De SecondantClubblad van de SV DoetinchemJaargang 40 – December 2007 – Nummer 1Redacteur: Gert-Jan Zonneveld
Inhoudsopgave: 2
Inhoudsopgave 3-4
Van de redactie 4-7
Verslag bekercompetitie 2006/2007 + partijanalyse bekerfinale.
8
Jodocus doet verslag over het 2e
team seizoen 2006/2007. 9-17
Diverse verslagen over het wel en wee van het 1e team
in de
3e
klasse KNSB door Roel Evertse 18-22 Interview
met Marino Küper – clubkampioen 2006-2007
23
Partij Marino Küper – Theo Goossen
24-28 Oude
Meesters: Nimzowitsch. Leer van de oude meesters 29-37
Gert-Jan op zoek naar speciale openingsvarianten: deze keer
het Roel van Duijn Gambiet in het Siciliaans. 38-40
Interview met Jan Timman door Henny Haggeman
Foto’s Sander van Vucht.
Voor
u ligt het eerste clubblad van het seizoen 2007/2008. Het heeft wat langer
geduurd dan gepland, beroepsmatige beslommeringen (enige full – timer)
met daarnaast alleen part -timers en zwangerschapsverlof van een collega,
noopten mij de afgelopen maanden mijn beschikbare tijd anders in te delen.
Daarnaast besloten mijn vriendin en ik onlangs om op zoek te gaan naar
meer woonruimte en dat kostte de nodige tijd. Ik hoop dat u mij deze keer
kunt vergeven Ik
was niet van plan hier een gewoonte te maken, omdat ik een clubblad als
bindmiddel van een vereniging beschouw. Ik
ben nu een jaar lid van deze vereniging en het was een boeiend en leerzaam
jaar voor mijzelf. Allereerst heb ik vele nieuwe mensen leren kennen, niet
alleen als schaker maar vooral als mens, en tot nu toe heb ik dit als zeer
positief ervaren. Daarnaast als schaker moest ik toch weer uitvinden wie
wat speelt, welke stijl,onhebbelijkheden (ja ook die!) om een plekje
binnen de Doetinchemse schaakhierarchie te kunnen vinden. Ik vind dat ik
daar redelijk in geslaagd ben, al was de degradatie van het 2e
team niet in mijn eigen prognose opgenomen.(sic) Qua competitie niveau was
ik niet ontevreden en ondanks dat ik tegen enkele harde nullen aanliep,
heb ik hiervan ook geleerd. U bent gewaarschuwd dit seizoen! Daarnaast
vond ik het een geweldige leuke ervaring om als wedstrijdleider van het 1e
team waar mogelijk te mogen optreden. Je krijgt meer een band met het
vlaggenschip van SV Doetinchem, en als beloning voor de opgeofferde
zaterdagmiddagen, mocht ik van Roel in de allerlaatste wedstrijd mijn
debuut maken. Een blunder na een voor de rest goed gespeelde partij ontnam
mij uiteindelijk de eeuwige roem die Sjon Vrieze afgelopen seizoen wel ten
deel gevallen is!! Verder
hoop ik dit seizoen op een forse ledengroei, dat het 2e team
het verloren terrein weer goed gaat maken, dat het 1e team tot
aan het slot mee blijft doen om het kampioenschap, en dat we met zijn
allen een goed jubileumjaar gaan meemaken en hierin actief gaan meedoen. Als
redacteur hoop ik op menige bijdrage (niet alleen de schitterende
schrijfsels van Roel,maar ook
op uw eigen bijdragen in de vorm van zomaar een leuk stukje, een partij,
combinatie, blunder en wat dies meer zij. Ondanks
de matige hoeveelheid inzendingen hoop ik toch een acceptabel clubblad
gemaakt te hebben, en mocht iemand nog vragen of opmerkingen hebben, U
weet mij te vinden! Ik
wens u allen dit seizoen veel wijsheid toe achter het schaakbord, maar
vooral ook veel plezier met elkaar, en veel genoegen met dit clubblad.
Alvast fijne feestdagen toegewenst!
Uw redacteur Gert-Jan Zonneveld
SANDER
VAN VUCHT BEKERWINNAAR
SEIZOEN 2006 -2007 Op
voorstel van Gert-Jan Zonneveld werd afgelopen seizoen voor het eerst
sinds lange tijd een knock-out bekercompetitie opgezet. Op
de speelavond werd de loting verricht,waarna om 20.00 uur de klokken aan
gingen. Het was niet mogelijk de partij op een andere speelavond te
spelen. Bedenktijd 1 uur en 30 minuten p.p.p.p. Bij remise was er
afgesproken dat de zwakkere speler naar de volgende ronde zou gaan indien
het rating verschil meer dan 200 punten was. Bij een geringer verschil
volgde dan een snelschaakpartij met verwisselde kleuren van 10 minuten
p.p. Mocht het dan nog remise zijn dan een 3e partij van 5
minuten p.p. Als er na de 3 partij nog geen winnar was dan zou
uiteindelijk het lot beslissen. Met
16 spelers werd begonnen aan de bekercompetitie, waarbij het dus
theoretisch mogelijk was dat 2 sterkere spelers tegen elkaar konden
uitkomen en er een dan het veld zou moeten ruimen, waardoor een zwakkere
speler in theorie ook ver zou kunnen komen. De loting voor de eerste ronde
werd verricht door Gert-Jan Zonneveld en de volgende uitslagen waren te
melden: UITSLAGEN
1e RONDE: (17 oktober 2006) Henk
Hamer - John Lutgens
1-0 (R) Frans
Kuggeleijn - Philip Schyns
1-0 Ziaullah
Ebadi - Jasmin Hajro
1-0 Henny
Haggeman - Benno Thomassen
1-0 Kees
Nederkoorn - Gert Jan Zonneveld
1-0 Sjon
Vrieze - Theo Goossen
0-1 Sander
van Vucht - Thomas Bijl
1-0 (R) Jelle
de Jong - Wim Lenderink
0-1 (R) UITSLAGEN
2e RONDE: (19 december 2006) Wim
Lenderink - Ziaullah Ebadi
1-0
Henny
Haggeman - Frans Kuggeleijn
1-0
(R) Kees
Nederkoorn - Henk Hamer
1-0 Theo
Goossen - Sander van Vucht
rem/0-1 UITSLAGEN
HALVE FINALES: (19 december 2006) Henny
Haggeman - Kees Nederkoorn
rem/1-0 Sander
van Vucht - Wim Lenderink
1-0 UITSLAG
FINALE: (5 juni 2007) SANDER
VAN VUCHT - Henny Haggeman 1-0 Vanaf
deze plaats van harte gefeliciteerd Sander! Hieronder volgt zijn eigen
relaas in een korte analyse: BEKERFINALE
SANDER VAN VUCHT - HENNY HAGGEMAN door
Sander van Vucht Wit:
Sander van Vucht
Zwart: Henny Haggeman Dit is
de stelling na 17 zetten.
Opmerkelijk:
beide dames lopen nu gevaar, de zwarte door a5/Ta4 en mogelijk ook door
Pa2, de witte door het opspelen van de b - pion gevolgd door Lc8. 18. Thd1?! Fritz
geeft 18.a5 b5 19.axb6! (ook
gunstig, maar ingewikkeld is 19.Pa2) 19. ..Lc8
20.Dxc8 Txc8 21.Lxc8
Txc8 22.Ta4. Wit wint een pion
bij gezonde stelling. 18.
... b5! Sterk
gespeeld. Dit dreigt niet alleen Lc8, maar biedt ook een schuilplaats
(op a5) voor de zwarte dame. Ik rekende op 18. ..b6 19.Pa2 Da5
(20. ..Da3? 21.Pc1) 20.Dxa5 bxa5. 19.
