De Secondant

Clubblad van de SV Doetinchem
Jaargang 40 – December 2007 – Nummer 1
Redacteur: Gert-Jan Zonneveld



 

Inhoudsopgave:  

 

2      Inhoudsopgave

3-4   Van de redactie

4-7   Verslag bekercompetitie 2006/2007 + partijanalyse bekerfinale.

  8      Jodocus doet verslag over het 2e team seizoen 2006/2007.

9-17  Diverse verslagen over het wel en wee van het 1e team in de

                 3e klasse KNSB door Roel Evertse

18-22  Interview met Marino Küper – clubkampioen 2006-2007

23       Partij Marino Küper – Theo Goossen         

      

24-28  Oude Meesters: Nimzowitsch. Leer van de oude meesters

29-37  Gert-Jan op zoek naar speciale openingsvarianten: deze keer  

            het Roel van Duijn Gambiet in het Siciliaans.

 

38-40  Interview met Jan Timman door Henny Haggeman

            Foto’s Sander van Vucht.

 

 

 

 

               VAN    DE    REDACTIE

 


Voor u ligt het eerste clubblad van het seizoen 2007/2008. Het heeft wat langer geduurd dan gepland, beroepsmatige beslommeringen (enige full – timer) met daarnaast alleen part -timers en zwangerschapsverlof van een collega, noopten mij de afgelopen maanden mijn beschikbare tijd anders in te delen. Daarnaast besloten mijn vriendin en ik onlangs om op zoek te gaan naar meer woonruimte en dat kostte de nodige tijd. Ik hoop dat u mij deze keer kunt vergeven

Ik was niet van plan hier een gewoonte te maken, omdat ik een clubblad als bindmiddel van een vereniging beschouw.

Ik ben nu een jaar lid van deze vereniging en het was een boeiend en leerzaam jaar voor mijzelf. Allereerst heb ik vele nieuwe mensen leren kennen, niet alleen als schaker maar vooral als mens, en tot nu toe heb ik dit als zeer positief ervaren. Daarnaast als schaker moest ik toch weer uitvinden wie wat speelt, welke stijl,onhebbelijkheden (ja ook die!) om een plekje binnen de Doetinchemse schaakhierarchie te kunnen vinden. Ik vind dat ik daar redelijk in geslaagd ben, al was de degradatie van het 2e team niet in mijn eigen prognose opgenomen.(sic) Qua competitie niveau was ik niet ontevreden en ondanks dat ik tegen enkele harde nullen aanliep, heb ik hiervan ook geleerd. U bent gewaarschuwd dit seizoen!

Daarnaast vond ik het een geweldige leuke ervaring om als wedstrijdleider van het 1e team waar mogelijk te mogen optreden. Je krijgt meer een band met het vlaggenschip van SV Doetinchem, en als beloning voor de opgeofferde zaterdagmiddagen, mocht ik van Roel in de allerlaatste wedstrijd mijn debuut maken. Een blunder na een voor de rest goed gespeelde partij ontnam mij uiteindelijk de eeuwige roem die Sjon Vrieze afgelopen seizoen wel ten deel gevallen is!!

Verder hoop ik dit seizoen op een forse ledengroei, dat het 2e team het verloren terrein weer goed gaat maken, dat het 1e team tot aan het slot mee blijft doen om het kampioenschap, en dat we met zijn allen een goed jubileumjaar gaan meemaken en hierin actief gaan meedoen.

Als redacteur hoop ik op menige bijdrage (niet alleen de schitterende schrijfsels  van Roel,maar ook op uw eigen bijdragen in de vorm van zomaar een leuk stukje, een partij, combinatie, blunder en wat dies meer zij.

Ondanks de matige hoeveelheid inzendingen hoop ik toch een acceptabel clubblad gemaakt te hebben, en mocht iemand nog vragen of opmerkingen hebben, U weet mij te vinden!

Ik wens u allen dit seizoen veel wijsheid toe achter het schaakbord, maar vooral ook veel plezier met elkaar, en veel genoegen met dit clubblad.    Alvast fijne feestdagen toegewenst!     

                   

                                    Uw redacteur Gert-Jan Zonneveld

 

                                              

                    SANDER VAN VUCHT BEKERWINNAAR

                                               SEIZOEN 2006 -2007

 

 

Op voorstel van Gert-Jan Zonneveld werd afgelopen seizoen voor het eerst sinds lange tijd een knock-out bekercompetitie opgezet. Op de speelavond werd de loting verricht,waarna om 20.00 uur de klokken aan gingen. Het was niet mogelijk de partij op een andere speelavond te spelen. Bedenktijd 1 uur en 30 minuten p.p.p.p. Bij remise was er afgesproken dat de zwakkere speler naar de volgende ronde zou gaan indien het rating verschil meer dan 200 punten was. Bij een geringer verschil volgde dan een snelschaakpartij met verwisselde kleuren van 10 minuten p.p. Mocht het dan nog remise zijn dan een 3e partij van 5 minuten p.p. Als er na de 3 partij nog geen winnar was dan zou uiteindelijk het lot beslissen.

Met 16 spelers werd begonnen aan de bekercompetitie, waarbij het dus theoretisch mogelijk was dat 2 sterkere spelers tegen elkaar konden uitkomen en er een dan het veld zou moeten ruimen, waardoor een zwakkere speler in theorie ook ver zou kunnen komen. De loting voor de eerste ronde werd verricht door Gert-Jan Zonneveld en de volgende uitslagen waren te melden:

 

UITSLAGEN 1e RONDE: (17 oktober 2006)

 

Henk Hamer - John Lutgens                         1-0 (R)

Frans Kuggeleijn - Philip Schyns                  1-0

Ziaullah Ebadi - Jasmin Hajro                      1-0

Henny Haggeman - Benno Thomassen         1-0

Kees Nederkoorn - Gert Jan Zonneveld       1-0

Sjon Vrieze - Theo Goossen                         0-1

Sander van Vucht - Thomas Bijl                  1-0 (R)

Jelle de Jong - Wim Lenderink                    0-1 (R)

 

UITSLAGEN 2e RONDE: (19 december 2006)

 

Wim Lenderink -  Ziaullah Ebadi                   1-0      

Henny Haggeman  - Frans Kuggeleijn          1-0 (R)

Kees Nederkoorn - Henk Hamer                   1-0

Theo Goossen - Sander van Vucht                 rem/0-1

 

UITSLAGEN  HALVE FINALES: (19 december 2006)

 

Henny Haggeman - Kees Nederkoorn           rem/1-0

Sander van Vucht - Wim Lenderink              1-0

 

UITSLAG  FINALE: (5 juni 2007)

 

SANDER VAN VUCHT - Henny Haggeman  1-0

 

 

Vanaf deze plaats van harte gefeliciteerd Sander! Hieronder volgt zijn eigen relaas in een korte analyse:

 

BEKERFINALE SANDER VAN VUCHT - HENNY HAGGEMAN

 door Sander van Vucht

 Wit: Sander van Vucht            Zwart: Henny Haggeman

Dit is de stelling na 17 zetten.

Opmerkelijk: beide dames lopen nu gevaar, de zwarte door a5/Ta4 en mogelijk ook door Pa2, de witte door het opspelen van de b - pion gevolgd door Lc8.

18. Thd1?!

Fritz geeft 18.a5 b5  19.axb6! (ook gunstig, maar ingewikkeld is 19.Pa2) 19. ..Lc8  20.Dxc8 Txc8  21.Lxc8 Txc8  22.Ta4. Wit wint een pion bij gezonde stelling. 

18.  ...  b5!

Sterk gespeeld. Dit dreigt niet alleen Lc8, maar biedt ook een schuilplaats (op a5) voor de zwarte dame. Ik rekende op 18. ..b6  19.Pa2 Da5  (20. ..Da3?  21.Pc1)  20.Dxa5 bxa5.

19. Pa2  Da5   20. Lxf6?

Een paniekoffer dat een treurige stelling oplevert. Juist is 20.Kg2! Lc8  21.Dg5 Pxe4  22.Dxh5 Pf6  23.Dg5 en wit houdt zich staande.

