De Secondant

 

Clubblad van de Schaakvereniging Doetinchem

 

Redacteur:                          Peter Roessel

   Adres:                               Van Karnebeeklaan 7, 7003 BR Doetinchem

   Telefoon:                          0314-332735  

  

 

Bestuur

 

Voorzitter:                           Kees Nederkoorn

Secretaris:                          Marius van Hal

   Adres:                               Vancouverstraat 11, 7007 GA Doetinchem

   Telefoon:                          0314-344623

  

Penningmeester:              Henny Haggeman

Wedstrijdleider:                 Benno Thomassen

   Telefoon:                          06-1440 8281

  

Jeugdleiders:                     Kees Nederkoorn, Frans Kuggeleijn

 

Contributie

 

Volwassenen:                     € 77 per jaar

Aspiranten:                         € 35 per jaar

Junioren:                             € 45 per jaar

Proeftijd:                             6 weken gratis

Rekeningnummer:            31.43.25.719 rabobank Doetinchem

   Ten name van:                Penningmeester SV Doetinchem

 

Speelruimte

 

Clublokaal:                         Café De Bank

   Adres:                                Simonsplein 16, 7001 BM Doetinchem

   Telefoon:                          0314-33 35 01

Clublokaal Jeugd:            Café De Bank

   Adres:                               Simonsplein 16, 7001 BM Doetinchem

 

Speelavond/middag

 

Volwassenen:                    dinsdagavond van 20.00 tot 24.00 uur

Jeugd:                                  dinsdag van 19.00 tot 20.00 uur

 

Internet

 

Webpagina:                        www.svdoetinchem.nl

 

Inhoud

  3   Van de redactie

  4   Uitnodiging Algemene Ledenvergadering SV Doetinchem

  5   Clubkampioenen – Een stukje historie

6   Externe competitie

11   Roostercompetitie 2006-2007

12   Analysehoek

17   Jeugdschaakgroep Het Kleurrijk

18   Afstand van het schaken  Website wordt vernieuwd

18   Website wordt vernieuwd

19   Rothuis’ fenomenale geheugen

 

Van de redactie

In dit tweede nummer in 2006 van De Secondant gelukkig weer voldoende analyses van partijen en partijfragmenten, door trouwe leden/schrijvers aan de redactie gezonden. Willen we deze rubriek op peil houden, dan zouden toch nog meer leden hun mooie of gedenkwaardige partijen moeten inzenden. Dan wel uiteraard met eigen commentaar!

Het is alweer een jaar geleden dat Roel Evertse een ‘onvergetelijke partij’ inzond. Helaas heeft nog niemand zijn voorbeeld gevolgd, of het moet de vergelijking van twee partijen met het Morra-gambiet zijn. Kees Nederkoorn vergeleek een partij die hij nogal wat jaartjes geleden tegen Theo Goossen speelde met een recente partij tegen dezelfde tegenstander. Hij vraagt zich af ‘What is new”. Zie zijn analyses op pagina 16.

Een plaats is ook ingeruimd voor een verhaal dat Henny Haggeman in ‘De Gelderlander’ schreef over Vincent Rothuis. De moeite waard, dacht ik. Vincent heeft het – ondanks zijn jonge jaren -  verder geschopt dan welk lid van onze schaakvereniging ook.

Benno Thomassen houdt de website van SV Doetinchem voortreffelijk up to date. Maar hij vindt de website nog niet goed genoeg. Hij is daarom met Gerard Rückert bezig de website te vernieuwen en nog interessanter te maken.

Eind mei las ik dat Wedeo – onze huisdrukker – het drukken zal afbouwen. Dat kan een probleem voor onze club worden. Of toch niet? Met een perfecte website wordt toch iedereen goed bediend? Onze club kan heel wat geld sparen als De Secondant als een ‘web magazine’ gaat verschijnen. Mededelingen van het bestuur kunnen dan per convocatie worden rondgezonden voor diegenen die nog geen Internet-aansluiting hebben. Maar hoe lang kan die situtaie nog voortduren?

Gekke gedachte van een redacteur, denkt de lezer misschien?  Niet zo gek, denk ik. Wij rijden tegenwoordig toch ook niet meer op een paard, maar in een auto of tenminste toch op een fiets, hoe mooi wij paarden ook vinden.  

Peter Roessel

 

 

Uitnodiging Algemene Ledenvergadering Schaakvereniging Doetinchem

 

Datum:             29 augustus 2006

Tijdstip:            20:00 uur

Locatie:             Café De Bank

 

 

Voorlopige Agenda

1.    Opening door de voorzitter.

2.    Bespreken ingekomen stukken en mededelingen.

3.    Evaluatie speellocatie.

4.    Prijsuitreiking interne competities afgelopen seizoen.

5.    Bespreken voorstellen voor een nieuwe opzet van de roostercompetitie.

6.    Samenstellen teams externe competitie nieuwe seizoen en inventariseren haalbaarheid 3e team.

7.    Inventariseren belangstelling voor deelname aan KNSB bekercompetitie en OSBO bekercompetitie.

8.    Mededelingen over de jeugdafdeling.

9.    Voorbereidingen voor het 100-jarig bestaan.

10.Rondvraag en sluiting.  

Marius van Hal, Secretaris

 

Clubkampioenen – Een stukje historie

 

Aangezien onze vereniging over twee jaar zijn honderdjarig bestaan viert, ben ik eens in het archief gedoken en heb wat oude Secondanten doorgebladerd om een eerste terugblik op de geschiedenis van de club te geven.

 

Ledenaantal

 

Het valt op dat de bestuurders regelmatig klagen over het ledenaantal. Een klemmend beroep om toch vooral nieuwe leden aan te werven zie je om de paar jaren verschijnen.

Het ledenaantal schommelt steeds tussen de 20 en 35. Behalve in de tachtiger jaren: dan zijn er meer dan 50 leden, met daarnaast nog een flink aantal jeugdleden. Maar halverwege de jaren negentig daalt het aantal snel, met als dieptepunt 1997. De voornaamste reden was - denk ik - het zwerven van de ene naar de andere speellocatie, die geen van alle echt voldeden.