Pa2 Da5 20. Lxf6? Een
paniekoffer dat een treurige stelling oplevert. Juist is 20.Kg2! Lc8
21.Dg5 Pxe4 22.Dxh5 Pf6
23.Dg5 en wit houdt zich staande. 20. ... Lxf6 21.
Dxh5 Db6+ 22.
Kg2 Lxa1 23. Txa1
bxa4 24. Pac3 axb3
Zwart
staat nog steeds gewonnen, maar moet nu wel uitkijken voor f6, eventueel
gevolgd door Lf5. 28.
... De3? Overziet
wits 30e zet. Juist is 28... Pe5
29.f6 Pg6 30.Lf5 De3
met behoud van voordeel. 29.
fxg6 fxg6? In
elk geval beter was 29... Dxe4+
30.Df3 Dxg6 30. Le6+ Tf7
31. Lxf7+ Kxf7 32.
Df3+ Dxf3+ 33.
Kxf3 Td7 34.
exd5 cxd5 35. Pd4
De
rollen zijn omgedraaid. Wit heeft minder dan 4 minuten op de klok om te
winnen, maar de stelling is niet al te moeilijk. 35.
... Tc7 36. Ta5 Td7 37.
Ta6 Te7 38.
Td6 g5 39.
hxg5 Te5 40.
g6+ Ke8 41.Ta6 Beter:
41.Pc6!
41. ... Tg5 42.
Kf4 Th5 43.
Txa7 Th1 44.
Txg7
Te1 45. Tg8+ Ke7 46.
Pf5+ Ke6 47. Te8+
Zwart
geeft het op.
Bekerkampioen 2006-2007 Sander van
Vucht met de behaalde trofee
DOETINCHEM
2 EEN TRAPJE LAGER Het
2e team van SV Doetinchem heeft het afgelopen seizoen kleurloos
opgetreden en is daarmee terecht gedegradeerd naar de 3e klasse
van de OSBO. Op
zoek naar een verklaring kom ik eigenlijk op niets uit; Het is allemaal in
en intriest. Omdat ik het eigenlijk ook niet weet, wat ik over deze
ontwikkeling zou moeten schrijven heb ik enkele bekende Nederlanders
gevraagd om hun visie te geven op het resultaat van het 2e team
gedurende het afgelopen seizoen, en één en ander van commentaar te
voorzien. Jan
Marijnissen:’ Helaas is er niet veel positiefs te melden. Het collectief
onder leiding van captain Frans Kuggelijn heeft gefaald, want er waren er
slechts twee die boven de middelmaat uitkwamen, te weten John Lutgens en
Benno Thomassen. Van nature wil ik de zaken graag van de optimistische
kant bekijken. Er moeten maatregelen genomen worden opdat jullie in de
toekomst van zulke calamiteiten gevrijwaard blijven. Ik verwacht een
diepgaand onderzoek naar de oorzaak van deze degradatie o.a. naar de rol
van de teamcaptain destijds. Hij is politiek gezien verantwoordelijk en
zal verantwoording moeten afleggen.’ Mark
Rutte: ‘U vraagt mijn mening. Wel, één en ander spot met alle logica.
Hier is sprake van een tragedie. Het is uitermate schrijnend! Een normaal
mens zou hier niet goed van worden! Naar mijn bescheiden mening is hier
een tekort aan daadkracht. Op korte termijn moeten maatregelen genomen
worden om de structurele achterstand in te lopen ten behoeve van een beter
spelpeil, en een grotere gemotiveerdheid. (noot van de redactie: intussen
heeft Frans zijn aanvoerdersband afgelegd ten faveure van Thomas Bijl, die
een mandaat van de vereniging heeft meegekregen om zo snel mogelijk
promotie af te dwingen) Geert
Wilders: ‘Ze hebben het aan zich zelf te wijten. Verder geen
commentaar.’ Jan
Peter Balkenende, tenslotte, nadat eerst nog Alexander Pechtold een soort
parlementaire enquete- commissie in actie wil laten komen: ‘Van huis uit
ben ik geen koppensneller. Dus laat ik een ieder zoveel mogelijk in zijn
waarde. Op het gevaar af mij onsterfelijk belachelijk te maken wil ik als
onverbeterlijke optimist trachten een lichtpuntje te vinden in dit
welhaast Shakespeariaanse drama. Dat
lichtpuntje zou dan voortvloeien uit het feit dat de spelers gelouterd uit
de strijd zijn gekomen, zich bewust zijn geworden van hun beperkingen en
daaruit de kracht zullen putten zich volgend seizoen te revancheren, met
of zonder kruitdamp.’
Was getekend: Jodocus DERDE
GELIJKSPEL VOOR SVD
(Roel
Evertse) Voor
de derde achtereenvolgende keer heeft SV Doetinchem een gelijkspel
behaald. Op de uitslag viel niet veel af te dingen, op het vertoonde spel
wel het een en ander, maar sterke zetten en broddelwerk werden vrij
eerlijk tussen de teams verdeeld. Spannend was het in ieder geval wel. Tot
in het zesde uur was het onzeker welk team de wedstrijd zou gaan winnen:
Sander stond beter in een dame-eindspel, Marius slechter in een
toreneindspel en dat Marino zijn tegenstander definitief van het bord zou
hoesten stond wel min of meer vast. Sander, die overigens een prima partij
had gespeeld, verzuimde zijn dame te centraliseren en moest uiteindelijk
eeuwig schaak houden om erger te voorkomen. Marius, die eerder in de
partij een mooie stelling totaal verkloot had, verdient een groot
compliment wegens zijn volharding in een verdrietig toreneindspel. Hij kan
als geen ander de mentale kracht opbrengen om na zo’n deceptie als een
ware Job op de mesthoop zijn schamel goed te bewaren. Een verdiende remise
derhalve. Aan Marino heb ik, wegens zijn invalbeurtje als teamleider in
Amsterdam, moeten beloven dat ik nog louter positieve dingen over zijn
spel schrijf. Deze keer moet ik dat dan maar kort samenvatten: alleen het
resultaat telt en hij scoorde bovendien nog de gelijkmaker. Verder hoestte
hij als een oordeel, zodat menigeen zich afvroeg of hij het einde van de
partij nog wel zou halen. Ik kan me zo voorstellen dat tegenstander
Vincent de Jong stiekem gebeden heeft dat dat niet het geval zou zijn… De
andere partijen waren voor de eerste tijdcontrole afgelopen. Kees
Nederkoorn deed een goed getimed remiseaanbod in de tijdnoodfase. De
stelling was een gezellig rommeltje en het was pas na lang analyseren
duidelijk dat Kees goed getaxeerd had: tegenstander Koert van Bemmel had
in het voordeel kunnen komen, maar het was begrijpelijk dat deze het
vredesaanbod aannam. Ondergetekende verspeelde een ongeslagen status van
anderhalf seizoen op knullige wijze. Kans op voordeel werd verziekt, omdat
ik het “subtiel” wilde doen en toen ik na lang keepen het ergste had
gehad – altijd een gevaarlijk moment! – gaf ik zo maar een stuk weg.
Overigens speelde mijn tegenstander, Sjoerd van Roosmalen, het allemaal
zeer solide. Henk Riepma speelde weer eens een puntgave partij. Hij steekt
in een geweldige vorm en het is mooi dat hij nu eens de winterstop
gebruikt om down under te gaan, zodat hij het hele seizoen beschikbaar is.
Wat is er toch met Theo Goossen? Zijn optimisme laat hem nooit in de
steek, maar een juist oordeel over de stelling helaas iets te vaak. Remise
werd vakkundig uit de weg gegaan… Ten slotte Henny Haggeman. Vanwege een
beroerde score had hij toestemming tot remise any time. Het werd ook
remise, maar winst en verlies waren ook mogelijk geweest. Ook hier geldt:
alleen het resultaat telt. Na
vier wedstrijden staan we gedeeld tweede, samen met ASV2. Dat is voor ons
lang niet gek, zeker nu we een aantal sterke tegenstanders al hebben
gehad. Aan de andere kant: we staan 2 matchpunten onder de nr.1 en ook
maar 2 boven de nr.9! In deze poule kan iedereen van iedereen winnen, dus
voorlopig doen we nog mee voor het kampioenschap en in de strijd tegen
degradatie.
