(46) door Niels van der Mark

 

Paarden sprongen

Persoonlijk vind ik het Paard het meest intrigerende schaakstuk op het bord. Dat heeft alles te maken met zijn vreemde gang en de mogelijkheden die dat biedt tijdens de partij. Het is het enige stuk dat een ander stuk kan aanvallen, behalve het Paard zelf, zonder dat hij zelf door dat stuk aangevallen staat. Het enige stuk dat over andere stukken heen kan springen en het enige stuk dat ten alle tijden van wit naar zwart springt en andersom. Onze Oosterburen noemen het paard Springer en eigenlijk vind ik dat een mooiere naam dat het stuk meer recht doet. Dat het Paard van wit naar zwart springt kan van betekenis zijn in een eindspelletje, zoals ik laatst ontdekte.

Zwart heeft een randpion op de 2e rij gekregen en het is de taak van wit om promotie te voorkomen. Waarheen moet de Koning gaan, naar f2 of f1? In zo’n eindspel moet je dus gaan naar de kleur waar het Paard op staat, naar f1 dus, dat is een wit veld. Probeer het maar uit. Kf1 is remise en Kf2 verliest voor wit.
Nu verwacht ik niet snel zo’n eindspel op het bord te krijgen en mocht het een keer gebeuren dan ga ik me waarschijnlijk toch afvragen: ’moest ie nou naar de kleur waar het Paard opstaat of waar het Paard naar toegaat?’ Dit soort regeltjes onthoud ik nooit.
Veel praktischer en vaker voorkomend is de Paardvork. U heeft in het verslag over onze kampioenswedstrijd een paar weken geleden gelezen dat ik al snel een stuk voor kwam te staan, maar dat het nog lang duurde voor ik won. De slotstelling was leuk, omdat ik met een vork de partij kon beëindigen.

Ik was al een tijdje bezig om de zwarte stelling te slechten en hier zag ik een mooi slot, 27.Dxb8. Dankzij het Paard op d5 (27..Pxb8 28.Pc7+) is het gelijk uit. Dat zijn heerlijke zetten om te doen. Tijdens de schaaktrainerscursus vorig jaar hebben we een stelling behandeld waarin het Paard ook een hoofdrol speelt.

De opgave luidt: wit speelt en wint en het witte Paard speelt de hoofdrol. Een leuke stelling om thuis op het bord te zetten en uit te vogelen. Ik zal de oplossing volgende week wel geven.
Kinderen vinden het Paard maar een lastig stuk. Eén recht-één schuin is al ingewikkeld, maar helemaal als je met het Paard naar het vakje naast het Paard moet gaan, bijvoorbeeld van b1 naar b2. Je moet eerst weggaan om er weer terug te kunnen komen. Een leuke opgave die ik daar wel eens voor gebruik is de zogenaamde slang.

Alleen wit mag zetten en hij moet alle stukken slaan zonder zelf onderweg geslagen te kunnen worden. Dus Pxb3 gaat nog wel, maar hoe kom je nu bij die Toren? (Want die moet je slaan voordat je de Loper op a1 kunt slaan). Wij, als volwassen schakers, zien dat vrij snel, maar voor jonge kinderen en beginnende schakers is dat razend lastig. Ik neem aan dat jullie er wel uitkomen?
Er is nog veel meer over het Paard te schrijven. Het enige stuk dat stikmat kan geven, ook hier zijn prachtige voorbeelden van, maar ik sluit af met een mooie studie die ik tegenkwam.

De opgave luidt: Wit speelt en wint. Het begin is niet al te lastig, wit moet met een schaakje beginnen, anders gaat hij zelf mat na g1D#. Dat schaakje is dus een Paard-promotie op h8 of f8. De rest laat ik jullie zelf uitvogelen, zet wel alvast 5 Paarden naast je bord, die zal je nodig hebben!

De oplossingen worden volgende week geplaatst.

Niels van der Mark

Klik hier voor meer