 

Competitiesystemen

 

Wat ook opvalt zijn de veranderingen in de opzet van de onderlinge competitie.

Het ene systeem na het andere wordt uitgeprobeerd: systeem Keizer, systeem Kets, meerdere groepen met promotie en degradatie, parallelle groepen van gelijke sterkte en nog ingewikkelder procedures. Elk systeem wordt na enige tijd opgedoekt en vervangen.

 

De clubkampioenen

 

Ondanks alle perikelen werd toch ieder jaar iemand clubkampioen. Hier zijn ze.  

De oudste kampioen die ik kon vinden is de heer J. Cauveren (1933 en 1939).

Vanaf 1937 tot 1953 wordt de club gedomineerd door de heer S. E. van der Meer, die in die periode 10 keer het kampioenschap behaalde. Runner up was vaak de heer H. Wille, die in 1954 tenslotte zelf kampioen werd.

Daarna is Henk Steinhauer enige jaren de topman, totdat in 1959 de periode Geurt Kets begint. Van 1959 tot 1972 is deze liefst 11 keer kampioen, slechts Steinhauer (1963 en 1967) en Van der Vaart in 1962 weten dat te onderbreken.

Maar in 1973 komt er een eind aan de reeks. In de Secondant van dat jaar staat, wat bedremmeld: “Je moet er even aan wennen, zo’n nieuweling als kampioen”. Zijn naam: Theo Goossen!

Kets komt nog terug in 1974 en 1980 en 1981, maar Theo staat in deze jaren aan de top: tot 1984 behaalt hij 8 keer de eerste plaats.

Dan, van 1985 tot 1988 is Anton van Rijn de kampioen. Als hij naar Nijmegen vertrekt, komt er wat meer variatie. Hans Riepma, Peter Roessel, Marino Küper, Pieter Bohlmeijer (4 keer) Marius van Hal, Henk Steinhauer en ondergetekende wisselen elkaar en Theo af.

Vanaf de tachtiger jaren zijn er naast de roostercompetitie ook nog een ladder en een rapid of snelschaakwedstrijd. Hoewel Theo, als hij meedoet, meestal wel één of twee van die disciplines wint, is hij bij de “echte” kampioenschappen toch net iets minder succesvol dan ik tevoren verwacht had.

Hier volgt voor de statistici een lijst van de kampioenen:

14 keer:         Geurt Kets in 1959, ‘60, ‘61, ’ 64, ‘65, ‘66, ‘68 t/m ‘72, ‘74, ‘80, ‘81.

10 keer:         S.E. van der Meer in 1937, ‘41, ‘42, ‘47 t/m ‘53.

9 keer:            Theo Goossen in 1973, ‘75, ‘76, ‘78, ‘79, ‘82, ‘83, ‘84, ‘97 en 2000.

6 keer:            Henk Steinhauer in 1955, ‘57, ‘58, ‘63, ‘67 en 1996.

4 keer:            Anton van Rijn in 1985 t/m 1988.

                        Pieter Bohlmeijer in 1991, ‘93, ‘94 en 1995.

                        Kees Nederkoorn in 1999, 2002, 2003 en 2005.

2 keer:            J. Cauveren in 1933 en 1939.

W. van der Vaart in 1956 en 1962.

Peter Roessel in 1990 en 2004.

Marino Küper in 1992 en 1998.

Eenmalig:      J. Lebbink (1938).

H. Wille (1954).

Jaap Oosterhoff (1977).

Hans Riepma (1989).

Marius van Hal (2001).

Hebt u aanvullingen of opmerkingen, geef het door aan:  

Kees Nederkoorn.

Externe competitie

Grote overwinning Doetinchem

Deze keer weinig mazzel, maar een terechte overwinning op Utrecht 3, dat op papier helemaal geen slecht team heeft (ongeveer dezelfde ratingsterkte als Doetinchem), maar er in de bloedhete kelder, waar Doetinchem zijn thuiswedstrijden speelt, absoluut niet aan te pas kwam, hoewel de uitslag enigszins geflatteerd was.

De toon werd gezet door Kees Nederkoorn. Tot grote opluchting van uw verslaggever accepteerde zijn tegenstander de gambietpion van Kees niet en na minder dan 20 zetten was de vis reeds op het droge. Soms lijkt schaken wel erg makkelijk.

In de partij tussen Marino Küper en Amindo Naarden werden de lichte stukken snel geruild en hoewel wit een kleine plus overhield, viel er weinig te beleven.

Henk Riepma boekte een prima overwinning op routinier André Schenk die ooit hoofdklasse speelde bij Charlois-Europoort, een tijdje is gestopt met schaken, maar het kennelijk toch niet kan laten. De KNSB waardeert zijn comeback kennelijk wat minder, want hij moet het nog steeds zonder registratienummer doen.

Sander van Vucht had gehoopt tegen Gerard Verholt te spelen, had een speciale openingsvariant voorbereid, maar de nestor van Utrecht werd vervangen door een jeugdspeler. Een iets beter staand eindspel werd overigens keurig door Sander naar winst gevoerd.

John Lutgens speelt dit seizoen veel en veel beter dan zijn magere rating aangeeft en dat mocht zijn tegenstander ondervinden. Goed positiespel resulteerde in een eindspel, waarin de witte torens akelig binnen kwamen.

Theo Goossen mocht opboksen tegen Onno van Dijk, niet de meest hoffelijke speler onder Caissa’s adepten. De nederlaag was overigens terecht.

Marius van Hal speelde een uitstekende partij in zijn bekende stijl. Behoedzaam manoeuvrerend en met veel “kleine zetjes” duwde hij zijn tegenstander steeds verder naar beneden. Het was naar om aan te zien. Zoals Marino terecht opmerkte: ”Behalve de twee pionnen heeft Marius ook nog de compensatie!”

Zelf speelde ik een zeer wisselvallige partij. De Aljechin leverde al na 15 zetten een volle kwaliteit in het eindspel op, maar daarna begon het grote knoeien. Dat ik het uiteindelijk, na 6 uur spelen, nog won, was vooral te danken aan de overmoed van mijn tegenstander.