20. ... Lxf6   21. Dxh5  Db6+   22. Kg2  Lxa1   23. Txa1  bxa4   24. Pac3 axb3
25. cxb3  Lxe2 
 26.
Pxe2  Dxb3   27. f4! d5   28. f5

Zwart staat nog steeds gewonnen, maar moet nu wel uitkijken voor f6, eventueel gevolgd door Lf5.

28. ... De3?

Overziet wits 30e zet. Juist is 28... Pe5  29.f6 Pg6  30.Lf5 De3 met behoud van voordeel.

29. fxg6  fxg6?

In elk geval beter was 29... Dxe4+  30.Df3 Dxg6

30. Le6+  Tf7   31. Lxf7+  Kxf7   32. Df3+  Dxf3+   33. Kxf3  Td7   34. exd5  cxd5   35. Pd4

De rollen zijn omgedraaid. Wit heeft minder dan 4 minuten op de klok om te winnen, maar de stelling is niet al te moeilijk.

35. ... Tc7   36. Ta5  Td7   37. Ta6  Te7   38. Td6  g5   39. hxg5  Te5   40. g6+  Ke8  41.Ta6

Beter: 41.Pc6!                             

41. ... Tg5   42. Kf4  Th5   43. Txa7  Th1   44. Txg7  Te1   45. Tg8+  Ke7   46. Pf5+  Ke6   47. Te8+

Zwart geeft het op.

         Bekerkampioen 2006-2007 Sander van Vucht met de behaalde trofee

                 DOETINCHEM 2 EEN TRAPJE LAGER   

Het 2e team van SV Doetinchem heeft het afgelopen seizoen kleurloos opgetreden en is daarmee terecht gedegradeerd naar de 3e klasse van de OSBO.

Op zoek naar een verklaring kom ik eigenlijk op niets uit; Het is allemaal in en intriest. Omdat ik het eigenlijk ook niet weet, wat ik over deze ontwikkeling zou moeten schrijven heb ik enkele bekende Nederlanders gevraagd om hun visie te geven op het resultaat van het 2e team gedurende het afgelopen seizoen, en één en ander van commentaar te voorzien.

Jan Marijnissen:’ Helaas is er niet veel positiefs te melden. Het collectief onder leiding van captain Frans Kuggelijn heeft gefaald, want er waren er slechts twee die boven de middelmaat uitkwamen, te weten John Lutgens en Benno Thomassen. Van nature wil ik de zaken graag van de optimistische kant bekijken. Er moeten maatregelen genomen worden opdat jullie in de toekomst van zulke calamiteiten gevrijwaard blijven. Ik verwacht een diepgaand onderzoek naar de oorzaak van deze degradatie o.a. naar de rol van de teamcaptain destijds. Hij is politiek gezien verantwoordelijk en zal verantwoording moeten afleggen.’

Mark Rutte: ‘U vraagt mijn mening. Wel, één en ander spot met alle logica. Hier is sprake van een tragedie. Het is uitermate schrijnend! Een normaal mens zou hier niet goed van worden! Naar mijn bescheiden mening is hier een tekort aan daadkracht. Op korte termijn moeten maatregelen genomen worden om de structurele achterstand in te lopen ten behoeve van een beter spelpeil, en een grotere gemotiveerdheid. (noot van de redactie: intussen heeft Frans zijn aanvoerdersband afgelegd ten faveure van Thomas Bijl, die een mandaat van de vereniging heeft meegekregen om zo snel mogelijk promotie af te dwingen)

Geert Wilders: ‘Ze hebben het aan zich zelf te wijten. Verder geen commentaar.’

Jan Peter Balkenende, tenslotte, nadat eerst nog Alexander Pechtold een soort parlementaire enquete- commissie in actie wil laten komen: ‘Van huis uit ben ik geen koppensneller. Dus laat ik een ieder zoveel mogelijk in zijn waarde. Op het gevaar af mij onsterfelijk belachelijk te maken wil ik als onverbeterlijke optimist trachten een lichtpuntje te vinden in dit welhaast Shakespeariaanse drama.  Dat lichtpuntje zou dan voortvloeien uit het feit dat de spelers gelouterd uit de strijd zijn gekomen, zich bewust zijn geworden van hun beperkingen en daaruit de kracht zullen putten zich volgend seizoen te revancheren, met of zonder kruitdamp.’          

                                                Was getekend: Jodocus

 

DERDE GELIJKSPEL VOOR SVD

(Roel Evertse)

Voor de derde achtereenvolgende keer heeft SV Doetinchem een gelijkspel behaald. Op de uitslag viel niet veel af te dingen, op het vertoonde spel wel het een en ander, maar sterke zetten en broddelwerk werden vrij eerlijk tussen de teams verdeeld. Spannend was het in ieder geval wel. Tot in het zesde uur was het onzeker welk team de wedstrijd zou gaan winnen: Sander stond beter in een dame-eindspel, Marius slechter in een toreneindspel en dat Marino zijn tegenstander definitief van het bord zou hoesten stond wel min of meer vast. Sander, die overigens een prima partij had gespeeld, verzuimde zijn dame te centraliseren en moest uiteindelijk eeuwig schaak houden om erger te voorkomen. Marius, die eerder in de partij een mooie stelling totaal verkloot had, verdient een groot compliment wegens zijn volharding in een verdrietig toreneindspel. Hij kan als geen ander de mentale kracht opbrengen om na zo’n deceptie als een ware Job op de mesthoop zijn schamel goed te bewaren. Een verdiende remise derhalve. Aan Marino heb ik, wegens zijn invalbeurtje als teamleider in Amsterdam, moeten beloven dat ik nog louter positieve dingen over zijn spel schrijf. Deze keer moet ik dat dan maar kort samenvatten: alleen het resultaat telt en hij scoorde bovendien nog de gelijkmaker. Verder hoestte hij als een oordeel, zodat menigeen zich afvroeg of hij het einde van de partij nog wel zou halen. Ik kan me zo voorstellen dat tegenstander Vincent de Jong stiekem gebeden heeft dat dat niet het geval zou zijn…

De andere partijen waren voor de eerste tijdcontrole afgelopen. Kees Nederkoorn deed een goed getimed remiseaanbod in de tijdnoodfase. De stelling was een gezellig rommeltje en het was pas na lang analyseren duidelijk dat Kees goed getaxeerd had: tegenstander Koert van Bemmel had in het voordeel kunnen komen, maar het was begrijpelijk dat deze het vredesaanbod aannam. Ondergetekende verspeelde een ongeslagen status van anderhalf seizoen op knullige wijze. Kans op voordeel werd verziekt, omdat ik het “subtiel” wilde doen en toen ik na lang keepen het ergste had gehad – altijd een gevaarlijk moment! – gaf ik zo maar een stuk weg. Overigens speelde mijn tegenstander, Sjoerd van Roosmalen, het allemaal zeer solide. Henk Riepma speelde weer eens een puntgave partij. Hij steekt in een geweldige vorm en het is mooi dat hij nu eens de winterstop gebruikt om down under te gaan, zodat hij het hele seizoen beschikbaar is. Wat is er toch met Theo Goossen? Zijn optimisme laat hem nooit in de steek, maar een juist oordeel over de stelling helaas iets te vaak. Remise werd vakkundig uit de weg gegaan… Ten slotte Henny Haggeman. Vanwege een beroerde score had hij toestemming tot remise any time. Het werd ook remise, maar winst en verlies waren ook mogelijk geweest. Ook hier geldt: alleen het resultaat telt.

Na vier wedstrijden staan we gedeeld tweede, samen met ASV2. Dat is voor ons lang niet gek, zeker nu we een aantal sterke tegenstanders al hebben gehad. Aan de andere kant: we staan 2 matchpunten onder de nr.1 en ook maar 2 boven de nr.9! In deze poule kan iedereen van iedereen winnen, dus voorlopig doen we nog mee voor het kampioenschap en in de strijd tegen degradatie.

