(48) door Niels van der Mark

 

Angst om te verliezen

Ook al ben ik de vijftig gepasseerd, ik heb nog steeds de ambitie om een betere schaker te worden. Misschien wel tegen beter weten in, maar het laat me niet los. Die rating moet toch naar de 1800, of zelfs daarboven te krijgen zijn? Ik vind mezelf daar goed genoeg voor, maar de cijfers en mijn toernooiresultaten laten iets anders zien. Niks gewonnen in Tatasteel dit jaar, alles verloren in Arnhem bij een weekendtoernooi en ook Dieren is moeizaam begonnen. Kortom ik ga weer punten inleveren en begin ernstige twijfels te krijgen over mijn ambitie.
Toen ik rond mijn 25e begon met schaken werd ik helemaal gegrepen door het schaakvirus. Ik was er bij wijze van spreken dag en nacht mee bezig en het grootste deel van mijn tijd bestudeerde ik openingen. En wat mooi was, alles wat ik las onthield ik ook. Hele varianten van de Najdorf, het Open Spaans, het Twee Paardenspel, ik kende het uit mijn hoofd. Ik snapte er echter helemaal niks van, maar daar kwam ik later pas achter. Pas veel later begon ik naar eindspelen te kijken, de schoonheid ervan te ontdekken, maar vooral het belang te zien dat je begreep wat je deed. Wat heb je er aan als je fantastisch uit de opening komt, met voordeel het eindspel ingaat en vervolgens geen idee hebt hoe je die pion naar de overkant krijgt of dat toreneindspel moet behandelen? Daar waar mijn rating jarenlang rond de 1500 bleef hangen was er opeens weer groei en kwam ik in de buurt van de 1700. En met wat kleine ups en downs blijft hij daar al een paar jaar op hangen.
Nu zegt rating misschien wel weinig over hoe goed je kunt schaken, het zegt vooral iets over je prestaties in officiële wedstrijden en daar zit volgens mij nou precies de kneep. Dat ik dit jaar zo matig presteer lijkt vooral een mentale kwestie te zijn. Tijd voor een grondige zelfanalyse!

De angst om te verliezen is vaak groter dan de wil om te winnen
Ik sprak hier IM Merijn van Delft over tijdens het NK in Dieren. “Tsja, zei hij, als dat eenmaal in de aard van het beestje zit, kom je daar lastig van af.” Hij vertelde dat hij sinds het halen van zijn IM titel in 2004 tien jaar speelde om zijn rating te behouden, wat zijn spel niet ten goede kwam. Pas toen hij dat los kon laten begon hij vrijer te schaken en behaalde hij onlangs zelfs zijn eerste GM norm. De angst om te verliezen gaat dus niet alleen over de angst je partij te verliezen, maar ook over de angst ratingpunten te verliezen of slecht te presteren in een toernooi. Mijn 1e partij tijdens het ONK legde hier de basis al voor. Ik speelde een moeizame partij waarin ik helemaal niks kon bereiken. Toen ik vervolgens mijn stukken slecht begon te plaatsen kwamen we bij de volgende stelling aan:

Ik heb zojuist mijn toren van d8 naar e8 gespeeld waarop mijn tegenstander toesloeg met 25.Lxh6! De schrik was dusdanig groot, dat ik vervolgens een aantal mindere zetten produceerde en de partij kansloos verloor. Ik was aardig teleurgesteld. Ik had slecht gespeeld en verloren van iemand met 200 ratingpunten minder. De dag erop mocht ik tegen Vadim van Kuijk, een jeugdspeler waarvan ik, tijdens het Open Doetinchems pijnlijk had verloren. De hele partij speelde ik krampachtig, kwam niet in gevaar, maar kon ook helemaal niks bereiken. Toen ik dag erna wederom niks kon bereiken tegen een jeugdspeler begon de moed me aardig in de schoenen te zakken. Mede omdat ik wist dat ik heel wat ratingpunten aan het kwijtraken was. Ik had echt mijn best gedaan, maar dat was kennelijk niet genoeg. Ik wist niet meer hoe te winnen.

