(43) door Niels van der Mark

 

Vertrouw je computer niet te veel

De computer speelt een steeds grotere rol in hedendaagse schaken. Schaakprogramma’s zijn al zo sterk dat de wereldtop geen schijn van kans meer heeft (Komodo 9 heeft een rating van 3369). De hele top 5 zou met grote cijfers verslagen worden als ze het in een toernooi tegen verschillende schaakprogramma’s op zouden nemen.
Je kunt de computer wel goed gebruiken bij het analyseren van je eigen schaakpartijen, maar kijk uit; ze snappen er helemaal niks van. Dat lijkt in tegenspraak met het bovenstaande, maar ik hoop het jullie te laten zien. Een groot gevaar bij het analyseren met de computer is dat je gaat vervallen in uitspraken als: “Ik stond +2,00 dus het is onbegrijpelijk dat ik niet wist te winnen, of “de computer zei dat het remise was”. Iets waaraan ik me ook wel eens schuldig maak overigens.
Afgelopen dinsdag speelde ik tegen David en wist ik een winnende positie te laten verzanden in een remise. Tenminste als ik mijn schaakprogramma moet geloven. In de volgende stelling is het allemaal nog duidelijk:

Ik had hier, met zwart 45…Ke4 moeten spelen en na 46.Kb4 Kd3 promoveert de pion. Helaas zag ik dit niet (ik had niet meer zo veel tijd, maar dat mag geen excuus zijn) en schoof mijn c-pion naar voren met het idee dat als wit die pion zou achterhalen ik de b-pion zou slaan en zou winnen. Zo geschiedde en na enige matige en minder matige zetten kwam de volgende stelling op het bord.

Ik speelde hier mijn Koning naar d5 waardoor de partij uiteindelijk remise werd. Ik dacht dat ik meer had, maar ook de computer is duidelijk: potremise. In mijn analyse-venster van mijn schaakprogramma zie ik dat ik mijn Koning naar b6 had moeten spelen en dat ik dan gewonnen ( lees +2.5) sta. Omdat ik dit pionneneindspel beter wilde begrijpen besloot ik de computer deze stelling eens uit te laten spelen. Dit duurde een paar uur en bij het beste spel van zowel wit als zwart komt er een Dame-eindspel op het bord, waarin zwart 2 pionnen heeft. Echter de computer doet er meer dan 50 zetten over om de zwarte positie te verbeteren, waarbij de weg naar winst nog lang is. Die +2.5 was dus machinetaal die voorde praktische partij niet zoveel betekenis heeft.

Hetzelfde fenomeen zie je ook bij grote toernooien. Mensen zitten thuis achter hun computer en snappen niet waarom die speler die +1,5 staat niet kan winnen. Het zegt dus niet alles zo’n computerbeoordeling, zelfs de computer heeft soms meer dan 70 (alleen maar correcte) zetten nodig om zo’n stelling daadwerkelijk te winnen. Maar het kan nog gekker. In een toernooi waarin Nakamura jaren terug een bizarre Konings-Indische partij speelde met zwart, gaf het programma Stockfish de waardering -7 voor hem aan. Hij wist de partij echter te winnen. “Hoe kon dat nou je stond toch verloren”, vroeg een reporter naderhand aan Nakamura? Verbaasd hoorde Nakamura wat Stockfish van zijn stelling vond en zei: “Ik stond totaal gewonnen, maar schaakprogramma’s snappen niks van het systeem dat ik speel in het Konings-Indisch.”

Om mijn punt nog duidelijker te maken, zie de volgende stelling, een variant op een stelling die komt uit een artikel van Herman Grooten over de schaakcomputer en mijn vraag is:” Hoe schat je de stelling in?’

Ik denk dat iedere schaker van onze club binnen een halve minuut ziet dat wit niet verder komt zolang zwart zijn paard op h5 laat staan, geen torens slaat en alleen maar heen en weer gaat met zijn Koning. Het is potremise. Mijn schaakprogramma, Komodo 9 het sterkste programma op dit moment, blijft echter hardnekkig volhouden dat wit huizenhoog gewonnen staat ( +12.40) Dat komt omdat hij er strategisch niks van snapt en hij stellingen inschat op eenheden van een pion.

In de originele stelling van Herman Grooten stond er geen paard op h5 en werd er gevraagd naar de winnende voortzetting van wit. Fritz, Houdini en Stockfish kunnen die niet vinden, Komodo 9 vond hem op mijn pc echter in een halve minuut. Het punt van Herman Grooten was dat iedere clubschaker die voortzetting binnen een halve minuut vindt en de meeste goede schaakprogramma’s hem niet kunnen vinden.

Daar waar schaakprogramma’s tactisch superieur zijn en miljoenen stellingen per seconde kunnen bekijken zijn ze strategisch hulpeloos. Een mat in 7 lossen ze binnen een paar seconde op, maar een eindspel paard tegen slechte loper gaat ze boven de pet.

Op welke manier kun je de computer dan wel goed inzetten als enthousiaste amateurschaker?

Na een avondje schaken voer ik altijd mijn partij even in. Ondertussen kijkt de engine mee en als ik de waardering van de stelling ineens flink zie verspringen weet ik dat er waarschijnlijk een mindere zet of blunder gespeeld is. Ook draagt de computer wel eens zetten aan waardoor ik zie hoe ik beter om had kunnen gaan met de stelling, bijvoorbeeld in onderstaande stelling afgelopen dinsdag.

Hier was ik lang aan het zoeken naar een goede voortzetting om gebruik te maken van mijn overwicht op de c-lijn. Uiteindelijk speelde ik mijn loper naar d3, op zich een prima zet, maar mijn schaakprogramma wees me op de breekzet e5! die beter is. Toen ik er even naar keek zag ik meteen wat de bedoeling is van deze zet en hoe zwart materiaal kan winnen. Als wit slaat, haal ik mijn paard weg en kan ik op de volgende zet de pion op e5 slaan en is de Loper op c3 overbelast en als hij niet slaat doe ik het, haal mijn paard weg naar e8 en kan vervolgens op d4 slaan en de Loper is weer overbelast. Weer wat geleerd!

In maart het afgelopen jaar heb ik volgende puzzel op de website gezet:

De opgave was: wit geeft mat in 21 zetten. De computer komt hier niet uit. Na 15 minuten rekenen ziet hij een soort eeuwig schaak en schat de stelling in als remise. Als ik jullie echter de 1e 2 zetten geef 1.Dd8+ Td6 2.Db7+ T5-c6 vermoed ik dat je de oplossing verder wel kunt vinden, het patroon is dan wel duidelijk. Het probleem is alleen, hoe kom je aan zoveel zwarte torens om de stelling thuis op te zetten? (ps als ik de computer de 1e 2 zetten geef vindt hij de oplossing ook).

Ik wou afsluiten met een leuke mat in 10 puzzel om te laten zien hoe goed een computer die op kan lossen. Het gaat om onderstaand diagram:

Volgens de schrijver van het boek (The Joy of Chess van Christian Hesse, een top-boek) een studie van Jänisch uit 1850 waarbij wit in 10 zetten mat geeft. Toen ik de stelling echter had ingevoerd gaf de computer gelijk 1.Pg5# aan.

Ik heb de uitgever maar een mailtje gestuurd. Ik denk een drukfout, anders heb ik (sorry ik bedoel mijn computer) een schaakprobleem van ruim 160 jaar oud weerlegd.

Niels van der Mark

Klik hier voor meer