 

SVD

2009

-

ASV 2

2023

4 - 4

Kees Nederkoorn

2044

-

Koert van Bemmel

2043

½ - ½

Roel Evertse

2080

-

Sjoerd van Rosmalen

2123

0 - 1

Henk Riepma

2117

-

Frank Schleipfenbauer

2054

1 - 0

Theo Goossen

2044

-

Daan Holtackers

2043

0 - 1

Marino Küper

2029

-

Vincent de Jong

1993

1 - 0

Henny Haggeman

1853

-

Fokke Jonkman

1965

½ - ½

Marius van Hal

2046

-

Kees Sep

1973

½ - ½

Sander van Vucht

1856

-

Theo Jurrius

1987

½ - ½

 

 

BLOED, ZWEET EN TRANEN

Roel Evertse

SV Doetinchem heeft in zijn tweede uitwedstrijd in Amsterdam, nu tegen het op papier wat sterkere VAS 3, wel een overwinning weten te behalen, maar die is uiteindelijk met bloed, zweet en tranen tot stand gekomen. Pas na 5 uur en 55 minuten spelen, was het ondergetekende gegund om het beslissende halfje te scoren. Daarvoor hadden zich de nodige smartelijke taferelen afgespeeld.

De voortekenen deden al het ergste vrezen. Een van de grootste opgaven voor een teamleider is om acht mensen, nee: schakers!, op het juiste moment op de juiste plek te krijgen. Reizen per openbaar vervoer kan gerust als risicogedrag bestempeld worden. Marino veronderstelde dat dit stel OV-analfabeten zonder zijn intensieve begeleiding niet, of niet legaal in Amsterdam zou aankomen. Het heeft niet aan hem gelegen dat er wel een kaartje voor Theo gekocht werd, maar Theo zelf zoek was, zodat de NS er weer een donateur bij heeft. Eind goed, al goed: Theo dook tot ieders opluchting, verrassing en irritatie ("Waar was je nou?" "Ja, waar waren jullie nou eigenlijk!") op in Amsterdam en het feest kon beginnen.

Marino scoorde als eerste een rustig halfje. Zijn stelling vertoonde volgens mijn bescheiden mening wat brandhouttrekjes, maar het psychologisch overwicht op zijn tegenstander vergoedde dat geheel. Kees speelde een puike partij, zoals we inmiddels van hem gewend zijn. Een slagwisseling werd door hem beter getaxeerd en goede techniek zorgde voor het volle punt. Henk kwam, met wit nog wel, beroerd uit de opening, maar wist met een speculatief stukoffer allerlei kansen tegen de vijandelijke koning te creëren. Deze werd met succes uitgerookt. Henny heeft zijn openingsrepertoire aangepast aan zijn stijl. Hij moet het nu eenmaal niet hebben van gepolijste positiepartijen. In de opening werd opgewekt een pion geofferd en later nog een. Ongetwijfeld had hij compensatie, maar ergens, in wederzijdse opkomende tijdnood, ging het mis: twee hallucinaties achter elkaar waren duidelijk te veel van het goede. Het openingsrepertoire van Marius zit uitgekiend in elkaar, zo moest ook zijn tegenstander ondervinden. Een grappige thuis voorbereide zet van Marius, lange rochade met zwart met een wit paard op d7, zorgde voor een blijvende drukstelling, die hij knap naar winst voerde. Dat waren dus 3½ punt na 4 uur spelen en geen vuiltje aan de lucht, zo leek het. Theo stond goed en “kon eigenlijk niet verliezen”, zoals dat heet, Sander had winnend voordeel en alleen ondergetekende stond verloren. Het ging allemaal anders. Theo belt, als hij verstandig is, vanavond uitgebreid met de telefonische hulpdienst. Eerst was er die ongelukkige treinreis, toen speelde hij een goede partij, niks aan de hand zou je zeggen, te meer daar zijn tegenstander de tijdcontrole niet haalde, maar omdat Theo altijd een geweldige knoeiboel van zijn notatie maakt, kon hij de tijdsoverschrijding zelf niet constateren, terwijl zijn tegenstander en de wedstrijdleider zich ongewoon onnozel hielden, maar die goede stelling was gelukkig gebleven, nog niks aan de hand, want zijn tegenstander kon eigenlijk niks constructiefs ondernemen, maar laat dat dan maar aan Theo over! Tegenstander Enrico Vroombout hoefde slechts zijn mondje open te houden om de gebraden duiven naar binnen te laten vliegen. Menigeen zou zich na zo veel ellende krijsend in de Nieuwe Achtergracht storten, maar Theo draagt zijn kruis met opgewektheid. Klasse! Sander speelde een beste partij, maar toen het op oogsten aankwam overzag hij een wel heel gemakkelijke winst, en bood, moegespeeld, maar remise aan, hetgeen in dank werd aanvaard (kreun). Toen mocht ik proberen om mijn glad verloren toreneindspel nog te keepen. Dat lukte wonderwel, uiteraard met een beetje hulp van de tegenstander, die mij in het middenspel volledig overspeeld had. Een overgang naar een eindspel van toren tegen randpion bleek op tempo remise te zijn. In diepste benauwenis, zou Donner in zo’n geval opmerken.

Door deze overwinning handhaaft Doetinchem zich op de gedeelde tweede plaats. Of dat kansen op een kampioenschap biedt, waag ik te betwijfelen. BAT Zevenaar gaat er wel rap vandoor: behalve twee matchpunten staan ze ook een flinke sloot bordpunten voor.

 

 

VAS 3 AMSTERDAM

2028

-

SV DOETINCHEM

2000

3½ - 4½

Floris Schoute

2089

-

Henk Riepma

2103

0 - 1

Enrico Vroombout

2168

-

Theo Goossen

2044

1 - 0

Joris van Vuure

2074

-

Kees Nederkoorn

2044

0 - 1

Milo Bogaard

1958

-

Marino Küper

2029

½ - ½

Milan Ramer

1971

-

Sander van Vucht

1856

½ - ½

David Kleeman

2069

-

Marius van Hal

2046

0 - 1

Sietske Greeuw

1948

-

Henny Haggeman

1796

1 - 0

Thomas de Hoop

1946

-

Roel Evertse

2080

½ - ½

 

 

                           

 

 

 

                           

 

 

 

 

 

ZO WORDEN WE WEL KAMPIOEN

door Roel Evertse

Na zo’n 5 uur spelen en een 3-3 tussenstand op het scorebord konden we niet meer doen dan hard bidden dat het nog 4-4 zou mogen worden. Om 10 voor 7 en een 3½-3½ stand bood Henk maar eens een keertje remise aan. Weliswaar stond hij nog steeds een pionnetje achter, maar het was hem niet ontgaan dat tegenstander Indra Polak onzeker begon te worden en een tijdvoorsprong van 10 minuten bijna geheel was kwijtgeraakt. Het remiseaanbod werd beleefd afgeslagen en zoiets is onverstandig als je het zelf niet meer precies weet en je je tegenstander met vaste hand allerlei treiterzetten ziet uitvoeren. Het ging inderdaad om 5 voor 7 gruwelijk mis voor de Amsterdammer en alleen deernis met de tegenstander belette ons Henk te jonassen.

Het was een prachtige apotheose van al weer een middag ernstig zenuwenlijden en dat is bepaald niet overdreven als men zich bedenkt dat SV Doetinchem nu drie maal gelijkgespeeld heeft en drie maal met het kleinste verschil heeft gewonnen. Met iets minder geluk hadden we degradatiezorgen gehad en nu worden we ongetwijfeld kampioen. Als men eenmaal de wind mee heeft gebeuren er rare dingen. Iets dergelijks, maar dan geheel omgekeerd geldt voor onze tegenstander: een op papier sterker team dan wij, maar na 6 ronden stijf onderaan!

Het begin van de middag was vreedzaam. Henny en Marino speelden beiden een degelijke pot, hun tegenstanders ook en remise was het logische resultaat. Ik speelde een boeiende partij, scherp opgezet van beide kanten. Nadat ik een klein bootje had gemist, ontstond een bijna niet te taxeren rommelstelling, die uit wederzijds respect remise werd gegeven. Bij Kees gebeurde van alles, zijn stelling zag er misschien wat verdacht uit, maar het is de vraag of het evenwicht ergens verbroken is geweest: een keurige 2-2 na de eerste tijdcontrole.

Toen was het al wel duidelijk dat Sjon Vrieze voor een sensatie zou gaan zorgen. Helaas was Marius van Hal verhinderd en om niet te veel aan de opstelling te wijzigen, was besloten Sjon aan het 3e bord te zetten. De opening was duidelijk voor de tegenstander, maar Sjon zocht en vond kansen tegen de vijandelijke koning. Tegenstander Jos ten Hacken (een kleine 400 ratingpunten meer!) verdedigde niet best en Sjon voerde de aanval voortreffelijk: 3-2!