Met nog één ronde te gaan staan we definitief in het “linkerrijtje” en dat is duidelijk veel meer dan aan het begin van het seizoen werd verwacht.

Doetinchem                                                  De Baronie

Theo Goossen          (2072)            -           Onno van Dijk           (2110)                         0 - 1

Sander van Vucht     (1820)            -           Floris van de Blom   (1920)                        1 - 0

Marius van Hal          (2028)            -           Pieter de Groot         (2045)                       1 - 0

Henk Riepma            (2067)            -           André Schenk                                              1 - 0

Marino Küper            (2033)            -           Amindo Naarden      (1966)                        ½-½

Kees Nederkoorn     (2002)            -           Harm Theo Wagenaar (1945)                   1 - 0

Roel Evertse             (2048)            -           Sten Goes                (1920)                         1 - 0

John Lutgens            (1751)            -           Johan Lindeman       (1921)                        1 - 0

 

Totaal                                            6½ - 1½

Roel Evertse

Miezerig slotakkoord SV Doetinchem

Natuurlijk, het ging nergens meer om, maar om nou zo’n laatste wedstrijd met 2-6 te verliezen, dat was toch ook weer niet nodig. Met de grootste nederlaag van het seizoen kwam er een zeer miezerig einde aan een seizoen dat voor SV Doetinchem wel degelijk succesvol is verlopen. Als licht excuus kan worden aangevoerd dat we onze topscorer, Kees Nederkoorn, en Sander van Vucht misten, terwijl Ivoren Toren op volle sterkte opkwam.

De wedstrijd tegen RSR Ivoren Toren 2 werd een kansloze affaire voor de onzen. Aan geen enkel bord heeft de winst erin gezeten en die is er dan ook nergens uitgekomen. Vier halfjes, dat was alles. Die remises waren overigens terechte uitslagen.

Henk speelde weer zijn vertrouwde betonschaak, Marius de Melker deed wat er van hem verwacht werd en Marino en Roel namen beide remise in complexe stellingen, die volkomen in evenwicht waren. Ze hadden nog best wat door kunnen spelen en zouden dat ook wel gedaan hebben, als er nog enig uitzicht was geweest op een positief teamresultaat.

Na het halfzoet nu het zuur. Theo wist na 3 zetten al niet meer hoe het verder moest en zou spot, smaad en hoon verdienen, ware het niet dat hij eerder ruimschoots zijn waarde voor de club bewezen heeft en altijd voorop gaat in de strijd. Dat deed hij nu ook nog wel, maar het deerniswekkende kluitje zwarte stukken op een achterafplaatsje van het bord deed pijn aan de ogen. Zijn tegenstander wist er wel raad mee.

Peter had agressieve plannen tegen de Aljechin van zijn tegenstander. Het offeren van een paar pionnen lukte heel goed, de rest helaas wat minder. Frans was compleet in de wolken vanwege het voorrecht een wedstrijd in de KNSB te mogen spelen. Het zij hem van harte gegund en de beroerde partij (ja echt waar, Frans) wordt hem met even veel harte vergeven. Philippe Friesen slaagde er niet in de zwarte centrumpionnen in de Tartakower-variant van het damegambiet in bedwang te houden. Dat kostte een houtje en wat later ook de partij, toen een vrijpion akelig kwam opzetten.

Volgend jaar worden we kampioen. Onze secretaris heeft al een geschikte poule uitgezocht. Sneek, we komen er aan!

 

Doetinchem                                                  RSR Ivoren Toren 2

Theo Goossen          (2072)            -           Gert-Jan van Vliet     (2054)                        0 - 1

Henk Riepma            (2077)            -           Nathanaël Spaan     (2121)                        ½-½

Marius van Hal          (2028)            -           Peter Torczynski       (2109)                        ½-½

Marino Küper            (2033)            -           Victor Berg                (2013)                        ½-½

Roel Evertse             (2048)            -           Philip Westerduin     (1923)                        ½-½

Peter Roessel           (1816)            -           Arno Beljaars            (2023)                        0 - 1

Frans Kuggeleijn      (1653)            -           Philippe Blankert      (1974)                        0 - 1

Philippe Friesen       (1835)            -           Tim Benning              (1917)                        0 - 1

 

Totaal                                                2 – 6

Roel Evertse

 

Twee seizoenen KNSB: een nabeschouwing

Mocht er na vorig seizoen nog enige twijfel bestaan of SV Doetinchem iets te zoeken heeft in de 3e klasse van de KNSB, in dit seizoen hebben we overtuigend bewezen dat het wel degelijk het geval is. Beide seizoenen traden we met dezelfde vaste spelers aan. Het verschil zit hem dus vooral in het feit dat een aantal spelers beter presteerde dan vorig seizoen. Hoe dat komt? Eerder schreef ik al wat badinerend, dat de factor geluk niet te onderschatten is in deze. Dat meende ik op zijn minst een beetje, maar echt gezwijnd hebben we in het afgelopen seizoen zeker niet: alle overwinningen kwamen eigenlijk vrij regelmatig tot stand, de nederlagen overigens ook. En kwam het wel eens voor, bijvoorbeeld tegen De Baronie, dat het er na een uur of drie spelen zwaar bewolkt uitzag, dan straalde de zon twee uurtjes later weer alsof er niets aan de hand was geweest. Hoe dat komt? In alle sporten wordt er veel op los gespeculeerd over het begrip “vorm” en nog erger over verklaringen voor “in vorm” of  “uit vorm” zijn. De meeste verklaringen zijn overigens verklaringen achteraf en dus goedkoop.

Na vorig seizoen mocht ik teamleider worden en heb ik een voorspelling gedaan naar de individuele prestaties voor het komende (dus nu afgelopen) seizoen. (Let wel: ik ben natuurlijk superdeskundige met een ideale competentiemix: redelijk schaker, goed gekwalificeerd psychotherapeut en succesvol manager). Die voorspelling heb ik natuurlijk nooit aan de openbaarheid prijsgegeven, want dan heb je kans dat mensen zich ernaar gaan gedragen, maar nu lijkt me het moment gekomen om opening van zaken te geven.