BLOED,
ZWEET EN TRANEN Roel
Evertse SV Doetinchem heeft in zijn tweede uitwedstrijd in Amsterdam, nu tegen het op papier wat sterkere VAS 3, wel een overwinning weten te behalen, maar die is uiteindelijk met bloed, zweet en tranen tot stand gekomen. Pas na 5 uur en 55 minuten spelen, was het ondergetekende gegund om het beslissende halfje te scoren. Daarvoor hadden zich de nodige smartelijke taferelen afgespeeld. De voortekenen deden al het ergste vrezen. Een van de grootste opgaven voor een teamleider is om acht mensen, nee: schakers!, op het juiste moment op de juiste plek te krijgen. Reizen per openbaar vervoer kan gerust als risicogedrag bestempeld worden. Marino veronderstelde dat dit stel OV-analfabeten zonder zijn intensieve begeleiding niet, of niet legaal in Amsterdam zou aankomen. Het heeft niet aan hem gelegen dat er wel een kaartje voor Theo gekocht werd, maar Theo zelf zoek was, zodat de NS er weer een donateur bij heeft. Eind goed, al goed: Theo dook tot ieders opluchting, verrassing en irritatie ("Waar was je nou?" "Ja, waar waren jullie nou eigenlijk!") op in Amsterdam en het feest kon beginnen. Marino
scoorde als eerste een rustig halfje. Zijn stelling vertoonde volgens mijn
bescheiden mening wat brandhouttrekjes, maar het psychologisch overwicht
op zijn tegenstander vergoedde dat geheel. Kees speelde een puike partij,
zoals we inmiddels van hem gewend zijn. Een slagwisseling werd door hem
beter getaxeerd en goede techniek zorgde voor het volle punt. Henk kwam,
met wit nog wel, beroerd uit de opening, maar wist met een speculatief
stukoffer allerlei kansen tegen de vijandelijke koning te creëren. Deze
werd met succes uitgerookt. Henny heeft zijn openingsrepertoire aangepast
aan zijn stijl. Hij moet het nu eenmaal niet hebben van gepolijste
positiepartijen. In de opening werd opgewekt een pion geofferd en later
nog een. Ongetwijfeld had hij compensatie, maar ergens, in wederzijdse
opkomende tijdnood, ging het mis: twee hallucinaties achter elkaar waren
duidelijk te veel van het goede. Het openingsrepertoire van Marius zit
uitgekiend in elkaar, zo moest ook zijn tegenstander ondervinden. Een
grappige thuis voorbereide zet van Marius, lange rochade met zwart met een
wit paard op d7, zorgde voor een blijvende drukstelling, die hij knap naar
winst voerde. Dat waren dus 3½ punt na 4 uur spelen en geen vuiltje aan
de lucht, zo leek het. Theo stond goed en “kon eigenlijk niet
verliezen”, zoals dat heet, Sander had winnend voordeel en alleen
ondergetekende stond verloren. Het ging allemaal anders. Theo belt, als
hij verstandig is, vanavond uitgebreid met de telefonische hulpdienst.
Eerst was er die ongelukkige treinreis, toen speelde hij een goede partij,
niks aan de hand zou je zeggen, te meer daar zijn tegenstander de
tijdcontrole niet haalde, maar omdat Theo altijd een geweldige knoeiboel
van zijn notatie maakt, kon hij de tijdsoverschrijding zelf niet
constateren, terwijl zijn tegenstander en de wedstrijdleider zich ongewoon
onnozel hielden, maar die goede stelling was gelukkig gebleven, nog niks
aan de hand, want zijn tegenstander kon eigenlijk niks constructiefs
ondernemen, maar laat dat dan maar aan Theo over! Tegenstander Enrico
Vroombout hoefde slechts zijn mondje open te houden om de gebraden duiven
naar binnen te laten vliegen. Menigeen zou zich na zo veel ellende
krijsend in de Nieuwe Achtergracht storten, maar Theo draagt zijn kruis
met opgewektheid. Klasse! Sander speelde een beste partij, maar toen het
op oogsten aankwam overzag hij een wel heel gemakkelijke winst, en bood,
moegespeeld, maar remise aan, hetgeen in dank werd aanvaard (kreun). Toen
mocht ik proberen om mijn glad verloren toreneindspel nog te keepen. Dat
lukte wonderwel, uiteraard met een beetje hulp van de tegenstander, die
mij in het middenspel volledig overspeeld had. Een overgang naar een
eindspel van toren tegen randpion bleek op tempo remise te zijn. In
diepste benauwenis, zou Donner in zo’n geval opmerken. Door
deze overwinning handhaaft Doetinchem zich op de gedeelde tweede plaats.
Of dat kansen op een kampioenschap biedt, waag ik te betwijfelen. BAT
Zevenaar gaat er wel rap vandoor: behalve twee matchpunten staan ze ook
een flinke sloot bordpunten voor.
ZO
WORDEN WE WEL KAMPIOEN
door Roel Evertse
Na
zo’n 5 uur spelen en een 3-3 tussenstand op het scorebord konden we niet
meer doen dan hard bidden dat het nog 4-4 zou mogen worden. Om 10 voor 7
en een 3½-3½ stand bood Henk maar eens een keertje remise aan. Weliswaar
stond hij nog steeds een pionnetje achter, maar het was hem niet ontgaan
dat tegenstander Indra Polak onzeker begon te worden en een tijdvoorsprong
van 10 minuten bijna geheel was kwijtgeraakt. Het remiseaanbod werd
beleefd afgeslagen en zoiets is onverstandig als je het zelf niet meer
precies weet en je je tegenstander met vaste hand allerlei treiterzetten
ziet uitvoeren. Het ging inderdaad om 5 voor 7 gruwelijk mis voor de
Amsterdammer en alleen deernis met de tegenstander belette ons Henk te
jonassen. Het
was een prachtige apotheose van al weer een middag ernstig zenuwenlijden
en dat is bepaald niet overdreven als men zich bedenkt dat SV Doetinchem
nu drie maal gelijkgespeeld heeft en drie maal met het kleinste verschil
heeft gewonnen. Met iets minder geluk hadden we degradatiezorgen gehad en
nu worden we ongetwijfeld kampioen. Als men eenmaal de wind mee heeft
gebeuren er rare dingen. Iets dergelijks, maar dan geheel omgekeerd geldt
voor onze tegenstander: een op papier sterker team dan wij, maar na 6
ronden stijf onderaan! Het
begin van de middag was vreedzaam. Henny en Marino speelden beiden een
degelijke pot, hun tegenstanders ook en remise was het logische resultaat.
Ik speelde een boeiende partij, scherp opgezet van beide kanten. Nadat ik
een klein bootje had gemist, ontstond een bijna niet te taxeren
rommelstelling, die uit wederzijds respect remise werd gegeven. Bij Kees
gebeurde van alles, zijn stelling zag er misschien wat verdacht uit, maar
het is de vraag of het evenwicht ergens verbroken is geweest: een keurige
2-2 na de eerste tijdcontrole. Toen
was het al wel duidelijk dat Sjon Vrieze voor een sensatie zou gaan
zorgen. Helaas was Marius van Hal verhinderd en om niet te veel aan de
opstelling te wijzigen, was besloten Sjon aan het 3e bord te
zetten. De opening was duidelijk voor de tegenstander, maar Sjon zocht en
vond kansen tegen de vijandelijke koning. Tegenstander Jos ten Hacken (een
kleine 400 ratingpunten meer!) verdedigde niet best en Sjon voerde de
aanval voortreffelijk: 3-2! Theo
heeft het niet in dit seizoen. Nu liet hij zich wegbluffen door een paar
ogenschijnlijke schitterende zetten van zijn tegenstander, die in de
analyse helemaal niet zo geweldig bleken: 3-3. Sander was door een kleine
combinatie een pion voorgekomen en stond ook positioneel zeer goed. Helaas
knoeide hij het voordeel weg en er resteerde een verdrietig eindspel met
een pion minder. Dat speelde hij weer wel goed tegen, zodat uiteindelijk
nog een halfje kon worden genoteerd. Over de heldendaden van Henk
berichtte ik u al. Na
6 ronden staan we bovenaan met evenveel matchpunten als BAT Zevenaar en
ASV 2, alleen qua bordpunten doen we het wat minder.