Theo heeft het niet in dit seizoen. Nu liet hij zich wegbluffen door een paar ogenschijnlijke schitterende zetten van zijn tegenstander, die in de analyse helemaal niet zo geweldig bleken: 3-3. Sander was door een kleine combinatie een pion voorgekomen en stond ook positioneel zeer goed. Helaas knoeide hij het voordeel weg en er resteerde een verdrietig eindspel met een pion minder. Dat speelde hij weer wel goed tegen, zodat uiteindelijk nog een halfje kon worden genoteerd. Over de heldendaden van Henk berichtte ik u al.

Na 6 ronden staan we bovenaan met evenveel matchpunten als BAT Zevenaar en ASV 2, alleen qua bordpunten doen we het wat minder.

 

SV DOETINCHEM

1993

-

Max Euwe 2

2050

4½ - 3½

Henk Riepma

2103

-

Indra Polak

2103

1 - 0

Roel Evertse

2080

-

Rob Bödicker

2082

½ - ½

Sjon Vrieze

- - -

-

Jos ten Hacken

2070

1 - 0

Marino Küper

2029

-

Said Becic

2079

½ - ½

Kees Nederkoorn

2044

-

Abe Willemsma

2033

½ - ½

Theo Goossen

2044

-

Rob Ritzema

2018

0 - 1

Sander van Vucht

1856

-

Hubrecht van de Brekel

1987

½ - ½

Henny Haggeman

1796

-

Wim Nijenhuis

2029

½ - ½

 

DOETINCHEM VERHUIST NAAR RECHTERRIJTJE

door Roel Evertse

“We hebben nog slechts een minieme kans op het kampioenschap, maar helemaal uitgesloten is het ook weer niet. We spelen in een poule, waarin iedereen van iedereen kan winnen: qua bordpunten, een veel betrouwbare maat dan matchpunten, zijn de verschillen dan ook zeer gering en waarom zou BAT Zevenaar niet gewoon verliezen van PION Groesbeek en waarom zou ASV 2 tegen Caissa 2 niet 4-4 worden?” Zo begon ik mijn mailbericht met de uitnodiging aan de spelers van SV Doetinchem. We moesten dan wel zelf winnen van Heemsteedse SC en liefst royaal, omdat de strijd om het kampioenschap mogelijk op bordpunten beslist zou worden. Als we hadden gewonnen, dan hadden we enz., want BAT en Caissa verloren inderdaad! Maar wij bakten er tegen de in degradatienood verkerende Heemstedenaren bijzonder weinig van: een kansloze 3-5 nederlaag en daarmee kwamen we er nog redelijk van af.

Ik houd het wedstrijdverslag maar kort: jubel kan immers meer woorden aan dan bittere smart.

Marino scoorde een halfje, omdat zijn tegenstander niet besefte dat hij heel goed stond en dus het remiseaanbod accepteerde. Sander speelde een beste partij en plukte zijn tegenstander zo goed als kaal. Henk won op zijn Henks: eerst een klein minnetje, dat schijnt Henk fijn te vinden, vervolgens een klein plusje, nog fijner, klaar! De partij van Kees ging lange tijd gelijk op, maar vlak voor de tijdcontrole verloor Kees een pion. Het T-L-eindspel was objectief gezien verloren, maar de tegenstander ruilde de lopers en toen was het eenvoudig remise. De Stonewall van John Lutgens werd helaas steentje voor steentje vakkundig afgebroken. Ik was op weg hetzelfde te doen met de Stonewall van mijn tegenstander, maar domme onoplettendheid deed plots de kansen keren, helaas definitief. Theo werd seniorenkampioen van de OSBO. Hoe hij dat in godsnaam voor elkaar heeft gekregen, is een raadsel voor degenen die hem dit seizoen in de KNSB aan het werk zien. Het ging helaas weer in stijl. Bij de arme Henny lukt ook helemaal niets. Als laatste zat hij nog te zwoegen, tegen beter weten in.

Een blik op de stand leert dat we in het rechterrijtje zijn beland. Lager dan een 6e plaats kan het niet meer worden, maar omdat alles zo dicht op elkaar staat – er kunnen met nog slechts één wedstrijd te gaan nog maar liefst 5 teams kampioen worden! - kunnen we wel 2e worden. Daar moesten we maar voor gaan. Groesbeek, here we come!

 

SV DOETINCHEM

1968

-

Heemsteedse SC

1998

3 - 5

Marino Küper

2029

-

Anne Brandsma

1957

½ - ½

Sander van Vucht

1856

-

Ruti Matai

1822

 1 - 0

Henk Riepma

2103

-

Ron Hessels

1915

 1 - 0

Kees Nederkoorn

2044

-

Rob Lathouwers

2178

½ - ½

John Lutgens

1793

-

Wim Eveleens

2061

0 - 1

Roel Evertse

2080

-

Hebert Perez Garcia

2063

0 - 1

Theo Goossen

2044

-

H.J. Perez

-

0 – 1

Henny  Haggeman

1796

-

Pieter Kant

1989

 0 - 1

 

 

BELABBERD EINDE SEIZOEN SV DOETINCHEM

door Roel Evertse

Een kort verslag dit maal. Het troosteloze einde van het seizoen voor de onzen in Groesbeek geeft daarvoor alle aanleiding en bovendien moet ik koffers pakken.

Zo stralend als het seizoen voor ons begon en we zelfs kansen op de titel leken te hebben, zo belabberd eindigde het. Drie kansloze nederlagen en de laatste nederlaag viel nog het grootste uit: 5½-2½. Dat was helaas een eerlijke uitslag gezien het vertoonde spel.

Henk Riepma was als eerste klaar. Met wit wist hij niets te bereiken en dat betekende een vlotte remise. Daarmee kwam zijn totaalscore op 6½ uit 9, altijd op een topbord, kortom: een prachtige prestatie. Ook Theo was vlot klaar. Helaas kon hij zijn zoveelste nul van dit seizoen laten aantekenen. Nooit eerder speelde hij in een seizoen zo beroerd: 2½ uit 9. Bij mij volgde een remise in een stelling die in de post-mortem ingewikkelder bleek dan door mij ingeschat. De tussenstand van 2-1 heeft lang op het scorebord gestaan, maar in de loop van de middag werd wel duidelijk dat een grote nederlaag onafwendbaar zou zijn. Een lichte meevaller bij Marino, die in de opening een pion geofferd had voor vrij stukkenspel. Het weerstaan van de druk kostte tegenstander Theo Wijnhoven veel tijd en in lichte tijdnood gaf hij pardoes een stuk weg. Daarna deed hij een wat mij betreft geslaagde poging om in het Guinness Book of Records te komen vanwege het “na het spelen van een slechte schaakzet binnen een minuut zo vaak mogelijk luidkeels uitroepen van een vulgair drieletterwoord voor het vrouwelijk genitaal.” Gelukkig bleef Marino er koud onder en toonde in de analyse aan dat hij prima kansen had, wat Wijnhoven er ook over mocht beweren. 2-2 dus. Daarna viel er voor Doetinchem nog weinig vrolijks te beleven: Gert-Jan Zonneveld verblunderde in zijn debuutwedstrijd voor het 1e team een prima stelling met een pion meer, voor Henny ben ik helaas een beetje door de metaforen voor verliezen heen, de compensatie voor Marius’ gambietpionnetje verdampte steeds meer tot een droevig einde toe en Kees moest alle zeilen bijzetten om de nare consequenties van een “tijdelijk” pionoffer goed te maken, hetgeen gelukkig voor hem en ons lukte, daarmee een fraaie 5½ uit 9 in dit seizoen makend.

Het seizoen eindigde dus nogal in mineur, de teamgeest gelukkig absoluut niet. Er werden geen wanklanken gehoord, uiteraard wel “vriendelijk jennen achteraf”, maar dat kenmerkt kameraadschap. Toch?



