuurtje tegen John Lutgens. 1.e2-e4, g7-g6 (met de dreiging een diagonaal kaal te vreten) 2. Lf1-b5 (dreigt d7 eraf te schieten met een dodelijk schaak), a7-a6 3. Lb5 schiet a6, Lf8-g7 4. d2-d4! (leuke lokzet!), L schiet d4?? 5. L schiet d7 met schaak en opgegeven, omdat de dame eraf geschoten wordt en de witte dame vervolgens naar d8 gaat met vernietiging. Zwart is dus eigenlijk gedwongen om op de 1e zet c7-c6 te spelen om het heel vervelende Lb5 te voorkomen en kan vervolgens zijn eigen dame in het spel brengen. De dame is in dit spel vaak een vreselijke moordenaar, omdat ze bijna niet aan te vallen is.

 

Diagonaalpion (Gaande en slaande functies van de pion verwisseld: pionnen gaan dus schuin en slaan recht)

 

John Lutgens begreep dit spel heel goed: meteen de a- en h-lijn openen! Als je een beetje handig “halmaat”, speel je met een ijzersterk achtpionnencentrum.

 

Cilinderschaak (De a- en h-lijn zijn als het ware met elkaar verbonden)

 

Hier leggen de mensen met een talenpakket het volledig af tegen de cijferaars. Frans Kuggeleijn kwam vingers (zorgvuldig en krampachtig naast het bord geplant) te kort om zich ervan te vergewissen, dat veld “i4” toch eigenlijk ook gewoon a4 is en dat dat dan betekent dat een paard op h6 natuurlijk naar f5 kan, maar hoe kan ik nou een stuk kwijt raken op b5, misschien wil je het mij nog een keer uitleggen, ik geloof je wel hoor, maar ik zie het gewoon niet!!

 

Paard-/loperspel (Als een paard of een loper de middellijn overschrijdt (zowel heen als terug) verandert de functie)

 

Wat mij betreft de minst esthetische vorm, maar toch ben ik benieuwd naar het eindspel K+L+P tegen K. Marius, wat denk je?

 

Terugzetpion (Pionnen mogen ook achteruit gaan en slaan)

 

Dit spelletje lijkt verraderlijk veel op gewoon schaak, totdat je ineens merkt, zoals Theo Goossen tegen Benno Thomassen, dat die witte loper op f4 gewoon – nou ja, gewoon? – stevig gedekt staat door witte pionnen op e5 en g5. Punt voor Benno! Eindspelen blijken heel lastig, omdat er geen achtergebleven pionnen bestaan. Het was fraai om te zien hoe Kees Nederkoorn zijn tegenstander in het verderf lokte: als een mot naar de lamp pakte Frans Kuggeleijn een pionnetje mee op g2, die gedekt stond door h3 uiteraard.

 

Verplaatsingsschaak (Wanneer een stuk wordt geslagen, wordt het niet van het bord gehaald, maar door de slaande speler teruggeplaatst op een willekeurig vrij veld van zijn keuze)

 

Dit spel speelde ik voor het eerst, maar is meteen om esthetische redenen mijn favoriet, hoewel het rampzalig moeilijk is, omdat het bord vol blijft (behalve bij Theo, die abusievelijk gewoon zat te hakken!) en steeds onoverzichtelijker wordt. De kunst is een soort “zigeunerkamp” te bouwen met de stukken van je tegenstander, zodat hij steeds minder kan bewegen en jij kan gaan mat zetten. Zoiets triviaals als materiaalverlies bestaat helemaal niet, maar “offeren” kan riskant zijn, omdat je tegenstander jouw paard graag op a1 dropt en je lopers op b1 en a2, zodat die eigenlijk net zo goed in het doosje kunnen.

 

Dit allemaal opschrijvende kijk ik reikhalzend uit naar de volgende keer. Zullen we er dan maar een Open Kampioenschap in een grote sporthal van maken?

 

Roel Evertse

 

Ranglijst Fantasieschaak na ronde 7

 

Nr  Voornaam           Naam             Partij               Punten            Percentage

01  Roel                     Evertse             7                     7.0                    100

02  Kees                    Nederkoorn     7                     5.5                     79  

03  Philip                   Schyns             6                     4.5                     75 

04  John                     Lutgens           7                     3.5                     50  

05  Henk                    Hamer             7                     3.0                     43  

06  Theo                    Goossen        7                     2.5                     36 

07  Benno                  Thomassen   6                     2.0                     33

08  Frans                   Kuggeleijn     7                     2.0                     29 

09  Ziaullah                Ebadi             2                    1.0                     50

 

Jeugdschakers op pad

Op vrijdag 2 december 2005 hebben twee jeugdleden van SVD meegespeeld in het Sinterklaastoernooi van Zutphen (snelschaken). Brian en Timuchin hebben het er uitstekend van afgebracht, beide met 3 uit 5. De laatste ronde kregen ze allebei een tegenstander die al met stap 4 bezig is, dat was iets te zwaar voor ze.
Overigens, wat een goede jeugdafdeling daar! Ongeveer 15 pupillen, en een stuk of 4 begeleiders. Het was een leuke ervaring voor ons tweetal, die beide snel vooruitgaan.
De moeder van Timuchin ging ook mee en komt misschien ook eens op de clubavond langs.

 

Op zaterdag 11 februari 2006 ben ik met 3 jeugdspelers naar Epe getogen voor een toernooitje. Het was aardig opgezet en goed georganiseerd. Deelnemers bijna allen uit de direte omgeving van Epe. Onze spelers hebben zich kranig geweerd. Aangezien de ronden meestal veel korter duurden dan 2 keer 20 minuten, werden er bij de jeugd liefst negen ronden gespeeld!
Timuchin behaalde 5 punten, Brian 4,5 en Robin 4 punten. Voor alle deelnemers was er een prijsje. Het is voor herhaling vatbaar!


Kees Nederkoorn