Hoe Siem ons over ons dode punt hielp

door Niels van der Mark

De week voordat we naar Enschede afreisden, voor onze derde KNSB wedstrijd van het seizoen, begon ik hem al aardig te knijpen. Ik had drie afzeggingen en alle reservespelers hadden aangegeven niet te kunnen. Aangezien ik eigenlijk ook nog een auto nodig had, heb ik uit pure wanhoop onze jeugdleider Ruud Westerhof gebeld, die overigens wel een rating bleek te hebben en gevraagd of zowel hij als zoon Siem konden spelen. En ze konden. Ook nog gevraagd of Iza (7) kon, maar die wilde liever rolschaatsen, dus toen Jack maar gevraagd. Per slot van rekening speelt hij weleens vaker een verrassend goed potje. Dit betekende voor de rest van het team dat ze allemaal moesten winnen, we mochten desnoods één remise afstaan, aangezien onze invallers gewoon als kanonnenvlees zouden dienen.


Aangekomen in Enschede vielen een paar zaken op, die ik nog wel kort wil noemen. Er werden 4 wedstrijden tegelijk gespeeld, dus we zaten met 64 man in 2 kleine zaaltjes. Een mooi getal, toch? We speelden op mooie, afgekeurde, DGT borden, maar ze stonden zo dicht op elkaar dat niet iedereen ruimte had om zijn notatieboekje, of kopje koffie, naast het bord te plaatsen. En tenslotte zag ik, met enige trots, dat wij als enige team, met jeugdspelers aan waren komen zetten, drie stuks nog wel. Daarmee was Siem met zijn 10 jaar, de jongste in de zaal.

Aanvankelijk verliep alles volgens plan. Ruud gaf na 6 zetten zijn eerste stuk weg en Jack zat naast me te briezen en te zuchten dat het een lieve lust was, omdat het niet naar zijn zin verliep. Hij verloor een pion en kwam na enige onnauwkeurigheden in een verloren eindspel terecht. Misschien hoopte hij nog op pat, toen zijn kale koning het op ging nemen tegen 3 verbonden pionnen en een Loper, maar hij had helaas geen schijn van kans. Op bord 7 echter, de partij van Siem, ging het niet zoals gepland. Siem zijn tegenstander had met Paard en Loper geslagen op f2 en er een Toren en pion voor terug gekregen. En iedere geoefende schaker weet dat deze ruil, in materiaal opzicht gelijk, vaak niet goed uitpakt voor de partij die zijn actieve Paard en Loper geeft voor die slapende Toren die op f1 staat. Siem kwam dan ook langzaam maar zeker beter en beter te staan. Ik had hem notabene, na een half uurtje nog toegefluisterd dat hij van  “Meester Niels”  gerust remise aan mocht bieden, maar nu hoopte ik dat hij dat domme advies zou vergeten en gewoon ging doen waar hij goed in is, namelijk winnen! En dat deed Siem. Hij won als eerste van ons zijn partij. Zijn tegenstander baalde er zo van, dat het er even op leek dat hij hem niet eens een hand wilde geven. Volgens mij hoorde ik Siem hem nog toefluisteren: ”Wil je nog een potje?” maar dat weet ik niet zeker.

Tsja en toen was de ban gebroken. Zelf besloot ik tot remise, op het moment dat ik slechter kwam te staan, Fleur won in stijl een degelijke pot en ook Marino wist, enigszins opgelucht, zijn eerste halfje van dit seizoen te scoren. Jesse, waarschijnlijk volledig gemotiveerd door wat er om hem heen gebeurde, wist een mindere stelling om te zetten in een iets betere en toen zijn tegenstander nog verder ging in al zijn vriendelijkheid, wist Jesse relatief eenvoudig het eindspel te winnen. Alleen Henk Riepma was toen nog bezig. Twee Torens op de open c-lijn en een Dame die de zwakheden in de vijandelijke stelling bestudeerd. Volgens Marino wint Henk dit soort partijen, omdat de stelling van zijn tegenstander aan materiaalmoeheid ten onder gaat. De hele boel stort na dat langdurige duwen en drukken gewoon in elkaar, niks aan te doen. En zo verliep het dan ook in deze partij, waarmee een toch nog ruime 3-5 overwinning een feit was.

Vooropgegaan door de Westerhofjes hebben we mogelijk onze weg naar boven gevonden, de overwinning werd bijna als een kampioenschap gevierd door sommigen. In februari volgt pas onze volgende ontmoeting, maar die zien we vol vertrouwen tegemoet, zeker met onze nieuwe reservespelers achter de hand.