 

Onderstaand mijn rapport van augustus 2005 met aanbevelingen aan mijzelf aan welke borden ik de spelers zou plaatsen.

 

·        Theo Goossen gaat met de VUT, daar ziet hij al een tijdje verlangend naar uit en bevrijd van een loden last vliegt hij als een jonge god alle tegenstanders met succes naar de strot: een minstens gelijkwaardige score dus en uiteraard op bord 1!

·        Kees Nederkoorn gaat ook met de VUT, maar die gaat zijn werk juist erg missen. Het schaken is al een tijdje op zijn retour, met gestaag dalende rating als gevolg. Hopen dat hij de 50% haalt op een laag bord.

·        Henk Riepma, daar heb ik me in vergist. Ik dacht met een sterke schaker te maken te hebben, maar het blijkt zo’n impotente priegelaar, die nooit verder komt dan een stuk of wat halfjes, maakt niet uit op welk bord, dus maar een beetje hoog.

·        Marino Küper lijdt aan een basale onzekerheid met betrekking tot zijn kracht. Score na het eerste seizoen is lang niet slecht, vooral door twee overwinningen in de laatste twee wedstrijden. Die lijn gaat hij doortrekken, let maar op! Rating gaat naar de 2100.

·        Marius van Hal, onze zwartspeler, verliest eigenlijk nooit en wint soms. Geen enkele reden om aan te nemen dat hij het tweede seizoen slechter gaat spelen dan het eerste, integendeel. Zijn rating kan nog stukken omhoog, minstens 2100, want dit speeltempo is zeer geschikt voor zijn diepzeedenken.

·        Sander van Vucht, is een prutser en blijft een prutser, en dat weet hij zelf ook wel. Die gaat natuurlijk hopen op een betere score dan vorig jaar, maar dat hoopt hij elk jaar tegen beter weten in: 2 uit 9 op een staartbord, meer zit er niet in.

·        Peter Roessel is onvoorspelbaar en blijft onvoorspelbaar. Het wordt of een totale ineenstorting: 0 uit boel, of iets geweldigs, omdat elke tegenstander hem onderschat.

·        Henny Haggeman kan op een laag bord iedereen aan, denk je dan. Wordt weer niks, tegen sterke tegenstanders ook niet trouwens.

·        O ja, dan ikzelf nog: hoop sores het afgelopen jaar, 50+ dus de jaren gaan tellen, bangelijke speelstijl, 6 halfjes en 3 nullen aan een middenbordje?

 

Zegt u nu zelf, zo’n voorspelling ziet er toch heel behoorlijk uit? Maar er klopt dus helemaal niets van, want de realiteit was aldus.

Kees en Henk (TPR: 2262!) speelden in sprankelende stijl hun tegenstanders zoek, terwijl Theo een voor zijn doen zeer matig seizoen had en slechts één keer won. M&M speelden alleszins redelijk, maar ik had gehoopt op meer. Sander bereidde zich altijd zeer goed voor, had duidelijk meer zelfvertrouwen dan vorig seizoen en eindigde in de plus. Peter scoorde net als vorig jaar naar vermogen en Henny deed maar drie keer mee, maar speelde een zeer goede remise tegen de sterke Ed van Eeden. Zelf scoorde ik flink in de plus, god mag weten waarom mijn tegenstanders dit seizoen zo aardig waren…

 

Individuele resultaten in KNSB-wedstrijden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2004-2005

 

2005-2006

 

 

Totaal

 

%

+

=

-

over

% =

TPR gem.

Riepma

3 1/2

7   

5 1/2

7   

 

9   

14   

 

64

6

6

2

4

43

2115

Van Hal

5 1/2

8   

5   

9   

 

10 1/2

17   

 

62

5

11

1

4

65

2100

Evertse

4 1/2

9   

5 1/2

8   

 

10   

17   

 

59

5

10

2

3

59

2080

Küper

4 1/2

7   

4 1/2

9   

 

9   

16   

 

56

4

10

2

2

63

2044

Goossen

4 1/2

9   

3   

9   

 

7 1/2

18   

 

42

5

5

8

-3

28

2017

Nederkoorn

2   

8   

5 1/2

7   

 

7 1/2

15   

 

50

5

5

5

0

33

2016

Van Vucht

3   

7   

4 1/2

8   

 

7 1/2

15   

 

50

4

7

4

0

47

1887

Roessel

3 1/2

8   

2 1/2

7   

 

6   

15   

 

40

4

4

7

-3

27

1830

Haggeman

1   

6   

1   

3   

 

2   

9   

 

22

1

2

6

-5

22

1742

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lutgens

 

 

1   

1   

 

1   

1   

 

100

1

0

0

1

0

2034

Rückert

 

 

 1/2

1   

 

 1/2

1   

 

50

0

1

0

0

100

1914

Suhbat

 1/2

1   

 

 

 

 1/2

1   

 

50

0

1

0

0

100

1873

Kuggeleijn

 

 

0   

1   

 

0   

1   

 

0

0

0

1

-1

0

1700

Slager

0   

1   

 

 

 

0   

1   

 

0

0

0

1

-1

0

1664

Friesen

0   

1   

0   

2   

 

0   

3   

 

0

0

0

3

-3

0

1668

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

32 1/2

72   

38 1/2

72   

 

71   

144   

 

49

40

62

42

-2

43

 

 

 

45,1%

 

53,5%

 

 

49,3%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe zal het nu volgend seizoen gaan? U zult begrijpen dat ik me niet meer aan voorspellingen waag, maar als we in de poule terechtkomen met Sneek 2, dan worden we kampioen. Dat voel ik aan mijn water!

Roel Evertse

 

SVD 2 handhaaft zich op het nippertje

Vrijdag 21 april 2006 speelde Doetinchem 2 de laatste competitieronde in de 2e klasse D, OSBO, te Groesbeek, tegen het 3e team van Pion.
Deze gezamenlijke laatste ronde was er één om lang te herinneren. Het kwam langzaam op gang, maar toen was de spanning er ook bij ons (en ook bij de rest). We kwamen aan wat punten en het leek dat we naar de winst toe gingen, maar het noodlot sloeg toe. Ikzelf ging de fout in en verloor, kort daarop overkwam Frans het zelfde 4½-3½ verlies.