Pion Groesbeek

2037

-

SV DOETINCHEM

1970

5½ - 2½

Luuk de Ruijter

2212

-

Theo Goossen

2044

1 - 0

Leo Wijnhoven

2110

-

Kees Nederkoorn

2044

½ - ½

Jan Fleuren

2098

-

Henk Riepma

2103

½ - ½

Wim Molenkamp

2047

-

Marius van Hal

2046

1 - 0

Theo Wijnhoven

2037

-

Marino Küper

2029

0 - 1

Olav Schoonenberg

2007

-

Roel Evertse

2080

½ - ½

Wopke Veenstra

1976

-

Gert Jan Zonneveld

1615

1 - 0

Jasper Bons

1809

-

Henny Haggeman

1796

1 - 0

 

 

                      MARINO KÜPER KAMPIOEN                               

                                      SV   DOETINCHEM

Dinsdag 12 juni werd de laatste ronde van de Play-offs (Intern) gespeeld. Er waren nog drie kandidaten voor de eindoverwinning. Kees Nederkoorn liet zich in de luren leggen door Theo Goossen waardoor Kees was uitgeschakeld. Theo was afhankelijk van het resultaat van de partij Marino Küper tegen Sander van Vucht. Deze partij eindigde in remise waardoor Marino en Theo gelijk eindigden. Het onderlinge resultaat was in het voordeel van Marino waardoor hij de winnaar is van de Interne (rooster) competitie 2006-2007.

 

Voorwaar een goede prestatie waarin de redactie aanleiding vond om Marino een interview af te nemen voor De Secondant.

 

 

Na wat mislukte afspraken over en weer (druk, familiebeslommeringen, gezin, vakantie en wat dies meer zij) lukte het toch uiteindelijk een afspraak te maken. Gekozen werd voor een gezellig treffen in “Paddy’s” in Doetinchem waar onder het genot van een kop koffie en later een goed glas wijn.  Het werd een leuk ongedwongen gesprek waarin Marino openhartig zijn relaas deed over het afgelopen seizoen, schaken in het algemeen, hobbys, mensen etc.

“IK BEN KAMPIOEN GEWORDEN DANKZIJ MIJN TEGENSTANDERS”

Marino, voor degenen die jou nog niet zo goed kennen, kun je iets over jezelf vertellen:

“ Ik ben nu 45 lentes jong, geboren in Herwen, van beroep jurist, op dit moment programmaleider ruimtelijke ordening van de gemeente Heusden, 10 jaar getrouwd, 2 kinderen, beiden jongens, een van 6 jaar en een van binnenkort 4 jaar. Ik heb in Nijmegen gestudeerd, en ben nu de laatste 15 jaar woonachtig in Doetinchem.”

 

Heb je naast het schaken nog andere hobby’s of passies?

“ Nou hobby’s of passies maar zaken die mijn interesse ook hebben zijn mijn wijnclub, ik lees veel, passief sporten (dus vooral kijken!), politiek, dol op science-fiction, en koken. “

 

Kun je ons iets vertellen over hoe je met het schaken in aanraking bent gekomen?

“ Het zal in de 6e klas van de lagere school zijn geweest; en onderwijzer gaf les in schaken met als opvoedkundig argument dat je dan leert logisch na te denken. Daarna gaven 2 arbeidsongeschikten les en ik pakte het vrij snel op, was al vrij snel de beste schaker op school.

Een van de twee arbeidsongeschikten begon toen een club, ik was toen 15 of 16 jaar denk ik. Speelde toen mee bij de senioren, wat mijn ouders helemaal niet erg vonden (soort van stimulans dus!). Daar heb ik tot mijn 20e gespeeld, maar ben er nooit in geslaagd daar clubkampioen te worden; de clubkampioen speelde te solide voor mij.

Daarna ging ik studeren in Nijmegen; heb daar veel geschaakt. Vele nachtelijke vluggertjes met Anton van Rijn. Daarnaast analyseren. De partijen speelden we van 20.00 uur tot 04.00 uur in de ochtend! Hij bleef echter vooruitgaan; ik niet meer. Hij heeft nu een rating van 2200 of zoiets en heeft een tijd in het 1e van SMB gespeeld. Waarschijnlijk had hij meer talent dan ik. 

Na het afstuderen ben ik mijn vrouw gevolgd naar Doetinchem. Heb me bij de schaakvereniging aangemeld en speel nu al 18 jaar voor deze club. Daar werd ik in het 1e of 2e jaar al gelijk kampioen, maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat Theo Goossen en Kees Nederkoorn toen nog geen lid waren.

In de jaren 1982 tot 1985 hadden we een sterk jeugdteam bestaande uit vier Riepma’s. Toen floreerde de jeugd maar daarna werd het allengs minder en stierf de jeugdafdeling langzaam af.  Ik heb nog een cursus jeugdleider gedaan; stap 1 t/m 3 o.l.v. Eddy Sibbing met het doel training te geven aan jonge kinderen.  Heb ik veel van geleerd; ook van de methode van Wijgerden: het doorgronden van denkprocessen en de methodiek die gebruikt wordt in het schaken.”

 

“Zelf ben ik een adept van de methode Van Wijgerden / Brunia. Maar ik moet toegeven dat het wel saai overkomt. Het zijn droge diagrammetjes waarbij bepaalde thema’s worden behandeld. Berry Withuis en vooral Hans Bouwmeester konden veel beter en boeiender vertellen over bepaalde partijen,openingen, spelers etc.  Wist je dat Rob Brunia nog lid is geweest van SV Doetinchem?”

 

Uit je zojuist gegeven relaas blijkt wel dat je een zeker belang hecht aan een goede jeugdafdeling op een schaakvereniging. Hoe zie je dat bij ons, waar het toch een ondergeschoven kindje is?

“Tsja, er zijn nu veel meer alternatieven. Schaken is een archaïsche bezigheid in vergelijking met het online gamen. Daarnaast haken veel kinderen af na de lagere school omdat schaken geen “cool” imago heeft. Misschien dat je ze zou kunnen vasthouden als ze zelf het gevoel zouden hebben dat ze vooruit gaan.
Grotendeels gaat het bij goed draaiende jeugdafdelingen van bepaalde schaakverenigingen als volgt:

Fase 1: je hebt tussen de 20 en 30 jeugdleden van 8 tot 12 jaar. Deze leidt je op tot stap 3 ongeveer.

Fase 2: van deze groep hou je circa 10 tot 12 jeugdleden over die in de periode van 12 tot 15 jaar ook daadwerkelijk vooruitgaan en aansluiting vinden bij de senioren.

Deze blijven uiteindelijk behouden voor de schaaksport, of bij de eigen vereniging of ergens anders in Nederland (afhankelijk van studie etc. )

Een mogelijke kans die we nu krijgen is de BSO (Buitenschoolse opvang), maar daar heb je wel weer mensen en tijd voor nodig; maar is wel iets om over na te denken.  Aan de andere kant moet ik wel stellen dat het een landelijk probleem is, maar ook weer geen groot en belangrijk maatschappelijk probleem, dus…..

Neem nu bridge,is veel socialer, je mag er bij praten. Bij schaken niet; dit werkt in mijn ogen ‘beklemmend.’

 

Vertel eens iets over je andere bezigheden zoals je werk en andere zaken die je aandacht hebben?

 

“Ik heb 10 jaar op een hogeschool gewerkt als docent ruimtelijke ordening. Daarnaast ben ik ook 4 jaar gemeenteraadslid geweest; daarnaast was ik een enigszins verdienstelijk wielrenner. Ook actief geweest als bestuurslid van 17 openbare basisscholen. Ik heb nu een 36-urige werkweek waar de vrijdag mijn zorgdag voor de kinderen is. “

“Daarnaast geef ik, via een archeologisch bureau, lezingen over archeologie, ruimtelijke ordening en de bijbehorende wetgeving. Ik ben zonder onbescheiden te zijn een bekend persoon in het circuit van landelijke congressen over deze thema’s.”

“Daarnaast kun je me ook op Wikipedia vinden als vroegere trainer van Vincent Rothuis.”

 

Wat vind je van onze schaakvereniging in het algemeen, en het 1e team in het bijzonder?