DOETINCHEM
VERHUIST NAAR RECHTERRIJTJE
door Roel Evertse
“We
hebben nog slechts een minieme kans op het kampioenschap, maar helemaal
uitgesloten is het ook weer niet. We spelen in een poule, waarin iedereen
van iedereen kan winnen: qua bordpunten, een veel betrouwbare maat dan
matchpunten, zijn de verschillen dan ook zeer gering en waarom zou BAT
Zevenaar niet gewoon verliezen van PION Groesbeek en waarom zou ASV 2
tegen Caissa 2 niet 4-4 worden?” Zo begon ik mijn mailbericht met de
uitnodiging aan de spelers van SV Doetinchem. We moesten dan wel zelf
winnen van Heemsteedse SC en liefst royaal, omdat de strijd om het
kampioenschap mogelijk op bordpunten beslist zou worden. Als we hadden
gewonnen, dan hadden we enz., want BAT en Caissa verloren inderdaad! Maar
wij bakten er tegen de in degradatienood verkerende Heemstedenaren
bijzonder weinig van: een kansloze 3-5 nederlaag en daarmee kwamen we er
nog redelijk van af. Ik
houd het wedstrijdverslag maar kort: jubel kan immers meer woorden aan dan
bittere smart. Marino
scoorde een halfje, omdat zijn tegenstander niet besefte dat hij heel goed
stond en dus het remiseaanbod accepteerde. Sander speelde een beste partij
en plukte zijn tegenstander zo goed als kaal. Henk won op zijn Henks:
eerst een klein minnetje, dat schijnt Henk fijn te vinden, vervolgens een
klein plusje, nog fijner, klaar! De partij van Kees ging lange tijd gelijk
op, maar vlak voor de tijdcontrole verloor Kees een pion. Het T-L-eindspel
was objectief gezien verloren, maar de tegenstander ruilde de lopers en
toen was het eenvoudig remise. De Stonewall van John Lutgens werd helaas
steentje voor steentje vakkundig afgebroken. Ik was op weg hetzelfde te
doen met de Stonewall van mijn tegenstander, maar domme onoplettendheid
deed plots de kansen keren, helaas definitief. Theo werd seniorenkampioen
van de OSBO. Hoe hij dat in godsnaam voor elkaar heeft gekregen, is een
raadsel voor degenen die hem dit seizoen in de KNSB aan het werk zien. Het
ging helaas weer in stijl. Bij de arme Henny lukt ook helemaal niets. Als
laatste zat hij nog te zwoegen, tegen beter weten in. Een
blik op de stand leert dat we in het rechterrijtje zijn beland. Lager dan
een 6e plaats kan het niet meer worden, maar omdat alles zo
dicht op elkaar staat – er kunnen met nog slechts één wedstrijd te
gaan nog maar liefst 5 teams kampioen worden! - kunnen we wel 2e
worden. Daar moesten we maar voor gaan. Groesbeek, here we come!
BELABBERD
EINDE SEIZOEN SV DOETINCHEM
door Roel Evertse
Een
kort verslag dit maal. Het troosteloze einde van het seizoen voor de onzen
in Groesbeek geeft daarvoor alle aanleiding en bovendien moet ik koffers
pakken. Zo
stralend als het seizoen voor ons begon en we zelfs kansen op de titel
leken te hebben, zo belabberd eindigde het. Drie kansloze nederlagen en de
laatste nederlaag viel nog het grootste uit: 5½-2½. Dat was helaas een
eerlijke uitslag gezien het vertoonde spel. Henk
Riepma was als eerste klaar. Met wit wist hij niets te bereiken en dat
betekende een vlotte remise. Daarmee kwam zijn totaalscore op 6½ uit 9,
altijd op een topbord, kortom: een prachtige prestatie. Ook Theo was vlot
klaar. Helaas kon hij zijn zoveelste nul van dit seizoen laten aantekenen.
Nooit eerder speelde hij in een seizoen zo beroerd: 2½ uit 9. Bij mij
volgde een remise in een stelling die in de post-mortem ingewikkelder
bleek dan door mij ingeschat. De tussenstand van 2-1 heeft lang op het
scorebord gestaan, maar in de loop van de middag werd wel duidelijk dat
een grote nederlaag onafwendbaar zou zijn. Een lichte meevaller bij
Marino, die in de opening een pion geofferd had voor vrij stukkenspel. Het
weerstaan van de druk kostte tegenstander Theo Wijnhoven veel tijd en in
lichte tijdnood gaf hij pardoes een stuk weg. Daarna deed hij een wat mij
betreft geslaagde poging om in het Guinness Book of Records te komen
vanwege het “na het spelen van een slechte schaakzet binnen een minuut
zo vaak mogelijk luidkeels uitroepen van een vulgair drieletterwoord voor
het vrouwelijk genitaal.” Gelukkig bleef Marino er koud onder en toonde
in de analyse aan dat hij prima kansen had, wat Wijnhoven er ook over
mocht beweren. 2-2 dus. Daarna viel er voor Doetinchem nog weinig vrolijks
te beleven: Gert-Jan Zonneveld verblunderde in zijn debuutwedstrijd voor
het 1e team een prima stelling met een pion meer, voor Henny
ben ik helaas een beetje door de metaforen voor verliezen heen, de
compensatie voor Marius’ gambietpionnetje verdampte steeds meer tot een
droevig einde toe en Kees moest alle zeilen bijzetten om de nare
consequenties van een “tijdelijk” pionoffer goed te maken, hetgeen
gelukkig voor hem en ons lukte, daarmee een fraaie 5½ uit 9 in dit
seizoen makend. Het
seizoen eindigde dus nogal in mineur, de teamgeest gelukkig absoluut niet.
Er werden geen wanklanken gehoord, uiteraard wel “vriendelijk jennen
achteraf”, maar dat kenmerkt kameraadschap. Toch?
MARINO KÜPER KAMPIOEN
SV
DOETINCHEM Dinsdag
12 juni werd de laatste ronde van de Play-offs (Intern) gespeeld. Er waren
nog drie kandidaten voor de eindoverwinning. Kees Nederkoorn liet zich in
de luren leggen door Theo Goossen waardoor Kees was uitgeschakeld. Theo
was afhankelijk van het resultaat van de partij Marino Küper tegen Sander
van Vucht. Deze partij eindigde in remise waardoor Marino en Theo gelijk
eindigden. Het onderlinge resultaat was in het voordeel van Marino
waardoor hij de winnaar is van de Interne (rooster) competitie 2006-2007.