Op dat moment stond bij de wedstrijd Variant - SMB 5 het 2½ - 3½, maar een SMB-er ging door de vlag. Het werd daar dus gelijke score. Nu was de spanning op het kookpunt (alle andere wedstrijden waren al uit). We leefden tussen hoop en vrees. De laatste Variant-speler gaat ook door de vlag, maar ik zag op de klok, dat de SMB-speler hooguit nog 10 seconden had. Een paar seconden is het verschil tussen degradatie en geen degradatie! Zo spannend heb ik het nog nooit meegemaakt en ik denk de meeste anderen aanwezigen ook niet.
Na afloop deed het biertje goed en het ontladen van de spanning en de Hitchcock-achtige ontsnapping aan degradatie. Een echte thriller dus met in de hoofdrollen alle teams en spelers van klasse 2d in de ontknoping. Ik sluit nu af  en groet ieder die dit leest.

Henk Hamer

 
Roostercompetitie 2006-2007

Op het moment dat ik dit schrijf is de roostercompetitie van dit seizoen in een beslissende fase. Roel heeft 1 verliespunt, Theo anderhalf. En ze moeten nog tegen elkaar spelen!

We hebben gespeeld in een groep, een halve competitie. Het ziet er naar uit dat alles uitgespeeld wordt (met dank aan Benno), maar het is krap.

Het volgend seizoen spelen er waarschijnlijk enkele spelers meer mee. Dat betekent dat één grote groep niet meer haalbaar is. Jammer, want ik heb het idee dat het speelpeil stijgt, nu de minder sterke spelers ook tegen de sterkeren uitkomen.

Er zijn twee voorstellen voor het volgend jaar. Ik benoem ze naar de bedenkers.

1.      Systeem Roel

We plaatsen de deelnemers eerst in 4 even grote groepen (bijv. groepen van 6).

De sterkste spelers worden eerlijk verdeeld over groep 1A en 1B.

De overige spelers worden ook eerlijk verdeeld over groep 2A en 2B.

Als deze groepen een halve competitie gespeeld hebben, dus 5 partijen, komt er een nieuwe indeling in groepen van acht.

De eerste vier van groep 1A en 1B komen in de A-groep,

De nummers 5 en 6 van 1A en 1B komen in de B-groep, samen met de nummers 1 en 2 van groep 2A en 2B.

De overigen komen in de C-groep.

-    Aantal te spelen partijen 12 per persoon.

-          Voordeel 1:nieuwe leden die zich wat later aanmelden kunnen gemakkelijk in het tweede  deel ingevoegd worden.

-          Voordeel 2: minder partijen waarin er een groot krachtverschil tussen de spelers is.

-     Nadeel: Wie bij het begin in groep 2A of 2B ingedeeld wordt, kan nooit bij de  eerste 5 eindigen (dat geeft recht op een plaats in het eerste tiental)

 

2.      Systeem Kees

Alle deelnemers worden zo eerlijk mogelijk verdeeld over twee even sterke groepen.

Deze spelen een halve competitie (dat zullen dus 10 of 11 partijen worden)

Daarna komen er een soort play-offs: de nummers 1 en 2 van elke groep spelen een vierkamp, de nummers 3 en 4 ook, nummers 5 en 6 idem, enzovoorts.

 

-     Aantal te spelen partijen 12 of 13 per persoon.

-     Voordeel: ieder strijdt mee om de hoogste plaatsen.

-           Nadeel: het is wat moeilijker om latere aanmeldingen in te voegen.

 

We horen graag jullie mening op de ledenvergadering eind augustus!

Kees Nederkoorn

 

Analysehoek
Partijen en partijfragmenten gespeeld door leden van de SV Doetinchem. 

Iedereen die een volgens hem aardige of leerzame partij heeft gespeeld wordt uitgenodigd deze aan de redactie in te zenden, voorzien van een analyse.

Vreemdgaan  

Ik zal het maar eerlijk zeggen en menigeen van jullie wist het al: ik ben afgelopen seizoen vreemdgegaan. Bij ASV in Arnhem. Niet dat ik het bij ons niet meer gezellig vond – eigenlijk wordt het juist steeds gezelliger – maar het is wel verfrissend een heel arsenaal spelers tegenover je te vinden waarvan je niet weet of ze met d4 of e4 openen en je dus vooraf niet hoeft te piekeren of je je wel wilt inlaten op allerlei varianten in het Morragambiet. Zeer verfrissend dus en het leverde me ook een aantal onderhoudende partijen op tegen sterke tegenstanders.

Veruit de boeiendste partij was echter onderstaande rapidpartij tegen Remco de Leeuw. Achteraf bleek de remise voor wit voldoende om – met nog een ronde te gaan - zich rapidkampioen van ASV te mogen noemen. Daarvoor moest hij wel in vijftig minuten langs een aantal putdiepe afgronden.


Wit      : Remco de Leeuw

Zwart  : Henny Haggeman

 

1.      d4, d6

2.      e4, g6

3.      Pc3, Pf6

4.      Le2, Lg7

5.      Pf3, 0-0

6.      0-0, c5

7.      d5, Pa6

8.      a4, Pc7

9.      Te1, e6

10.  h3,

 

 

10. …, exd5

11.  exd5, b6

12.  Lf4, a6

13.  Ph2, Tb8

14.  Pf1, b5

15.  axb5, axb5

16.  Pe3, Te8

17. Lf3, b4

Uiteindelijk is het een soort Ben Oni geworden met de witte c-pion nog op c2. Het maakt allemaal niet zoveel uit waar het witte paard op c3 naar toe springt. 18. Pa4 is ook een optie. Er kan dan volgen: 18. …, Ta8 19. Pb6, Txa1 20. Dxa1, La6 21. Pbc4, Pe4 en Fritz beoordeeld de stelling – net als in de partij na de tekstzet – als vrijwel gelijk.

 

18. Pb1, Pe4

19. Pc4, Lf5!?

 

 

De knuppel in het hoenderhok. Objectief het best is 19. …, Pg5 20.