“Ik heb het goed naar mijn zin bij deze club. Voor mij is het 1e team mijn primaire motivatie, maar daarnaast vind ik de interne competitie ook belangrijk uit een soort van plichtsgevoel. “

“Zaterdags kom ik lekker uitgerust achter het bord, heerlijk! Ik probeer graag ‘glad’ te spelen, en een mindere stelling deprimeert mij niet meer; integendeel de druk ligt dan bij mijn tegenstander om het te bewijzen! Tot 5 jaar geleden dacht ik dat ik naar de winst moest zoeken. Je gaat dan forceren en dan gaat het uiteindelijk mis. Dus nu zoek ik soms bewust een inferieure stelling op met het idee dat mijn tegenstander het moet bewijzen. Mijn rating is wat vooruitgegaan (mede door de stappenmethode), maar een stelling forceren dat doe ik niet meer. “

“Ik kom meestal wat te laat; dat komt door een zekere achteloosheid. De zaterdagochtend is vaak een drukke ochtend voor een gezin. Daarnaast vermijd ik bewust om te vroeg te komen, anders zou ik teveel spanning opbouwen!”

We doen het de laatste jaren gewoon goed, mede door de stimulerende leiding van onze teamcaptain Roel Evertse.”

“Dat ik dit jaar kampioen ben geworden ligt voor een gedeelte aan mijzelf, maar ik vind dat ik eigenlijk kampioen ben geworden door het falen van mijn tegenstanders op belangrijke momenten. “

 

Oké Marino, ik noem 3 namen en jij geeft spontaan weer wat in je opkomt?

 

“Oké. “

 

Frans Kuggeleijn?

“Een briljant stukjesschrijver in het recente verleden (zou hij weer moeten gaan doen!), voelt zich nergens en bij niemand  ongemakkelijk , hij heeft een soort van onafhankelijkheid, trekt zich niet zoveel van zijn omgeving aan. Hij is ook erg geestig, prettig gezelschap om mee te vertoeven. Ik verdenk hem ervan dat hij zekere eruditie heeft, al zal hij dat zelf wel ontkennen, denk ik. Hij heeft eens over mij gezegd: ‘je lijkt op mijn zoon!’ Haha!

 

Marius van Hal?

“Een huisvriend; wij zijn van dezelfde leeftijd. We delen een gezamenlijk netwerk, wonen dicht bij elkaar in de buurt, ken zijn kinderen erg goed. Hij is veel sportiever dan je op het eerste gezicht zou denken: hij doet o.a. aan tennis en wielrennen. Doet volgens mij weinig tot niets aan het schaken, hij heeft er gewoon talent voor. Hij heeft de eigenschap zich volkomen te fixeren in de partij, en heeft daarnaast een goede wedstrijdmentaliteit.”

Hennie Haggeman?  

“Hennie is zeer authentiek, een prototype van hoe je denkt dat een journalist er uitziet: slonzig, onverzorgd, doorrookt, zonder zich overigens daarin te verliezen. Ik verdenk hem ervan dat de zelfkant van het leven hem vertrouwd voorkomt.”

“Hij heeft een melancholische stijl van schrijven. Ik krijg er een ‘warm’ gevoel bij, omdat hij heel beeldend schrijft. Ik heb verder geen idee wat hem verder bezighoudt. Qua schaken herken ik mezelf wel in hem: initiatief, houdt van onduidelijke stellingen. Een man van pieken en dalen, die soms heel ver uit elkaar kunnen liggen.”

 

Wat wil je tenslotte nog kwijt?

“Er is een structureel gebrek aan schouderklopjes geven binnen onze vereniging. In mijn ogen verdiend Benno Thomassen een hele grote pluim; hij is de slagader van de club: actief als wedstrijdleider voor de interne competitie, zorgt voor up-to-date website (heel belangrijk). Voor mij de vrijwilliger van het jaar!

 

De allerlaatste vraag: wie wil je dat er de volgende keer wordt geïnterviewd en waarom?

“Liefst iemand waar ik heel weinig van weet en dat zijn er nogal wat binnen de club. Bijvoorbeeld Jasmin Hairo of Philip Schijns. Ik zou graag willen weten waar zij zielsgelukkig van worden en wat hen drijft.”

 

 

Ter illustratie van Marino’s escapades op het schaakbord vroegen we hem om ons een illustratieve partij te geven. Hij heeft voor de partij tussen hem en Theo Goossen gekozen uit de afgelopen interne competitie. Het commentaar is van Marino zelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uw schaakhistoricus Gert-Jan Zonneveld

 

              OP ZOEK NAAR SPECIALE OPENINGSVARIANTEN!

             SICILIAANS: HET ROEL VAN DUIN GAMBIET

Ter voorbereiding op mijn partij tegen Sander van Vucht was ik op zoek naar een leuke variant voor wit in het Siciliaans waarmee ik Sander kon verrassen. Sander speelde voor zover ik wist Siciliaans, maar geen idee of hij de Najdorf, de Scheveninger, de Draak, De Rauzer , Svesjnikov, Taimanov, O’Kelly of zoiets speelde.  En u begrijpt het ook dat het zelfs voor mij ondoenlijk is om van al deze systemen bepaalde varianten te beheersen laat staan, de gehele systemen.  Met zwart weet ik wel wat van de Draak, maar met wit ben ik eigenlijk niet fanatiek genoeg (lees: lui!) om überhaupt een goed recept te hebben tegen het Siciliaans wat ontstaat na 1. e4 c5.

 

Al zoekend op internet (Google is dan een grote hulp) kwam ik al vrij snel uit bij een van onze nieuwste grootmeesters, Yge Visser, en dacht daarbij onmiddellijk terug aan het Corus toernooi 2006, toen ik Wijk aan Zee wederom een bezoekje bracht.

Over Yge visser kan ik het volgende vertellen; Yge is een schaker waar ik wel bewondering voor heb. Op overtuigende wijze toonde hij aan dat een mens helemaal niet slechter hoeft te gaan spelen als hij ouder wordt. Hij bewees eerder het tegendeel. Hij behaalde pas op 42 jarige leeftijd de grootmeestertitel en heeft hij met 2485 Elopunten de hoogste rating die hij ooit heeft gehad. (er is nog hoop voor ons dame en heren!!)

Bijna alles klopt bij Yge Visser; zijn liefde voor het spel is groot en zijn mentaliteit is onverwoestbaar. Het enige zwakke puntje is zijn weerzin tegen studeren op de openingen (hoe herkenbaar moet dit niet voor ons zijn. Sic!) Met zwart redt hij zich prima, sterker nog, de ambitieuze student doet er goed aan zijn Konings-Indische partijen goed te bestuderen. Hij kan wonderwel goed uit de voeten met de moeilijkste alles schaakopeningen.

 

Maar met wit heeft hij soms problemen, vooral tegen het Siciliaans. Althans tot voor kort. Eindelijk had hij het licht gezien, zo zei hijzelf. Eindelijk waren zijn problemen voorbij; hij had iets ontdekt waarvan Wijk aan Zee en heel schakend Nederland zou sidderen.

Toen de eerste zetten van zijn partij in de 4e ronde op de monitor verschenen, begreep ik ook wat hij bedoelde. Zijn partij tegen de Egyptenaar Adly begon als volgt:

 

Visser – Adly
Corus C - groep, 4de ronde

1. e4 c5 2. a3 !?

Dat is het! Deze ‘minimale’zet vormt de inleiding tot het zgn. Roel van Duijn gambiet. Het wie – gambiet?? Inderdaad, er is een schaakopening genoemd naar deze voormalige Amsterdamse wethouder en voorman van de toenmalige bekende Kabouterpartij, die in zijn jeugd ook een enthousiast en bijzonder orgineel schaker was. Hij heeft in 1974 in Schakend Nederland een artikel gepubliceerd, waarin hij de gedachte achter de zet 2. a3 als volgt beschreef: ‘Dat 1. … c5  een gevaarlijke verzwakking is van de zwarte damevleugel wisten mijn vriendjes en ik op het Haags Montessori Lyceum destijds al. Hoe we dat dan aanpakten? Ten eerste door ons niet te vermoeien met de officiële varianten, beginnende met 2. Pf3. Al die literatuur over Drakenvarianten en Najdorfsystemen lieten we met een zucht over aan degenen die op de nominatie stonden door ons te worden ingemaakt. ‘

‘Hoe het dan toch gekomen is dat het Siciliaans nog steeds in de mode is, is alleen te verklaren doordat het schijnbaar onaanzienlijke zetje 2. a2-a3 in zijn gevolgen nooit met de vereiste hartstocht en ernst overwogen is. Er schijnt in het wezen van de zet 2. a3 iets zo nederigs te zitten, dat ik meesters en grootmeesters spontaan in lachen heb zien uitbarsten toen ik hun de zet toonde. Misschien is het dat. ‘ 

Na deze alleraardigst inleiding geeft Roel van Duijn in Schakend Nederland een paar alleraardigste varianten die ik op deze plaats niet allemaal zal herhalen. U kunt het in Schakend Nederland wel vinden en ook ik wil niet al mijn openingsgeheimen nu prijs geven (sic!). Inmiddels zijn we al vele jaren verder en heeft de zet 2. a3 een klein, maar vaste plek in de openingstheorie verworven. Er zijn enkele boeken over geschreven, ook door buitenlandse indringers, die helaas niet altijd de naam van de geestelijke vader van de zet 2. a3 vermelden.  En nu was dus Yge Visser op het spoor van Van Duijns vondst gekomen. Ik verloor de partij geen minuut uit het oog.