Voorwaar
een goede prestatie waarin de redactie aanleiding vond om Marino een
interview af te nemen voor De Secondant. Na
wat mislukte afspraken over en weer (druk, familiebeslommeringen, gezin,
vakantie en wat dies meer zij) lukte het toch uiteindelijk een afspraak te
maken. Gekozen werd voor een gezellig treffen in “Paddy’s” in
Doetinchem waar onder het genot van een kop koffie en later een goed glas
wijn. Het werd een leuk
ongedwongen gesprek waarin Marino openhartig zijn relaas deed over het
afgelopen seizoen, schaken in het algemeen, hobbys, mensen etc. “IK
BEN KAMPIOEN GEWORDEN DANKZIJ MIJN TEGENSTANDERS” Marino, voor degenen die jou nog niet zo goed kennen,
kun je iets over jezelf vertellen: “
Ik ben nu 45 lentes jong, geboren in Herwen, van beroep jurist, op dit
moment programmaleider ruimtelijke ordening van de gemeente Heusden, 10
jaar getrouwd, 2 kinderen, beiden jongens, een van 6 jaar en een van
binnenkort 4 jaar. Ik heb in Nijmegen gestudeerd, en ben nu de laatste 15
jaar woonachtig in Doetinchem.” Heb je naast het schaken nog andere hobby’s of
passies? “
Nou hobby’s of passies maar zaken die mijn interesse ook hebben zijn
mijn wijnclub, ik lees veel, passief sporten (dus vooral kijken!),
politiek, dol op science-fiction, en koken. “ Kun je ons iets vertellen over hoe je met het schaken
in aanraking bent gekomen? “
Het zal in de 6e klas van de lagere school zijn geweest; en
onderwijzer gaf les in schaken met als opvoedkundig argument dat je dan
leert logisch na te denken. Daarna gaven 2 arbeidsongeschikten les en ik
pakte het vrij snel op, was al vrij snel de beste schaker op school. Een
van de twee arbeidsongeschikten begon toen een club, ik was toen 15 of 16
jaar denk ik. Speelde toen mee bij de senioren, wat mijn ouders helemaal
niet erg vonden (soort van stimulans dus!). Daar heb ik tot mijn 20e
gespeeld, maar ben er nooit in geslaagd daar clubkampioen te worden; de
clubkampioen speelde te solide voor mij. Daarna
ging ik studeren in Nijmegen; heb daar veel geschaakt. Vele nachtelijke
vluggertjes met Anton van Rijn. Daarnaast analyseren. De partijen speelden
we van 20.00 uur tot 04.00 uur in de ochtend! Hij bleef echter
vooruitgaan; ik niet meer. Hij heeft nu een rating van 2200 of zoiets en
heeft een tijd in het 1e van SMB gespeeld. Waarschijnlijk had
hij meer talent dan ik. Na
het afstuderen ben ik mijn vrouw gevolgd naar Doetinchem. Heb me bij de
schaakvereniging aangemeld en speel nu al 18 jaar voor deze club. Daar
werd ik in het 1e of 2e jaar al gelijk kampioen,
maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat Theo Goossen en Kees
Nederkoorn toen nog geen lid waren. In
de jaren 1982 tot 1985 hadden we een sterk jeugdteam bestaande uit vier
Riepma’s. Toen floreerde de jeugd maar daarna werd het allengs minder en
stierf de jeugdafdeling langzaam af. Ik
heb nog een cursus jeugdleider gedaan; stap 1 t/m 3 o.l.v. Eddy Sibbing
met het doel training te geven aan jonge kinderen.
Heb ik veel van geleerd; ook van de methode van Wijgerden: het
doorgronden van denkprocessen en de methodiek die gebruikt wordt in het
schaken.” “Zelf
ben ik een adept van de methode Van Wijgerden / Brunia. Maar ik moet
toegeven dat het wel saai overkomt. Het zijn droge diagrammetjes waarbij
bepaalde thema’s worden behandeld. Berry Withuis en vooral Hans
Bouwmeester konden veel beter en boeiender vertellen over bepaalde
partijen,openingen, spelers etc. Wist
je dat Rob Brunia nog lid is geweest van SV Doetinchem?” Uit je zojuist gegeven relaas blijkt wel dat je een
zeker belang hecht aan een goede jeugdafdeling op een schaakvereniging.
Hoe zie je dat bij ons, waar het toch een ondergeschoven kindje is? “Tsja,
er zijn nu veel meer alternatieven. Schaken is een archaïsche bezigheid
in vergelijking met het online gamen. Daarnaast haken veel kinderen af na
de lagere school omdat schaken geen “cool” imago heeft. Misschien dat
je ze zou kunnen vasthouden als ze zelf het gevoel zouden hebben dat ze
vooruit gaan. Fase
1: je hebt tussen de 20 en 30 jeugdleden van 8 tot 12 jaar. Deze leidt je
op tot stap 3 ongeveer. Fase
2: van deze groep hou je circa 10 tot 12 jeugdleden over die in de periode
van 12 tot 15 jaar ook daadwerkelijk vooruitgaan en aansluiting vinden bij
de senioren. Deze
blijven uiteindelijk behouden voor de schaaksport, of bij de eigen
vereniging of ergens anders in Nederland (afhankelijk van studie etc. ) Een
mogelijke kans die we nu krijgen is de BSO (Buitenschoolse opvang), maar
daar heb je wel weer mensen en tijd voor nodig; maar is wel iets om over
na te denken. Aan de andere
kant moet ik wel stellen dat het een landelijk probleem is, maar ook weer
geen groot en belangrijk maatschappelijk probleem, dus….. Neem
nu bridge,is veel socialer, je mag er bij praten. Bij schaken niet; dit
werkt in mijn ogen ‘beklemmend.’ Vertel eens iets over je andere bezigheden zoals je
werk en andere zaken die je aandacht hebben? “Ik
heb 10 jaar op een hogeschool gewerkt als docent ruimtelijke ordening.
Daarnaast ben ik ook 4 jaar gemeenteraadslid geweest; daarnaast was ik een
enigszins verdienstelijk wielrenner. Ook actief geweest als bestuurslid
van 17 openbare basisscholen. Ik heb nu een 36-urige werkweek waar de
vrijdag mijn zorgdag voor de kinderen is. “ “Daarnaast
geef ik, via een archeologisch bureau, lezingen over archeologie,
ruimtelijke ordening en de bijbehorende wetgeving. Ik ben zonder
onbescheiden te zijn een bekend persoon in het circuit van landelijke
congressen over deze thema’s.” “Daarnaast
kun je me ook op Wikipedia vinden als vroegere trainer van Vincent
Rothuis.” Wat vind je van onze schaakvereniging in het algemeen,
en het 1e team in het bijzonder? “Ik
heb het goed naar mijn zin bij deze club. Voor mij is het 1e
team mijn primaire motivatie, maar daarnaast vind ik de interne competitie
ook belangrijk uit een soort van plichtsgevoel. “ “Zaterdags
kom ik lekker uitgerust achter het bord, heerlijk! Ik probeer graag
‘glad’ te spelen, en een mindere stelling deprimeert mij niet meer;
integendeel de druk ligt dan bij mijn tegenstander om het te bewijzen! Tot
5 jaar geleden dacht ik dat ik naar de winst moest zoeken. Je gaat dan
forceren en dan gaat het uiteindelijk mis. Dus nu zoek ik soms bewust een
inferieure stelling op met het idee dat mijn tegenstander het moet
bewijzen. Mijn rating is wat vooruitgegaan (mede door de stappenmethode),
maar een stelling forceren dat doe ik niet meer. “ “Ik
kom meestal wat te laat; dat komt door een zekere achteloosheid. De
zaterdagochtend is vaak een drukke ochtend voor een gezin. Daarnaast
vermijd ik bewust om te vroeg te komen, anders zou ik teveel spanning
opbouwen!” We
doen het de laatste jaren gewoon goed, mede door de stimulerende leiding
van onze teamcaptain Roel Evertse.” “Dat
ik dit jaar kampioen ben geworden ligt voor een gedeelte aan mijzelf, maar
ik vind dat ik eigenlijk kampioen ben geworden door het falen van mijn
tegenstanders op belangrijke momenten. “ Oké Marino, ik noem 3 namen en jij geeft spontaan
weer wat in je opkomt? “Oké.