Leeuwen en beren op de weg zien
Ook dit is een bekend fenomeen onder schakers, vaak gevoed door de angst om te verliezen, iets belangrijks over het hoofd te hebben gezien. De enige manier om die leeuwen en beren onschadelijk te maken is door goed te rekenen. We noemen het trouwens rekenen, maar volgens mij gaat het vooral om goed te leren kijken. In een stelling een paar zetten vooruit kijken en dan de stelling voor je kunnen zien en goed beoordelen. Mijns inziens het lastigste aspect van schaken. Op dag 4 mocht ik tegen iemand aantreden met een rating van 1130, dat mocht toch geen problemen opleveren? Na 9 zetten was de volgende stelling ontstaan:

Zwart heeft zojuist 9…c6 gespeeld en ineens bekroop me het gevoel dat er iets fout aan het gaan was. Ik zag een loperoffer op a2, de damezet naar a5 en de opstoot va de zwarte a- en b-pion. Ik zag alleen maar de dreigingen en kon alleen maar zetten bedenken om die te pareren. Hierdoor speelde ik met een knoop in mijn maag, gebruikte ik veel tijd en kon ik helemaal niks bereiken. Ook deze partij eindigde in remise, wat me waarschijnlijk zo’n 25 ratingpunten kost, maar dit terzijde. Hoe ga je dan dag 5 in? Hoe zet je de knop weer om?

Schaken is vechten, vechten en nog eens vechten
Toen ik een tijdje met Merijn van Delft had zitten praten waren we het er wel over eens , wil je een betere schaker worden, dan is dat vooral een mentale kwestie. Natuurlijk je moet goed kunnen rekenen en je kennis op orde hebben, maar het spelen van een goede partij is ook hard werken. Niet alleen het eerste uurtje, maar ook na bijna 3 uur, als er nog maar weinig tijd op de klok is. In een partij moet je iedere keer weer je rug rechten en op zoek gaan naar het beste plan, de sterkste voortzetting en eventueel op zoek naar je voordeeltje. We bekeken een stelling van iemand anders waar tot remise besloten was. Heel logisch eigenlijk, allebei 5 pionnen en allebei een paard. Potremise, zo hadden de spelers besloten. “In deze stelling zou het niet uitmaken of ik wit of zwart had, als ik tegen Magnus Carlsen speelde”, zei Merijn, “ik zou zeker van hem verliezen.” Dat zette me aan het denken. Als ik na twee en een half uur nog niks bereikt heb, vind ik het eigenlijk wel goed zo. Ik vind het zelfs een beetje ongemakkelijk om, in een stand die ik als totaal gelijk beoordeel, maar door te blijven spelen, zeker als ik ook nog een remiseaanbod krijg. Dan ga ik eens naar de klok kijken “oei, niet zoveel tijd meer” , kijk eens naar de stelling ”geen idee wat voor een plan ik nu weer uit de kast moet trekken en welke zet ik moet doen” en kijk soms zelfs even naar mijn tegenstander, “aardige kerel, we zouden nu ook een biertje kunnen doen.” De wil om door te spelen is dan vaak ver te zoeken. Laten we voor de aardigheid eens kijken naar de slotstellingen van mijn laatste 4 partijen:

Remise na 14(!).Ld5 Remise na 23..Txc4
   
Remise na 22…Pd5 Remise na 32…Dc5

In 3 van de 4 partijen werd het remise op mijn voorstel. Waarom? Ik was teleurgesteld dat ik weinig bereikt had, maar vooral omdat ik weinig zin had om nog verder te spelen. Ik vond de partij niet meer leuk. Voor een gemiddelde topschaker begint hier pas de partij! Misschien ben ik wel meer een “lover” dan een “fighter”, maar hier ligt waarschijnlijk de sleutel, wil ik toch een betere schaker worden. Ik zou in dit soort stellingen de rug opnieuw moeten rechten en alles op alles zetten om de partij naar me toe te trekken.

Hoe nu verder? Voordat ik op zoek ga naar een dure therapeut, die me van mijn angst om te verliezen afhelpt en me aan wat meer wilskracht en daadkracht helpt, restten mij nog 4 rondes in het ONK in Dieren. Ik hoef niet meer bang te zijn voor ratingverlies, dat kwaad is toch al geschied. Vanaf nu de dood of de gladiolen. Als me remise aangeboden wordt zal ik het met gesnuif beantwoorden en als we toch bezig zijn met goede voornemens, iedere partij zal de 40e zet halen tenzij dit door mat wordt verhinderd. Vanaf maandag treedt er een vechter in de schaakarena, al vind ik dat wel een beetje sneu voor mijn tegenstanders.

Niels van der Mark

Klik hier voor meer