 

2. … e6  3.  b4!  cxb4  4. axb4 Lxb4  5. Lb2 Pf6  6.  e5 Pd5  7.  c4 Pe7  8. Pa3 Pbc6 9.  Pc2 La5 10. Pf3  0-0  11.  h4  d6  12. exd6 Dxd6 13. Txa5

Het begin van halsbrekende complicaties die niet goed aflopen voor wit. Misschien had Yge Visser zwarts 16e zet onderschat.

 

13. … Pxa5  14. Da1  Pb3  15. Da2  Pc5  16.  d4  Da6  17. Da3  Pa4  18. Lc1 Pc6 19.  c5  b5  20. cxb6 Da5+  21. Ld2  Dxb6  22. Dxa4  Db1+  23. Ke2 Ld7  24. Pfe1  Tfd8  25. Da3  Tab8  26. Dc1  Da2  27. Th3  Tb1  28. Da3

Nu slaat zwart toe met een mooie slotcombinatie:

                            foto

28. … Pxd4+!  29.  Pxd4  Lb5+  30. Pxb5  Txd2+  31. Ke3  Txe1+  32. Kf3  Txf2+  33. Kg3  Dxa3+ wit geeft op.

Dit was mijn eerste kennismaking met het Roel van Duijn gambiet. En ondanks dat wit de partij verloor was mijn interesse gewekt. Al verder zoekend kwam ik de volgende partij tegen op internet, waarin het gambiet geweigerd werd.

 

Wit: Van der Hoeven                         Zwart: Moll                                                              

Commentaar van de zwartspeler zelf.

1.  e4   c5    2.   a3!?

Wat te doen met zwart? Wits 2e zet ziet er beslist sympathiek uit, maar misschien ook wel een tikkeltje naïef – net als de politieke opvattingen van Van Duijn zelf dus. Ik wist vaag dat 2. … g6 de theoretische voortzetting is (o.a. gespeeld door Magnus Carlsen) en dat wit na 2. … e6  3. b4 ! gevaarlijke compensatie heeft. Wanneer je met een scherp gambiet geconfronteerd wordt, waarvan je het fijne niet afweet, loont het altijd de moeite te bedenken hoe je het gambiet zou kunnen (en willen) weigeren. In mijn geval viel mijn oog gelijk op de volgende zet :

 

2. …  Pf6 !

een zet die ik ook wel eens tegen het systeem 2.b3 heb gespeeld. Zwarts idee is volkomen logisch en moet daarom wel goed zijn. De logica achter de paardzet is als volgt: wit moet ofwel e4 dekken, ofwel e4-e5 spelen. Dekken kan met Pc3, maar dit blokkeert de loper die waarschijnlijk naar b2 wil (na b2-b4), of met d2-d3, maar dit verhindert de scherpe zet Lf1-c4 en trouwens ook Lf1-b5. Blijft over de pion op te spelen.

 

3.   e5  Pd5

Als wit nu zijn loper naar b2 speelt, blokkeert zijn e-pion het zicht op de zwarte koningsstelling. Bovendien wit wit zijn pion graag dekken met d2-d4, maar daarvoor is een voorbereidend c2-c3 wel zo prettig. Vandaar dat 4.c4 (de meest gespeelde zet) nu beslist nadelen heeft. De beste zet lijkt me 4.Pf3, maar dit is natuurlijk niet in stijl van het gambiet: wit kan dan immers net zo goed op de tweede zet al Pf3 spelen. Vandaar misschien dat Van der Hoeven, net als de meeste witspelers, hier koos voor:

 

4.  d4 ?!  cxd4  5.  Dxd4  e6  6.  c4  Pc6  7. De4  f5!  8. De2

Het ziet er allemaal niet echt harmonisch uit voor wit, maar misschien gaat het. Wie mooi wil zijn moet tenslotte een beetje pijn lijden. Ik speelde hier 8…Pde7, wat op zich geen slechte zet is, maar wel als je de computer aanzet. (De partij eindigde na vele avonturen in remise.) Het beest suggereert namelijk het fantastische  8…Da5+!! en zwart staat al bijna gewonnen. De belangrijkste pointe is 9.Ld2 Pdb4!! en wint, bijv. 10.Lc3 (10.Pf3 Pc2+ 11.Kd1 Da4! 12.Pc3 Db3 -+) 10…Pd4! 11.axb4 Dxa1 -/+. Ook na 9.Dd2 Pdb4! 10.Pc3 Pd4! wint zwart altijd een pion. Al dit fraais lijkt een prima rechtvaardiging voor zwarts tweede zet.

Tot slot waag ik mij - als onwetende in deze materie - aan een suggestie: hoe provocerend en leuk het ook moet zijn om een zet als 2.a3 te spelen, misschien is 2.b4!? toch een beter idee. Als zwart op b4 slaat, komen soortgelijke varianten als na 2.a3 en 3.b4 op het bord, en als zwart niet op b4 slaat, heeft wit in elk geval geen tijd verloren met het misschien overbodige a2-a3, maar kan meteen aan de slag met zijn activiteit. Actie, geen tijd te verliezen - dat lijkt me bij uitstek een motto waar Roel van Duijn het mee eens kan zijn.

Hmm, wat was ik nu opgeschoten; 2 partijen bekeken en wit had niet veel bereikt. Wilde ik mij verder verdiepen dan moest ik toch een naslagwerk hebben, want het artikel van Van Duijn uit 1974 had ik niet in mijn bezit. Op naar de schaakboekenwinkel tijdens een bezoek aan Den Haag. In de boekenwinkel vroeg ik naar een recent gepubliceerd boek over het Siciliaans met 2. a3 en de boekenverkopen zei: “ Aha, het Van Duijn gambiet.” Bingo, en hij reikte mij het boek van GM Alexei Bezgodov aan getiteld “Challenging the Sicilian wit 2. a3!?.  Hier had ik wat aan en onder het mom van algemene ontwikkeling ging ook mijn vriendin akkoord met deze aanschaf.

Feitelijk is de 2e zet van wit 2. a3 geen gambiet, maar de voorbereiding voor dit gambiet. Na 1. e4  c5  2. a3  Pc6  (of 2. .. e6)  speelt wit 3. b4 en indien zwart de gambietpion accepteert, dan krijgt wit goed spel. De witte problemen zitten dus meer in de varianten waar het gambiet wordt geweigerd,zoals uit onderstaande partijen mag blijken:

Wit: Roel van Duijn                    Zwart: Hans Ree

1.  e4  c5  2. a3  g6  3. Lc4  Lg7  4. Pc3  Pc6  5. Pge2 e6  6. 0-0  Pge7  7. La2 d5  8. exd5  exd5  9. Pf4  d4? 10. Pe4  0-0  11. d3  b6 12. Df3  Lb7  13. Dh3  Dc8? ( beter is 13. .. Pe5) 14. Pe6 en wit won de kwaliteit en uiteindelijk de partij. Je hebt de neiging om de kracht van La2 te onderschatten, aangezien deze verscholen is in een ver hoekje.

 In een volgende partij tussen deze 2 spelers ging het vanuit de stelling na de 7e zet van wit verder met:  7. … b6  8.  d3 Lb7  9.  f4  f5  10. Pg3  Pd4  11. Pce2 h5 gevolgd door h5-h4-h3 en uiteindelijk won zwart deze partij.