Txe8, Pxe8 en de stelling is nog altijd gelijk.

 

20. g4!?

 

Toe maar. Achteraf betitelde wit deze zet als een blunder omdat hij de volgende krachtzet van zwart volledig over het hoofd had gezien. De zet verliest niet gelijk, maar wit had de nu volgende afgronden waarlangs zijn weg gaat liever vermeden. Hij had een

pion kunnen winnen met 20. Lxe4, Txe4 21. Txe4, Lxe4 22. Lxd6, Dg5 23.

g4!, Tb7 24. Lxc7, Txc7 25. d6. Volgens Fritz heeft wit hier 0.59

voordeel, maar zijn koning staat wel tochtig en zwart heeft het loperpaar.

 

20. …, Dh4!

 

Wit had alleen gekeken naar 21. …, Pg5 en had Lg2 klaarliggen. Nu begon hij - terwijl het rondom ons bord plotsklaps een drukte van belang werd met belangstellende ASV’ers (ik had geen idee dat er op dit moment een titel op het spel stond) - zich ernstig zorgen te maken. De stelling is zeer complex en met name f2 is een zorgenkindje voor wit. Dus daarom eerst maar eens een aanvaller weggeslagen

 

21. Lxe4

 

Waarschijnlijk is 22. Le3 beter. Het haalt …, Ld4 uit de stelling en dekt f2. Fritz suggereert 22. ..., Pg5 23. Lxg5, Dxg5 en de zaak lijkt in evenwicht. 23. Pxd6 is niet raadzaam vanwege 23. …, Lxc2! 

 

 

21. …, Lxe4

 

Zwart had hier de zaak nog verder kunnen compliceren met 21. …, Ld4! Daarmee wordt in elk geval het dameoffer op d5 dat straks in de partij volgt, voorkomen, maar zover had ik in elk geval nog niet gekeken.

 

Fritz geeft de volgende fraaie variant: 22. Dd2, Lxe4 23. Kh2, Lxd5 24. Pxd6, Txe1 25. Dxe1, Pe6 26. Lg3, Dxh3! 27. Kxh3, Pg5 28. Kh4, Pf3+ en zwart wint een pion.

22. Pxd6

 

De dood of de gladiolen, wit kan niet anders meer. Er volgt een geforceerde slagenwisseling.

 

22. …, Lxd5

23. Pxe8, Dxh3

24. Dxd5!, Pxd5

25. Lxb8, Dxg4†

26. Kf1

27. …, Dh3†

28. Kg1, Dg4†

29. Kf1, Dh3†

tot remise.

Volgens Fritz is de stelling toch

gewonnen voor zwart. Het simpele

plan is om de pionnen op b2 en c2 op

te halen. De witte stukken staan her en

der over het bord verspreid en werken voorlopig absoluut niet samen.

 

Nu de stofwolken enigszins zijn opgetrokken wordt het tijd de stelling eens grondig te bestuderen. Ik had nog zeven minuten op de klok, mijn tegenstander nog 2,5. Na drie minuten concludeerde ik dat ik materieel ongeveer een licht stuk achter stond maar er hing nog een pion op b2.

Verder zag ik geen directe wint voor zwart (voor wit ook niet trouwens) en had geen idee hoe ik stond. Na

26. …, Dh3†

27. Kg1

wist ik in elk geval dat ik eeuwig schaak kon forceren. Ontsnappen via e2 kon overigens ook niet omdat de koning na Dg4+ weer terugmoet naar f1. Na nog een minuut te hebben nagedacht besloten we na

Fritz geeft de volgende varianten: 29. …, Lxb2 30. Ta8, Df3 en vervolgens Pe3. En op 30. Ta7 volgt …, Dh3+ 31. Kg1 (Ke2, Pc3, Pxc3, Lxc3 en wit verliest materiaal), Ld4! Nu is goed raad duur. Ta2 faalt bijvoorbeeld op b3! en er hangen drie stukken tegelijk als wit slaat. Op Pd2 volgt Dc3, Te2 en Dxc2.

In de wetenschap dat me dat waarschijnlijk niet eens in een normale partij was gelukt, ben ik ook achteraf dik tevreden met remise na een spektakelstuk. 

 

Slim eindspel

Wit: Theo Goossen

Zwart: Boet Tan

 

Stelling na de 43e zet van zwart.

44. c3

 

Even afwachten.

 

44. …, g5

 

Daar had ik op gewacht.

 

45. Th6, g4

46. Th8, Le6

 

Op 46. …, g3 kan wit de loper slaan op c8. Bijvoorbeeld: 47. Thxc8, Txc8 48. Taxc8, g2 49. Tg8, Pg6 50. c6, g1D 51. c7, Db1† 52. Ka5 en de koning loopt naar b6 en de pion promoveert.

 

47. Th6

 

Dreigt mat op e8.

 

47. …, Pg6

48. e5!, Lc8

 

Op 48. …, Ld7 kan bijvoorbeeld 49. Lxd7, Txd7? 50. c6, Tc7 51. Txg6, fxg6 52. Kc5 volgen, waarna wit gemakkelijk wint.

 

49. Th5, Pf4?

 

Op 49. …, Ke6 kan sterk 50. La6, 50. c6, 50. Lc4 volgen met op de volgende zet Lxf7.

 

50. Th8, Pd5

51. Ka5, Ld7

52. Tae8

 

1-0

Theo Goossen


What’s new?

 

Bij het grasduinen in de historie van onze vereniging kwam ik ook de eerste partij tegen die ik ooit tegen Theo Goossen speelde. Het was in juni 1979. U mag raden welke opening we speelden! En je vraagt je af wat er in al die jaren eigenlijk is veranderd.

Ik heb de partij voorgelegd aan Fritz en ben geschrokken van het aantal vraagtekens dat hij bij onze bedenksels zette. Maar waar haalt ie eigenlijk het lef vandaan? In 1979 bestond Fritz nog niet eens!

