Ter leering ende vermaeck (6)

door Niels van der Mark

 

Schaken benaderen als sport, wetenschap of kunst

Esthetisch was het woord dat afgelopen dinsdag viel, tijdens de analyse van de partij tussen Kees en mij. Je kunt schaken benaderen als sport waarin het er om gaat een ander te overwinnen en om beter te worden en te presteren. Je kunt het ook benaderen als wetenschap, waarin je de onderste steen boven probeert te krijgen om de absolute waarheid te vinden (wat is de beste zet?) Tenslotte kun je schaken benaderen als kunst. Het gaat dan om de schoonheid van het spel, de duizelingwekkende combinatie en posities die als prachtige schilderijen op het bord verschijnen. Van dat laatste was niet echt sprake in onze partij. Er gebeurde geen spectaculaire dingen en de partij kabbelde na 22 zetten naar een remise. Toch waren er momenten waarin wit wat voordeel kon verkrijgen. Ik neem je mee naar de stelling na de 11e zet van zwart.

Zwart heeft zojuist 11d5 gespeeld en dreigt 2 keer op e4 te slaan. Ik had gedacht dat Kees nu op d5 zou moeten slaan. Dan had ik na 12.exd5 exd5 mijn dubbelpion opgelost. Kees speelde echter de mooie zet 12.Lg5 en nu moet ik goed opletten. Na 12c5 (c6 was iets beter) 13.c4 Dc7 heeft wit een klein voordeel.

In deze stelling speelde Kees 14.Lh4 waarmee zijn kleine voordeel weer weg was. Beter was 14.cxd5 exd5 15.Lxf6 Pxf6 16.exd5 Pxd5 17.Db1 geweest. De witte dame gaat naar b2 en zwart gaat de pion op e5 verliezen. In de analyse zochten we naar wat andere varianten. Wat nu als ik i.p.v. 13.c4 gelijk Lh4 speel? Nou dan speel ik 13c4 en op 14.dxc4 speel ik dxe4 en dan komt de volgende stelling op het bord.

Een wonderbaarlijke stelling, twee triple-pionnen. Terecht merkte Henk op dat de laatste zet van zwart (14dxe4) een slechte zet is. De pion gaat zelfs onmiddellijk verloren, maar waarschijnlijk had ik het, als het in de partij was voorgekomen, toch niet kunnen laten. Het is esthetisch gezien uniek. Het sportieve en wetenschappelijke aspect telt dan even niet meer mee. Enkel vermaeck en weinig leering zullen we maar zeggen.

De partij verliep esthetisch wat minder fraai dan in de analyse. Met wat duwen en trekken ontstond er de volgende stelling,

Waarin Kees 22.De3 speelde en remise aanbood. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar heel blij mee was en alles in me JAAA riep, maar om een beetje cool te lijken keek ik eerst nog een minuut naar het bord alvorens ik het aannam. Thuis zag ik echter (heb je het ook gezien Kees?) dat wit i.p.v. 22.De3 ook 22.Pxe5! had kunnen spelen. Er volgt dan 22.Pxe5 Pxe5 23.Lxf4 Txd2 24.Dxd2 Pf3+! (met deze zet redt zwart zich net) 25.gxf3 Txf4 26.Dd8+ Dxd8 27.Txd8+

Met een pion achter had ik dan nog heel hard moeten werken om een remise veilig te stellen. Veel Lering en weinig vermaeck zullen we maar zeggen.

Niels