In het algemeen vind ik het moeilijk om de waarde van een manoevre als Lf1-c4-a2 op waarde te schatten. Als zwart e6 speelt, bijt de wit-veldige loper op graniet, maar aan de andere kant wil zwart graag een keer zijn d of  f-pion opspelen (soms allebei) en dan komt de witveldige loper tot leven!.

Bezgodov heeft een geheel eigen kijk op het spelen van de witte positie. Een van zijn hoofdvarianten is 1.  e4  c5  2. a3  g6  3. b4  Lg7  4. Pc3 d6  5.  g3, waarmee we een nogal normale gesloten Siciliaan krijgen met een vroeg b4, welke niet zo slecht is voor wit. Bezgodov beweert dat wit een klein duurzaam voordeeltje heeft, maar ik zie geen reden waarom dit beter zou zijn dan de gewone varianten in het gesloten Siciliaans.

Wat te doen? Voor degene, die zich niet neer kunnen leggen bij het sombere inzicht dat zwart gelijk spel zou moeten kunnen halen in deze variant (1. e4  c5  2. a3  g6) kunnen overwegen om 3. h4 te spelen en hopen dat na het natuurlijke 3. … h5  de invoeging van deze pionnenzetten alleen wit tot nut zijn, maar ik ben het daar niet helemaal mee eens.

Bezgodov is zo enthousiast over 2. a3 dat hij het doet voorkomen dat wit met deze zet in alle varianten een voordeeltje heeft. Ik moet toegeven dat hij deze mening met menig interessante varianten onderbouwt. Roel van Duijn is echter meer bescheiden. In 1994 schreef hij in Schaaknieuws: “ 2. a3, is een ‘kabouterachtig’ klein zetje, dat een belangrijk, maar ondergewaardeerde uitdaging is voor het Siciliaans.” Dat klopt beter. Een illustratie van Bezgodov’s agressieve stijl vindt u in de navolgende analyse:

1.  e4  c5  2. a3  e6  3. b4  cxb4  4. axb4  Lxb4  5. Lb2

Roel van Duijn speelde altijd 5.  c3  gevolgd door 6.  d4 wat er veelbelovend uitziet voor wit. Bezgodov verwerpt deze positionele variant ten faveure van een onmiddelijke direct aanval, iets wat hij in zijn boek propageert.

5. … Pf6  6. e5  Pd5  7.  c4  Pb6  8. Ta3!?

Een interessant kwaliteitsoffer. Als zwart dit accepteert middels 8. … Lxa3 dan kan een vervolg zijn 9. Lxa3 d5  10. Pc3  a6  11. Dg4 met goed spel voor wit.

8. … 0-0

Dit vraagt volgens mij om moeilijkheden, maar Bezgodov noemt dit de logische voortzetting.

9. Tg3  Kh8  10. Ld3  h6

Er was de dreiging van 11. Txg7  Kxg7  12. Dg4+  Kh8  13. Dh5.

11. Dg4  Tfg8  12. Th3  Le7  13. De4  g6  14. De3  Lg5  15. f4  Lh4+  16. g3  Le7  17. Txh6+ Kg7

 

Zie diagram op volgende pagina

 

 

                                                    

De openings analyse zou hier kunnen stoppen, want wit staat hier duidelijk beter, maar Bezgodov houdt ervan om naar mat toe te analyseren en hier doet hij het met een prachtig torenoffer!

 

18.  h4  Kxh6  19. f5+  Kg7  20. f6+  Lxf6  21. exf6  Kf8  22. Dh6+  Ke8  23. h5  gxh5  24. Txh5  d5  25. Dg7!

Nog een mooie zet! Na 25. .. Txg7 wint wit middels 26. fxg7 Kd7  27. Th8!

25. … Kd7  26. Dxf7+ Kc6  27. Pf3  Pxe4  28. Lxe4  dxe4  29. Pe5+ Kb6  30. Pxc4+ Kc6  31. Dh7  Pd7  32. De4+ Kc7  33. Df4+  e5  34. Lxe5+ Pxe5  35. Dxe5+  Kd7  36. Th7+  Kc6  37. f7 en wit wint.

 

Na al deze informatie besloot ik het om in de partij tegen Sander in de praktijk te brengen, benieuwd  hoe dit zou gaan.

 

Wit: Gert-Jan Zonneveld                    Zwart: Sander van Vucht

 

1.  e4   c5  2.  a3  Pf6  3. e5  Pd5  4.  d4  cxd4  5. Dxd4  e6  6. Pf3  Pc6  7. De4  Dc7 ?!

Beter 7. … f5 ! Wit krijgt nu een prettige stelling!

8. c4 !  Pe7  9.  Pc3  a6 (gedwongen) 10.  Lf4  Pg6 ?!

Voor de hand liggend. Het apparaat adviseert echter 10. … b6 om de loper op c8 toekomst te geven.

 

11. Lg3  d6  12. exd6  Lxd6  13. Lxd6  Dxd6  14. Td1 De7 ?!

Beter lijkt of 14. … Dc5 of 14. … Df4. Let op dat 14. … Db8 niet gaat wegens 15. Pd5! en wit bouwt zijn initiatief uit.

 

15. Le2 ?! (Ld3!?)  0-0  16. 0-0  Ld7  17. Td2  Pd8?

Een vreemde zet; beter lijkt op het oog 17. .. Pa5 gevolgd door een mogelijk 18. … Lc6.

 

18. Dd4?

Verzuimt te profiteren middels 18. Pe5  Pxe5  19. Dxe5  Pc6 20. Dg3.

18. … Lc6! 19. Tfd1  e5!

Goed getaxeerd van Sander. Wit moet nu een keuze maken waarheen met de dame.

 

20. Dd6 ?!  Dxd6  21. Txd6  f6 ?

Zwart had het ergste achter de rug, maar begaat nu een ‘fingerfehler’. De stelling vraagt m.i. om 21. ..  Pe6.

 

22.   c5!  Kh8 ?!  23.  b4  Pf4 !?

                           

24.  Lc4  g5 (Lxf3!?)  25. Pd5  Kg7 ?!

 

Het apparaat geeft  25. … Pf7 want 26. Txf6 faalt op 26. … Tad8!

 

26. Pxf4  gxf4  27. Pd2? (beter 27. Ph4!?) Pf7  28. Lxf7  Txf7  29. Pc4  Tb8?! (29. … Tg8!?) 30. Pa5  Lb5? (30. … La4)  31. f3 ?!  (Tb6!)  Te7  32. T1d2 f5  33. h3 ?

 

Een hele slechte! Zwart neemt nu het initiatief over!

 

33. … e4 !  34. fxe4  fxe4  35. T2d4  e3  36. Td1  e2 ?!

 

Te vroeg. Interessant, en waar ik bang voor was tijdens de partij was 35. … Tbg8 !  36. Te1  Kh8  37.  Tf6  Teg7!? met onaangename druk voor wit.

 

37. Te1  Tf8  38. Kf2  T8f7  39. Pb3 Te3?  (39. … Lc4!)  40. Pd4 !  Txa3?! (40. .. Lc4)  41.  Pe6+ !?

 

Uiteraard is 41. Pxb5  axb5  42. Txe2 waarschijnlijk genoeg voor remise maar ik besloot nog een gokje te wagen; er zit namelijk een verraderlijke matcombinatie in.

 

41. … Kf6 ?!

 

De matcombinatie 41. … Kg8 ?? 42. Td8  Le8  43. Txe8  Tf8  44. Txf8 werd door Sander doorzien, maar deze zet heeft ook zijn nadeel…..

 

42. Pxf4+ ??

 

En wit verzuimt te profiteren. 42. Pd8+! Ke7  43. Pxf7  Kxf7  44. Th6 Kg7 45. Th4 zal zwart niet overleven.

 

42. … Kg7 en zwart haalde opgelucht adem en wist in de uit -vluggerfase de partij alsnog te winnen. De rest van de zetten heb ik helaas niet meer.

 

Daarnaast heb ik deze variant ook al toegepast in mijn KNSB debuut tegen De Pion Groesbeek, en kwam goed te staan en ook tegen Henk Hamer waar ik ook alle positionele troeven in handen kreeg. Onlang zag ik Henny Haggeman deze variant ook spelen dus……Mochten er mensen zijn met  nog meer informatie over deze variant dan hou ik mij van harte aanbevolen.

 

                                               Gert-Jan Zonneveld