“ Frans Kuggeleijn? “Een
briljant stukjesschrijver in het recente verleden (zou hij weer moeten
gaan doen!), voelt zich nergens en bij niemand
ongemakkelijk , hij heeft een soort van onafhankelijkheid, trekt
zich niet zoveel van zijn omgeving aan. Hij is ook erg geestig, prettig
gezelschap om mee te vertoeven. Ik verdenk hem ervan dat hij zekere
eruditie heeft, al zal hij dat zelf wel ontkennen, denk ik. Hij heeft eens
over mij gezegd: ‘je lijkt op mijn zoon!’ Haha! Marius van Hal? “Een huisvriend; wij zijn van dezelfde leeftijd. We delen een gezamenlijk netwerk, wonen dicht bij elkaar in de buurt, ken zijn kinderen erg goed. Hij is veel sportiever dan je op het eerste gezicht zou denken: hij doet o.a. aan tennis en wielrennen. Doet volgens mij weinig tot niets aan het schaken, hij heeft er gewoon talent voor. Hij heeft de eigenschap zich volkomen te fixeren in de partij, en heeft daarnaast een goede wedstrijdmentaliteit.” Hennie Haggeman? “Hennie
is zeer authentiek, een prototype van hoe je denkt dat een journalist er
uitziet: slonzig, onverzorgd, doorrookt, zonder zich overigens daarin te
verliezen. Ik verdenk hem ervan dat de zelfkant van het leven hem
vertrouwd voorkomt.” “Hij
heeft een melancholische stijl van schrijven. Ik krijg er een ‘warm’
gevoel bij, omdat hij heel beeldend schrijft. Ik heb verder geen idee wat
hem verder bezighoudt. Qua schaken herken ik mezelf wel in hem:
initiatief, houdt van onduidelijke stellingen. Een man van pieken en
dalen, die soms heel ver uit elkaar kunnen liggen.” Wat wil je tenslotte nog kwijt? “Er
is een structureel gebrek aan schouderklopjes geven binnen onze
vereniging. In mijn ogen verdiend Benno Thomassen een hele grote pluim;
hij is de slagader van de club: actief als wedstrijdleider voor de interne
competitie, zorgt voor up-to-date website (heel belangrijk). Voor mij de
vrijwilliger van het jaar! De allerlaatste vraag: wie wil je dat er de volgende
keer wordt geïnterviewd en waarom? “Liefst
iemand waar ik heel weinig van weet en dat zijn er nogal wat binnen de
club. Bijvoorbeeld Jasmin Hairo of Philip Schijns. Ik zou graag willen
weten waar zij zielsgelukkig van worden en wat hen drijft.”
Ter
illustratie van Marino’s escapades op het schaakbord vroegen we hem om
ons een illustratieve partij te geven. Hij heeft voor de partij tussen hem
en Theo Goossen gekozen uit de afgelopen interne competitie. Het
commentaar is van Marino zelf.
Uw schaakhistoricus Gert-Jan
Zonneveld
OP
ZOEK NAAR SPECIALE OPENINGSVARIANTEN!
SICILIAANS:
HET ROEL VAN DUIN GAMBIET Ter
voorbereiding op mijn partij tegen Sander van Vucht was ik op zoek naar
een leuke variant voor wit in het Siciliaans waarmee ik Sander kon
verrassen. Sander speelde voor zover ik wist Siciliaans, maar geen idee of
hij de Najdorf, de Scheveninger, de Draak, De Rauzer , Svesjnikov,
Taimanov, O’Kelly of zoiets speelde.
En u begrijpt het ook dat het zelfs voor mij ondoenlijk is om van
al deze systemen bepaalde varianten te beheersen laat staan, de gehele
systemen. Met zwart weet ik
wel wat van de Draak, maar met wit ben ik eigenlijk niet fanatiek genoeg
(lees: lui!) om überhaupt een goed recept te hebben tegen het Siciliaans
wat ontstaat na 1. e4 c5. Al
zoekend op internet (Google is dan een grote hulp) kwam ik al vrij snel
uit bij een van onze nieuwste grootmeesters, Yge Visser, en dacht daarbij
onmiddellijk terug aan het Corus toernooi 2006, toen ik Wijk aan Zee
wederom een bezoekje bracht. Over
Yge visser kan ik het volgende vertellen; Yge is een schaker waar ik wel
bewondering voor heb. Op overtuigende wijze toonde hij aan dat een mens
helemaal niet slechter hoeft te gaan spelen als hij ouder wordt. Hij
bewees eerder het tegendeel. Hij behaalde pas op 42 jarige leeftijd de
grootmeestertitel en heeft hij met 2485 Elopunten de hoogste rating die
hij ooit heeft gehad. (er is nog hoop voor ons dame en heren!!) Bijna
alles klopt bij Yge Visser; zijn liefde voor het spel is groot en zijn
mentaliteit is onverwoestbaar. Het enige zwakke puntje is zijn weerzin
tegen studeren op de openingen (hoe herkenbaar moet dit niet voor ons
zijn. Sic!) Met zwart redt hij zich prima, sterker nog, de ambitieuze
student doet er goed aan zijn Konings-Indische partijen goed te
bestuderen. Hij kan wonderwel goed uit de voeten met de moeilijkste alles
schaakopeningen. Maar
met wit heeft hij soms problemen, vooral tegen het Siciliaans. Althans tot
voor kort. Eindelijk had hij het licht gezien, zo zei hijzelf. Eindelijk
waren zijn problemen voorbij; hij had iets ontdekt waarvan Wijk aan Zee en
heel schakend Nederland zou sidderen. Toen
de eerste zetten van zijn partij in de 4e ronde op de monitor verschenen,
begreep ik ook wat hij bedoelde. Zijn partij tegen de Egyptenaar Adly
begon als volgt: Visser
– Adly 1.
e4 c5 2. a3
!? Dat
is het! Deze ‘minimale’zet vormt de inleiding tot het zgn. Roel van
Duijn gambiet. Het wie – gambiet?? Inderdaad, er is een schaakopening
genoemd naar deze voormalige Amsterdamse wethouder en voorman van de
toenmalige bekende Kabouterpartij, die in zijn jeugd ook een enthousiast
en bijzonder orgineel schaker was. Hij heeft in 1974 in Schakend Nederland
een artikel gepubliceerd, waarin hij de gedachte achter de zet 2. a3 als
volgt beschreef: ‘Dat 1. … c5 een
gevaarlijke verzwakking is van de zwarte damevleugel wisten mijn vriendjes
en ik op het Haags Montessori Lyceum destijds al. Hoe we dat dan
aanpakten? Ten eerste door ons niet te vermoeien met de officiële
varianten, beginnende met 2. Pf3. Al die literatuur over Drakenvarianten
en Najdorfsystemen lieten we met een zucht over aan degenen die op de
nominatie stonden door ons te worden ingemaakt. ‘ ‘Hoe
het dan toch gekomen is dat het Siciliaans nog steeds in de mode is, is
alleen te verklaren doordat het schijnbaar onaanzienlijke zetje 2. a2-a3
in zijn gevolgen nooit met de vereiste hartstocht en ernst overwogen is.
Er schijnt in het wezen van de zet 2. a3 iets zo nederigs te zitten, dat
ik meesters en grootmeesters spontaan in lachen heb zien uitbarsten toen
ik hun de zet toonde. Misschien is het dat. ‘
Na
deze alleraardigst inleiding geeft Roel van Duijn in Schakend Nederland
een paar alleraardigste varianten die ik op deze plaats niet allemaal zal
herhalen. U kunt het in Schakend Nederland wel vinden en ook ik wil niet
al mijn openingsgeheimen nu prijs geven (sic!). Inmiddels zijn we al vele
jaren verder en heeft de zet 2. a3 een klein, maar vaste plek in de
openingstheorie verworven. Er zijn enkele boeken over geschreven, ook door
buitenlandse indringers, die helaas niet altijd de naam van de geestelijke
vader van de zet 2. a3 vermelden. En
nu was dus Yge Visser op het spoor van Van Duijns vondst gekomen. Ik
verloor de partij geen minuut uit het oog. 2.