Na de opening kom ik heel goed te staan door wat onzorgvuldig spel van Theo. Maar hij houdt vol, en met een kwaliteitsoffer blijft hij voor tegenspel zorgen. Dan aarzel ik, wat je tegen Theo nooit moet doen. Als zijn lopers eenmaal loskomen, is er geen houden meer aan.

Fritz was het niet eens met 18….f6 en vooral niet met 19…. Lf8, waarna hij +– geeft. Daarna krijgt wit de wind van voren: op de 29e en vooral de 30e zet is Tc7 veel beter. 34. Te2 zou wat voordeel behouden en met 35 Te2 zou wit de stelling nog in evenwicht kunnen houden.

Hier volgt de partij.

 


Wit: Kees Nederkoorn

Zwart: Theo Goossen

 

Onderlinge competitie SVD, juni 1979

 

1.      e4, c5

2.      d4, cxd4

3.      c3 , dxc3

4.      Pxc3, d6

5.      Lc4, e6

6.      Pf3, Le7

7.      0-0, Pd7

8.      De2, a6

9.      Td1, b5

10. Lb3, Lb7

11. Lf4, Db8

12. Tac1, Pgf6

13.  Pd5,

 

 

Stand na 13. Pd5

 

13.       …, exd5

14.        exd5, Ph5

15.        Lg5, f6

16.        Te1, Pe5

17.        Pxe5, dxe5

18.        Dxh5+, g6

19.        Dh6, Lf8

 

 

Stand na 19. …, Lf8

 

20.       Dh3, Dd6

21.       Le3, Td8

22.       f4, Dd7

23.       Dh4, Lg7

24.       fxe5, fxe5

25.       Lc5, Tc8

26.       Dg5, Txc5

27.       Txc5, Dd6

28.       Tec1, 0-0

29.       h4, e4

30.       De3, Lxb2

31.       Td1, Kh8

32.       Tc2, Lg7

33.       Dxe4, a5

34.       De6, Df4

35.       Tcd2, Le5

36.       g3, Dxg3+

37.       Tg2, De3+

38.       Kh1, Tf3

39.       De8+, Kg7

40.       De7+, Tf7

41.       Dg5, Dh3+

42.       Kg1, Lf4

 

en wit geeft op.

 

En dan nu de meest recente partij die ik tegen Theo speelde.

 

Wit: Kees Nederkoorn

Zwart: Theo Goossen

 

Onderlinge competitie SVD, april 2006

 

1.     e4, c5

2.     d4, cxd4

3.            c3 , dxc3

4.            Pxc3, e6

5.            Lc4, a6

6.            Pf3, b5

7.            Lb3, Lb7

8.            De2, d6

9.            0-0, Pd7

10.       Lf4, Pgf6

11.       Tad1, Dc7?

 

Theo had 11….b4 voorbereid, maar vergat hier zijn voorbereiding; b4 was veel beter geweest. Nu krijgt wit een onweerstaanbare aanval.

 

12.       e5, dxe5

13.       Pxe5, Pxe5

14.       Lxe5, Dc6

15.       Pd5!

 

Stand na 15. Pd5!

 

15.    …, Le7

16.       Tc1, Lc5

17.       Tfd1, Tac8

18.       Lxf6, gxf6

19.       Pxf6+, Kf8

20.       Dg4, h5

21.       Dg5, Tc7

22.       Td8+, Ke7

23.       Pd5

mat.

Kees Nederkoorn


Jeugdschaakgroep

 

De jeugdafdeling van de Schaakvereniging Doetinchem

                                                                                                            

De jeugd, seizoen 2005-2006

Dit jaar hebben we een klein aantal jeugdleden gehad: slechts vijf. Maar dat deed niet af aan het enthousiasme waarmee ze speelden. Ik heb het idee dat ze allemaal flink vooruit gegaan zijn. Ook het feit dat ze bij de rapidcompetitie een ronde met de senioren konden meedoen vonden ze erg spannend en ook leerzaam.

Ik hoop dat jullie volgend jaar weer allemaal van de partij zijn, hopelijk met een paar nieuwkomers erbij. En wie weet moeten de senioren dan ect gaan oppassen!

Er is een onderlinge wedstrijd gespeeld.

Daarin is Brian Groenewege overtuigend eerste geworden met 7 uit 8.

Twee en drie gedeeld zijn Timuchin Popping en Robin te West geëindigd met 5 uit 8.

Vierde is Luuk Lageschaar geworden.

Vijfde werd Allan Bosman.

   

Kees Nederkoorn

 

Afstand van het schaken

 

Jaap Stuurwold heeft tijdelijk even wat afstand genomen van het schaken. Jaap vertrok met zijn vrouw voor een camperreis maken door de Baltische staten. Jaap hoopt in deze schaaklanden nog liefhebbers tegen te komen.


Een andere hobby van Jaap is gedichten maken, onder het pseudoniem: Stuer  Jakop.

 

Schaakgedicht

 

Caféschaak

hij zat daar peinzend

te turen naar het bord

hij was aan zet …

 

de zon was al onder

in de schemering

reed de koning voorbij

paarden en lopers in zijn gevolg

op weg naar de toren

 

de dame stootte hem aan

“jij bent aan zet …”

~ ja, eh ja ~ stamelde hij

verstrooid kijk hij op

en zag nog net de paarden

voorbij het raam trekken.

 

Stuer Jakop

 

Website wordt vernieuwd!


Het leek niet echt nodig, maar Gerard Rückert en Benno Thomassen zijn bezig een nieuwe website te creëren. Het testen van de nieuwe mogelijkheden van de website is in volle gang. Zij hopen dat de vernieuwde site, met geheel nieuw uiterlijk en stijl, uiterlijk in juli de lucht in kan. Bezoek deze site regelmatig en meld in het gastenboek je mening. Uiteraard zijn wensen of goede ideeën welkom.

 

ROTHUIS' FENOMENALE GEHEUGEN

Bijna had Vincent Rothuis (net 16) de schaakwereld op de kop gezet. De autodidact boog in de halve finale van het NK na een bloedstollende barrage tegen grootmeester Smeets. Maar ze zullen nog van hem horen.