… e6 3.
b4! cxb4
4. axb4 Lxb4 5. Lb2 Pf6
6. e5 Pd5
7. c4 Pe7
8. Pa3 Pbc6 9. Pc2 La5
10. Pf3 0-0
11. h4
d6 12. exd6 Dxd6 13.
Txa5 Het
begin van halsbrekende complicaties die niet goed aflopen voor wit.
Misschien had Yge Visser zwarts 16e zet onderschat. 13.
… Pxa5 14. Da1
Pb3 15. Da2
Pc5 16.
d4 Da6
17. Da3 Pa4
18. Lc1 Pc6 19. c5
b5 20. cxb6 Da5+
21. Ld2 Dxb6
22. Dxa4 Db1+
23. Ke2 Ld7 24. Pfe1
Tfd8 25. Da3
Tab8 26. Dc1
Da2 27. Th3
Tb1 28. Da3 Nu
slaat zwart toe met een mooie slotcombinatie: 28. … Pxd4+!
29. Pxd4
Lb5+ 30. Pxb5
Txd2+ 31. Ke3
Txe1+ 32. Kf3
Txf2+ 33. Kg3
Dxa3+ wit geeft op. Wit:
Van der Hoeven
Zwart: Moll
Commentaar
van de zwartspeler zelf. 1.
e4 c5
2. a3!? Wat
te doen met zwart? Wits 2e zet ziet er beslist sympathiek uit,
maar misschien ook wel een tikkeltje naïef – net als de politieke
opvattingen van Van Duijn zelf dus. Ik wist vaag dat 2. … g6 de
theoretische voortzetting is (o.a. gespeeld door Magnus Carlsen) en dat
wit na 2. … e6 3. b4 !
gevaarlijke compensatie heeft. Wanneer je met een scherp gambiet
geconfronteerd wordt, waarvan je het fijne niet afweet, loont het altijd
de moeite te bedenken hoe je het gambiet zou kunnen (en willen) weigeren.
In mijn geval viel mijn oog gelijk op de volgende zet : 2.
… Pf6 ! een zet die ik ook wel eens tegen het systeem 2.b3 heb gespeeld. Zwarts
idee is volkomen logisch en moet daarom wel goed zijn. De logica achter de
paardzet is als volgt: wit moet ofwel e4 dekken, ofwel e4-e5 spelen.
Dekken kan met Pc3, maar dit blokkeert de loper die waarschijnlijk naar b2
wil (na b2-b4), of met d2-d3, maar dit verhindert de scherpe zet Lf1-c4
en trouwens ook Lf1-b5. Blijft over
de pion op te spelen. 3. e5
Pd5 Als wit nu zijn loper naar b2 speelt, blokkeert zijn e-pion het zicht op
de zwarte koningsstelling. Bovendien wit wit zijn pion graag dekken met
d2-d4, maar daarvoor is een voorbereidend c2-c3 wel zo prettig. Vandaar
dat 4.c4 (de meest gespeelde zet) nu beslist nadelen heeft. De beste zet
lijkt me 4.Pf3, maar dit is natuurlijk niet in stijl van het gambiet: wit
kan dan immers net zo goed op de tweede zet al Pf3 spelen. Vandaar
misschien dat Van der Hoeven, net als de meeste witspelers, hier koos
voor: 4. d4 ?!
cxd4 5.
Dxd4 e6
6. c4
Pc6 7. De4
f5! 8. De2 Het
ziet er allemaal niet echt harmonisch uit voor wit, maar misschien gaat
het. Wie mooi wil zijn moet tenslotte een beetje pijn lijden. Ik speelde
hier 8…Pde7, wat op zich geen slechte zet is, maar wel als je de
computer aanzet. (De partij eindigde na vele avonturen in remise.) Het
beest suggereert namelijk het fantastische
8…Da5+!! en zwart staat al bijna gewonnen. De
belangrijkste pointe is 9.Ld2 Pdb4!! en wint, bijv. 10.Lc3 (10.Pf3 Pc2+
11.Kd1 Da4! 12.Pc3 Db3 -+) 10…Pd4! 11.axb4 Dxa1 -/+. Ook na 9.Dd2 Pdb4!
10.Pc3 Pd4! wint zwart altijd een pion. Al dit fraais lijkt een prima
rechtvaardiging voor zwarts tweede zet. Tot
slot waag ik mij - als onwetende in deze materie - aan een suggestie: hoe
provocerend en leuk het ook moet zijn om een zet als 2.a3 te spelen,
misschien is 2.b4!? toch een beter idee. Als zwart op b4 slaat, komen
soortgelijke varianten als na 2.a3 en 3.b4 op het bord, en als zwart niet
op b4 slaat, heeft wit in elk geval geen tijd verloren met het misschien
overbodige a2-a3, maar kan meteen aan de slag met zijn activiteit. Actie,
geen tijd te verliezen - dat lijkt me bij uitstek een motto waar Roel van
Duijn het mee eens kan zijn. Hmm,
wat was ik nu opgeschoten; 2 partijen bekeken en wit had niet veel
bereikt. Wilde ik mij verder verdiepen dan moest ik toch een naslagwerk
hebben, want het artikel van Van Duijn uit 1974 had ik niet in mijn bezit.
Op naar de schaakboekenwinkel tijdens een bezoek aan Den Haag. In de
boekenwinkel vroeg ik naar een recent gepubliceerd boek over het
Siciliaans met 2. a3 en de boekenverkopen zei: “ Aha, het Van Duijn
gambiet.” Bingo, en hij reikte mij het boek van GM Alexei Bezgodov aan
getiteld “Challenging the Sicilian wit 2. a3!?.
Hier had ik wat aan en onder het mom van algemene ontwikkeling ging
ook mijn vriendin akkoord met deze aanschaf. Feitelijk
is de 2e zet van wit 2. a3 geen gambiet, maar de voorbereiding
voor dit gambiet. Na 1. e4 c5
2. a3 Pc6
(of 2. .. e6) speelt
wit 3. b4 en indien zwart de gambietpion accepteert, dan krijgt wit goed
spel. De witte problemen zitten dus meer in de varianten waar het gambiet
wordt geweigerd,zoals uit onderstaande partijen mag blijken: Wit:
Roel van Duijn
Zwart: Hans Ree 1. e4
c5 2. a3
g6 3. Lc4
Lg7 4. Pc3
Pc6 5. Pge2
e6 6. 0-0
Pge7 7. La2 d5 8.
exd5 exd5
9. Pf4 d4? 10. Pe4
0-0 11. d3
b6 12. Df3 Lb7
13. Dh3 Dc8?
( beter is 13. .. Pe5) 14.
Pe6 en wit won de kwaliteit en uiteindelijk de partij. Je hebt de
neiging om de kracht van La2 te onderschatten, aangezien deze verscholen
is in een ver hoekje. In
een volgende partij tussen deze 2 spelers ging het vanuit de stelling na
de 7e zet van wit verder met:
7. … b6
8. d3 Lb7
9. f4
f5 10. Pg3
Pd4 11. Pce2 h5
gevolgd door h5-h4-h3 en uiteindelijk won zwart deze partij. In
het algemeen vind ik het moeilijk om de waarde van een manoevre als
Lf1-c4-a2 op waarde te schatten. Als zwart e6 speelt, bijt de wit-veldige
loper op graniet, maar aan de andere kant wil zwart graag een keer zijn d
of f-pion opspelen (soms
allebei) en dan komt de witveldige loper tot leven!. Bezgodov
heeft een geheel eigen kijk op het spelen van de witte positie. Een van
zijn hoofdvarianten is 1. e4
c5 2. a3
g6 3. b4
Lg7 4. Pc3 d6
5. g3, waarmee we een
nogal normale gesloten Siciliaan krijgen met een vroeg b4, welke niet zo
slecht is voor wit. Bezgodov beweert dat wit een klein duurzaam
voordeeltje heeft, maar ik zie geen reden waarom dit beter zou zijn dan de
gewone varianten in het gesloten Siciliaans. Wat
te doen? Voor degene, die zich niet neer kunnen leggen bij het sombere
inzicht dat zwart gelijk spel zou moeten kunnen halen in deze variant (1.
e4 c5
2. a3 g6) kunnen
overwegen om 3. h4 te spelen en hopen dat na het natuurlijke 3. … h5
de invoeging van deze pionnenzetten alleen wit tot nut zijn, maar
ik ben het daar niet helemaal mee eens. Bezgodov
is zo enthousiast over 2. a3 dat hij het doet voorkomen dat wit met deze
zet in alle varianten een voordeeltje heeft. Ik moet toegeven dat hij deze
mening met menig interessante varianten onderbouwt. Roel van Duijn is
echter meer bescheiden. In 1994 schreef hij in Schaaknieuws: “ 2. a3, is
een ‘kabouterachtig’ klein zetje, dat een belangrijk, maar
ondergewaardeerde uitdaging is voor het Siciliaans.” Dat klopt beter.
Een illustratie van Bezgodov’s agressieve stijl vindt u in de navolgende
analyse: 1. e4
c5 2. a3
e6 3. b4
cxb4 4. axb4
Lxb4 5. Lb2 Roel
van Duijn speelde altijd 5. c3
gevolgd door 6. d4 wat
er veelbelovend uitziet voor wit. Bezgodov verwerpt deze positionele
variant ten faveure van een onmiddelijke direct aanval, iets wat hij in
zijn boek propageert. 5.
… Pf6 6. e5
Pd5 7.
c4 Pb6
8. Ta3!? Een
interessant kwaliteitsoffer. Als zwart dit accepteert middels 8. … Lxa3
dan kan een vervolg zijn 9. Lxa3 d5 10.
Pc3 a6
11. Dg4 met goed spel voor wit. 8.
… 0-0 Dit
vraagt volgens mij om moeilijkheden, maar Bezgodov noemt dit de logische
voortzetting. 9.
Tg3 Kh8
10. Ld3 h6 Er
was de dreiging van 11. Txg7 Kxg7
12. Dg4+ Kh8
13. Dh5. 11. Dg4 Tfg8
12. Th3 Le7
13. De4 g6
14. De3 Lg5
15. f4 Lh4+
16. g3 Le7
17. Txh6+ Kg7 Zie diagram op volgende
pagina
De openings analyse zou hier kunnen stoppen, want wit staat hier
duidelijk beter, maar Bezgodov houdt ervan om naar mat toe te analyseren
en hier doet hij het met een prachtig torenoffer! 18. h4
Kxh6 19. f5+
Kg7 20. f6+
Lxf6 21. exf6
Kf8 22. Dh6+
Ke8 23. h5
gxh5 24. Txh5
d5 25. Dg7! Nog
een mooie zet! Na 25. .. Txg7 wint wit middels 26. fxg7 Kd7
27. Th8! 25. … Kd7 26. Dxf7+ Kc6
27. Pf3 Pxe4
28. Lxe4 dxe4
29. Pe5+ Kb6 30. Pxc4+
Kc6 31. Dh7
Pd7 32. De4+ Kc7
33. Df4+ e5
34. Lxe5+ Pxe5 35.
Dxe5+ Kd7
36. Th7+ Kc6
37. f7
en wit wint. Na al deze informatie besloot ik het om in de partij tegen Sander in de
praktijk te brengen, benieuwd hoe
dit zou gaan. Wit: Gert-Jan Zonneveld
Zwart: Sander van Vucht 1.
e4 c5
2. a3
Pf6 3. e5
Pd5 4.
d4 cxd4
5. Dxd4 e6
6. Pf3 Pc6
7. De4 Dc7 ?! Beter
7. … f5 ! Wit krijgt nu een prettige stelling! 8. c4 ! Pe7
9. Pc3
a6
(gedwongen) 10. Lf4
Pg6 ?! Voor de hand liggend. Het apparaat adviseert echter 10. … b6 om de
loper op c8 toekomst te geven. 11. Lg3 d6
12. exd6 Lxd6
13. Lxd6 Dxd6
14. Td1 De7 ?! Beter lijkt of 14. … Dc5 of 14. … Df4. Let op dat 14. … Db8 niet
gaat wegens 15. Pd5! en wit bouwt zijn initiatief uit. 15. Le2 ?!
(Ld3!?)
0-0 16. 0-0
Ld7 17. Td2
Pd8? Een vreemde zet; beter lijkt op het oog 17. .. Pa5 gevolgd door een
mogelijk 18. … Lc6. 18. Dd4? Verzuimt
te profiteren middels 18. Pe5 Pxe5
19. Dxe5 Pc6 20. Dg3. 18. … Lc6! 19. Tfd1 e5! Goed getaxeerd van Sander. Wit moet nu een keuze maken waarheen met de
dame. 20. Dd6 ?! Dxd6
21. Txd6 f6 ? Zwart had het ergste achter de rug, maar begaat nu een ‘fingerfehler’.
De stelling vraagt m.i. om 21. .. Pe6.
22.
c5! Kh8 ?!
23. b4
Pf4 !?
24. Lc4
g5
(Lxf3!?) 25.
Pd5 Kg7 ?! Het
apparaat geeft 25. … Pf7
want 26. Txf6 faalt op 26. … Tad8! 26. Pxf4 gxf4
27. Pd2? (beter 27. Ph4!?) Pf7 28. Lxf7
Txf7 29. Pc4
Tb8?! (29. … Tg8!?) 30.
Pa5 Lb5? (30. … La4)
31. f3 ?!
(Tb6!) Te7
32. T1d2 f5 33. h3 ? Een
hele slechte! Zwart neemt nu het initiatief over! 33. … e4 ! 34. fxe4
fxe4 35. T2d4
e3 36. Td1
e2 ?! Te
vroeg. Interessant, en waar ik bang voor was tijdens de partij was 35. …
Tbg8 ! 36. Te1
Kh8 37.
Tf6 Teg7!? met
onaangename druk voor wit. 37. Te1 Tf8
38. Kf2 T8f7
39. Pb3 Te3? (39. …
Lc4!) 40. Pd4 !
Txa3?! (40. .. Lc4) 41.
Pe6+ !? Uiteraard
is 41. Pxb5 axb5
42. Txe2 waarschijnlijk genoeg voor remise maar ik besloot nog een
gokje te wagen; er zit namelijk een verraderlijke matcombinatie in. 41. … Kf6 ?! De
matcombinatie 41. … Kg8 ?? 42. Td8 Le8
43. Txe8 Tf8 44.
Txf8 werd door Sander doorzien, maar deze zet heeft ook zijn nadeel….. 42. Pxf4+ ?? En
wit verzuimt te profiteren. 42.
Pd8+! Ke7 43. Pxf7
Kxf7 44. Th6 Kg7 45.
Th4 zal zwart niet overleven. 42. … Kg7
en zwart haalde opgelucht adem en wist in de uit -vluggerfase de partij
alsnog te winnen. De rest van de zetten heb ik helaas niet meer. Daarnaast
heb ik deze variant ook al toegepast in mijn KNSB debuut tegen De Pion
Groesbeek, en kwam goed te staan en ook tegen Henk Hamer waar ik ook alle
positionele troeven in handen kreeg. Onlang zag ik Henny Haggeman deze
variant ook spelen dus……Mochten er mensen zijn met
nog meer informatie over deze variant dan hou ik mij van harte
aanbevolen.
Gert-Jan Zonneveld
|