Door HENNY HAGGEMAN   Bron: DE GELDERLANDER

Schaaktrainer Herman Grooten valt bijna van zijn stoel, als Vincent Rothuis al na drie minuten de opdracht - correct natuurlijk - inlevert terwijl de drie andere talentvolle spelers in de trainingsgroep er toch zeker tien minuten over doen. Grooten had twintig korte partijen afkomstig uit een groot jeugdtoernooi in Hengelo (O) op schrift en zonder diagrammen aan zijn pupillen gegeven. Die moesten 'blind' - dus uit het hoofd en zonder bord en stukken - ontrafelen waar de verliezer de fout in was gegaan en bovendien de juiste voortzetting geven.
"Dit kan helemaal niet, Vincent", stamelt de verbijsterde Grooten, die nóg verbaasder is als Rothuis toegeeft dat hij alle 600 onbeduidende partijen die tijdens dat jeugdtoernooi waren gespeeld, kende. Hij geeft zelfs de namen van de spelers erbij. Is dit een wonderkind of de 'Rainman' van het schaakbord?
"Een fenomeen met een fenomenaal geheugen", volgens Grooten. "In plaats van al die onbelangrijke partijtjes van dat jeugdtoernooi te onthouden, heb ik hem aangeraden alles na te spelen van Bobby Fischer en Gary Kasparov. Ik heb sterk de indruk dat-ie dat advies heeft opgevolgd. In zijn partijen van het afgelopen jaar herken ik het glasheldere spel van Fischer en het spectaculaire van Kasparov."
Jan Smeets (grootmeester met een rating van 2550 en op papier 200 punten sterker dan Rothuis) weet waaraan hij begint als hij afgelopen zaterdag in het Hilversumse stadhuis plaats neemt tegenover de jonge Doetinchemmer. Smeets (20) is de laatste die kan voorkomen dat Rothuis zich als jongste deelnemer ooit plaatst voor het NK. Daniël Stellwagen was in 2003 ook zestien jaar toen hij bij zijn debuut tweede werd op het NK, maar Rothuis is op 16 juni als de titelstrijd begint 22 dagen jonger.
Zijn faam is het iele joch met de beginnende snorharen vooruit gesneld. Rothuis stond bekend als een voorzichtige speler, maar sinds een jaar is er sprake van een stijlbreuk van jewelste. Als een duivel mepte hij in februari in de eerste ronde van de halve finale de sterke Bruno Carlier van het bord. Vorig weekeinde was de Beverwijkse grootmeester Harmen Jonkman in ronde twee hetzelfde lot beschoren: de speculatieve offerpartij haalde de schaakrubrieken.
Beide slachtoffers gingen in tijdnood tenonder aan de complicaties. Smeets, ook niet vies van wat spektakel, weet dat hij zuinig moet zijn op zijn tijd tegen deze schaker die geen zenuwen schijnt te kennen. En wat nog erger is, het deert Rothuis niet als hij verliest.
Theo de Jong was in een grijs verleden de laatste, én de eerste, Achterhoekse bovenmodale schaker. 'De Sfinx van Winterswijk' - uitbater van een lokale manufacturenzaak en een begenadigd tennisser - behoorde in zijn beste tijd tot de nationale subtop.
In februari 1954 beleefde De Jong zijn finest hour toen Max Euwe (wereldkampioen van 1935 tot 1937) vanuit de hoofdstad naar Winterswijk reisde voor een match over tien partijen met de Sfinx. Euwe, dan nog altijd Neerlands beste schaker, logeerde bij De Jong en samen toerden ze met de auto door de Achterhoek om te schaken in ondermeer Neede, Zutphen en Doetinchem. De oud-wereldkampioen won natuurlijk, maar gunde De Jong een aantal remises (7,5-2,5).
Daarna bleef het jaren stil in de Achterhoekse schaakwereld. Tot in het voorjaar van 1999 een vader zich met zijn zoon meldt bij de Doetinchemse schaakclub.
De dan negenjarige Vincent - schuchter en in zichzelf gekeerd - wekt verbazing door op de eerste avond maar gelijk het hele werkboek door te spitten, waar normaal toch zeker een maand voor staat. Vier jaar later is hij kopman van het eerste team van Doetinchem, waarvan de andere zeven spelers gemiddeld veertig jaar ouder zijn dan hem. Inmiddels speelt hij op het hoogste niveau in de meesterklasse voor het Enschedese ESGOO.
Rothuis is een autodidact en volgens Grooten 'moeilijk trainbaar', wat mede verklaart dat de Doetinchemmer tegenwoordig zichzelf traint. De Doetinchemse schaker beweegt zich nu eenmaal onwennig in gezelschappen, is wat wereldvreemd en heeft een nog ongedefinieerde contactstoornis die hem ertoe noopt speciaal onderwijs te volgen. Een handicap, maar juist die handicap lijkt hem boven zijn eigen beperkingen te doen uitstijgen.
Niemand gelooft zaterdag in het Hilversumse stadhuis (een meesterwerk van de architect Dudok) echt in de kansen van Rothuis. Smeets, ooit Nederlands jongste grootmeester, is geroutineerd en lijkt met zwart de Doetinchemmer te overspelen. Die gooit er echter een pion tegenaan en vanuit het niets creëert het joch alsnog een heksenketel. De geschiedenis herhaalt zich als Smeets in vliegende tijdnood de draad kwijtraakt. Na het optrekken van de kruitdampen staat Rothuis een pion voor en schuift zonder blikken of blozen de partij uit: 1-0.
Een dag later doet Smeets zijn uiterste best het tij te keren, maar Rothuis geeft lange tijd geen krimp. Smeets bergt het hoofd tussen zijn armen, lijkt te berusten totdat Rothuis toch het eindspel laat glippen en na 71 zetten moet opgeven.
Een bloedstollende barrage van twee rapidpartijen volgt. De eerste wordt na 80 zetten remise en in de tweede gaat het op buigen of barsten, waarbij de routine het uiteindelijk wint en de grootmeester uit Oegstgeest een zucht van verlichting slaakt.
Daarmee is het sprookje Rothuis voorlopig uit, maar ze zullen nog van hem horen. Grooten: "Vincent kent geen remmen meer."